Foto bij 21 - Determination

Ben ik weer ietsjes laat? Hehe... ohh en ik ben ook zo verkouden, hè, ik zat sushi te eten en nieste bijna alle rijst door mijn neus eruit, sorry voor dit mentale beeld(lol)

Maar mijn hoofd zit echt vol met snot, geen idee hoe ik het zo erg te pakken heb kunnen krijgen met dit weer

Maar ik heb eindelijk mijn diploma! Jaja, wat een mooi ding hoor met mijn handtekening eronder haha

      "We zijn nu Thule binnengevlogen. Voor nu moeten we over de bossen blijven vliegen, en dan-"
      "Wat is dat?!" Ik keek geschrokken op toen er opeens iets zwarts richting ons werd gelanceerd en onze koets raakte. Door de klap raakten we uit balans, waarna de gevleugelde paarden in paniek schoten en ons uit de kar wierpen voordat ze er zonder ons vandoor gingen. Direct klapte Azraël zijn vleugels uit, waarna hij ons opving en veilig op de grond neerzette. Eventjes schudde hij zijn veren weer los, maar toen keek hij met een frons naar de lucht, "Die energie..."
      "Dat was duistere energie, het leek een pure demon in zijn allerzwakste vorm." Beaviel staarde naar de lucht terwijl zijn broer hem verward aankeek, "Ik dacht dat de poorten naar de hel voorgoed gesloten waren."
      "Dat klopt... maar met genoeg energie krijg je dat slot er zo af." Azraël verlaagde zijn stem tot een fluister, "God betwijfelde het dat een kwaad iemand zoveel lichtenergie zou bezitten, maar voor Machidiël is dit een makkie..." Hij zuchtte en keek naar mij, "Durf je het al aan om te vechten?"
      "Ik kan het proberen, mij lijken dit geweldige dummy's om op te oefenen." Ik grijnsde lichtjes en liet mijn zwaard langzaam tevoorschijn komen. Ergens diep van binnen wist ik wat ik allemaal kon bereiken, maar dit leek zich allemaal alleen maar onbewust te tonen. Azraël knikte alleen nog naar me toen ik opeens mijn vleugels liet verschijnen en er eens stevig mee afzette. Ze hadden gelijk toen ze vertelden over de krachtige vleugels van Sariël, want ik voelde de kracht van iedere slag die ik maakte. Al snel had ik door hoe ik mijn evenwicht moest behouden en met mijn volledige spanwijdte kon ik enorme snelheden behalen zonder er ook nog eens veel moeite voor te hoeven doen.
      Direct vloog ik op de zwarte schaduw af. Het ding leek me direct aan te kijken en ik voelde me een beetje ongemakkelijk door de negatieve energie, maar ik versloeg die donkere gedachtes al snel door mijn zwaard te heffen. Langs het lemmet gloeide een puur witte flux en ik concentreerde de energie nog even voordat ik mijn zwaard met al mijn kracht richting de demon sloeg.
      De felwitte energie sneed dwars door de duistere vertoning en stuurde hem terug de hel in met een laatste krijs. Het geschreeuw trok nog meer verschijningen en uiteindelijk moest ook Azraël de lucht inkomen om de vijanden in bedwang te houden. Hij riep zijn zeis op en hakte al meteen door een demon heen. Direct daarna liet hij zijn zeis weer in de kleine slingerbare versie veranderen, waarna hij het blad aan de ketting eventjes ronddraaide en vervolgens richting een rijtje demonen wierp. De dingen gingen bij een aanraking met onze energie al dood, maar jammer genoeg gelde dat niet voor de energie van de halfdemonen. De tweelingbroers en Circia hadden nogal wat moeite op de grond, maar ook zij waren geweldige krijgers. Ariviel trok zijn zwaard en Beaviel zijn speer, waarna de twee in harmonie werkten. Ariviel sloeg en verzwakte met zijn mes, Beaviel schakelde ze met een laatste dodelijke steek.
      Ook de verlegen Circia was een kunstige zwaardvechtster. Met maar liefst twee zwaarden wisselde ze haar aangebrachte klappen af. Dan een slag met links, dan eentje met rechts, daarna verdedigen met beide zwaarden, daarna de vijand zonder moeite van haar af krijgen en neersteken.
      Ik glimlachte vanwege het harde werk van de halfdemonen, maar focuste me toen weer op mijn eigen gevecht. Ik had het gevoel dat ik veel meer kon met mijn energie, en toen een groepje sterke demonen richting Azraël zweefden, verzamelde ik al mijn lichtenergie en gebruikte ik het puntje van mijn zwaard als een soort laserstraal, waardoor alle demonen rond ons wegvaagden door het licht.
      "Mooie, Sariël!"
      "Uh..." Ik moest nog even wennen aan mijn naamsverandering, maar ik glimlachte en knikte, waarna ik mijn wapen en vleugels liet verdwijnen zodra ik terug op de grond stond, "Ja, bedankt! Er lijken steeds meer dingen weer tot mij terug te komen."
      "Je titel ben je in ieder geval nog lang niet kwijt." Azraël lachte, waarna hij lichtjes fronste, "Maar ons vervoer zijn we nu wel kwijt... en we zijn die bossen nog niet eens door. Er is amper een weg hier, die drie kunnen niet vliegen en ik neem aan dat wij tweetjes geen drie man kunnen dragen. In ieder geval niet onopgemerkt. Dan hebben we nog die demonen... wat nou als ze in een sterkere vorm kunnen verschijnen, het zou onmogelijk zijn om ze met volle handen te bestrijden."
      "Mijnheer... Lightfield heeft toch een grote haven, niet?" Beaviel wenkte naar ons terwijl hij de stille Circia achterna liep. Wij volgden de boel en ontdekten een groot, onbemand schip, alhoewel de doodshoofdvlag wel wat vraagtekens opriep. Schichtig liepen we richting het voertuig, maar er leek echt geen hond op het schip te zijn.
      "Kom op, we hebben niet de hele dag de tijd!" Ariviel stapte met een grijns op de loopplank, maar toen hoorden we opeens een luid keelgeschraap. Achter ons stond een stevig gebouwde gozer van bijna twee meter. Hij had een stoppelbaard en zijn slordige haar was in een nog slordiger staartje vastgebonden. Om zijn schouders hing een bloedrode fluwelen jas en hij had een imponerende hoed. Ariviel grinnikte een beetje en ging uitlokkend op de plank staan, "Oh, en wie ben jij?"
      "Dat zou ik net zo goed aan jou kunnen vragen, addergebroed!" De man fronste en trok een hartsvanger uit de schede om zijn middel, waarna hij het zwaard richting Ariviel stak, "Jullie kunnen mijn bemanning verslaan, mij forceren om mijn schip aan te meren, maar niemand rooft een kapitein van zijn eigen schip! En al zeker geen demonen! Ik ken jullie soort, ik vaar al tijden langs Sirawien!"
      "Sorry, meneer, we wilden alleen-"
      "Dat zullen we nog wel eens zien!" Ariviel onderbrak grijnzend zijn tweelingbroer, waarna hij zijn zwaard liet verschijnen en op de zeevaarder afstapte, "Het is al een tijdje geleden sinds ik voor het laatst heb gevochten tegen een mens, maar geef mij vooral geen handicap, kapitein!"
      "Ariviel, we hebben hier geen tijd voor!", maar Beaviel werd al snel door de kapitein aan de kant geduwd, waarna de man grinnikte, "Dan zijn we snel klaar."

      Zonder onze toestemming, begonnen de twee te vechten. De man was zeker sterker, maar Ariviel had een voordeel met zijn snelheid. De twee leken een zwaardendans uit te voeren, soms de ene blokkerend, soms de andere, waarna ze naar elkaar lachten, "Jij bent niet slecht, hè?"
      "Jij ook niet, maat!" De kapitein grinnikte en wilde nog één laatste slag doen, maar toen kreeg Ariviel met klasse zijn zwaard uit zijn handen gewrongen, waarop de kapitein lachend zijn handen omhoog hield, "Goed, goed, waar moeten jullie landrotten heen?"
      "Lightfield, mijn beste heer." Beaviel deed nu weer een stapje naar voren, waarop de kapitein lachte, "Goed, maar dan moeten jullie wel helpen. Mijn bemanning is er niet meer, zoals je ziet. Die tweelingbroer met het zwaard, jij hebt lekker pit, jij mag bij de zeilen staan. Mannetje met het zwarte haar, jij hebt vast goede ogen!" Hij wees naar Azraël, "Jij mag in het kraaiennest gaan zitten en opletten of er iets aankomt. De twee vrouwtjes mogen wel gewoon op het dek rusten, maar het watje mag in de keuken werken en schoonmaken."
      "H-huh...?" Beaviel keek een beetje ongeloofwaardig op toen de kapitein naar hem wees, "Ik, het watje?"
      "Waarom sloeg je anders het gevecht over? Kom op, ik had jullie beiden wel in actie willen zien! Overigens lijken jullie ook verdomd veel op elkaar en wil ik jullie beiden niet tegelijk in mijn zicht hebben. Maar er is geen tijd voor gebabbel, kom aan boord! De wind staat geweldig vandaar en de stroming lijkt ook aan mijn zijde te staan!"

      Beaviel zuchtte lichtjes en keek sipjes op, waardoor Ariviel lichtjes glimlachte, "Wat zie je er vreselijk uit, ben ik blij dat ik niet op jou lijk."
      Direct veranderde Beaviels blik in dat van een hongerige predator, waarop Ariviel lachte, "Ach, broertje, het is maar één ritje. Het is niet alsof je je hele leven tot scheepsknaapje bent gedegradeerd! Ik wist altijd wel dat ik, de oudere broer, ergens beter in was. Het was alleen een kwestie van tijd wanneer dat ook echt zou blijken."
      "Ariviel. Wat zei ik over ijdelheid? Lucifer zelf is door zijn narcisme uit de hemel gevallen." Azraël fronste lichtjes en pakte de halfdemon bij zijn haren beet, waarna hij de oudere broer meesleepte om hem op zijn mieter te geven. Ik lachte zachtjes om het hele gedoe, maar Circia haastte zich achter Beaviel aan om hem te helpen in de keuken. Ik twijfelde eventjes wat ik nu moest gaan doen, maar uiteindelijk haalde ik mijn schouders op en ging ik bij de boeg staan om van het uitzicht te genieten. Naar Thule waren we in ieder geval al gevlogen, nu moesten we alleen het laatste stuk nog over het water afleggen.
      Ik was eerlijk gezegd wel benieuwd wat er met Lightfield was gebeurd en wat de demonen ervan gemaakt hadden. Ook hoe het met Chris, of Machidiël, ervoor stond... en wat Abaddon nou precies van plan was. Ergens moesten wel de antwoorden liggen van hoe Sariël en Machidiël, Christine en Christian werden. En waarom we geboren werden!
      Azraël leek genoeg te weten, maar hij pleitte geduld van me. Ik besloot het daar maar bij te laten en alle aandacht op mijn opkomende gevecht te vestigen. De vorige keer was het misschien niet gelukt, maar ik had gezworen Horace en Talon te wreken. En dat ging ik dus ook doen. Ik vroeg me eigenlijk ook af hoe het er nu aan toe ging met hen. Azraël had gezegd dat hij ze in zijn kantoor 'in bewaring' had gesteld, maar alles wat ik me daarbij kon voorstellen, was de angstige jongen en de ijdeltuit die in een soort wolkenkamer zonder deuren vast moesten zitten. Ik lachte een beetje om de gedachte, vooral omdat Horace dat nooit uit zou houden, helemaal niet met Talon als metgezel!
      Ik hoopte dat het allemaal goed kwam en ik er misschien iets aan kon doen om ze terug te brengen. Misschien, met een overtreding, kon ik ze terug tot leven wekken, zoals Azraël dat bij mij had gedaan. Ik was ook een engel des doods, dus ik had die gave ook! Één overtreding is het verdwijnen van je puurheid... maar wat is de tweede? Wellicht kon ik mezelf genezen voordat ik de ander tot leven wekte en dan kwam ik weer terug op overtreding nummer een? Ik staarde een beetje naar de lucht om mijn snode plan uit te werken, maar toen zag ik opeens Azraëls ijzige staar die recht vanuit het kraaiennest op mij gericht was. Het leek alsof hij door had wat ik allemaal stond te plannen, dus ik gaf een ongemakkelijke glimlach en probeerde de gedachten uit mijn hoofd te zetten.
      Ik was een engel, in Godsnaam, waarom had ik dan zulke zondige gedachtes?! Ik haalde mijn schouders op en draaide me weer richting de oceaan. Eerst zou ik de slechterik verslaan, en dan kwam het echte moeilijke gedeelte pas, maar dit keer had ik er ook echt vertrouwen in dat het zou lukken.

Reacties (1)

  • Helvar

    Oh, hiervoor had je de naam van een piratenzwaard nodigxD

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen