Foto bij Hoofdstuk 22

Bedankt aan alle lezers! Laat me weten wat je van de fantastische trailer vindt die Illwill gemaakt heeft! x

X Nina

How can I love when I'm afraid
to fall,
watching you stand alone.
- Christina Perri / Thousand Years




De verhalen die Zac vertelde als ik bij hem langs ging, waren kleurrijk, haast in 3D en ze werden op je netvliezen geprojecteerd, of je daar nu je best voor deed of niet. Zo was hij, bruisend van charisma en eigenaar van een manier van praten die maakte dat het verbazend was dat hij nog geen talkshow had.
Toch sprak hij niet in monologen. Als hij voelde dat ik iets kwijt wilde, gaf hij me de ruimte om het uit te spreken op een manier die ik waardeerde. Niet de manier waarop volwassenen dat soms kunnen doen als zij met andere volwassenen praten en jij er iets tussen probeert te krijgen. Dan kijken ze stuk voor stuk op je neer en knikken ze naar je alsof je een vijfjarige bent. “Zeg het maar, hoor.” En als ik mijn woorden dan terug inademde, schudden ze hun hoofden. “Judi, altijd zo verlegen.”
Bij Zac voelde ik me echter minder verlegen, ik woog mijn woorden niet na voor ik ze uitsprak en probeerde hem niet naar de mond te praten, zoals ik anders wel vaker deed.
Twee uur later zaten we nog steeds aan de ronde, minuscule keukentafel, terwijl zijn grootmoeder in haar woonkamerstoel zat te haken. Het tikkende geluid van de naalden vormde het ritme voor ons gesprek, als een tiktakkende metronoom. Tik-tik-tik. Tik-tik-tik. Tik-tik-tik. Om de één of andere reden werkte het rustgevend.
En Zac lachte naar me zoals alleen hij dat kon, een beetje een kruising tussen een aantrekkelijke actiefilmspion en een boekenheld uit een klassiekerreeks als Sherlock Holmes of iets dergelijks.
Op een gegeven moment kwam het gesprek op onze thuisstad, of eerder een dorp. Ik beweerde dat het er doodsaai was – omdat dat zo was, maar hij bleef stellen dat er mooi plekken waren.
In een geroutineerd, afwezig gebaar griste hij zijn aansteker uit zijn broekzak om die tussen zijn vingertoppen te doen tollen. ‘Dan denk ik dat je eens met me mee moet, je kan wel een gids gebruiken.’
‘Dan hebben we een deal.’ Het leek een prachtig idee, samen in kleine gondeltjes tussen de poppenhuizen door drijven, en in mijn hoofd kon ik al voor me zien hoe een gondelier een ballade voor ons zou zingen en dan zou alles natuurlijk vanzelf…
Kordaat herinnerde ik mezelf eraan dat dit niet gelijkstond aan Venetië, al stroomde er belachelijk veel water.
Met een klikkend geluid deed hij het vlammetje van de aansteker opflakkeren en er roekelozerwijs mee te spelen. ‘Je moet echt ’s avonds gaan, je weet niet wat je ziet.’
Of mijn moeder me ’s avonds de straten op zou laten gaan met een jongen die ze amper één keer gezien had, bleef een vraagteken, maar toch stemde ik in.
‘Geeft het als ik…’ Nerveus viste hij een sigaret uit een verfomfaaid pakje.
‘Natuurlijk niet.’ Onwillekeurig realiseerde ik me dat ik geen jongens kende die rookten, maar dat was misschien een logisch gevolg uit het feit dat ik misschien vijf jongens kende en geen daarvan vaker dan tien keer gezien had.
Hij had iets twijfelachtigs over zich heen toen hij de top van de sigaret aanlichtte en die tussen zijn slanke vingers liet rusten. ‘Sorry, ik wil er zo verdomd graag mee stoppen, maar…’
Op de achtergrond kon ik Breanna horen lachen in de living, waarna het weer stil werd, op het voortdurende tik-tik-tik na. Ze kwam graag mee om met Elliot te spelen. ‘Dan stop je er toch gewoon mee?’
Grinnikend ademde hij een teug nicotine in, die hij als dikke rook tussen zijn tanden naar buiten stuwde. ‘Dat is niet hoe het werkt.’
‘Wie zegt dat?’
Overpeinzend zette hij de sigaret aan zijn gave lippen, die ik memoriseerde om ze thuis na te kunnen tekenen in één van mijn plakboeken. Zijn ene mondhoek kroop omhoog tot een geamuseerd lachje dat kuiltjes naast zijn mondhoeken tekende. ‘Misschien wel.’ Hij maakte aanstalten om het vuur uit te drukken in een oubollige, stenen asbak, maar hij zette de sigaret uiteindelijk terug aan zijn tanden om er een wanhopige haal van te nemen. ‘Ik functioneer niet zonder nicotine in mijn bloed.’
Dat er iets was ter wereld waar Zac afhankelijk was, zelfs al was het iets kleins als simpele sigaretten, kon ik niet bevatten. Altijd had hij zo los en op zichzelf geleken. ‘Dat maak je jezelf wijs.’
‘Het is echt zo, als ik een halve dag niet rook, word ik gek, helemaal met bevende handen en zo.’ Overdreven imiteerde hij zichzelf met iets wat deed denken aan jazzhands. ‘Weet je, je hebt gelijk.’ Impulsief drukte hij de peuk uit tegen het beige porselein. ‘Ik stop. Maar jij moet me helpen, sla desnoods mijn aansteker uit mijn handen als ik bezwijk. Hier.’ Over de tafel schoof hij me het rood-witte pakje toe, waar nog drie eenzame sigaretten in rustten. ‘Neem jij die maar, ik hoef ze niet meer.’ Zijn aansteker kwam erbovenop te liggen. ‘En je geeft ze me niet terug, zelfs niet als ik smeek of huil of wat dan ook.’
‘Beloofd.’ Zoals ik dat altijd met Anna deed, haakte ik mijn pink in de zijne om de deal te bezegelen. Het voelde goed, een vreemde pact tussen ons in hebben, al wist ik toen nog niet dat er spijt van zou krijgen.
Lachend legde hij zijn hoofd in zijn nek. ‘Echt, ik voel me er nu ongelofelijk badass over, dat ik stop, maar morgen ben ik dood, ik zweer het je.’
‘Dat zien we morgen dan wel weer, hmm?’
‘Hmm,’ imiteerde hij me, waarop ik hem al lachend een stomp uitdeelde.
‘Zo klink ik niet.’
‘Hmm,’ mompelde hij weer. ‘Hmm-hmm.’ Daarbij zag hij er zo verdomd perfect uit dat ik mezelf tegen moest houden om niet over de tafel heen te buigen en hem te kussen. Ik zou het toch niet gedurfd hebben.
Zelfs het idee alleen al, maakte me bloednerveus. Dat ik zoiets had gedacht, kon ik al niet bevatten.
We waren gewoon vrienden, nee, minder zelfs. Kennissen, dat was alles wat we waren.
De komende uren moest ik mezelf daar zo nu en dan aan herinneren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen