Foto bij 070 | Gail


Numenor was mooier dan Andúnë had durven dromen. De Valar hadden het eiland werkelijk in al zijn glorie hersteld. De gebouwen van weleer waren weliswaar vervallen, maar de stenen bleken, ondanks de lange jaren onder zee, nog in prima staat te zijn, waardoor ze - met behulp van een constante scheepsstroom die materialen en voedsel met zich meebracht - er langzaam maar zeker in slaagden om de gebouwen te herbouwen. Ook de grond bleek vruchtbaar, want de zaden die sommige Dunedain hadden meegebracht ontloken al gauw tot volle gewassen.
Er streken maanden voorbij, en het aantal Dunedain zwelde alsmaar aan. Andúnë was in eerste instantie bang geweest, omdat hierdoor de kans groter was dat iemand haar zou ontmaskeren als Kali Ielgwanath, en al het vertrouwen en respect waar ze naar gewerkt had al die maanden, in een klap voorbij zou zijn.
'De enigen die weten dat Kali Ielgwanath en Nilupher één persoon zijn, zijn wij,' zei Arnubên op een avond, doelend op het reisgezelschap dat haar had helpen ontsnappen uit Minas Tirith, 'En wij weten dat die tijd achter u ligt. Wij zouden u nooit in de steek laten.'
Het was na die woorden dat Andúnë in staat was haar verleden meer los te laten, hoewel het nooit echt verdween. Er waren slechts weinig nachten dat ze niet schreeuwend wakker werd, en er waren bepaalde woorden of gebeurtenissen die haar terugsleurden in herinneringen die zo vreselijk waren dat Arnubên of Maglor haar bevende lichaam van de grond moesten tillen en haar afzonderden. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt, en hoewel er al gauw veel gefluisterde vermoedens werden verspreid, sprak slechts zelden iemand een slecht woord over Ëarnur's erfgename.

Toen het oude paleis terug was hersteld, was het niet enkel Arnubên die naar Andúnë kwam. Andere mannen en vrouwen, die een hoog aanzien hadden in hun respectievelijke clans, kwamen naar haar toe, met een vraag die haar in elkaar deed krimpen. Ze wilde hem onmiddellijk afwijzen, maar Arnubên wisselde een blik met Maglor, die in haar plaats zei dat ze er over moest nadenken.
De leiders knikten en verdwenen, maar de houten doos met de zware, ijzeren kroon in lieten ze achter. Andúnë huiverde.
'Je had niet moeten zeggen dat ik erover zou nadenken. Ik ben geen koningin, noch het juiste materiaal daarvoor. Ze zouden moeten luisteren naar Elessar, die zo lang onder hen heeft geleefd als Aragorn. Ik weet slechts weinig van de gewoonten onder de Dunedain.'
'Elessar heerst over de mensen van Gondor, in Midden-Aarde. U bracht ons terug naar ons verloren thuisland, u leefde tussen ons en hielp ons het terug in zijn oude glorie te herstellen. U bent de rechtmatige erfgenaam van de koning van Gondor. Er is niemand waardiger om zich onze heerser te noemen.'
Andúnë keek hem niet aan. 'Ik ben een massamoordenaar en was de dienaar van Sauron. Als ik zo vrij mag zijn, niet het meest fantastische idee om als vertegenwoordiger van dit nieuwe rijk in te staan.' Arnubên schudde zijn hoofd.
'Ik wil dat mijn rijk vertegenwoordigd wordt door een halfelf die naar een dwergenrijk trok om het onmogelijke te realiseren, en erin slaagde het te bevrijden van een draak. Ik wil dat mijn rijk vertegenwoordigd wordt door degene die het kwade van haar verleden kan inzien, die meer berouw voelt dan wie dan ook, die mijn reisgezel was doorheen Midden-Aarde, de halfelf die uitverkoren was door de Valar en ons naar ons thuisland leidde.'
Een eenzame traan rolde over Andúnë's wang. Arnubên nam de kroon in zijn handen en plaatste die op haar hoofd.
'Tar Isilme,' fluisterde hij.

En dat was hoe ze bekend werd voor Midden-Aarde, als Tar Isilme, de verloren Koningin van de Dunedain, hoewel er op Numenor zelf soms een andere titel werd gefluisterd. "Tar Dúath", wat "Schaduwkoningin" betekende, aangezien de Dunedain de nachtmerries van hun heerser en haar uiterlijk heus wel wisten te koppelen aan verhalen en geruchten die zij hadden gehoord. Zij namen immers wel belang aan die dingen, want zijzelf waren een volk van legenden en sagen. Toch kende geen mens buiten de inwoners van Numenor deze titel, en werd er nooit met een woord over gerept tegen de handelaars die de haven van de eiland binnenvoeren, noch tegen een ander bezoeker. De inwoners wisten immers hoe Kali Ielgwanath gehaat werd door de inwoners van Midden-Aarde, en ze weigerden hun koningin in gevaar te brengen.
Hoewel veel van haar raadsmannen vaak het water overvoeren en Arnubên zich zelfs permanent vestigde in Gondor, keerde Tar Isilme niet terug naar het vasteland. Maar elke avond liep ze wel alleen naar de oostelijke kliffen en keek ze uit over de oceaan, de horizon afspeurend, op zoek naar de kustlijn van het land waar de graven van haar geliefden lagen, waar er vrienden woonden die haar lot niet kenden.
Ze kon hen geen berichten sturen, in het geval dat de informatie zou uitlekken, noch naar hen heen gaan, omdat ze herkend zou kunnen worden. Maar ze stond zichzelf toe om even vanuit de verte te kijken.



Gail ui gell



Reacties (2)

  • Schack

    Ugh.
    The feels.
    Damn you.

    2 jaar geleden
  • Croweater

    Oh wauw, een heel mooi einde. Ik had het niet meer verwacht, maar dit is een goede einde. Wat triestig, maar ook hoopgevend.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen