Foto bij Liefdesvlees - hoofdstuk 1, deel 6

Ik moest eerlijk bekennen dat ik nog nooit zo zenuwachtig in mijn hele leven ben geweest. Mijn knieën knikten lichtelijk, ik was een beetje licht in mijn hoofd en mijn hart beukte hevig tegen mijn ribben. Maar hé, dat kon natuurlijk ook de drank zijn.
Na nog even snel langs mijn lippen gelikt te hebben, tilde ik mijn hand op en tikte de jongen vliegensvlug op zijn schouder. Ik dacht dat ik er maar beter meteen vanaf kon zijn, want ik wist van mezelf dat ik anders terug zou krabbelen. Ik was zo’n schijterd.
Toen de jongen zich dan ook naar me omdraaide en ietwat nieuwsgierig doch verrast zijn wenkbrauwen optrok, dacht ik dat ik terplekke van mijn stokje zou gaan. Ik zocht naar woorden en probeerde snel na te denken, maar uiteindelijk kwam er weinig zinnigs uit.
‘Eh, hoi,’ stamelde ik dan ook ongemakkelijk. De jongen knikte beleefd en groette me terug, om vervolgens zijn blik weer af te wenden. ‘Ik, eh..’
Ik gaf mezelf een denkbeeldige schop onder mijn kont en schraapte mijn keel toen maar. Waarom was ik toch zo vreselijk bang aangelegd? Hoe moeilijk kon het zijn om een jongen aan te spreken en hem te bedanken? Hij was vreselijk knap, dat dan weer wel, maar ik was dan toch alleen maar beleefd? O, goeie God, Rose!
‘Ik wilde je bedanken,’ flapte ik er dan ook maar uit. De jongen richtte zijn blik weer op mij en leek nu nog verbaasder dan daarnet. Ik had toch wel de goede jongen voor me? Ja toch, zeker? Ja, dat moest wel. Zo’n leuke jongen zou ik heus niet vergeten.
‘Mij bedanken? Waarvoor?’ was zijn nuchtere antwoord, een ietwat scheve glimlach rond zijn lippen. Hij leek het niet gewend te zijn dat mensen hem bedankten.
‘Het feit dat je die jongens af heb geschrokken, laatst bij de supermarkt,’ ratelde ik er snel achteraan. De jongen dacht even na, trok zijn wenkbrauwen op en knikte toen.
Hij keek me nog even aan, voordat hij zijn drankje achterover gooide en ineens bij me wegliep. Nogal verbaasd staarde ik hem na, niet helemaal begrijpend waar het zojuist mis was gegaan. Had ik iets stoms gezegd? Had ik er dom uitgezien, wanhopig misschien? Of had ik soms iets op mijn gezicht?
Toen ik mijn blik door de menigte liet gaan, zag ik hem heel even naar me kijken, maar toen onze blikken kruisten, klapte hij zijn kaken op elkaar en keek nors weer weg.
Ik veegde even met de palmen van mijn handen langs mijn gezicht, maar trok mijn wenkbrauwen op toen ik me realiseerde dat het niet bij mij lag. Het lag bij hem. En niet zo’n klein beetje ook. Ik snapte geen hol van zijn plotseling veranderende gedrag jegens mij.
Opeens voelde ik me een beetje op mijn tenen getrapt. Ik had hem bedankt, en hoewel we niet ineens dikke vrienden hoefden te worden, had hij toch op zijn minst iets kunnen zeggen? Weet ik veel. Hij gedroeg zich zo raar.
Voordat ik het zelf goed en wel in de gaten had, begonnen mijn benen al te bewegen en baande ik me een weg tussen de mensen door. Zijn vreemde gedrag van zowel nu als de manier waarop hij keek voordat hij laatst wegscheurde op zijn motor bleven maar door mijn hoofd spoken. Waarom ik me beledigd voelde, wist ik niet eens, maar ik had het gevoel dat ik er wat van moest zeggen. De drank was me duidelijk naar het hoofd gestegen.
Met grote passen stapte ik op de gespierde, maar vooral lange jongen af en kruiste mijn armen toen ik voor hem ging staan. Eén van zijn vrienden droop af en verdween in de menigte, mij en de jongen daar achterlatend.
‘Mag ik vragen wat jouw probleem is?’ vroeg ik voordat ik in de gaten had waar ik nu eigenlijk mee bezig was.

Reacties (1)

  • Efflorescence

    Haha. Priceless. Nu ben ik wel heel erg benieuwd naar zijn reactie.

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen