Foto bij 18 - And Then It Dawned Upon Us

Ik heb uit uitstellingsgedrag The Prince of Egypt op Netflix gekeken, hehe. Vond hem eigenlijk best wel gaafxD

En eigenlijk wilde ik eergisteren een hoofdstuk uploaden, maar toen was ik druk omdat ik plotseling de hele dag op mijn neefje moest letten. Dus toen dacht ik, doe ik het donderdag wel, hoorde ik dat ik geslaagd was, dus toen kwam het er niet meer van door het gefeest(lol). En vandaag moest ik weer van alles doen en toen kwam het voetbal, en het is niet lekker schrijven met geschreeuw op de achtergrondxD

Aaah en vandaag ben ik ook weer laat thuis, jeetje

Zo dus dan schrijf ik hem nu maar weer afxDSla me maar

      "Vijf deuren..."
      We keken naar de doorgangen voor onze neuzen, alhoewel Joe er niet zo blij van werd, "De vorige keer was er maar één deur! En die stond nog op een andere plek ook!"
      "Iemand speelt hier met ons, en ik dacht dat ons plan waterdicht was..." Nanette zuchtte en keek naar ons, "Ik zou zeggen, ieder neemt zijn eigen deur en als hij doodloopt, loop je terug en wacht je voor je deur. Dan weten we uiteindelijk welke deur de goede is, goed plan?"
      "Het is niet anders..." Joe keek naar ons en fronste lichtjes, "We zijn met zijn achten, dus als Nanette en ik alleen gaan, kunnen jullie allen met z'n tweeën."
      "Ik ga met Christine, mag ik met Christine?" Horace zeurde zachtjes, maar ik glimlachte alleen maar naar hem, "Natuurlijk, joh."
      "Met haar maak je in ieder geval geen ruzie, dus goed. Kateryn gaat met Talon en Andrew kan samen met Lewis gaan. Strategisch gezien lijkt deze opstelling het beste, omdat de sterken bot gezegd een zwakke hebben en Lewis en Andrew al vaker samen hebben gevochten. Kies een deur en hou je wapen bij de hand."
      We knikten en ik ging met Horace voor de middelste deur staan, waarna we onze wapens trokken. Eventjes wachtten we totdat iedereen een deur uitgekozen had, waarna we de deur openden en naar binnen liepen. Meteen keken we raar op van de lege gang, maar aangezien hij niet doodlopend leek, liepen we toch door.
      "Waarom is het hier zo stil...?" Ik beet op mijn lip en liep verder naar voren, maar zelfs mijn voetstappen leken gedempt te worden. Horace keek me verward aan, "Hoezo? Hoor je al dat gefluister niet?"
      "Gefluister?" Ik probeerde me op enig geluid te concentreren, maar ik kon echt niks horen. Horace leek integendeel een tikkeltje gek te worden, waarna hij een beetje paranoïde om zich heen keek, "Ze spreken in mijn taal, Christine!"
      "Wie?!" Ik schudde hem eventjes wakker, waarna hij me geschrokken aankeek, "Niks, ik..." Hij keek weer om zich heen, waarna hij zuchtte, "Eventjes zag ik duizend schaars geklede vrouwen om me heen, hehe..."
      "Nou, ik niet. Negeer ze maar, ik dacht dat jij een gelovige man was, Horace." Ik gaf hem een plagend duwtje, waarop hij verontschuldigd lachte, "Haha, sorry, ook ik heb mijn zwaktes."
      "Oh, ik hoor het al, hoor. Ga jij maar van je onzichtbare vrouwen genieten, dan ga ik wel een of andere slechte heerser verslaan. Blijf je hier in de buurt? Dan kom ik je over een paar uurtjes weer ophalen." Ik liet hem los en liep bespottend weg. Horace schrok en rende al snel achter me aan, "Nee, nee, ik kom mee die heerser verslaan, laat me niet alleen! Christine!"
      Ik lachte en wachtte op hem, waarna we samen verder liepen. Horace leek geen last van de fluisteringen te hebben als ik bij hem was, dus misschien speelde er inderdaad iemand met ons, maar kon hij mij niks aandoen. Ik grinnikte en zette een iets te trotse stap vooruit, waarna mijn armband weer jeukte. Ik kreunde lichtjes en probeerde te krabben, maar het gevoel ging pas weg nadat ik de gedachten van hoogmoed opzij had gezet. Natuurlijk probeerde een demonenmeester met onze zondes te spelen, dat moest ik onthouden. Ik hoopte alleen dat de rest dat ook doorhad...

      "Een deur!" Horace glimlachte en trok aan de klink, maar het lukte niet, "Of misschien is deze gang toch doodlopend? Moeten we omkeren?"
      "Laat mij eens?" Ik legde mijn hand op de deurknop, waarna er iets klikte en ik de deur open kon doen. Horace zijn mond schoot open en hij keek me vol ongeloof aan, "Volgens mij heb jij magische handen! Eerst die vrouwen en nu die deur!"
      "Of jij bent gewoon een idioot...!" Ik gaf hem een plagerige tik op zijn neus, waarna hij fronste en zeurend achter me aan strompelde, "Ik ben geen idioot!"
      "Nee, nee." Ik wilde nog een grapje maken, maar toen zag ik dat er in de verte een rare energie was. Direct renden we ernaartoe, maar net voordat we het beter konden zien, werden we tegengehouden door een jongeman met lang zwart haar. Het leek alsof hij zichzelf al een paar jaar niet meer in de spiegel had gezien, en Horace en ik trokken gelijk onze wapens.
      "W-wat doen jullie hier?!" Zijn stem klonk schor en wij moesten ons even bedenken dat hij Scynscatha kon zijn. "We zoeken de heerser van Sirawien, diegene die de demonen oproept?" Horace nam zijn 'coole' houding weer aan, waar ik wel een beetje om moest zuchten.
      "Demonen...?" De jongen keek verward op, maar toen leek hij zich opeens iets te herinneren, "Wie zijn jullie?! Jullie horen hier niet te zijn!"
      "Waar gaat deze drukte over?"
      Vanuit een kamer naast de energiebal kwam een man naar ons toe. Hij zag er ongewoon knap uit, alleen zijn haar leek van een zwarte kleur naar een diep bloedrood te gaan. Ik vroeg me af of hij dat ook verfde zoals Joe met zijn haar deed, maar dit zag er nog vrij echt uit. Daarbij waren zijn ogen een gifgroene kleur, iets wat ik in Thule in ieder geval nog nooit bij iemand had gezien. Alleen zijn aanwezigheid maakte mij al ongemakkelijk en ook Horace leek een slecht voorgevoel te hebben.
      "Bezoekers? In ons paleis? Nou, dat had ik niet gedacht, jij wel, Tiemos? Ik dacht dat jij je werk aan het doen was! Jij was toch diegene die om mijn hulp vroeg?!"
      "Het spijt me, meester Sariël, ik ga meteen terug aan het werk!" Tiemos liep met hangende schouders weg, maar keek wel nieuwsgierig naar ons, alsof hij nog nooit andere mensen had gezien. "Wacht...? Sariël?" Had hij zichzelf zo genoemd voor de grap? Die gozer leek me zeker geen engel, laat staan een legendarische legende. Voordat hij mijn vraag hoorde, riep hij echter Tiemos weer, "Nee, jij komt nu meteen terug!" Met een grom draaide de man om en balde hij zijn vuist, "Je bent al te laat, anders waren zij toch niet binnengekomen?!"
      "Ik heb echt mijn best gedaan! U weet dat ik-!"
      "Genoeg! Zorg ervoor dat ze weggaan. Er zijn genoeg zielen om mee te werken, of niet soms?" De man liep terug naar zijn plek, maar toen Horace en ik erachteraan wilde gaan, hield de jongen ons opnieuw tegen. Nerveus keek hij eventjes om zich heen, waarna er een soort paarsige flux rond zijn handen ontstond. Het leek alsof hij echt veel moeite moest doen, maar toen hij zijn handen omhoog haalde, verschenen er twee donkere gaten in de grond. Plotseling kwamen er twee demonen uit en toen Horace schreeuwde dat Tiemos de heerser was, rende de jongen doodsbang weg, waardoor de demonen los van zijn beheersing begonnen te leven.
      "Nee toch..." Ik zuchtte en pakte mijn wapen tevoorschijn, waarna ik het op de demon richtte, maar hij leek wel iets sterker te zijn dan de demonen buiten. Horace hielp me door een inkomende aanval te stoppen, waarna ik mijn zwaard maar in een geweer liet veranderen en ik tegen de demon schoot. De aanval deed alleen niks, waardoor Horace vreemd opkeek, "Christine, wat is er met je flux?"
      "H-huh...?" De hoeveelheid energie rond mijn wapen leek te schommelen en mijn wapen werkte niet naar behoren, waardoor Horace me bezorgd aan de kant zette en de demonen zelf versloeg.

      Zodra ze verslagen waren, stond de man die zichzelf Sariël noemde voor onze neuzen en keek hij mij geïnteresseerd aan. "Jij..." Hij wees naar me, waardoor het opeens voelde alsof ik verlamd werd. Met een grijns liet hij me vooruit lopen tegen mijn wil in, waarna Horace bezorgd om me riep en me volgde. Eenmaal dichterbij de energiebol, kon ik zien wat het was.
      Het was een soort kooi en in de kooi... zat een slapende Christian. De man liet me op mijn knieën vallen en grinnikte, terwijl Tiemos voorzichtig vanuit een hoekje gluurde. Ik keek geschrokken naar Chris en fronste toen naar de man, "Wat heb je met Chris gedaan!"
      "Chris?!" De man keek me verward aan, waarna hij Christians armband eraf trok, "Dit is Machidiël!" Zodra hij de bol met een grijns aanraakte, sprongen er vleugels uit Chris zijn rug en leek zijn haar ook lichter te worden. Ik keek vol shock naar mijn verloofde die nu wel aardig op dat standbeeld van de engel leek, waarna de deur achter ons weer openbarstte en Talon naar binnen rende, "Er zijn demonen, bij de ingang, jullie moeten komen help-!"
      Hij stopte meteen met schreeuwen toen hij de man zag. Ook Horace leek nu een beetje onder invloed te zijn en ik begon nu misschien toch een beetje te geloven dat hij echt Sariël kon zijn.
      "Meester Sariël, het proces...?" Tiemos deed een onzeker stapje naar voren, waarop de man alleen maar fronste, "Geduld, Tiemos. Ik zal het plan nu in gang zetten." Meteen grinnikte hij en liet hij een soort duistere energie in de bol vloeien, waardoor Chris lichtjes fronste in zijn slaap. Alsnog werd hij niet wakker, alsof hij in een soort trans was, maar toen gebeurde er opeens iets raars. Zijn vleugels begonnen langzaam zwart te worden, net als zijn haar en lichte kleding. Halverwege de transformatie, deed hij opeens zijn ogen open, waarna ik zag dat één oog donkerrood gekleurd was geworden.
      "Geweldig!" De man grinnikte, waarna hij de kooi deels liet verdwijnen. Plotseling stak de duistere Chris zijn handen voor zich uit, waarna er een lichtbol in verscheen, maar door de duistere energie, leek dat licht ook een donkerpaars te kleuren. Met een grijns stak de man zijn handen in de bol, om vervolgens hard te lachen toen de energie in hem vloeide. Meteen kreeg hij ook vleugels, alleen waren de zijne een donkerzwart met dezelfde rode gloed als in zijn haar, "Dit is geweldig, Malchidiël! Om jouw kracht te gebruiken op mezelf... Nu ben ik de duizend zonnen! Een verbanning naar de hel doet mij niks! En nu heb ik de controle over de sterkste engelen van Gaieth! Geen Machidiël of Sariël die mij kan tegenhouden terwijl ik mijn goedverdiende wraak uitvoer!" Hij spreidde zijn vleugels en liet een pikzwarte drietand verschijnen, waarop Tiemos verward opkeek, "Heer, ik dacht dat u Sariël was?"
      "Stilte, slaaf! Ik kan jou ook alles wijsmaken, Tiemos, maar je hebt goed je werk gedaan. Wie wist dat een mislukte necromancer nog van pas zou komen."
      "H-huh?" Tiemos keek een beetje onzeker op, waarna hij naar de man toeliep, "We gebruiken de zielen toch om een nieuwe wereld op te bouwen, meester Sariël?"
      "Ha, er komt zeker een nieuwe wereld, maar daar heb ik die waardeloze zielen niet voor nodig! Ik verwoest gewoon deze wereld als mijn wraak op de Heer. Jouw zondes om deze miljoenen onschuldigen te vermoorden met jouw mislukte hergeborenen vullen mijn kracht alleen maar aan!"
      "O-onschuldigen...?! U zei dat de wereld vol met zondigen was! U zei dat u de engel Sariël was die ons kwam bevrijden van de duisternis! En nu zegt u dat ik mijn krachten voor het slechte heb gebruikt? Wij necromancers zijn zwaar gelovig, u heeft mijn vertrouwen misbruikt!"
      "Jij, een necromancer?! Tiemos, laat me niet lachen, je kan amper een hele ziel opnieuw tot leven wekken! Je kan jezelf niet heilig noemen als je zulke wezens oproept en er vervolgens talloze mensen mee doodt! Maar genoeg, je hebt je werk gedaan. Nu is het mijn beurt om uit te blinken." De man greep grinnikend zijn drietand vast en richtte die op mij, "Laat ik nu mijn grootste bedreiging uitschakelen!"
      Ik raakte in paniek, omdat ik niet kon bewegen, maar toen veranderde er iets in Tiemos. Net voordat de man zijn drietand richting mij stak, begon Tiemos iets in een vreemde taal de fluisteren. In zijn handen verscheen een lichte speer en meteen ging hij voor me staan, waarna hij de speer fronsend dwars door de man stak.
      "Tiemos... Jij!" De man werd furieus en pakte Tiemos bij zijn keel, waarna hij hem bruut los wrong van zijn speer, "Hoe durf je tegen mij te keren?!"
      "Jij bent diegene die mij misbruikt heeft! Wie keert zich tegen wie!? Voel je dan geen enkele spijt?!"
      "Spijt?! Denk jij dat er iemand spijt voor mij had toen ze mij naar de hel stuurden?! Engelen zijn gevoelloze wezens, en ik ben jammer genoeg net zo erg. We zijn koelbloedig, als slangen, zonder emoties, zonder hart en zonder eigen wil. We doen wat God ons opdraagt en bij wie er een klein verlangen naar macht ontstaat, wordt direct van huis gestuurd! Nou, ik heb nu macht! Ik heb nu kracht!" Hij gooide Tiemos tegen de muur aan, waarna hij de speer uit zijn eigen lichaam trok en die boven Tiemos hield, het gat in zijn borst gevuld met duistere energie, "Bedankt voor je hulp, maar ik kan het vanaf hier zelf aan. Vaarwel, necromancer." De speer ging dwars door Tiemos' lichaam heen terwijl de jongen schreeuwde, waardoor wij wel even weg moesten kijken, want de man lachte alleen maar toen hij zijn levenloze lichaam aan de kant wierp.
      "Daar gaat de laatste necromancer... Machidiël, doe je werk."
      De duistere versie van Christian knikte en vloog dwars door het plafond naar buiten, maar toen ik merkte dat ik weer de controle over mijn eigen lichaam had en opstond om achter hem aan te gaan, hield de man opeens zijn drietand voor mijn neus, "Niet zo snel, eerst moet je langs mij."
      "Maak je geen zorgen, Christine." Horace hield zijn zwaard voor ons en ging naast me staan, waarna Talon er ook bij kwam met zijn bijl, "Wij helpen je."
      "Bedankt!" Ik trok mijn eigen wapen tevoorschijn, nog steeds een beetje bezorgd dat mijn flux schommelde, maar gelukkig ging hij ermee door, "Laten we hem afmaken."

Reacties (1)

  • Helvar

    Ohoh O_O
    Na wat je in de chat zei, ben ik echt bang dat dit helemaal verkeerd gaat lopen. Maar Omg, plot wending, Chris een engel O_O
    Serieus, ik kan niet eens meer normaal typenxD

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen