Foto bij Schrijfwedstrijd Menma || De eenzame boom in het weiland

Lieve lezers,

Ik heb dit stuk geschreven voor de schrijfwedstrijd van Menma. De opdracht was om een SA te schrijven bij een emotie. Ik heb voor verdriet gekozen.

Ik moet toegeven: ik vind dit zelf niet heel spectaculair. (Naar mijn mening schrijf ik normaal gesproken beter... Maar ja, daar is nu niets meer aan te doen.

Daarnaast wil ik nog even mededelen: dit is een werk van fictie. Dit gaat in geen enkele manier over mijzelf.

Liefs,
Syeira.

Verdriet is het gevoel van verlies. Een intense versie van treurigheid die vaak gepaard gaat met huilen en een zekere mate van afzondering. Hoewel ook juist troost gezocht kan worden bij andere individuen met een hartslag, al dan niet menselijk. Deze emotie ligt vaak in het verlengde van frustratie, een gevoel van machteloosheid en soms ook woede.
Dat zijn de feiten. Ik heb het deels opgezocht en deels zelf verzonnen. Dat soort dingen komen uit mijn vingers als ik per ongeluk op een zoekmachine terecht kom en ik me niet ongelooflijk superfantastisch blij voel. Dat was zacht uitgedrukt. Ik voelde me ronduit klote.
Mensen die het niets kon schelen of ze origineel waren of niet, zouden op zo’n moment zeggen dat ze in de put zaten. Nee, dat ze vielen in een put die steeds donkerder en kouder werd. Een put zonder bodem, waarin tijdens de val één voor één de lichtstralen weg zouden vallen tot er niets anders over was dan duisternis. Misschien ook nog de regendruppels, af en toe een flits licht en de galmende donder van het onvermijdelijke, gigantisch deprimerende weer. Hoewel deze laatste beschrijving wellicht meer iets was voor de mensen met een hang naar drama. De rest zou ongetwijfeld de drogere eerste beschrijving nemen.
Beide opties waren niets voor mij. Ik was een amateuristische schrijver met een onverklaarbare voorliefde voor metaforen en een aversie tegen clichés. Naast dat gedoe met die zoekmachine zocht ik troost bij ‘dingen’ zonder hartslag. (Lees: pen en papier.) Wanneer ik dat te pakken had, liet ik mijn fantasie doorgaans de vrije loop. Meestal had ik genoeg ‘inspiratie’ om dat te doen – dat wilde zeggen: ik voelde me genoeg als een eenzame zonnestraal die met wanhopig onmogelijke pogingen waagde door het wolkendek te breken om de aarde te verwarmen -, maar vandaag wilde het niet vlotten. Het papier met de datum van vandaag bleef leeg.
Terug bladeren hielp ook niet. Waar het neerpennen van mijn gedachten altijd hielp de dingen op een rijtje te zetten, maakte het lezen van mijn eerdere uitspattingen me alleen maar grimmiger.

Ik voel me als een boom in een immens weiland, zonder soortgenoten, maar mét beestjes die van mijn bladeren en wortels eten. En ik kan er niets aan doen, hoezeer ik ook wil blijven leven en andere bomen wil laten groeien in dit weiland.

Dat was op het moment dat alle zeven miljard mensen op de aardbol iets van me leken te willen, maar ik het zo druk had met mijn eigen dingen dat ik er gewoon niet de tijd voor had. Toch waren ze zo opdringerig… Op dat moment dacht ik echt dat ik flauw zou vallen van de stress. Dat gebeurde niet, natuurlijk, maar ik denk nog steeds niet dat ik er ver naast zat.
Je had ook die keer dat ik was gevallen en een flink gat in mijn hoofd had. In de auto zette ik met bibberende handen de woorden op het papier. Je kon zien waar de tranen van pijn waren gevallen.

De wereld stort voor mijn ogen in elkaar, zelfs al heb ik ze eigenlijk dicht. Ik kan gewoon zien hoe de gebouwen instorten en mensen gillend wegrennen. Blinde paniek heerst in de straten. Zo voelt het ook in mij. De grond zakt onder mijn voeten vandaan en ik val in een gat waar maar geen einde aan komt. De brokstukken van huizen en auto’s en andere mensen vallen op me en langs me de leegte in, waar er niets meer is. Ook geen pijn.

Op een gegeven moment bereikte de pijn daar een punt waarop ik het niet meer voelde als pijn, maar als een soort onaangename warmte of iets dergelijks. Dat kon ook goed door het bloedverlies komen, natuurlijk, maar dat wist ik nu niet meer precies. Het was net als met het hete zomerzand onder je blote voeten. Het brand, zorgt bijna – maar net niet helemaal – voor blaren op je voeten en na een tijdje voelt het bijna koud. Idem voor ijs. Houdt je vinger erop, laat hem vastvriezen en zie dat het na heel erg koud, langzaam warmer wordt. Dan wordt het gevaarlijk. Je zintuigen nemen je in de maling.

Ik werd ongelooflijk gefrustreerd van al mijn eerdere aantekeningen. Vandaag was compleet anders. Het was niet in een beeld te vatten. Het was overweldigend. Ik had het niet kunnen veranderen. In geen enkele manier niet.
Het enige wat ik nu kon doen, in plaats van metaforen verzinnen, was het echte verhaal van me afschrijven. Misschien dat dat hielp.

Het weer was prachtig. De zon scheen vrolijk en fel, liet mijn hele kamer gloeien. Er lag sneeuw buiten. Ik kon bijna niet geloven hoe belachelijk onrealistisch dat was. Ik wilde verdorie regen en donderslag. Geen strakblauwe hemel en lachende kinderen die sneeuwmannen aan het maken waren!
Het nieuws kwam als een klap in mijn gezicht. Ik kende hem toen precies twee jaar en een dag. Dat wist ik, omdat het 1 januari was en we elkaar hadden ontmoet op het plein in de stad, terwijl we keken naar het vuurwerk. Iets voor het vuurwerk, eigenlijk, ik botste tegen hem aan toen de eerste vuurpijl afgeschoten werd. En nu… Mam kwam net binnen, ze keek me aan alsof de wereld morgen zou vergaan. Dat spuugde mijn brein, mijn humoristische, onwetende brein, toen uit. Echt waar. In werkelijkheid was het ietsjes minder dramatisch, minder angst, meer medelijden.
Ze zei: ‘Hij is er niet meer, meid. Hij…’ Ze liet iets horen in het midden van een snik en een ‘hmm’. ‘Hij is dood. Onder een auto gekomen die naar het vuurwerk verderop keek in plaats van naar de weg.’
Mijn vriend, negentien jaar, was op slag dood geweest. Zijn begrafenis was vandaag. Het regende, godzijdank. Ik heb niet gesproken. Ik heb geen enkel geluid gemaakt. Het verdriet komt nu pas. Vanmorgen kon ik alleen maar denken aan wat ik had kunnen doen om het niet te laten gebeuren. Helaas was dat zo goed als niets. Ik had hem al een tijdje niet meer gesproken. Ik was een weekje weg, op wintersport, en had tegen hem gezegd dat ik geen vuurwerk kwam kijken op het plein.
Nu valt het verdriet me aan. Eet me van binnenuit op. Man, ik kan wel janken!


Dus dat deed ik ook.

Reacties (3)

  • abnormaliam

    Waauw ! Echt super gedaan! :0 Je hebt een heel mooi verhaal opbouw. Ik lees zo door dit stuk heen dat ik meer wil! Ga zo door:D
    Het was ook erg orgineel zoals DAWSONS al zei. Je bent een goeie schrijfster. Ook geen spelfouten gezien, tenzij dat aan mij ligt.

    De cijfers =
    Creativiteit & orginaliteit: 9
    Indeling: 8,5
    Spelling; 10
    De opdracht: 8
    Eindcijfer; 8.8

    Je hebt het goed gedaan ! ^.^

    7 jaar geleden
  • LzzyHale

    Wauw, heel erg mooi stuk! Ik moet heel eerlijk zeggen dat het stuk in het begin een beetje verwarrend was, maar dat maakte me juist erg nieuwsgierig om door te lezen. En inderdaad; toen ik de laatste alinea las, vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats. Net als DAWSONS zie ik in grote lijnen dat de tekst een begin, midden en slot heeft. Spelfouten zie ik bijna niet, dus dat is prima. Wat ik heel erg mooi vond van jouw verhaal, is de manier waarop je de zinnen hebt opgebouwd. Het leest erg fijn. Je hebt je ook prima aan de opdracht gehouden, de emotie verdriet is duidelijk te merken.

    Mijn cijfers:
    Creativiteit en originaliteit: 8,7
    Indeling: 7,2
    Spelling: 9,5
    De opdracht: 9,0
    Jouw eindcijfer: 8,6

    8 jaar geleden
  • Lusk

    Ik vind dat je hem heel erg mooi heb gemaakt! Complimenten dus! Verder herkende ik mezelf in sommige stukjes en zag ik qua spelling niet veel ergs, met mijn spelkunsten. Een erge indeling zag ik er niet in, maar wel ergens vage lijnen er van.
    Erg origineel en mooi!

    Mijn cijfers:
    Creativiteit en originaliteit: 9,5.
    Indeling: 7.
    Spelling: 9.
    De opdracht: 9,5.
    Jouw eindcijfer van mij: 8,8. Goed gedaan!

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen