Foto bij 001 - Fili

Fili duwde zijn broertje achter de steen aan de rand van de grot. Hij sprong er snel achterna. Kili lag ineengedoken achter de rots en grinnikte onophoudelijk.
‘’Sssst!’’ Fili stootte zijn broertje aan. Maar zelf vond hij het ook moeilijk om een lach te onderdrukken.
‘’Volgens mij komt hij er zo aan,’’ grinnikte Kili.
‘’Houd je mond dan.’’ Fili gluurde over de steen. ‘’Als ze ons nu pakken kunnen we de rest van de dag boeken bestuderen.’’ Dat was nu juist waarvoor ze gevlucht waren. Balin, hun leraar, hoorde hen iedere dag iets zinnigs bij te brengen volgens oom Thorin. Fili en Kili omschreven dit ‘iets’ liever als ‘iets saais’.
Er klonken haastige voetstappen, vergezeld door een licht gehijg. Kili kwam nieuwsgierig overeind en gluurde over de steen. ‘’Kijk dan,’’ siste hij tegen Fili. ‘’Hij lijkt net een tomaat.’’
Fili trok zich iets op om weer over de rand te kijken. Hij sloeg zijn hand voor zijn mond om zijn lach te dempen. Balins rood aangelopen hoofd stak fel af bij het wit van zijn baard.
‘’Wel een tomaat met een baard,’’ grinnikte hij naar zijn broertje.
Kili staarde geconcentreerd over de rots heen. ‘’Daar is mam,’’ concludeerde hij.
Toen Fili weer keek, zag hij inderdaad zijn moeder de grot uitkomen. Ze keek alsof het niet de eerste keer was dat Balin zo bij hun verblijfplaats stond. Ze woonden al ruim een week op deze plaats.
‘’Dís,’’ hijgde Balin. ‘’Heb je toevallig een idee waar je zoons zijn.’’
Hun moeder schudde haar hoofd en zuchtte. ‘’Niet weer… Ik heb ze naar jou toegestuurd.’’ Ze keek even fronsend om zich heen. ‘’Ik vond al dat ze zonder al te veel klagen vertrokken. Normaal is dat erger.’’
‘’O nee.’’ Kili stootte Fili aan en knikte naar iets verderop. Ze doken tegelijk weer weg achter de steen.
‘’Ga me alsjeblieft niet vertellen dat ze alweer gevlucht zijn,’’ schalde de stem van hun oom.
Balin gromde bevestigend. ‘’Zo is het wel te zeggen.’’
‘’Ik geef ze er wel van langs als ze terugkomen,’’ zei hun moeder. ‘’Thorin, houd jij je nu maar bezig met belangrijke dingen.’’
‘’Dit zijn belangrijke dingen,’’ brieste Thorin. ‘’Ze zullen niet ver weg zijn.’’
‘’Nu zijn we erbij,’’ fluisterde Kili geschrokken. De voetstappen van hun oom klonken zwaar op de bosgrond.
Fili schudde zijn hoofd. ‘’Kom!’’ Hij trok zijn broertje mee langs de rand van de grot. Al snel stierven de stemmen weg.
Ze bleven rennen tot ze ergens die in het bos waren. Fili bleef staan en boog hijgend dubbel. Kili ging prompt op de bosgrond zitten. Toen ze er zeker van waren dat er niemand in de buurt was, barstten ze tegelijk in lachen uit.
‘’Daar zijn we maar weer mooi onderuit gekomen,’’ zei Kili trots.
Fili knikte. ‘’Oom Thorin is het straks vast alweer vergeten.’’ Hij keek even nadenkend rond. ‘’We wachten gewoon tot Ori weer iets omgestoten heeft, dan kan hij boos op hém worden.’’
Kili knikte enthousiast. ‘’Dan hoeven we niet lang te wachten.’’
Ze lachten en liepen langzaam verder over het pad.
‘’Ik heb dorst,’’ zei Kili toen ze langs een hoge rots liepen. Hij sprong van het pad af en begon omhoog te klimmen.
‘’Wat ga jij dan weer doen?’’ Fili keek omhoog. Bovenop de rots ging zijn broertje staan. Hij zette zijn hand in zijn zij en keek uit.
‘’Daar!’’ Hij wees richting de dichtere bossen. ‘’Een rivier.’’
‘’Dat zal die Forlond wel zijn,’’ brulde Fili naar boven. Balin had de vorige les zeker een uur doorgehamerd over de rivier Forlond, die door het gebied stroomde.
‘’Het maakt me niet uit hoe hij heet,’’ Kili was in een paar sprongen beneden, ‘’als ik er maar kan drinken.’’
Fili knikte. Terwijl ze zich een weg het bos in baanden, trok hij een mes uit de schede op zijn rug. ‘’Laat mij maar.’’
Hij passeerde zijn broertje en begon de takken die voor hen hingen weg te hakken. Na niet al te lang baadde hij in het zweet. ‘’De grond is zo zacht hier.’’ Met iedere stap zakte hij er in weg. De broertjes waren vooral gewend aan rotsbodem en niet aan de zachte grond dicht bij de zee. ‘’Hoe ver weg was die rivier.’’
Kili haalde zijn schouders op.
‘’Lekker dan.’’ Geërgerd ging Fili verder met het kappen van de bomen. Hij was zo gefocust op de dichtstbijzijnde takken dat hij niet merkte wat er verderop was. Plotseling stonden ze op een open plek. In het midden stond één enkele boom met een dikke, ronde knoest op ooghoogte. Verderop was de rivier.
‘’Kijk uit!’’ brulde Kili achter hem.
Op het moment dat hij aan de kant stapte, schoot er een pijl langs hem heen. Hij kende de veren die eraan zaten. Gepikeerd keek hij om naar zijn broertje.
Kili lachte en maakte een buiging met zijn boog in zijn handen.
‘’Dat was nergens voor nodig.’’ Fili keek naar de pijl die in de knoest stak. ‘’Er is hier niemand die je ziet.’’
‘’Ik moet toch oefenen.’’
‘’Wat jij wil.’’ Fili begon richting de rivier te lopen. Kili snelde langs hem heen en begon aan de pijl te wrikken.
Grijnzend bleef Fili naast hem staan. ‘’Ook zonde van je pijl.’’
Kili liet de pijl los en keek hem een paar seconden aan. ‘’Wie er als eerste bij het water is!’’ riep hij toen, en begon te rennen.
Lachend lieten ze zich aan de kant van het water vallen.
‘’Water!’’ Fili stak zijn gezicht erin alsof hij nog nooit zoiets geweldigs gezien had.
Nadat ze genoeg gedronken hadden, bleven ze aan de rand liggen. ‘’Nu maar wachten,’’ gromde Fili tevreden. ‘’En heerlijk nietsdoen.’’
‘’Alleen maar wachten,’’ beaamde Kili.
Het duurde een paar uur voor Fili zich begon te vervelen. Inmiddels hadden ze alle mogelijke grappen om met Ori uit te halen al drie keer doorgenomen. Meestal was het niet eens nodig om een grap met de dwerg uit te halen. Hij was ongeveer even oud als Fili en Kili, maar durfde nog niet eens half zo veel. Het enige wat hij deed was breien en schrijven in het boek dat hij dag en nacht bij zich droeg.
‘’Als we nu een touwtje aan het boek binden en het langzaam wegtrekken,’’ suggereerde Kili. ‘’Nee, nee, wacht.’’ Hij hief zijn hand op toen Fili wilde protesteren. Dat idee had hij al een keer voorgesteld. ‘’Dan doen we het als hij les krijgt van Balin. Wedden dat hij er dan niet achteraan gaat? Hij durft nooit op te staan.’’
‘’Waar wedden we om?’’ vroeg Fili bij wijze van instemming.
Zijn broertje haalde zijn schouders op. ‘’Degene die wint mag Thari hebben.’’
Fili trok zijn wenkbrauwen op. ‘’Thari is veel te oud voor jou.’’
‘’Ze is veel te jong voor jou.’’ Er speelde en glimlachje rond Kili’s lippen. ‘’Bovendien vindt ze mij leuk.’’
‘’Mocht je willen.’’ Fili duwde zichzelf overeind. ‘’Kom, ik heb honger.’’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen