Foto bij O14 | Dae

Vraag 1.
Hoe is Aya uit Duath slecht geworden?

Die is behoorlijk moeilijk, aangezien ik hier op een aantal verschillende manieren tegenaan kijk. Ik wil eerst even vermelden dat ik dit verhaal al een stuk langer in mijn hoofd heb dan zijn voorganger, dus het is niet noodzakelijk die te lezen omdat hij voornamelijk opbouw bevatte naar dit verhaal. Als je de langzame weg naar haar duister-wordend-heid wil lezen, raad ik je aan om mijn Hobbit-story Undómë te lezen. Omdat dat wel al een aantal hoofdstukken telt, heb ik er alle begrip voor dat je die niet wil lezen (ik zou er zelf ook niet aan beginnen, lol) dus onder de spaties heb ik een samenvatting. Voor de lezers van Undómë (of Darkness Beckons), dit wijkt deels af van dat verhaal omdat ik hier de originele verklaring voor ga geven, en niet degene die ik in de uiteindelijke versie van DB heb gebruikt, hoewel die ook op dit verhaal aansluit.



Dus. Aya Faënonighean is voortgekomen uit een - zoals Ashtonator het graag noemt - een one night stand tussen een elfenhoer en een tot nu toe onbekende mens. Het kan zijn dat ik in een van de vorige hoofdstukken een hint heb gegeven wie, maar ik ben nu even te tam om dat op te zoeken. Ondanks haar twijfelachtige afkomst besloten de elfen van Mithlond om de halfelf in hun gemeenschap op te nemen en op te voeden.
Al gauw werd het kind gedumpt bij een elf die niet echt veel om het vreemde meisje gaf. Kleine Aya ontsnapte vaak uit het huis waar ze ondergebracht was en liep dan weg. Op één van deze tochten kwam ze een man tegen, die beweerde dat hij haar vader kende. Omdat hij er behoorlijk eng uit zag was Aya bang en brak ze zijn arm. Ze was toen tien jaar.
Vanaf dat moment bekeken de elfen van Mithlond haar met andere ogen. Al snel werd duidelijk dat ze buitengewoon sterk was, wat de elfen beangstigde. Ze probeerden haar zoveel mogelijk overal buiten te sluiten, terwijl de elfenheer Círdan haar grondig onder de loep nam om te zien of ze misschien zou kunnen worden ingezet als wapen.
Natuurlijk raakte Aya uiteindelijk in haar puberteit - ze is ten slotte half mens - en zette ze zich hiertegen af. Ze zwierf rond buiten de elfengemeenschap, in de naburige mensendorpjes en kwam daar een mensenmeisje tegen, Vean die er net zo oud uit zag als zij. Ze raakten bevriend, ondanks het feit dat de andere elfen hun vriendschap maar niets vonden en de jaren vlogen voorbij. Aangezien Vean menselijk was, hadden deze vat op haar en stierf ze uiteindelijk. De elfen besloten dat het tijd was om in te grijpen en probeerden Aya van Veans lichaam weg te houden.
Aya raakte hierdoor erg van streek en liep weg, ze besloot om naar Rivendel/Imladris te gaan omdat dat gebied geregeerd werd door een halfelf. Maar ze vond de toegangsweg naar Rivendel niet, en belandde dus in de Nevelbergen/Hithlaigin, waar ze Saurons geest, de Duistere, Fluisteraar tegen kwam.
En na enkele jaren van spartelen en tegenstribbelen, omarmde Aya uiteindelijk het duistere in zichzelf. En dan gaat dit verhaal ongeveer van start.


Andúnë zwaaide haar benen over de bedrand heen en haalde haar vingers door haar zilveren haren. Toen haar vingers verstrikt raakten tussen haar klitten, besloot ze haar haren maar in hun ongekamde toestand te laten en stond ze op. Uit de kist aan haar voeteinden haalde ze één van de jurken die Arwen voor haar had laten maken - eenvoudig blauw met een zilverachtige riem - en trok ze deze aan. Haar rok streek ze even glat voor ze naar de deurklink reikte. Het was al erg genoeg dat het leek alsof er een nest woelmuizen in haar haren leefde, besloot ze grimmig, ze moest er niet uitzien alsof ze haar ganse leven al door het woud had gedwaalt.
De hallen van Imladris leken wel verlaten. Andúnë's geïrriteerde zucht was het enige dat de stilte doorbrak.
Ver kunnen ze niet zijn. Ze moeten ergens in het gebouw aanwezig zijn.
Ze klakte met haar tong. Een groep Elfen, mensen, dwergen en vermoedelijk ook hobbits vinden bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Toch zette ze er stevig de pas in en passeerde ze hal na hal en kamer na kamer. Dan hoorde ze de welbekende stemmen van Elrond Peredhel en Mithrandir. Ze ademde opgelucht diep in en opende de deuren die de geluiden van het binnen verzamelde gezelschap dempten. Het gesprek viel onmiddellijk stil toen ze de kamer binnen kwam.
'Ga maar verder', zei ze kalm, 'Het was niet mijn bedoeling om te storen.' Ze ging naast Gloín op een bank zitten en keek onschuldig in het rond. Wanneer ze zag hoe Aragorn haar onderzoekend bestudeerde, keek ze snel weg aangezien ze vreesde dat hij de uitgekookte blik in haar ogen zou opmerken. Dit was het dan. Het moment waar Hij haar voor gewaarschuwd had.
Ze herkende in het gezelschap een Elf uit Mithlond en de jonge dwerg naast haar leek zo erg op Gloín dat deze wel diens zoon moest zijn. Ook enkele anderen gezichten herkende ze, namelijk dat van Frodo, Bilbo's neef en dat van Legolas, de zoon van Thranduil van het Demsterwold.
Hij staarde haar strak aan, met een ernstige, trotse blik in zijn ogen. Geen een van de aanwezigen had haar hier verwacht, dat was wel duidelijk. Gloín was de eerste die weer sprak, langzaam, met een half oog op de halfelf naast hem.
'De Zeven zijn voor ons al verloren, als Balin Thrórs ring niet heeft gevonden in de hallen van Moria. Ik kan onthullen dat Balin in de hoop deze laatste Ring der dwergen te vinden, vertrokken was naar daar.'
'Balin zal geen enkele Ring vinden in Moria', sprak Gandalf en Andúnë kneep haar ogen tot spleetjes. Balin zal helemaal niets vinden. Balin is heengegaan.
'De Ring werd doorgegeven aan Thráin, zijn zoon, maar deze werd hem in Dol Guldur afgenomen. Ik kwam te laat.'
'Ach helaas!' riep Gloín uit. 'Wanneer zal de dag van onze wraak aanbreken? Enkel de Drie van de Elfen zijn er nog. Bewaren de Elfenheren deze machtige Ringen dan niet? Worden zij dan niet gebruikt?'
Nu nam Elrond het woord. 'De Ringen der Elfen zijn niet werkloos, maar ze worden niet gebruikt als wapens voor oorlog of verovering. Daarin ligt hun macht niet. Al kunnen we niet met zekerheid zeggen of hun macht verbroken wordt wanneer de Ene wordt vernietigd.'
'En zo komen wij weer op Zijn vernietiging uit. Welke kracht hebben wij om het Vuur te vinden waarin deze werd gesmeed? Het pad dat wij zullen volgen zal dat van wanhoop of van dwaasheid zijn.' Dat zei de Elf die van Mithlond afkomstig is.
Gandalf schudde zijn hoofd. 'Wanhoop is voor hen voor wie het einde zonder twijfel vaststaat. Laat dwaasheid onze dekmantel zijn, een sluier voor de ogen van de Vijand! In zijn hart en hoofd zal nooit opkomen dat iemand de Ring zou kunnen weerstaan. Wij moeten de Weg afleggen, al zal hij bijzonder moeilijk zijn.'
'Ik zal gaan!' riep Frodo. Hij ging rechtstaan en de aanwezigen keken de Hobbit verbaasd aan. 'Maar ik ken de weg niet.'
'Ik zal je daarbij helpen, Frodo Baggings', Gandalf legde zijn hand op Frodo's schouder en keek Andúnë Gurthang priemend aan, alsof hij haar met zijn blik uitdaagde. Ze bleef echter naast Gloín zitten en vertrok geen spier. Dan stond Aragorn recht, en bood Frodo zijn zwaard aan. 'Bij mijn leven of dood, ik zal je beschermen. Je hebt mijn zwaard.'
'En mijn boog.'
Gloín's zoon Glimli sprong recht en beende naar de hobbit toe. 'En mijn bijl!'
Andúnë fronste haar wenkbrauwen toen ze naar de grond keek. Ze herkende onmiddellijk de typische smeedkunst van de dwergen, hoewel dit blad in duizend stukken was versplinterd. Ze boog zich naar Gloín toe. 'Ik mag maar hopen dat dat daar zijn bijl niet is.'
'Andúnë. Je weet best dat hij het niet op die manier bedoelt.'
Nog een man van Gondor sloot zich aan bij het gezelschap, net als enkele vrienden van de hobbit, iets wat Elrond niet echt leek te waarderen.
Als de anderen de ruimte verlieten, bleven enkel heer Elrond en Andúnë Gurthang achter.
'Wens jij mee te gaan met dit gezelschap?' vroeg Elrond uit oprechte nieuwsgierigheid.
Andúnë schudde haar hoofd en keek naar de grond. 'Ik heb niet het verlangen om aan hun tocht deel te nemen, heer.'

Reacties (7)

  • Schack

    Gloín's zoon Glimli springt recht en beent naar de hobbit toe. 'En mijn bijl!'
    Aya fronst haar wenkbrauwen als ze naar de grond kijkt. Ze herkent onmiddellijk de typische smeedkunst van de dwergen, hoewel dit blad in duizend stukken is versplinterd. Ze buigt zich naar Gloín toe. 'Ik mag maar hopen dat dat daar zijn bijl niet is.'
    'Aya. Je verpest het moment.'


    Oh, ik hou zo veel van Aya. x3

    4 jaar geleden
  • Butterflygirl

    Serieus, het valt me nu pas op, maar er staat een foutje in. Er staat gimli's zoon springt op maar het moet zijn gloin's zoon gimli springt op of gimli springt op :3 sorry als je dit irritant vind...goed verhaal!

    4 jaar geleden
  • Glorfindel

    ashto!
    wat een woord gebruik! (oké, de mijne is ook de schoonste niet maar kom)
    en aya is geen idioot schepsel, gewoon een beetje badass

    5 jaar geleden
  • DeroGoi

    Hehe de reactie van Ashtonator is geweldigxD
    Zeer 2 leuke hoofdstukjes, snel verder alsjeblieft!!!!! x

    5 jaar geleden
  • Vega

    Volgens mij heeft Aya geen respect voor het moment of in elk geval boeit het haar niet

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen