Foto bij 22 - Perishing The Fool, To Hell and Beyond

Ach, ik heb echt een hectische week gehad! Sollicitatiegesprekken, introductiedagen, proef-werkdagen, weken met bijna full-time werken, noem het maar op:O

Dan vind ik het eigenlijk wel rustgevend dat ik eindelijk weer mag schrijven:)

Dit vind ik overigens een heel mooi nummer voor tijdens het binnenvaren van Lightfield haha

Mehhhh en ik ben boos, want ik was nét te laat met het kopen van kaartjes voor abunai...:(en mijn vriendinnen gaan wel! Nou ja, misschien ga ik nog op zondag als twee vrienden van me meewillen, zit ik wel met alleen jongens opgescheept haha

      "We zijn er bijna!" De kapitein schreeuwde naar ons, waardoor we een beetje wakker schrokken uit onze gedachten. De laatste vijf minuten zorgden voor een enorme spanning onder ons en onze concentratie was dus ver te zoeken wanneer het niet over de vijand ging.
      "En weldra begint het eindgevecht... Nerveus?" Azraël keek een beetje bezorgd naar me, maar ik glimlachte alleen maar en schudde met mijn hoofd, "Als aartsengel heb ik vast ergere dingen voor mijn neus gehad."
      "Dat is waar, maar een paar gezonde zenuwen mogen wel gevoeld worden, hoor." Hij glimlachte ook, waarna hij zuchtend naar de donker wordende lucht keek, "Terwijl jij tegen Abaddon zal strijden, zal ik Machidiël onder handen nemen... Licht kan hem niet doen verdrijven, ik zal wel moeten improviseren."
      "Mijnheer, wat nou als wij hem doden en u hem naar de hemel begeleidt voor zijn reïncarnatie?" Ariviel keek Azraël vragend aan, waarna de engel des doods knikte en glimlachte, "Geweldig idee, jullie zijn half demon, tegen jullie is hij niet immuun."
      "Weldra naderen we de haven..." Circia kwam een beetje naar voren geschoven, waarna ze naar de pikzwarte donderwolken rond de eens zo wondermooie stad staarde, "Wat een duistere energie, het geeft zelfs halfdemonen een negatief gevoel van binnen..."
      Zodra ze het zei, voelde ik de gevoelens ook opkomen. Zwakte, treur, hopeloosheid... het was vreselijk. Waar kwamen deze gevoelens vandaan? Waren dit de emoties van Abaddon? Wat een wrede dingen had hij meegemaakt dan... Verbannen naar de hel, ik hoopte dat hij een geldige reden daarvoor had en het niet door een misverstand kwam.
      "Sariël..." Azraël zuchtte en keek me met een serieuze blik aan, "Er is nog iets wat ik je moet vertellen. Toen Abaddon verbannen werd, was jij degene die hem naar de hel zond. God strafte hem en jij maakte de executie af."
      "Wacht, wat?" Maar voordat ik die twee woorden had gesproken, zagen we de vergulden poorten van Lightfield dichterbij komen. De volledig automatische havendeuren gingen voor ons schip open en we vaarden de grote grachten binnen. De hele stad lag nog in ruïnes door de slag om Lightfield van 10 jaar geleden, maar veel tijd om het te aanschouwen hadden we niet. Direct kropen er allerlei duistere verschijningen uit de grond en fronste Azraël toen hij de demonen zag. Snel sprongen we vanaf het schip op de kade en renden we richting het paleis van Lightfield. De vermorzelde huizen en het rondslingerende puin deden me terugdenken aan mijn menselijke herinneringen, waardoor ik me toch wel een beetje betreurd voelde. Dit was vroeger ook mijn woonplaats en ik kon me nog herinneren hoe de muurschilderingen de hele stad versierden.
      "Daar zijn ze, boven het paleis." Azraël wees naar de twee figuren boven de hoogste toren en de stormwolken die vanuit hun de lucht in leken te gaan, waarna hij naar mij keek, "Ben je er klaar voor?"
      "Het zal wel moeten..." Ik nam even diep adem en keek naar Abaddon in zijn engelenvorm, het gevecht kwam steeds dichterbij en nu begon ik toch wel twijfels in mijn eigen krachten te hebben. "Je kunt het, Sariël, het is niet de eerste keer dat je hem verslagen hebt." Met een glimlach liet hij zijn vleugels verschijnen en steeg hij op, waarna hij vanuit de lucht op ons neerkeek. "Ik probeer Machidiël en Abaddon uit elkaar te drijven, jij gaat je doel achterna, Ariviel en de rest zorgen ervoor dat de demonen buiten onze gevechtszones blijven!"
      "Begrepen!" Zodra de halfdemonen dat zeiden, verspreidden ze ze over de stad en kwamen de overige troepen uit Onawien ook al in de verte in zicht. Ik beet nog even in mijn lip, maar knikte toen ook, waarna ik mijn vleugels liet verschijnen en richting het paleis vloog. Mijn zwaard trok ik alvast om de duistere verschijningen om me heen te verslaan, maar voordat ik de schaduwen kon raken, zweefde Beaviel al naast me, "Ga, wij handelen deze kleintjes wel af."
      Meteen knikte ik opnieuw, waarna ik eens krachtig met mijn vleugels afzette en richting de verbannen engel vloog. Voordat ik aankwam, schoot Azraël tussen de twee gevleugelde figuren in, waarna hij Machidiël met één hand bij zijn hoofd pakte en als de bliksem een aantal meter verderop vloog, waarna hij zich samen met de engel in een zwarte kubus opsloot. Abaddon fronste en wilde erachteraan, maar ik hield mijn hand omhoog en deed precies hetzelfde, waardoor ik nu ook in een kubus met hem opgesloten zat.

      "Een gevangenis van licht, Sariël? Wat geweldig dat je dat weer allemaal kan, meid."
      "Abaddon..." Ik fronste en hield mijn zwaard voor me, "Ik ga je terug naar de hel sturen, waar je thuishoort."
      "Oh? Je gaat me wéér proberen te verslaan? Ik voel me zo vereerd om opnieuw door jouw heilige zwaard gekruisigd te worden, oh Sariël, brenger van het licht! De allerbeste engel die er is! Geen ander is zo sterk en puur en mooi en vereerd als onze lieve schone mooie Sariël! Zeker heb je je hele bestaan lang al zulke opmerkingen gehoord, maar jij wordt daar niet voor gestraft, hè?! Ik zeg één keer dat ik mezelf beter, sterker, dan een andere engel vind, veel en veel beter dan die stomme en zwakke mensen, maar wat gebeurt er met mij?! Ik word verbannen, in de gloeiendhete vuren van de hel gedumpt vanwege hoogmoed en trots. Nou, nu ga ik jullie eens laten zien dat ik werkelijk sterker en beter dan jullie ben! En dan zullen jullie voor altijd branden in het diepste van mijn hel!" Met een grom liet hij een enorm vagevuur om ons heen verschijnen. Alle muren van de kubus stonden nu in brand en ik moest blijven vliegen om het gloeiendhete vuur te ontwijken.
      Abaddon lachte maniakaal en liet zijn pikzwarte drietand verschijnen, waarna hij die met een gestoorde grijns op mij richtte, "Sterf en brand, oh Sariël, eerst boet jij voor wat je mij hebt aangedaan, daarna vernietig ik deze miezerige wereld met al je geliefde mensen erbij! Ik creëer een nieuwe wereld, waar ik god zal zijn en alles beter zal worden!"
      "Je bent gek in je hoofd!" Ik kneep een beetje in het handvat van mijn zwaard, waardoor Abaddon het weer uitschaterde, "Gek?! Ik?! Jullie zijn gek omdat jullie denken dat jullie deze wereld kunnen redden, terwijl hij al door God in de steek is gelaten! Welke schepper stuurt nou enkel een klein meisje en een tweedegraads Magere Hein op pad om een gehele wereld te redden?! Jullie waren al verslagen voordat jullie hieraan begonnen! Maar het is nu te laat om terug te keren, laat deze vlammen bepalen wie staat en wie verliest!"
      "Als het zo moet..." Ik liet mijn lichtenergie door mijn zwaard vloeien en Abaddon grinnikte toen hij de kracht voelde, "Ja... gooi alles er maar uit! Ik ga dit jou ook niet makkelijk maken!" Hij liet een vlammende energie door zijn drietand stromen en hield die mijn richting op, "Moge jullie engelen in het diepe van de hel branden!"
      "Hier is waar het eindigt." Met een frons zette ik me af en vloog ik naar hem toe terwijl ik mijn zwaard gereed hield om hem te raken, maar op het laatste moment grinnikte hij opeens en stak hij met een bovennatuurlijke snelheid zijn drietand mijn richting op. Net op tijd kon ik wegkomen, maar ten koste van mijn been, waaruit nu een felrode straal bloed droop. Ik gromde lichtjes door de brandende snee, waardoor Abaddon lachte, "Doet het zeer om met zo'n onheilig wapen gestoken te worden, Sariël? Geen zorgen! Blijf nog een paar seconden in deze kooi met mij en ik zorg ervoor dat alles weggaat!"
      "Zwijg...!" Boos keek ik naar de gevallen engel voor me. Op dit moment leefde hij nog van Machidiëls energie en was het minst gezegd moeilijk voor mij om hem te verslaan... dat betekende dat ik het alleen maar moest uithouden totdat Azraël klaar was met zijn gevecht, en dat kon ieder moment gebeuren.

      "Wat is er? Ga je het opgeven, meisje?!" Hij lachte me uit, maar net op dat moment vloog ik naar voren en stak ik mijn zwaard richting zijn gezicht. Op het nippertje gebruikt hij zijn drietand om mijn zwaard weg te duwen, maar het lukte me alsnog om hem een snee langs zijn wang te geven. Pijnlijk kreunde hij en nam hij een paar stappen achteruit om te herstellen, waarna hij hijgde en me geschrokken aankeek, "Nee, ik ben immuun voor lichtenergie! Machidiël heeft mij die kracht gegeven!"
      "Ook Machidiël is niet onsterfelijk."
      "Onmogelijk! Jullie monsters!" Hij brulde toen Machidiëls kracht langzaam zijn lichaam verliet, waarna hij weer zijn ware vorm begon te tonen. Eventjes doken er herinneringen op van toen ik zijn ware vorm met Horace en Talon probeerde te verslaan, maar ik duwde de emoties weg en zette ze om in wilskracht om Abaddon te verslaan, "Abaddon, jouw tijd is voor-!"
      "Niet als het aan mij ligt!" Met een grom maakte hij de transformatie compleet, waarna hij mijn kooi stuksloeg en met een hand naar mijn hoofd greep, "Als ik terug naar de hel ga, ga jij mee!"
      Onder ons opende zich een groot gat en ik zag enkel nog Azraëls bezorgde gezicht toen hij me aankeek terwijl hij Machidiël reinigde, voordat Abaddon een van zijn klauwen naar mijn gezicht uitstak en me bij mijn hoofd naar beneden sleurde.
      Ik krijste en probeerde me los te wurmen terwijl ik mijn vleugels spreidde om het eindeloze vallen te stoppen, maar hij was veel te sterk nu. Zonder mijn lichtenergie kon ik bijna niks en hier in het duister voelde het alsof alles van me werd weggenomen. Ik keek verward op toen Abaddon me opeens losliet, maar direct nadat ik mijn concentratie een beetje verloor, greep hij me bij mijn middel en zorgde hij ervoor dat ik recht op de grond stortte, met hem bovenop me.
      Ik schreeuwde toen ik tegen de grond te pletter viel en gebruikte mijn vleugels als een soort landkussen, waarna ik ze na het hevig krakende geluid meteen terugtrok voordat ik de pijn kon voelen. Ik kroop onder de demon vandaan en hijgde lichtjes, waarna ik mezelf genas en snel mijn omgeving inspecteerde. De plek leek op een duistere grot, het enige licht kwam van de gloeiendhete vuren die de plaats omsingelde en op de plekken waar het vuur minder dicht was, stonden hondsdolle helhonden klaar om de gedoemden tegen te houden.
      Rondom me verschenen allemaal felgele ogen, de ogen van de bewoners van deze plek. De ware demonen die ooit uit de hemel gevallen waren vanwege hun daden en de straf hier beneden uit zaten. En allen hadden ze een enorme hekel aan de engelen die nog daarboven mochten leven, vanwege hun hypocriete kuisheid en pure ziel. Ik kon de miljoenen hongerige grijnzen niet eens aanzien voordat er al eentje grinnikend richting mij kwam gesprongen.
      Met een grom liet ik mijn vleugels verschijnen en hield ik mijn zwaard weer in mijn handen. Bedreigend liet ik mijn lichtenergie zien, waardoor er een aantal krijsend op de grond neerbogen en snel weg scharrelden toen ik ze aankeek. De rest keek me nonchalant aan, maar verroerden zich niet toen ik me omdraaide om naar Abaddon te kijken.
      "Indrukwekkend, voor zo'n hersenloze engel weet je me toch altijd weer te verrassen."
      "Jij was ooit ook een engel, Abaddon..."
      "Inderdaad! En ik zou er nog een zijn als jullie er iets aan hadden gedaan! Maar nee! Die reddende engelen die komen alleen maar van hun luie reet af als er iets moois en puur te redden valt, maar ik?! Ik word gewoon achtergelaten in de hel en bij mijn enigste ontsnapping harteloos teruggestuurd! Door jou, omdat de duistere energie al teveel invloed op me had gehad! Nou, die duizend jaar hebben mij iets geleerd en nu zal jij hetzelfde leren nu ik jou hier opsluit, Sariël! Jij gaat nu meemaken waar je mij in hebt laten belanden al die jaren geleden, terwijl ik van Gaieth mijn nieuwe oord maak. Voor mij en alle andere demonen!"
      "Dat ga ik je niet zomaar laten doen!" Met een frons spreidde ik mijn vleugels in een offensieve houding, waarna ik mijn zwaard eens stevig vastgreep en hem richting Abaddon stak, "Al blijf ik hier voor eeuwig opgesloten, niemand verlaat deze plek, en zeker jij niet! Ik heb nog mensen die ik moet wreken... en dat zal ik ook doen zolang ik nog in leven ben!"

Reacties (1)

  • Helvar

    Geveeeeeest! Het handvat van een zwaard heet een gevest!:P
    Maar go Christine/Sariël! :') Ben erg benieuwd hoe dit gaat aflopen, nu ze in zijn hel zit.

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen