Zoals verwacht waren we de eerste die arriveerden in de grote zaal. Het zou nog zo’n vijf minuten duren voordat de lessen eindigden. ‘Hmm…Ik denk dat ik mijn terugkomst wel een beetje mag vieren, niet? En ik vind ook dat ik mijn mede-genieën van de feestvreugde mag laten meegenieten.’ grijnsde Ruby.
‘Wat ben je van plan?’ vroeg ik, meteen in de moed voor wat ze dan ook zou voorstellen.
‘Dat zie je straks wel.’ lachte ze geheimzinnig terwijl ze haar stok bovenhaalde. Ze liep naar de tafel van Ravenklauw en begon enkele non-verbale spreuken te plaatsen, waardoor ze me alleen maar nieuwsgierig maakte. Na enkele minuten stopte ze haar stok weg en huppelde ze vrolijk naar de tafel van Zwadderich. ‘Nu hebben ze zo meteen een reden om horror verhalen over me te vertellen.’ grinnikte ze.
‘Meid, ik brand van nieuwsgierigheid.’ kreunde Blaise naast me.
‘Jammer dan. Je zal toch nog even moeten wachten.’
‘Je bent soms echt gemeen, weet je dat?’ zuchtte Blaise.
‘Daarom houden jullie ook van me.’ meende ze speels.
Ik rolde met mijn ogen, maar kon de lach die zich om mijn lippen had gevormd niet verstoppen. Ze was hier pas tien minuten en ik voelde me alweer beter dan ik me de afgelopen vier jaar had gevoeld.
De bel die het einde van de lesdag aankondigde weerklonk en meteen vulde de schalen zich met allerlei lekkers. Ik snoof verlangend de geur van gebraden vlees in me op, ookal had ik de hele middag cakejes zitten eten.
‘Waar zijn die twee dikzakken van je eigenlijk?’ vroeg Ruby terwijl ze een stapel groenten op haar bord schepte en een broodje van de schaal nam. Gekke vegetariër.
Ik haalde mijn schouders op. ‘Ze waren bij ons toen we je zagen aankomen, maar ze zijn ons niet naar beneden gevolgd. Ik denk dat ze niet zo enthousiast waren als ons.’
‘Waarom zouden ze in hemelsnaam niet blij zijn om mij te zijn?’ vroeg ze onschuldig.
‘Misschien omdat je al drie keer hun snoepvoorraad betoverd hebt zodat ze twee dagen rondlopen als knorrende zwijnen, of omdat je al hun kleren zo’n vijftal keren verkleind hebt.’ meende Blaise.
Ruby grinnikte. ‘Zeg nou zelf, die blijven grappig hoe vaak ik het ook doe.’
‘Nou, de vijfde keer begon het misschien een beetje saai te worden om te zien hoe ze een poging deden om op dieet te gaan.’
‘Ik vond het anders nog steeds grappig.’ zei ze schouderophalend.
‘Jij vind al je grappen hilarisch.’ merkte ik op.
‘Dat is omdat ik gewoon geweldig ben.’ vond ze.
Op dat moment kwamen de eerste hordes leerlingen de grote zaal binnen en verspreiden ze zich onder luid gekwebbel over de afdelingstafels. Niemand van de andere afdelingen schonk veel aandacht aan de tafel van Zwadderich, waardoor Ruby tot nog toe onopgemerkt bleef. Maar dat gold niet voor de meute zwadderaars die binnen kwam.
‘Zeg me dat ik droom.’ zei Theodore dramatisch. ‘Ruby, Ruby, Ruby. Je ziet er nog steeds even sexy uit.’
‘En jij hebt nog steeds geen goede manier gevonden om meisjes te versieren, merk ik.’ grinnikte Ruby. ‘Maar ik ben ook blij om jou weet te zien hoor, Noot.’
‘Ik ben toevallig héél goed in meisjes versieren.’
‘Het is goed als in ieder geval één van ons dat geloofd.’ zei ze.
‘Wat doe jij hier?’ vroeg Patty verbaasd toen ze haar in het oog kreeg.
‘Zitten en eten.’ merkte ze droog op.
Patty rolde met haar ogen. ‘Maar waarom ben je terug?’
‘Omdat ik mocht kiezen tussen teruggaan naar school of naar azkaban gaan, en dit leek me toch net iets aantrekkelijker.’ antwoorde ze serieus.
Patty leek er geen woord van te geloven, maar plofte uiteindelijk toch maar naast Blaise neer. Nog een reden waarom ik Ruby gemist had, Patty gedroeg zich in haar buurt tenminste niet als mijn kleine puppy.
Alle ouderejaars van zwadderich begroette haar uitbundig, iets wat me hoe langer hoe meer op mijn zenuwen begon te werken. Ik had haar vier jaar niet gezien en ik was nog lang niet klaar om haar nu alweer te delen met iemand anders dan Blaise.
Ophef aan de tafel van Ravenklauw leidde me echter al snel af van mijn irritatie. Nieuwsgierig naar wat Ruby had uitgehaald kwam ik een beetje overeind om het beter te zien, om meteen een hand voor mijn mond te slaan om te voorkomen dat ik in lachen zou uitbarsten.
Tussen het eten van de tafel van Ravenklauw krioelde het plots van de kruipende insecten en ik zag zelfs een muis lopen. Toen de Ravenklauwers echter wilden opstaan, bleek dat ze vastgekleefd zaten aan hun bank. Al snel begon een meute meisjes te gillen en ik zag enkele jongens hopeloos met hun boeken naar de beesten te slaan, maar deze leken gewoon weer op te staan en door te lopen.
‘Hoelang voordat Perkamentus flipt?’ vroeg Ruby smalend.
Blaise lachte: ‘Over vijf, vier, drie, twee….’
‘Juffrouw Cordwell!’ schreeuwde deze gefrustreerd. Meteen leek de halve zaal naar de tafel van zwadderich te kijken, opzoek naar het gevaar.
‘Ja, professor?’ vroeg ze onschuldig.
‘U heft onmiddellijk uw spreuk op!’ beval hij.
‘Als de briljante tovenaar die u bent moet dat voor u toch een koud kunstje zijn, professor?’
‘We weten beiden heel goed dat je er wel voor hebt gezorgd dat dit niet zo makkelijk zal zijn. U heft nu de spreuk op of anders…’
‘Of anders wat, professor?’ daagde ze hem uit.
‘Of anders trek ik voor iedere minuut dat je dit niet hebt gedaan twintig punten af van zwadderich. Daarmee straf je dus de andere leerlingen.’ dreigde hij.
‘Maar professor. Ik vrees dat u een klein detail over het hoofd ziet. U kan voor mij geen punten aftrekken van zwadderich, ik zit namelijk in Ravenklauw.’ zei ze serieus. ‘Maar u bent natuurlijk volledig in uw recht om punten van mijn eigen afdeling af te trekken.’
Perkamentus wilde duidelijk nog iets zeggen, maar Severus die naast hem zat legde sussend een hand op zijn schouder.
‘Juffrouw Cordwell, alsjeblieft.’ zei deze rustig. ‘We zijn allemaal heel blij om u weer in ons midden te verwelkomen. Maar ik heb honger en ik zou graag in alle rust eten.’
‘O, maar natuurlijk professor! Omdat u het zo lief vraagt.’ glimlachte Ruby. Ze haalde haar toverstok boven en wees even vluchtig richting de tafel van Ravenklauw.
Ik proestte het uit toen de insecten alleen maar groter werden en de muizen plots de tafel verlieten en over de hoofden van de leerlingen begonnen te lopen.
‘Oeps, ik denk dat ik de tegenspreuk vergeten ben.’ zei ze onschuldig. ‘Misschien kan een ervaren tovenaar als u dit beter oplossen, professor. Voordat ik het alleen maar erger maak.’
Wat had ik Perkamentus gemist in Ruby’s bijzijn. Om de een of andere onverklaarbare reden bengelde de anders zo rustige Perkamentus altijd op het randje van een zenuwinzinking in haar buurt.
‘Juffrouw Cordwell!’ brieste deze.
‘Oke, oke best. God, blijkbaar is alle humor op deze school samen met mij vertrokken.’ gaf ze zich over. ‘Ik kan de spreuk niet ongedaan maken, dat kunnen alleen degene die vast zitten aan die tafel. Als ze in hun broek plassen, zijn ze weer vrij.’
‘Het is genoeg met grappen maken, Cordwell. Hef de spreuk op.’ beval Perkamentus.
Ruby keek hem neerbuigend aan. ‘U mag veel van me zeggen, professor. Maar ik ben geen leugenaar.’ Ze nam een appel van de schaal en stond op. ‘Ik denk dat ik wel genoeg gegeten heb.’ Met klakkende hakken liep ze het gangpad af richting de grote deuren, waar ze nog even achterom keek. ‘Nog veel succes, mijn liefste klasgenootjes.’ knipoogde ze speels, voordat ze de grote zaal verliet.

Reacties (2)

  • Histoire

    ‘Waar zijn die twee dikzakken van je eigenlijk?

    Toen moest ik wel lachen. (;
    Ik mag dit personage wel, die brutale humor en speelse, zelfzekere charmes. Trouwens ik vind het wel sterk hoor, dat je sympathie opwekt bij de lezers vanaf hoofdstuk 2. Aan de reactie hieronder te zien is het niet alleen bij mij. Het is een realistisch personage: niet helemaal goed en toch ook op manieren sympathiek. Dat zijn degenen waar ik persoonlijk het meeste empathie bij kan voelen. Omdat ze meer zijn dan een geesteschim op papier.

    4 jaar geleden
  • _Jennifer_

    Haha!
    Ik snap nu waarom alle Zwadderaars haar hebben gemist.

    Snel verder!

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen