Foto bij Hoofdstuk 23



Aan al mijn fantastische lezers: jullie zijn ongelofelijk, prachtig, superlief... Ik kan nog een eeuwigheid verdergaan.
Er bestaan geen woorden om mijn dankbaarheid te uiten. Echt niet.

X Nina

Pretty, Pretty please,
don't you ever, ever feel like you're
less than f#cking perfect.
- Perfect / P!nk



Op sommige avonden komt alles terug.
Laat me je dat uitleggen. Als je iets verschrikkelijks meemaakt, kan je dat loslaten of bewaren achter een dam achterin je hoofd. Herinneringen zijn als water dat tegen de muren slaat, smekend en schreeuwend losgelaten te worden. En op een dag barst je dam, van boven naar onder in een verticale scheur zodat alle verhalen rondkolken in je hersenen.
Dit was één van die avonden.
Ik wilde wel slapen, maar Anna's geneurie klonk sussend tussen mijn oren. Hmm-hmm-hmm-hmm-hmm… Haar ge-hmm liet ze niet weerklinken omdat ze niet wilde praten, zij zong haar hmm om zichzelf te kalmeren.
Soms kreeg ze verschrikkelijke nachtmerries en schrok ze buiten adem wakker. Dan kon ik haar horen neuriën. Hmm-hmm-hmm-hmm-hmm-hmm… Volgens mij was het iets van moeder, een slaapliedje of iets anders, maar ik heb nooit geweten wat precies. Hmm-hmm-hmm-hmm… Toen we klein waren, klonk het verdomd schattig in de oren, maar later deed het dat niet meer. Op haar achttiende kwam ze soms ’s nachts thuis in een mengeling van neuriën en huilen, soms krijsen en neuriën, soms hyperventileren en neuriën.
Zij werd er kalm van. Ik niet. Als ze melodieën liep te neuriën, betekende dat gewoonlijk dat ze was bezweken onder de druk die Wolf haar opgelegd had, een balletwedstrijd verloren had, hij z onzeich kwaad had gemaakt op haar, haar had uitgescholden en tenslotte geslagen.
Hmm-hmm-hmm-hmm-hmm-hmm zong ze dan, half huilend, met trillende onderlip terwijl ze de schade op haar lichaam in probeerde te schatten.
Als ik er iets over durfde te zeggen, keek ze me aan met haar hertenogen en liet ze me beloven dat ik er niets over zou vertellen tegen wie dan ook. Dus dat deed ik. De grootste fout van mijn leven. Nooit ga ik mezelf dat vergeven.
Op een dag kwam ik erachter hoe mager ze was.
Ik zat op bed te lezen terwijl zij een blouse uit de kast haalde om zich aan te kleden voor een vergadering met de leerlingenraad of zoiets dergelijks. De sociale vlinder die ze was, zette zich altijd in voor allerhande sport-, school- en praatgroepen. ‘Deze?’ Een witte, linnen Annablouse zoals alleen zij die droeg, hield ze op.
‘Mooi,’ stemde ik in, want zo was het, ze was mooi in haar blouses, op een secretaresse-achtige manier.
Haar paardenstaart trok ze strakker aan terwijl ze haar gezicht controleerde in de spiegel en haar losse T-shirt inwisselde voor de blouse. ‘Gewoon een jeans erbij?’
‘Ja, neem die ene met de wijde pijpen en de…’ Mijn blik bleef hangen op de gestreepte legging die ze onder haar eigen trainingsbroek aangehad had. ‘Draag je daar een legging onder? What the hell?’ Het was hartje zomer en zeker negenentwintig graden, met termen als “hittegolf” werd rijkelijk gestrooid terwijl iedereen in zwierige zomerjurken de straat over ging. ‘Het is belachelijk warm, stik je daar niet in?’
‘Nee, nee, nee, Jude, het gaat wel,’ kalmeerde ze me haastig. Dat ze er zo gepanikeerd over deed, maakte het alleen maar verdachter. ‘Ik dacht… Dat doe ik omdat… eh…’
‘Toon me je benen.’
Maar ze maakte grote gebaren die me het zwijgen hoorden op te leggen en schudde haar hoofd tot plukken haar wisten te ontsnappen uit haar hoge paardenstaart. ‘Judi ik beloof je dat er niets aan de hand is, ik…’
‘Toon me je benen dan, als er toch niets aan de hand is.’
Dus ze zuchtte pijnlijk en stroopte de legging op tot net boven haar kniëen. Blauwe plekken kropen omhoog langs haar pastelkleurige huid, als lichtpaarse en hier en daar haast zwarte vegen verf op schilderdoek.
Haar knieschijven staken spichtig uit onder haar huid, terwijl ik haar botten kon tellen omdat ze vel over been was. Alles wat ik kon denken was; Wolf heeft haar kapotgemaakt. En dat had hij ook. Maar Anna zelf en ik hebben een handje geholpen. ‘Aan niémand zeggen,’ siste ze, ‘niemand.’
En ik wilde vanalles vragen, zoals hoe lang ze al dikke leggings onder haar jeans droeg zodat we niet zouden kunnen zien hoe mager ze was en hoe het in godsnaam mogelijk was om nog te lopen terwijl je niets dan een aaneenschakeling van botten onder een fijn laagje huid bent.
Maar ik vroeg niets, want ze smeekte me voor de zoveelste keer om te zweren dat ik mijn mond erover zou houden. ‘Volgende week vertel ik het aan mama, echt,’ siste ze, maar volgende week werd volgde maand en volgende maand werd volgend jaar. Mijn belofte bleef staan terwijl de hare werd gerokken en gerokken en gerokken. Tot die brak.
Tot zijzelf brak.
Misschien was het anders geweest als ik het aan iemand verteld had. Misschien wel. Waarschijnlijk wel.
Moordenaar, sprak een stemmetje in mijn hoofd, één en al beschuldiging. Niemand wist zelfs dat ik het al die tijd al geweten had. Ze zouden me er toch om haten.
Haar foto viste ik uit mijn kledingkast. Als ik er maar lang genoeg naar keek, voelde het soms alsof ze niet weg was. De foto was genomen vlak voor ik met het legging-incident werd geconfronteerd, dus ze zag er verdomd mager uit op de foto, maar ik wist dat ze er nog veel magerder uit had gezien. Haar gewicht was een recht evenredig verband; hoe meer tijd er verstreek, hoe meer ze verloor. Haar jukbeenderen staken op de foto ver uit en haar reëenogen waren gevuld van onbegrepenheid. Bambi, noemden we haar soms, want dat was ze; een frêle, prachtig, gracieus hertje dat soms door haar benen zakte. Ze hield van die ene foto, want ze leek er op onze moeder. Ook een beetje op Audrey Hepburn. Zo zag ze er graag uit; een beetje retro met veel klassieke schoonheid.
Toch liepen jongens niet in horden achter elkaar. Ze vonden haar snel een controlfreak, perfectioniste of te koppig, wat ze alle drie ook een beetje was. Dat werd uiteindelijk haar ondergang.
Een verdwalende traan veegde ik uit mijn ooghoek terwijl ik het Annaliedje neuriëde: hmm-hmm-hmm-hmm-hmm-hmm… Heel erg tragisch en een beetje spookachtig in het halfdonker, zo klonk het altijd. Het bleef ronddwalen in je gedachten en eenmaal het je te pakken gekregen had, liet het je niet meer los. Een beetje als Wolf. Hmm-hmm-hmm-hmm-hmm-hmm-hmm…

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen