Foto bij 24 - And In The End, Everything Just Falls Into Place, Doesn't It?

Ah, universiteit... 6 uur opstaan, anderhalf uur reizen, geldkosten...............:(

Nou ja, met wat geluk heb ik een zitplaats in de trein en kan ik hieraan werken, en anders zijn er wel wat plekjes op de uni zelf om ff wat te typen... als ik tijd heb!!:P

En nu ben ik ziek aaa:(, maar ik zal doorzetten met typen!

      "Vader, ik heb een verzoek tot u te spreken." Azraël knielde neer voor de enorme troon en hoewel je de persoon in de stoel amper kon zien door al het licht, besloot ik ook maar te buigen.
      "Sariël, je bent terug." De stem bracht een soort warmte met zich mee en ik voelde een glimlach in de zware, maar zachte toon, "Gelukkig. Azraël, ga je gang."
      "Tijdens onze missie heeft Sariël Abaddon... fase twee toegebracht."
      "Ze is een aartsengel, die taak mag ze zonder mijn inspraak uitvoeren wanneer zij dat nodig vindt, dat weet jij toch ook?"
      "Maar natuurlijk. Ze deed het alleen... uit wraak." Zodra Azraël die woorden sprak, dimde het licht een beetje in de kamer, maar Azraël gaf onze baas geen ruimte om te spreken, "Daarbij heb ik ook nog een groep halfdemonen gerekruteerd tijdens mijn verblijf op Gaieth. Het zijn pure zielen met enkel een jeugdige ondeugendheid. Op dit moment zijn zij nog bezig met het schoonmaken van de wereld zodat alle demonen van Gaieth verdwijnen, ik zou graag willen dat zij op die wereld mogen blijven wonen, al dan niet in mijn heiligdom te Onawien."
      "Een straf en een gunst, dus?"
      "En... ik zou graag een aantal zielen terug tot leven willen wekken." Azraël keek voorzichtig op naar de troon, waarna hij moeizaam glimlachte, "Ik had ze in mijn kantoor opgeslagen, maar Metatron heeft ze waarschijnlijk meegenomen."
      "Een straf en twee gunsten..." De stem zuchtte eventjes en wenkte naar weerszijden van zijn stoel, waarna er twee al te bekende schaduwen naar voren kwamen. De rechter- en linkerhand van God, Michaël en Gabriël, en mochten zij nou mooi de politieagenten van de hemel zijn. Ik voelde me een beetje nerveus toen ze mijn kant opkwamen, maar ze stonden recht voor me stil, wachtend op het volgende commando.
      "Sariël, ik vergeef liever dan dat ik straf, dus ik laat Gabriël een geschikte straf voor je verzinnen."
      De oudere engel keek een beetje verward op en staarde eerst naar Michaël en toen eventjes naar mij, maar voordat hij iets kon zeggen, klonk de stem weer, "Azraël, jouw heiligdom in Onawien is volledig rond jou en jouw legendes gecentreerd. Dat is jouw eigen rijk om te heersen en je mag daar je eigen regels opstellen. De halfdemonen mogen daar verblijven mits ze ook enkel daar verblijven en zich aan de regels kunnen houden. Michaël, haal de gewenste zielen op, Azraël weet wel hoe hij ze opnieuw tot leven kan brengen."
      De jongere engel knikte en stapte snel richting een plek achter de troon, waarna hij Azraël wenkte om mee te komen. Zodra de twee weg waren, keek Gabriël me een beetje radeloos aan en leidde hij mij naar zijn 'kantoortje', waar hij met een zuchtje op zijn stoel ging zitten.

      "Misdaden... wraak en hebzucht, weliswaar in je engelenvorm in plaats van je menselijke vorm." Al denkend tikte hij met zijn vinger op zijn tafel, waarna hij nog wat papieren erbij nam als referenties, "Nou ja, ik denk dat het probleem is dat je nog connecties met je menselijke zelf hebt, dat valt niet te fixen en om je nou te verbannen is ook weer te extreem. Ik denk dat je ik je maar terug naar Gaieth stuur om je leven af te maken als mens daar en als je uiteindelijk sterft, houden wij je stoel wel warm voor je. Ik haal wel al je krachten weg, om je twee vormen zoveel mogelijk apart te houden en de connecties te beperken. Zodra je daar weer op het land staat, ben je opnieuw Christine Latham en zul je tijdelijk alles over ons en dit hele oordeel vergeten. Ik zal Metatron vragen om jullie geschiedenis te herschrijven zodat alles klopt, dat herschrijven we later wel weer tot het ware verhaal." Hij pakte een pen en schreef wat dingen op, waarna hij knikte en lachte, "Wie weet krijg je straks nog je eigen kerk, hoef je die niet meer met Machidiël te delen. Maar goed, als je er akkoord mee gaat, dan zal ik de straf nu uitvoeren."
      "Ik vind het oké." Ik knikte en glimlachte lichtjes. Had ik het toch maar weer voor elkaar. Mijn vrienden levend, en ik die 'de rest van mijn leven' nog met hen kon delen! En dit was een straf?!
      Gabriël schudde mijn hand als een soort deal, waarna hij een zwaard liet verschijnen en die boven mij hief. Eventjes keek ik doodsbang op, maar toen hij zijn vleugels liet verschijnen en me met een enorme lichtenergie door midden leek te snijden, voelde ik geen pijn. Enkel een beetje lichtjes in mijn hoofd, maar dat was alles.


      Na een lichte duizeligheid, wreef ik in mijn ogen en deed ik ze open, waarna ik moeizaam overeind probeerde te komen, maar niet voordat Horace bovenop me sprong, "Christine! We hebben hem verslagen! We hebben Abaddon verslagen!"
      "Echt?" Ik kreunde lichtjes, maar kon me door mijn hoofdpijn maar weinig herinneren van het gevecht. Aan de blije gezichten te zien, kon ik echter wel geloven dat we gewonnen hadden, "Ik kan me het bijna niet herinneren, maar dat is geweldig!"
      "Ah... heb je een hersenschudding of zo? Je ging echt met je zwaard van KASHING en toen deed ik SWISH! En Talon... ja die deed niet veel, maar wij! Oh dio!" Zijn oogjes twinkelden en ik moest lachen toen hij besefte hoe hij bovenop me zat en met een rood hoofd naar achteren viel.
      "Dus ja..." Talon hielp ons twee overeind en keek ons droevig aan, "Ik denk dat ik jullie snel weer moet verlaten om terug naar huis te gaan."
      "Je hebt gelijk... Ik moet ook maar terug naar huis, denk ik..." Horace beet op zijn lip en staarde hoopvol naar mij, "Christine... waar ga jij heen?"
      "Ik...?" Ik keek een beetje twijfelachtig tussen de twee jongens in. Ik had geen plek om terug te gaan, dus het liefst bleef ik bij één van hen... maar bij wie? Naar Miralivia met Horace? Naar Galaremond met Talon? Terug naar Thule met de rest? Of bleef ik...
      "We zetten die triviale dingen terzijde en lopen richting dat gebouw daar, prins Vladrim heeft ons uitgenodigd voor een feestje om onze overwinning te vieren." Joe deed een stapje naar voren en wenkte naar de rest zodat we met ons groepje bij elkaar stonden, "Goed gedaan, jongens én meisjes. Opnieuw zegeviert het team van korporaal... nee, commandant Skipwyth en bijten de demonen in het stof! Chapeau, zoals ze dat in Galaremond zeggen, of niet, Talon?"
      "Oh, ja zeker." Talon lachte ongemakkelijk toen we met z'n allen nieuwsgierig naar hem keken, maar toen kwam Nate al naar voren met een grijns, "Alleen heb je niet meer zoveel aan die titel nu de demonen verslagen zijn, Joe."
      "Dat weet je nooit! Jammer genoeg zal er altijd een nieuwe vijand komen, maar voor nu is het wel tijd voor een feestje. We hebben hard gevochten en allemaal wel een toost verdiend." Hij klom als eerste in de kar en liet ons rustig instappen, "En daarbij zal dit de eerste keer zijn dat ik in Onawien kom, het mysterieuze koninkrijk in Sirawien dat niemand ooit heeft kunnen vinden. Ik kan niet wachten..."

      Ook Percy keek zijn ogen uit toen de kar voor het grootse gebouw stilstond. Het leek minder op een kasteel en meer op een... kerk? Voor de poorten stonden twee wachters, een tweeling, met de vreemdste haar- en oogkleur. Grijnzend keken ze ons aan, hun bedoeling enkel een tikkeltje ondeugend, "Kom maar binnen, onze meester wacht op jullie."
      Eenmaal binnen vielen onze monden weer open. Het leek echt op een kerk, met de glas-in-loodramen en het enorme roosvenster in de balzaal. De prins kwam met een glimlach naar ons toe en ik herkende hem als de jongen van onze rekruteringsdag. Zijn amberkleurige ogen gaven hem een bovennatuurlijke uitstraling, maar zijn pure ziel was niet te negeren. Hij schudde onze handen en stelde zich opnieuw voor als 'Vladrim', waarna hij ons door zijn woning leidde. Naast de enorme 'balzaal', waren er nog talloze andere zalen die telkens nog mooier dan de voorgaande waren. De laatste zaal die hij ons toonde, was weliswaar mijn favoriet.
      "Dit is mijn favoriete zaal," vertelde Vladrim, mijn gedachten kopiërend, "Hier wordt het verhaal verteld van de drie engelen die Gaieth telkens weer van de ondergang redden."
      "Drie? In Miralivia leren wij alleen over Machidiël en Sariël." Horace keek verward op, waardoor Vladrim glimlachte, "Inderdaad zijn zij meer op de voorgrond, maar Azraël..." Hij ging voor het grootse beeld staan van een engel met een zeis. Over zijn hoofd hing een grote capuchon die zijn gezicht bijna verhulde en achter hem hingen twee grote, vederen vleugels die leken gemaakt te zijn om grote gewichten te kunnen dragen, "Azraël is de verlosser. Hij zorgt ervoor dat de zielen op de juiste plekken belanden en geeft sommigen zelfs een tweede kans. Misschien is hij niet zo episch als Sariël of Machidiël, maar door hem kom je zeker te weten altijd op een goede plek terecht. De necromancers die hier vroeger woonden, wisten het ook. Daarom bouwden ze deze kerk, een eerbetoon aan alle drie de engelen als trio, in plaats van het heilige duo. Dat bracht ze jammer genoeg in gevaar door de nieuwgelovigen die aan Azraël twijfelden. Ze wilden hem weg hebben en geloofden dat ze dan minder dicht bij de dood stonden. En dat kwetste het hart van arme Azraël." Vladrim greep triest naar zijn eigen borstkas, waardoor Horace zijn ogen open schoten en hij meteen op zijn knieën voor het beeld ging zitten en een kort gebed aan Azraël wijdde. Ik glimlachte lichtjes om zijn toewijding aan zijn geloof, maar toen hij de andere twee engelen ook begon te bedanken voor onze overwinning, mompelden we de woorden toch stiekem wel mee.

      Na een aantal glazen wijn en wat heerlijke snacks, begon het feest een beetje op te komen. Een klein orkestje speelde wat dansmuziek en sommigen van ons waren al aan het dansen. Horace en ik stonden echter bij Vladrim aan de snacktafel, een beetje onzeker over wat we gingen doen.
      "Dus... Christine..." Horace glimlachte, "Heb je al besloten wat je wilt gaan doen?"
      Ik wilde zeggen dat ik altijd nog terug kon naar Freyfield met Chris...wie? Chris...tine? Ikzelf? Volgens mij was ik nog in de war door die klap. Horace bloosde lichtjes en gaf me een grijns, "Kijk... Je kan altijd nog mijn voorstel overwegen. Miralivia is gewoon een mooi land, en ik ben vrijwel al koning daar."
      "Miralivia..." Vladrim knikte en glimlachte, "Christine, dat lijkt mij ook een mooi plan. Om eventjes je gedachten van dit hele gedoe afhalen en in dat paradijs te wonen met deze knappe kroonprins hier."
      Eventjes vroeg ik me af of Vladrim misschien niet teveel wist over Horace, maar toen ik hem ernaar wilde vragen, kwamen de woorden niet eens uit mijn mond en werden mijn gedachten gevuld met redenen als 'hij is zelf ook een prins, waarschijnlijk hebben ze al vaker contact gehad'. Tevens schoot er even een beeld door mijn hoofd waar Horace zijn liefde aan mij verklaarde, waardoor ik plotseling bloosde en Vladrim me lachend aankeek, "Je hebt niks te verliezen, toch?"
      "Goed, je hebt gelijk." Ik probeerde mijn blos weg te krijgen en knikte, "Nou, Horace, ik kom met je mee."
      "Echt?! Woehoe!" Hij grinnikte en pakte een van de champagneflessen van tafel, waarna hij ermee schudde en de kurk eraf liet knallen, om vervolgens onze glazen slordig in te schenken, niet even lettend op de restanten van het vorige drankje dat erin zat. Toen we een beetje verstoort naar onze plotselinge mixdrankjes keken, hield Horace zijn glas omhoog en gaf hij de grootste glimlach die voor hem mogelijk was, "Nunc est bibidum!" Hij stootte zijn glas tegen de onze en lachte, "Cin-cin!"
      "Volgens mij proostte hij," vertaalde Vladrim onzeker voor me, waarna we een fatsoenlijke proost hielden en Horace in één keer zijn drank achterover gooide. Het leek alsof hij zijn nuchterheid enkel verloor als hij vrolijk was, dus toen hij als een idioot ging dansen, vond ik het alleen maar geweldig om te zien. En met die gast moest ik gaan samenwonen in het mooiste land van Gaieth? Goed genoeg, ik had er geen problemen mee.


      "En deze huizen zijn 200 jaar geleden gebouwd, maar nog steeds staan ze hier in volle pracht langs de kanalen." Horace glimlachte toen hij vanuit de gondel zijn geboortestad liet zien. Zodra we in Miralivia waren aangekomen, moesten we meteen zonder pauze naar het kasteel komen. Horace werd daar met spoed gekroond sinds zijn vader afstand had gedaan van de troon. Direct daarna moesten we ons omkleden, aangezien een hele uitrusting niet bepaald comfortabel was in zo'n warm land, vooral niet als we toeristische dingen gingen doen. Momenteel droeg Horace een wit, koninklijk uniform en had ik een witte jurk gekregen. Als iemand die nog nooit van hoge status was geweest, had ik niet zoveel ervaring met die dingen, maar volgens Horace stond het me toch goed en stiekem was het toch wel fijn met dit warme weer.
      "Die kerk daar is de oudste kerk van Miralivia. Daar ben ik gedoopt, heb ik mijn communie en vormsel gedaan... en daar ga ik ook trouwen." Hij gaf me een suggestieve grijns en ik duwde hem plagerig weg, waarna ik hem toch een lief kusje op zijn wang gaf. Ach ja, het leek wel of Vladrim me gehypnotiseerd had om met deze idioot een leven te delen, maar dat vond ik niet erg, want hij bleef toch wel een hele knappe idioot waar ik geen nee tegen kon zeggen.

      Een aantal jaren vooruit, en er klonken al kleine voetstapjes door de hallen van ons kasteel. Terwijl ik op mijn troon nog een kommetje pistachenootjes naar binnen werkte - eindelijk wist ik hoe ze heetten, met dank aan Horace - strompelden Michael en Olivia al naar binnen. De twee donderstralen gooiden alles om hen heen omver door hun blindelingse manier van rennen en ik moest lachen toen Horace er doodmoe en chagrijnig achteraan holde om ze tegen te houden.
      "Kinders, geef jullie pappie eens wat rust, hij heeft vroeger al genoeg moeten rennen!"
      Oh...!" Michael keek met zijn grote blauw oogjes op, waarna hij ze op Horace richtte, "Vertel! Vertel!"
      Horace glimlachte en kwam naast me zitten, waarna we de kinderen op schoot namen en hij over zijn avonturen in Thule en Sirawien vertelde. Iedere keer probeerde ik weer te ontdekken waar hij blufte om zijn avonturen iets indrukwekkender te maken, maar ik zei er maar niets over, want de twee deugnietjes keken opnieuw vol bewondering naar hun vader.

      Michael was een geweldige leerling. Toen hij eindelijk volwassen werd, had hij meerdere studies achter zijn rug en wist hij precies hoe hij een succesvol land moest leiden. Hij had ook het charisma van zijn vader meegekregen en was een grote hit bij de rest van het volk, alhoewel hij zelf nog niemand op het oog had. Olivia hield zich meer bezig met de mensen in het algemeen, in tegenstelling tot Michael die enkel vanaf het balkon werd bewonderd, ging Olivia vaak genoeg de straat op om zo de levens van het volk te verbeteren en kreeg daardoor veel mensenkennis en ervaring in het tevredenstellen van het land.
      Zo bloeide Miralivia opnieuw op tot het paradijs van Gaieth en verdween de corruptie vanzelf.

      Zonder demonen om te verslaan, werd flux al snel overbodig als enkel een gevechtsmiddel. Andrew werkte met een aantal nieuwe vrienden aan een hoope uitvindingen, waarvan er eentje toch mijn favoriet was. Een apparaatje waarbij je je flux als een soort manier kon gebruiken om elkaar te contacteren. Zo konden wij vanuit Miralivia met Talon in Galaremond praten, zonder een enkel probleem! De contacten tussen de andere landen bleven zo goed behouden, waardoor er minder conflicten ontstonden en er eindelijk een periode van vrede werd beleefd.

      Uiteindelijk gaf Horace tijdelijk zijn positie aan Michael, waarna wij tweeën een wereldreis konden maken. Hij loog dat hij die ervaring enkel als een vakantie wilde hebben, want toen we terugkwamen en we zagen hoe goed Michael het land leidde, kondigde Horace zijn abdicatie aan en werd onze zoon echt de koning van Miralivia.
      Na veel tranen van beide kanten, waren beide mannen het er toch over eens dat dit de juiste keuze was. Terwijl het land in de veilige handen van Michael was, reisden Horace en ik opnieuw Gaieth door, maar dit keer om met onze oude vrienden af te spreken. Talon had een hogere rang gekregen en was gelukkig getrouwd, Joe en Nate deelden hun toekomst ook en hadden nu ook een volwassen dochter die de dojo leidde. Percy had net als ons de wereld rondgereisd, zelfs tot in het verre oosten, terwijl Lewis en Andrew alweer aan een nieuw flux-project werkten.

      Gelukkig had iedereen hun 'happy ending' gevonden, alsof iemand ons dat allemaal gegund had. Nou ja, ik klaagde niet, ik had ook een geweldig leven met Horace en de kids, dus toen ik opnieuw in de witte ruimte lag en Azraël zijn hand vriendelijk naar me uitstak, hoopte ik stiekem dat het eigenlijk maar een droom was en ik opnieuw in Miralivia wakker werd met iedereen om me heen. Ach... dat ik zo gehecht kon raken aan zo'n korte periode uit mijn leven... gelukkig kon ik vanuit mijn eigen kantoortje nog toekijken hoe mijn nageslacht de wereld ging verbeteren. Gelukkig waren zij ook echte engeltjes.
      Na een lange stilte, nam ik eindelijk Azraëls hand in de mijne, waarna hij zijn krachtige vleugels gebruikte om me terug naar boven te tillen. Eerlijk gezegd, miste ik alles nu al...

Aaaaaaaaaaaaaaaaa wat een haat krijg je als je zoveel wilt schrijven met zo weinig tijd!! Het is nu al bijna 00:00 terwijl ik om 6 uur uit bed moet.... nooooo!!!
Ik ga nog een epiloog en een klein stukje (um... klein op mijn manier, dus reken een hoofdstuk of..100, grapje) als prequel schrijven, dus ja, die zie je vanzelf wel verschijnen lol(lol)nu ga ik maar snel slapen!

Reacties (2)

  • Helvar

    Alysha, it's awesome!:Y)

    6 jaar geleden
  • Katalante

    Wij. Willen. Vervolg.
    Wij. Willen. Vervolg.
    Wij. Willen. Vervolg.
    Wij. Willen. Vervolg.
    Wij. Willen. Vervolg.
    Wij. Willen. Vervolg.
    Wij. Willen. Vervolg.
    Wij. Willen. Vervolg.
    :Y)

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen