Here we go!

Reacties?(A)

Een wat gedrongen jongeman zat met gebogen hoofd aan een tafeltje in de hoek van de donkere kroeg. Een halfleeg glas met Oude Klare's Jonge Borrel stond voor hem. Maar hij scheen er niet veel aandacht voor te hebben.
Een jong meisje, zwart, halfkrullend haar in twee vlechten opende onzeker de deur van de kroeg. Haar verbleekte spijkerbroek wapperde in de tocht van de deur die dicht viel. Even keek ze onwennig omzich heen maar liep toen naar de bar.
"Ik schenk niet aan minderjarigen," de begroeting van de nieuwe, en norse barman liet haar glimlachen.
"Gelukkig niet, ik ben op zoek naar ene....George Weasley?"
De man snoof sarcastisch en gebaarde naar de donkere hoek. Het meisje keek en zag dat er een treurig figuur voor zich uit zat te staren.
"Dat is hem?" Ze keek de norse barman vragend aan die knikte en verder ging met glazen poetsen.
George Weasley, de starende man, keek niet op toen het jonge meisje tegenover hem ging zitten. In plaats daarvan deed hij een halfslachtige poging om zijn glas te pakken, maar die was weg.
Verbaasd ontwaakte hij uit zijn trance en zag nog net hoe het meisje een forse slok van de drank nam.
"Wat?" Stamelde hij verward. Ze keek op en grijnsde olijk.
"Serieus, dit spul is té ranzig voor woorden. Waarom drink je dit?" George was met stomheid geslagen en zocht naar woorden.
"Omdat het verdoofd, en ik het wel lekker vindt."
"Het smaakt naar koboldenpis!"
"Je wéét hoe dát smaakt?"
"Nee, ruken was al genoeg." Het antwoord kwam adrem uit haar mond en George kromp ineen.
Een stroom van herinneringen schoten door zijn verdoofde pijn.
Fred die Ron op de hak zette.
Fred die constateerde dat George verliefd was.
Fred die lachend de tuinkabouter goud toverde.
Fred die aan Alastor vroeg hoe koboldenpis smaakte.
Fred die hem zielig vond met zijn Orakel.
Fred die grijnsde bij de eerste uitzending van "Met Het Oog Op Potter".
Fred die Percy lachend aankeek.
Fred die dood op de vloer van de Grote Zaal lag.

Met een klap kwam George terug in de realiteit en sloeg zijn handen voor zijn gezicht.
Het meisje zat er nog, George stond met een ruk op.
"Sorry,ik kan het niet. Ik dacht dat afleiding zou helpen, maar ik kan het niet." Met die woorden beende hij de achteruitgang van de Lekke Ketel uit.
Het meisje zat een tel beduusd voor zich uit te kijken, maar rende hem toen achterna. Zo gemakkelijk kwam hij er niet vanaf.
"Afleiding voor wat?" Vroeg ze op de doodlopende steeg.
George draaide zich om, tranen biggelde over zijn wangen.
"Tegen de pijn," De Wemel opende de poort naar de Wegisweg. Naast hem hapte het meisje verwonderd naar adem.
Alleen haar ogen met groot ontzag kalmeerde George weer tot wie hij was geweest de afgelopen twee jaar.
Aanwezig, maar futloos. Levend, maar zonder lach.
Gezamenlijk liepen ze de straat in. George slikte even en richtte zich toen op het meisje dat haar intrede deed in de tovenaarswereld. Misschien toch?
"Daar haal je straks je ketel voor toverdranken, en daar kun je een uil kopen." George gebaarde naar de winkels aan weerszijden van de geplaveide straat.
George liet haar rondkijken en wees de belangrijkste winkels aan.
"Olivanders, daar halen we je toverstaf. En Klieder en Vlek is de plek voor ál je boeken."
Het meisje keek alsof ze net thuis was gekomen van een elfjarige reis.
Wat ergens ook zo was.
George duidde op diverse kledingzaken waar ze gewaden voor Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus verkochten.
Het meisje ontspande langzaamaan en begon vragen te stellen.
"Wat voor vakken krijg je op Zweinstein?"
"Even kijken, Toverdranken, Verweer Tegen de Zwarte Kunsten, Transfiguratie, Bezweringen, Kruidenkunde, Astronomie en Geschiedenis van de Toverkunst zijn de verplichte vakken, dan krijg je in je tweede jaar de mogelijkheid om je vakkenpakker voor je derde jaar samen te stellen. De vakken waaruit je dan kan kiezen zijn, Waarzeggerij, Dreuzelkunde, Voorspellend rekenen, Oude Runen, Verzorging van Fabeldieren en..Mythes en legendes." George had zijn eerste stap gezet.
Ze knikte en keek nieuwsgierig door een etalage naar binnen. De winkel voor toverdrank ingrediënten.
"Ja, daar heb je ook spullen van nodig," stelde George haar gerust en ze liepen verder.
George had Minerva's vraag om de jongste en onbekende Siran Black op te vangen en te helpen met haar nieuwe benodigdheden voor Zweinstein geaccepteerd en met Siran een afspraak gemaakt. Zodoende dat ze nu als twee vreemden over de beroemde winkelstraat liepen.
Modezaken, dierenzaken, winkels met boeken, toverdrankingrediënten, toverstokken, perkamentrollen, ketels en fopartikelen overweldigden het meisje volkomen.
"Wow!" Sirans gezicht sprak boekdelen toen ze "Weasleys Wizard and Wheezes" etalage zag. Ze keek behoedzaam opzij, haar begeleider glimlachte, zij het wat triest, bemoedigend.
"Dit," zei ze met ontzag in haar stem, "is uw winkel?"
George knikte enkel. Siran floot.
Ze wierp nog eenmaal een blik op de winkel en liep toen door. George begeleide haar door Goudgrijp heen. Leerde haar het tovenaarsgeld kennen. En toen ze eenmaal weer buiten stonden kon George voor het eerst in twee jaar weer lachen.
Siran had een blik in haar ogen die hem deed lachen. Ze leek een jonge pup die voor het eerst naar buiten mocht.
"Laten we als eerste een hutkoffer voor je halen, dan kun je je spullen daarin doen." George gebaarde naar een klein winkeltje aan hun rechterkant. Siran was al onderweg.
En terwijl Siran de hutkoffer kocht, en de boeken betaalde, bedacht George zich, dat dit precies was geweest wat hij wilde. En toen ze bij Florian Fanieltjes IJssalon een grote coupe met ijs aten, schreef George een kort, en snel briefje aan het huidige schoolhoofd van Zweinstein. De laatste stap was gezet.
Na het ijs, wandelde ze gezamenlijk verder, onderwel een ketel, gewaden, toverdrank benodigdheden kopend.
"Nu dan, een uil, kat, rat of pad?" George keek haar vragend aan. Ze aarzelde licht.
"Weetje wat, we gaan daar heen." Hij gebaarde naar een dierenzaak waar ze alle vier de dieren in overvloed hadden.
Siran keek haar ogen uit. George glimlachte hoe ze verbaasd naar de touwtjespringende ratten keek. Hoe ze giechelde bij de konijn die zichzelf in een hoed veranderde. Uiteindelijk ging ze voor een uil.
Een super klein exemplaar met een lange staart en enorme ogen.
Toen ze weer buitenstonden knipperden ze met hun ogen, de zon scheen achter hen over het dak, recht in de ramen van de tegenoverliggende winkels.
"Oke, Siran, wat heb je nog nodig?" George keek naar haar, en het viel hem op, dat ze nauwelijks besef had hoe leuk ze eruitzag. Haar vlechten, haar versleten spijkerbroek, haar t-shirt met een dreuzelband logo erop, haar grote blauwgrijze ogen. Hij vermaande zichzelf ze was verdorie pas elf! Zodra hij het gevoel van zich af had geschud verdween het voorgoed.
"Even zien," mompelde ze, het perkament openvouwend.
" Ok, ik moet nog...perkament, inkt, ganzeveren en een toverstaf."
"Oke, laten we eerst perkament, inkt en ganzeveren halen." George ging haar voor naar een rood uitziende winkel aan de overkant van de straat. Siran volgde hem na een ogenblik naar hem gekeken te hebben. Zou hij doorhebben dat menige heks naar hem omkeek? En dat hij iets...schattigs over zich had? Ze betwijfelde het.
De winkel was verlicht met lichtgevende glazen bollen die door de ruimte zweefden. Waardoor het licht zich telkens verplaatste.
"Hallo, Suzanne." Groette George een van de medewerkters die verrast opkeek.
"George! Merlijnsbaard! Wat kom je doen? Ik bedoel, hoe gaat het met je?" Een jonge vrouw met rood haar en bruine ogen keek afwachtend naar de Wemel die haar begroet had.
"Steeds ietsje beter, dankje, Suzanne. En wat ik kom doen, deze dame helpen met haar schoolspullen voor Zweinstein." George legde een hand op Sirans schouder en glimlachte warm en oprecht naar de jonge Black. De tinteling in haar buik negerend stak ze haar hand uit en maakte kennis met het oud-lid van Dumbledore's army. De twee meiden vertrokken en liepen door de winkel, alle spullen bijeen zoekend om voorbereid het schooljaar te beginnen. George daartegen leunde tegen de balie en maakte notities voor op een stuk perkament uit zijn zak.
Ongeveer een kwartier later hadden George en Siran de winkel verlaten en liepen ze naar Olivander's wandshop voor het laatste object: Een toverstaf.

Olivander's toverstokken stonden opgestapelde langs de kasten, in de kasten, op het bureau van de kassa. Overal waar Siran en George keken stonden langwerpige doosjes in de schappen. Het was lichter in de winkel dan George zich herinnerde. Siran keek nieuwsgierig en ietwat nerveus omzich heen. George nam plaats in een houten stoel. Het was er stil, zo stil dat Siran dacht dat ze de doosjes hoorde fluisteren.
Ze schrok zich wild toen er ineens een rammelend en schrapend geluid hoorde. Verwilderd keek ze omzich heen en zag toen een ladder de winkel in rijden. Hij kwam duidelijk van achteruit de winkel. Een blonde, lange man van begin dertig stapte de ladder af en glimlachte.
"Ja, juffrouw Black," zei hij sereen terwijl hij een meetlint van het bureau pakte en naar haar toeliep, "ik was al benieuwd wanneer ik u zou zien." Hij was ondertussen naar een van de kasten gelopen.
"Het lijkt de dag van gisteren dat je vader hier zijn eerste toverstaf kwam kopen. Al was ikzelf niet degene die hem hielp." Hij kwam terug met een lang doosje. Het meetlint dat Siran had opgemeten viel in kluwen op de grond. Olivander opende het doosje en haalde er een lange stok uit.
"Dit is de zuster van uw vaders staf, vierendertig komma drie centimeter, vrij buigzaam, eenhoornhaar, dennehout. Probeert u maar eens."
Siran paktede staf aan en keek toen vragend.
"Zwaai ermee," glimlachte George die was opgestaan. Voorzichtig zwaaide Siran ermee. De vaas bloemen in de etalage ontplofte met het geluid van een kanonsschot.
"Laten we die maar niet doen." grinnikte Olivander. En terwijl hij opnieuw een doosje ging pakken, leek de vaas met bloemen zichzelf te reparen.
"Zesendertig komma twee centimeter, onbuigzaam, drakenhartbloed, ebbenhout"
Zodra ze hem vast had, werd hij uit haar handen getrokken.
"Dertig komma zes centimeter, redelijk buigzaam, eenhoornhaar en kastanjehout."
Gelukkig hadden de mannen het vermogen de kassa te blussen.
"Negenentwintig komma vier centimeter, lekker soepel, feniksveer en essenhout."
De stoel viel om en leek niks meer op wat hij was. Olivander wreef even over zijn blonde wenkbrauwen en pakte toen trefzeker een doosje uit de stapel op het bureau.
"Eenendertig komma zeven centimeter, flexibel, terzielerhaar en dennehout."
Siran pakte de naar haar idee duizendste staf beet, en zonder hem te zwaaien wist ze al dit Dé staf was. George en Olivander klapten allebei enthousiast.
"Ah ja, je merkt dat ze de dochter is van haar vader." Olivander zwaaide met zijn eigen staf en de doosjes schoten terug in de kasten.
"Dat wordt dan zeven Galjoenen. Bedankt."
En opgetogen verliet Siran met George de winkel. George bracht haar terug naar de Lekke Ketel en ze namen afscheid.
"Niet voorgoed, maar voorlopig." George glimlachte warm en keek haar lang na. Zich afvragend of ze misschien zijn dochter was. Maar dat kon niet, het was onmogelijk, toch? Hij glimlachte, het deed er niet toe. Hij had een glimlach gevonden in een nieuwe elfjarige. Beseffend dat hij weer kon lachen, de pijn was verminderd.

Reacties (1)

  • lily_luna

    Snel verder! Abo+ kudo;)

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen