Foto bij Hoofdstuk 6

dit is een kort stukje (-1000 woorden), maar dat komt omdat dit hoofdstuk eerder 'onbelangrijk' is.
-Vuraangreg

7 mei 1940
De laatste paar maanden was het rustig in het land. Ondanks dat bijna alle bruikbare (jonge)mannen in de winter naar de verschillende kampen werden gebracht, ging het gewone alledaagse leven verder. De vrouwen bleven thuis en in de gezinnen waar de man als soldaat opgeleid werd, gingen de kinderen ook werken om toch een beetje geld te verdienen. Langzaam trok de winter weg en werd de lente in het land verwelkomt. De mensen droegen minder kledij omdat het warmer werd, en de kinderen gingen weer buiten spelen als school gedaan was.
Er was één kind dat binnen bleef. Deze zestienjarige rosse knaap was namelijk een beetje boos. Boos op zijn ouders, die hem niet wilden laten gaan. Boos op zijn oudere zus, die hem maar bleef zeggen dat hij er beter niet over dacht. En vooral boos op zijn oudere broer, die wél mee mocht om te vechten.
Het is zo oneerlijk! Dacht Lukas terwijl hij in zijn kamer ijsbeerde. Waarom mocht Jos wel gaan en ikke niet? Hij is toch maar vijf jaar ouder! Zo begon en eindigde iedere dag sinds die ene dag dag Jos werd meegenomen. Hij had gehoord dat zijn zus en ouders elk al zeker twee brieven hadden gestuurd naar hun grote soldaat, maar Lukas weigerde dit te doen. Geen brieven voor de dromendief.
Je zou moeten weten dat Lukas alle verhalen over zijn ouders al van jongs af aan gehoord had, net als de andere verhalen van de kinderen in het dorp. Hij genoot echt van de verhalen, omdat de Belgen altijd wel beter zouden zijn dan die barbaarse Duitsers die het land wilden inpikken. En ook al vertelde zijn vader vaak dat het geen pertje was om zelf mee te vechten, was dat de levensdroom van de jonge Lukas: het verschil maken en soldaat worden. Voorlopig was hij daarvoor te jong en nu zijn broer daar ergens was die vervloekte Duitsers op te wachten, was en bleef de jongeman zeer jaloers.
Fons had nog geprobeerd om die gedachte van zijn jongste uit zijn hoofd te halen, maar het was al te laat. Hij dacht dat Lukas die fase later wel zou ontgroeien en achter de gruwelijkheden die erachter scholen komen. Hij dacht dat Lukas er net zo over zou denken als Marie en Jos. Hij dacht dat Lukas er misschien mee zou ophouden als ze er niets meer over zeiden. Jammer genoeg was dat niet het geval. Telkens als hij zijn jongste zag, speelde hij soldaatje. Als hij een verhaal moest vertellen, waren dat altijd verhalen over de grote oorlog. Als de jongen zichzelf over tien jaar zou zien, zou hij waarschijnlijk een succesvolle soldaat zien die geen moer deed en vooral bezig was met de meisjes.
Altijd als Fons dit dacht, beeldde hij zich zijn zoon met het gezicht van Albert in, gewoon vanwege die meisjes. En nu hij daaraan dacht, bracht hem dat tot de volgende reden waarom Lukas beter geen soldaat zou worden: de makkers. Fons dacht nog aan de dagen van vroeger en stuurde nog geregeld brieven aan Anna, en ze konden allebei nog steeds geen datum vinden om samen te komen. Soms zag hij nog ongewild de korporaal voor ogen en een paar dagen geleden was die nachtmerrie waarin Jan stierf in zijn armen alweer opgedoken.
Het was gruwelijk om mensen kapot te schieten, maar nog gruwelijker om uw beste vriend te zien sterven.
En dat alles was waar Lukas blind voor was. Hij zag alleen de glorie van de soldaten, of hij wilde gewoon de gruwelijkheden vergeten.
“Lukas!” de jongeman hief zijn hoofd naar de vergrendelde deur en zuchtte.
“Wat nu weer?” riep hij terug en ging op zijn bed zitten. Op dat moment besefte hij dat hij niet wist hoe laat het was of hoe lang hij zat na te denken en op en neer te wandelen. De geïrriteerde stem aan de andere kant antwoordde.
“Open die deur, verdorie! Ik wil afscheid nemen!” riep ze, en hiermee maakte ze hem nieuwsgierig. Lukas stond uiteindelijk op en liep naar de deur, ontgrendelde deze en opende hem. In de deuropening stond Marie, die hem spontaan een knuffel gaf.
Verdwaasd wurmde Lukas zich uit zijn zuster’s houdgreep. Ze knuffelden nooit, hadden dat trouwens nooit gedaan, en nu plots wel. Er zat vast iets achter, waarschijnlijk dat ‘afscheid’. “Marie, stoppen! Wat is er mis dat ge moet gaan?”
“Ze hebben meer zusters nodig aan het front, mijn moeder is ondertussen al wat ouder en omdat zij mij alles geleerd heeft… Lukas, ik ga de mannen verzorgen aan het front.” Lukas verstomde ter plekke van shock. Na Jos zou Marie hem nu ook in de steek laten… ik bedoel, zou Marie nu ook al zijn droom afpakken? Dat was echt ongelofelijk.
“Tot ziens,” was zijn antwoord, en na dit gezegd te hebben sloot hij zich op in zijn deur. Hij stompte naar zijn bed, ging er op liggen met zijn hoofd in het kussen en begon te schreeuwen. On-ge-loof-lijk! Dit kan niet waar zijn! Niet alleen was hij jaloers, maar hij was ook kwaad op haar voor duidelijke redenen. Een tijdje later hoorde hij een auto vertrekken, waarmee hij wist dat ze niet meer terug zou komen tot na de oorlog. Pas toen de stilte teruggekeerd was, voelde hij pas iets anders.
De eenzaamheid had hem in zijn ban. Hij voelde in zijn botten dat hij voor een lange tijd alleen zou zijn met helemaal niemand om hem heen. Hij had zijn vrienden niet meer willen spreken omdat zij alleen konden praten over zijn oudere broer en de enigen die nog met hem praatten, waren zijn familie.
Oké, genoeg, dacht hij, Als ze me niet willen brengen naar het leger, ga ik er wel zelf naar toe.

Reacties (1)

  • BOOKWURM

    Oh god dit is zo erg oh god oh god.....
    FONS DOE IETS!!!!!!!!!
    IK BEN BEZORGD!

    Dit hoofdstukje is leuk , en spannend
    Dus
    SNEL VERDEEER !!!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen