Foto bij O15 | Dae

Vraag 2.

Waarom is de hemel blauw?

Dat leer je in het vijfde middelbaar, jongedame! Maar goed...
      De lucht zelf straalt geen licht uit, want 's nachts is de hemel zwart. Er moet dus een lichtbron aanwezig zijn om de lucht blauw te laten oplichten. Die lichtbron is natuurlijk de zon.
      De zon straalt van oorsprong wit licht uit. Dat wit licht bestaat uit alle kleuren van de regenboog. Als het witte zonlicht invalt op de minuscule luchtdeeltjes van onze dampkring, wordt dat licht in zeker mate verstrooid in alle richtingen. Een soortgelijk verschijnsel doet zich 's nachts voor als we tijdens een mistige nacht kijken naar een lantaarn. Het licht van die lantaarn lijkt dan niet alleen te komen van de lichtbron zelf, maar ook een beetje van de omgeving: het licht wordt (door de fijne mistdruppeltjes) verstrooid.
      Nu is de verstrooiing van licht afhankelijk van de golflengte, dus van de kleur. Licht van een kleinere golflengte wordt beter verstrooid dan licht van een langere golflengte. Het blauwe licht wordt dus het best verstrooid, groen al wat minder, en rood het minst van allemaal. Het resultaat: de hemel kleurt hemelsblauw.
      Omdat het witte zonlicht dus een beetje van zijn kleur is kwijtgeraakt (het blauw is verstrooid), ziet die zon er van op aarde iets anders uit. Wit min blauw is gelijk aan geel. En inderdaad, wij zien de zon een beetje geel.


Die avond was de sfeer in Imladris niet zo ontspannen als normaal. Aan de meeste Elfen viel er niets vreemds op te merken, die lachten en zongen nog zoals vanouds. Maar anderen waren nerveus, keken met grote ogen in het rond en leken zelfs bang.
Arwen Undómiel was enkel kwaad.
Ze beende met grote passen heen en weer door haar vertrekken en aan haar gezicht te zien, kon ze haar prachtige haren wel uit haar hoofd rukken. Andúnë Gurthang zat op de grond, naast een tafel met een grote fruitmand op, naar de handelingen van de andere halfelf te kijken. Ze plukte ongemerkt een bolle druif van een takje en stak deze in haar mond. Ze verslikte zich bijna toen Arwen zich met een bruuske beweging omdraaide en haar stem verhief.
'Wat haalt hij nou in zijn hoofd? Mijn vader leek net een beetje bij te draaien - en nou moet hij natuurlijk op een levensgevaarlijke queeste vertrekken.'
Ze keek Andúnë op zo'n meelijwekkende manier aan dat deze de druif in één keer doorslikte zodat ze haar vriendin kon troosten. Het druif leek haar luchtpijp even dicht te duwen, waardoor ze naar adem moest happen.
Dan ging ze recht staan en legde ze haar arm om de Elfenprinses heen. Ze klopte haar wat onwennig op de schouder. 'Hij wilt gewoon zeker zijn dat deze reis tot een goed einde word gebracht. Hij trekt zich het lot van de Ring erg aan.'
Arwen zuchtte en sloeg haar ogen ten hemel terwijl ze met haar voet nerveus op de grond tikte. Andúnë bedacht dat ze nu eigenlijk wel leek op een klein kind dat haar zin niet kreeg. 'Hij weet toch heus wel dat hij niet is zoals Isildur. Hij stijgt ver boven hem uit, ik ben er zeker van dat hij nooit zou proberen de Ring voor zichzelf op te eisen. Bovendien... Wat als hij sterft? Verwacht hij dan dat ik naar de Onsterfelijke Landen vertrek en hem vergeet?'
De deur zwaaide met een klap open en Aragorn kwam naar binnen gebeend. 'Arwen', mompelde hij terwijl hij haar fijne gezicht tussen zijn grove handen nam en zijn lippen op de hare drukte.
Andúnë besefte erg goed wanneer ze het vijfde wiel aan de wagen was en sloop behoedzaam naar buiten. De deur sloot ze - de passie en het verlangen die die ruimte gevuld had zou wel eens voor het ongemak en gêne van een voorbijganger kunnen zorgen.
Daarna dwaalde Andúnë alleen door Imladris' gangen. Het gelach en gezang van buiten weerkaatste spookachtig op de muren. Het leek wel alsof de vreemde galm uit de beelden afkomstig was.
Er waren dingen aan het veranderen, bemerkte de halfelf. Macht was aan het verschuiven, maar wist nog niet welke kant hij op wilde gaan. De Ring bepaalde mee wie de volgende heerser wordt, maar...
'Ik had niet verwacht jou hier te zien.' Haar spieren spanden zich aan en ze drukte haar schouderbladen onmiddellijk stevig tegen de muur aan, zodat ze in een beschermende houding stond. Ze ontspande deels als ze zag dat het slechts een Elf was die op haar af kwam gewandeld. De vallende schemer bemoeilijkte het haar hem te herkennen - lange blonde haren waren geen uitzondering in Imladris - al deed zijn stem wel enkele belletjes rinkelen. 'Legolas Thranduillion. Je gaat op een lange tocht, heb ik gehoord en gezien.'
De Elfenprins verzette geen voet meer en kantelde zijn hoofd schuin als een vogel terwijl hij haar in zich op nam. 'Het is een belangrijke tocht met een eervol doel. Ik had verwacht dat jij je er ook wel voor zou opgeven. Mithrandir, Gloíns zoon, Bilbo's neef,... Het lijkt wel alsof elk ras een gezant stuurt die dicht genoeg bij de fout van zestig jaar geleden staat.' Andúnë lachte zachtjes.
'Van het laatste gezelschap waar ik mee reisde zijn er van de veertien zeven gestorven. Jouw gezelschap kan elke man gebruiken.' Al kon ze niet zeggen dat ze de mens van Gondor erg vertrouwde. Ondanks zijn trots had hij een verraderlijk hart - en een erg hoog potentieel om als eerste heen te gaan. 'Bovendien hecht ik geen belang aan de eer die deze reis me zou kunnen brengen, al heeft jouw familie eer en trots altijd erg hoog aangeslagen. Denkt je vader er ook nog steeds zo over?' De jaren hadden ervoor gezorgd dat ze zijn vader kalm ter sprake kon brengen, al merkte ze tot haar ongenoegen dat haar hart in haar borstkas schrijnde. Legolas was haar vriend geweest, al die jaren terug, en hoewel ze Thranduil niet zo zou benoemen, had hij haar beter begrepen dan wie ook. Maar dat was zestig jaar geleden, en langs beide kanten was er in die tijd genoeg gebeurd om die vriendschap te verbrijzelen. Ze hoefde Legolas' gezicht niet te zien om te weten dat deze donkerrood aanliep van kwaadheid.
Hij liep naar haar toe en drukte haar tegen de muur. Andúnë tilde haar hoofd op, haar ogen blikkerden gevaarlijk en brutaal in de zijne. Zijn prachtige, gehate ogen die hij van Thranduil had geërfd. Zijn adem blies warm tegen haar oor aan. 'Eens vertelde ik je dat de Elfen je bij onze volgende ontmoeting met open armen zouden ontvangen en je geliefd zou zijn. Ik zat fout.' Hij liet haar los en liep zonder zich nog om te draaien weg.
Andúnë keek hem nog even na en hoewel ze even verontwaardigd en gekwetst was door zijn woorden, werd haar geest al snel door wat anders opgeslokt.
Macht is aan het verschuiven maar weet nog niet welke kant hij op wil gaan. Alles zal terugkeren tot schaduwen en stof. Macht is aan het...

Reacties (5)

  • Schack

    Legoya!
    Oké, dit is niet een heel donderend begin van hun relatie, maar ooit zullen ze beseffen dat ze voor elkaar gemaakt zijn.

    5 jaar geleden
  • DeroGoi

    Ze moet gewoon mee op die quest vind ik! X

    5 jaar geleden
  • Katalante

    IK GA NAAR DE DERDE VOLGEND JAAR, IDIOT! DAT HEB IK NOG NIET GEHAD!
    Maar nu haal ik sowieso een 10, hehe

    5 jaar geleden
  • Vega

    En ik dacht nog wel dat haar ontmoeting met Legolas zou helpen

    5 jaar geleden
  • Croweater

    Mieeh gaat ie mee? Ik krijg hoop.

    En omg - als mijn ouders me ooit hadden verboden om aan mijn verhalen te schrijven was ik waarschijnlijk van huis weggelopen.xD

    Gelukkig hebben ze dat nooit gedaan. :'p

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen