Foto bij 23 - The Only Way To Win Is To Sin

Ja, na honderd jaar heb ik eindelijk een template gemaakt voor de story, haha, is ie mooi of niet:P

En ughhhh iedere dag weer werken zowat:Oen mijn internet..!! Oh god, mijn internet!! Ik krijg er jeuk van, zo erg is mijn internetconnectie

      "En hoe wil je mij verslaan, dan? Je weet dat engelen niet zomaar gedood kunnen worden!" Abaddon grinnikte, "Maar zelfs een oneindig duel als het onze kent uiteindelijk een winnaar en een verliezer, aangezien ik wel weet hoe het moet...!" Hij wilde net in een enorme lach uitbreken, maar toen schoot me opeens een woord te binnen.
      "Qeres..." Ik knipperde verward met mijn ogen en keek naar mijn geschokte tegenstander, waardoor zijn mond openviel, "Hoe weet je-!" Hij fronste en beet op zijn lip, "Je bent een beschermengel... shit!" Met een grom liet hij zijn energie losgaan, waarna hij zijn staart tevoorschijn haalde. De punt groeide in een soort van schorpioenenstaart, waarna hij weer grinnikte, "Het maakt niet uit of je het weet of niet. Ik heb mezelf gemodificeerd om Qeres als een vergif toe te kunnen dienen. Één steek van mijn staart zou genoeg moeten zijn om een engel van jouw status te doden!"
      "Één steek..." Ik fronste lichtjes toen mijn hersenen iets wilden herinneren. Qeres... een dodelijk goedje dat de natuurlijk versnelde genezing van engelen stopte, maar... dat was niet het enige wat je moest doen om een engel te vermoorden. Opeens kwam het tot me, en ik hoopte dat Abaddon die cruciale informatie niet beheerste. Het doden van een engel door middel van Qeres en het speciale ritueel was een ernstige zonde die niet zo snel vergeven werd... maar Abaddon was daarbij geen echte engel meer... toch? Ik vroeg me af of ik hem mocht doden of niet, of het opofferen van mijn licht nodig was om hem te verslaan... Oog om oog, tand om tand, dat was wat dit was. Zondigen om te voldoen aan Gods wensen. Zou ik worden vergeven voor mijn daden, of werd ik de volgende die harteloos de hel in werd gestort...
      "Wat is er, Sariël?! Ben je je krachten in twijfel aan het trekken?" Abaddon grinnikte en stak met een speelse frons zijn staart in mijn richting. Net op tijd ontweek ik de stekel, verrast door de enorme snelheid van het massieve ding. Die staart mocht geen enkele millimeter van mijn lichaam raken en hoewel mijn vleugels mij hielpen met mijn snelheid, zorgden ze voor een enorm gat in mijn verdediging. Het was een moeilijke keuze, maar toch liet ik mijn vleugels verdwijnen om de kans dat hij mij raakte minimaal te maken. De energie die daarbij vrijkwam, liet ik direct naar mijn zwaard vloeien, waarna ik het wapen met twee handen vasthield. Plotseling voelde ik iets onderaan de pommel en toen ik aan het knopje trok, kwam er een klein groen flesje uit. Het was mijn ultieme wapen, een letale hoeveelheid Qeres om een engel uit te schakelen... nu moest ik het alleen in Abaddons systeem zien te krijgen.

      Ik klikte het flesje opnieuw naar binnen en gaf het een extra duwtje, waardoor de middenlijn van mijn zwaard donkergroen werd en het lemmet met het vergif verhuld werd.
      "Oh? Weet je zeker dat je zonder je vleugels wilt gaan vechten?" Opnieuw kwam de staart mijn richting op, maar ik had wel iets van mijn dagen als demonenjager onthouden. Namelijk dat je je flux kon gebruiken om in de lucht te lopen... en ik dat dus ook met mijn lichtenergie kon doen! Met een glimlach liet ik de glinsterende zolen onder mijn schoenen verschijnen, waarna ik ze gebruikte om op tijd weg te springen.
      Abaddon was verbijsterd, totaal overstuur dat zo'n menselijke manoeuvre tegen zijn demonische aanvallen werkte, maar ik vond het alleen maar geweldig. Door zijn blinde woede begon hij zijn staart links en rechts van me te steken, maar geen enkele keer kon hij mij raken. Echter gaf zijn roekeloze aanvalspatroon mij wel de kans om dichter bij hem te komen en voordat hij het wist, sloeg ik mijn vleugels open en had ik mijn zwaard al richting zijn borstkas gestoken.
      In de miezerige seconden vóór mijn aanval, kwam Abaddon alleen wel tot zinnen en had hij ook zijn staart richting mijn onderbuik gestoken. Opnieuw voelde ik de brandende pijn en hoestte ik zwakjes wat bloed op, waarna mijn vleugels zwart werden door het vergif en het zelfs mijn blonde haar deed verkleuren tot een levenloze grijsbruine kleur. Tegelijkertijd gebeurde hetzelfde met de gevallen engel voor me. Het bloed vloeide vanuit alle kanten en het vergif maakte zijn huid al bleker dan dat het was. Moeizaam hoestte hij ook het nodige bloed op, waarna hij me zwakjes aankeek, "Wat... Die hoeveelheid moest dodelijk zijn... Het moest niet... je licht wegnemen..."
      "Het... het is fase één in de dood van een engel." Ik nam een huiverige inademing en slikte toen de informatie opeens allemaal naar boven kwam, "Qeres... het neemt je heilige krachten weg, maar dan ook alles. Je verandert meteen in een sterfelijke gevallen engel, waardoor fase twee van start kan gaan..."
      "Fase... twee...?!"
      "Abaddon... jij was ooit ook een aartsengel, heb jij nooit over fase twee geleerd?"
      De shock in zijn ogen was duidelijk zichtbaar toen hij het zich leek te herinneren, "Sariël..." Er verschenen tranen in zijn ooghoeken en eventjes schrok ik toen ik langzaam zijn keel vastgreep, maar hij leek het toe te laten en gaf zijn wond open en bloot. Ik hield mijn eigen wond parallel boven de zijne terwijl ik me concentreerde op het druppelende bloed. De enige reden dat het onmogelijk was om een engel te doden, was omdat je engelenbloed nodig had om een andere engel pas echt uit te schakelen... en engelen zouden nooit een ander vermoorden. Het was een perfect systeem dat niet gebroken kon worden... maar ik had wraak die ik moest uitoefenen.
      Ik kon bijna mijn bloed in Abaddons wond krijgen, maar toen hoorde ik hem snikken en een seconde later voelde ik een hand op mijn schouder, "Sariël... stop. De taak was om Gaieth veilig te stellen, niet om Abaddon te doen... verdwijnen."
      Ik keek achter me, waarna ik Azraël zag staan met zijn zeis in zijn hand, het blad net tussen de twee wonden gehouden, zodat mijn bloed op het mes druppelde en niet in Abaddons wond, "Dit is nu al de tweede keer dat ik iemand van zijn lot heb weerhouden, hopelijk krijg ik niet weer een strafpunt."
      "We zijn klaar hier, tijd om terug te gaan." Dit was een andere stem. Het was... Machidiël? Chris in zijn engelvorm? Ik had hem nog niet zó in levende lijve gezien, maar toen hij mijn schouder aanraakte, genas mijn wond en keerde mijn lichtenergie terug, waarna ik per ongeluk hetzelfde bij Abaddon deed.
      Hij keek mij een beetje verward aan toen zijn eigen vleugels weer verschenen en er puur witte vederen uit sprongen. Azraël klikte met zijn tong, maar besteedde er geen aandacht meer aan toen hij omdraaide en naar me wenkte, "Kom, we gaan, we hebben al te lang in deze put gezeten."

      "Hé... dus jullie gaan mij echt niet van de kaart vegen, hè?" Abaddon kwam onder mij overeind en kreeg zijn zwarte vleugels terug zodra ik mijn grip op hem verloor. Hij wachtte netjes op een antwoord van de andere twee, maar ze negeerden hem en gaven mij een seintje om mee te komen.
      "Is dit hoe het gaat?! Ben ik gewoon een nutteloze persoon die gewoon moet opschieten en weg moet gaan?! Snappen jullie niet hoe ik me voel?! Hoe dit lichaam niet bij me past?! Ik... Ik heb nog nooit een zonde gepleegd tot na jullie mijn licht van me wegnamen! Zien jullie niet dat jullie voorgelogen worden?! Waarom moest ik achtergelaten en vergeten worden?!" Hij snikte en keek met tranende ogen naar de jongens, "Azraël, zeg me dat je niet om mij geeft! Ik hielp je vroeger met je taak, we hebben samen zoveel levens gered! Heb je me geen enkele keer gemist?!"
      "Ik mag me niet bemoeien met het vuil dat de hel maakt..." Machidiël draaide opnieuw van hem weg en Azraël zuchtte, "We gaan, Sariël, als je niet de bevelen wilt volgen, dan ben je net zo erg als het ongedierte hier."
      Mijn mond viel hiervan open. Dit was niet de Azraël die ik kende, waarom was hij opeens zo harteloos geworden? Het was waar dat Abaddon genoeg mensen gedood had sinds hij in een demon was veranderd, waaronder mijn vrienden, maar op dit moment had ik enkel medelijden voor hem. In tegenstelling tot de andere demonen, had hij niks gedaan om verstoten te worden. Pas nadat de duistere energie hem overnam, drongen die dingen tot hem door.
      "Azraël! Waarom doe je zo hypocriet! Waarom zou je iemand redden zonder toekomst zoals ik?! Waarom nam je mijn enige kans om vrij te zijn weg...?"
      "Lu..." Machidiël keek langs ons heen en zuchtte, "Hou je slaafjes in toom."
      Direct hoorde ik een klap voor me en zag ik een duistere hand Abaddon in zijn gezicht slaan, waarna er een voet door zijn vleugels heen tegen zijn rug aan trapte en hem forceerde om te buigen. Alhoewel zulke fysische pijn hem niet echt kon deren, zag je de pijnlijke expressie nog op zijn gezicht voordat hij aan de kant getrapt werd.
      "Oh, engel des doods, ik was al bang dat je voor mij kwam." De duivel hemzelf kwam naar voren gestapt en grijnsde naar ons drieën, "Heeft onze vader toch toestemming gegeven om mijn speeltjes te laten leven? Jammer genoeg heb jij je taak niet goed uitgevoerd, Abaddon, anders had ik je nog vrijgelaten. Zal ik je als straf nog een paar duizend jaar vastketenen? Wil je er misschien een vriendje of vriendinnetje bij hebben?"
      Direct moest ik een aanval ontwijken en kwam ik gelukkig nog met een lichte snee weg. Ik keek naar het bloed dat opnieuw uit mijn lichaam sijpelde, maar dit keer was het gelukkig mijn arm maar.
      "Sariël, we moeten gaan."
      "Niet zo snel, engeltjes!" Voordat ik me opnieuw kon omdraaien, zag ik de vlijmscherpe nagels opnieuw richting mij komen, maar net voordat ze me raakten, sprong Abaddon voor me. Hij klemde zijn kiezen op elkaar toen de klauw zijn zij doorboorde en hijgde toen Lucifer terugtrok en een hoop bloed met zich meetrok.
      "Sariël." De twee engelen keken me streng aan, maar hun staar was nog niet zo intens als die van Abaddon. Hij keek me wanhopig aan en zakte een beetje door zijn knieën in een mislukte poging om te buigen, "Alstublieft, doe het..."
      Ik fronste lichtjes en beet op mijn lip toen ik het bloed uit mijn arm in zijn wond liet druppelen, waarna alles om ons heen opeens enorm verlicht werd en al het geluid werd verdoofd.

      Het laatste wat ik hoorde was Machidiël die boos mijn naam schreeuwde toen hij mij en Azraël met zich meetrok, waarna we weer terug op Gaieth stonden. Hij keek me geïrriteerd aan, alsof ik echt iets fout had gedaan, "Sariël, ben je wel goed bij je hoofd?! Je hebt geluk dat je een aartsengel bent, anders had die actie je je kop gekost!"
      "Machidiël, het is al goed, ze wist niet beter." Azraël gaf een zwak glimlachje en haalde zijn schouders op, "Nou, ons werk zit erop, jongens, we gaan terug naar huis! Ik ben wel aan wat rust toe! Honderdduizenden zielen verzamelen, alsof het niks is! Weet niemand dat ik die dingen moet opruimen?!"
      "Ik zweer het, jullie twee zijn te lang op Gaieth gebleven, jullie zijn helemaal ingeburgerd. Morgen moeten we meteen weer aan de bak, geen rust voor ons en zeker geen luiheid." Machidiël fronste lichtjes en knipte in zijn vingers, waarna hij een bol licht liet verschijnen en de achtergebleven duistere energie meteen nullificeerde.
      "Ach, Machi, het is dat Abaddon je menselijke herinneringen van je gestript heeft, anders zat je nu in hetzelfde schuitje als ons. Maar wij trekken wel weer bij, toch Christine?"
      "Ja hoor, Vladrim." Ik glimlachte en volgde de twee toen ze terug naar 'huis' gingen, maar toen schoot me opeens iets te binnen, "Wat is onze beloning eigenlijk?"
      "Huh?" De twee keken me verward aan, waarna ik net zo verward terugkreeg, "Onze beloning? Krijgen we niks voor het redden van de wereld?"
      "Nou, jij bent aardser dan ik geworden. Ik mag toch hopen dat je niet zó gulzig bent, dit was gewoon ons werk hoor." Azraël lachte en opende de deur naar zijn 'kantoortje', waar we onze vleugels introkken en we ons een beetje opfristen. Ik genas mezelf nog even van mijn wond terwijl Azraël een beetje paniekerig zijn kantoortje doorzocht, "Um... wie is er als laatste in mijn kantoor geweest?!"
      "Jouw leerling." Machidiël haalde zijn schouders op, waarna hij op een stoel neerplofte. Azraël fronste lichtjes, maar glimlachte toen ongemakkelijk naar mij, "Zeg, Sariël, misschien moeten wij twee toch een praatje maken met de baas. Ten eerste vanwege jouw... daden, ten tweede over mijn legertje halfdemonen... en ten derde over de zielen van je vrienden. Haha... ik had ze gered en hier opgeslagen, maar iemand is er toch achtergekomen en heeft ze meegenomen. Geen probleem, ik heb een percentage personen die ik per eeuw opnieuw tot leven mag wekken en ik heb dat quota deze eeuw nog lang niet gehaald... we vinden wel een oplossing!" Hij gaf me opnieuw die glimlach en hield de deur voor me open, "Kom je?"

      Ik knikte en liep de kamer uit, waarna ik hem volgde. Soort van wraak, check. Wereld veilig, check. Nu alleen nog maar hopen dat iedereen opnieuw op Gaieth kon leven, zodat Horace eindelijk zijn rechtmatige plaats op de troon kon claimen, Tallon weer samen met zijn vrienden kon zijn, Percy zijn wereldreis kon maken, Joe en Nanette misschien eindelijk iets met elkaar konden gaan beginnen, Lewis en Andrew hun toekomstplannen konden uitvoeren en dat natuurlijk Azraëls halfdemonen zonder problemen in hun eigen stadje konden blijven wonen.
      En dat alles zou moeten lukken met een enkel gesprekje. Perfect, toch?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen