Foto bij O22 | Fuin

Zevenentwintig abo's! Ö


Ze drukte haar hoofd tegen de grond, haar armen om haar middel gedrukt en snikte alsof ze zonet alles verloren had. De gierende uithalen leken haar longen wel open te rijten en er leek maar geen einde aan haar geschreeuw te komen. De Elf aan de andere kant van de ruimte keek nieuwsgierig naar het gebeuren. Hij wist nog niet zeker of hij nu geschrokken moest zijn omwille het gebeuren of juist medelijden met deze dame zou moeten hebben.
Hijzelf zat hier tenslotte ook al lange tijd en wist dat hier wel vaker vreemde dingen gebeurden. Toch kon hij het plaatje niet volledig passen. Waarom zouden die vreemde dwergen een Elf opsluiten, die al hysterisch werd bij het zien van een vergruizende steen? Ach, misschien sloten die kleine gekken wel iedereen op die toevallig voorbij wandelde en de pech had dat zij op de loer lagen. Al had hijzelf altijd vermoed dat Heer Celeborn zelf hen over zijn komst had getipt en ze hem daarom overmeesterd hadden, omdat ze hem altijd een volkje hadden geleken dat zich liever niet te veel van de rest van de wereld aantrok. Raicion liet zijn vingers over de spijlen glijden en richtte zijn aandacht weer op die nieuwe, die gestopt was met huilen en nu doodstil voor zich uit staarde.
Hij vroeg zich af of de hysterie haar helemaal had doen opbranden. Hij had niet echt de fut om wat te zeggen dus daar deed hij dan ook de moeite niet voor. Toch kruisten haar onheilspellend zwarte ogen de zijne en hoezeer hij ook wilde, wegkijken kon hij niet. Het leek even alsof al zijn geheimen - alle dingen die hij ooit in zijn leven had gedaan - open en bloot voor haar op tafel lagen. Hij kon bijna voelen hoe de Elf met haar vinger voorbij elke herinnering gleed en die even bestudeerde, totdat ze in het diepste deeltje van zijn verdorven ziel kon kijken.
Maar toen sloot ze haar ogen, plaatste ze haar handen om haar gezicht en schreeuwde ze weer, terwijl haar benen spastische trekken maakten. Haar rug kromde totdat hij kraakte en dan kwam ze weer stil te liggen. Haar adem ging snel en oppervlakkig - als dat van een eekhoorn wanneer het hard gerend had. Haar handen lagen met de palmen naar boven voor haar, op de grond. Zelfs vanaf de plek waar Raicion zat kon hij duidelijk de brandplekken erop zien.
En dan klonk haar stem. Het leek wel alsof die de rotswand in tweeën sneed, zo rauw en gebroken klonk hij.
'Wat voor verderfelijke magie is dit?' Haar spieren waren strak gespannen en trilden lichtjes als door uitputting en haar gezicht was naar de grond gericht. Raicion hurkte neer op de grond en leunde op zijn vingertoppen.
'Dit is de plaats waar de Eerste Dwergen zijn geschapen door Mahal, volgens die misbaksels die hier rond kruipen.' De Elf hefte haar hoofd op en bestudeerde de ruimte.
'Door de Valar. Door Aulë, Hij die niet wachten wilde.' Raicion was even in de war door deze titel, maar herinnerde zich al snel de legende over Aulë's ongeduld, die ervoor gezorgd had dat de dwergen voor de Elfen gecreëerd werden.
De Elf in de cirkel van het licht wiegde heen en weer terwijl ze zachtjes tegen zichzelf mompelde, woorden die Raicion feilloos kon verstaan.
'Aulë, Aulë. Sauron was eens jouw helper, net als Curumo, die zich nu Saruman noemt. Beiden doen ze wat jij goed achtte, ze maken, evolueren. En toch werk je tegen, keer je je tegen je eigen schepsels. Verander je hetgeen wat hen kan helpen in schaduwen en stof...'
Ze mompelde zo nog lang en Raicion kon niet anders dan bedenken dat ze gek was geworden. Ze praatte alsof de Valar haar konden horen, terwijl iedereen al lang wist dat die zich niet meer bezig hielden met de problemen van Midden-Aarde.
Ze klemde haar verbrande handen tegen haar borst en keek luttele seconden voordat de deur opende op.
Raicion knarste zijn tanden toen hij die kleine gevangenbewaarders zag. Hij had nooit van dwergen gehouden, dus hij had die vele jaren geleden ook niet geaarzeld toen er een uit Moira het waagde om het mooie woud Lothoriën binnen te rennen, schreeuwend over Durins Vloek. De Vrouwe van het woud had geen emoties laten blijken, maar toch was haar woede overduidelijk geweest en werd hij verbannen. En nu zat hij hier, te verzuipen onder die ondingen die zich koningen van de wereld achten.
Maar geen van al haatte hij zo zeer als hun nieuwe leider, die nu geflankeerd door twee anderen naar de Elf met de duivelsogen paradeerde.

Reacties (4)

  • Schack

    ... Eekhoorn. De ademhaling van Kali wordt vergeleken met die van een eekhoorn. Eekhoorn. Kali is een eekhoorn.
    Nee, dan klinkt "Zij met de duivelsogen" toch echt beter.
    Teehee. Eekhoorn.

    4 jaar geleden
  • Glorfindel

    ik ben in de war!

    4 jaar geleden
  • Croweater

    ... het is Vaughn!

    Nee, ik ben wel erg benieuwd welke dwerg het wel is. ^^
    Ik denk Kili.

    4 jaar geleden
  • Vega

    Duister en duister, wordt dat goed of het duister dan verdubbelt?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen