My brother..

Okee, die Hanna was dus een echte bitch. Ik plof zuchtend neer op de stoel naast Gina en laat mijn hoofd in mijn handen zakken. Waarom begonnen al mijn ochtenden zo negatief? Of beter gezegd. Waarom gebeuren er de laatste dagen elke dag rare dingen in mijn leven.. 'Ik zag je net praten met Hanna, ga je nu met haar om..?' vraagt Gina en kijkt me aan met haar wenkbrauwen omhoog. Ik zucht vermoeid, 'Ik ga met niemand om' zeg ik, en sluit mijn ogen. Ik zag weer het moment met Hanna voor me.. Je moet je niet snel speciaal voelen rond om Emir. Dat is wat ze zei. Alsof ik me speciaal voelde, hij boeit mij niet eens.. Ik open me ogen weer, en bijt op me lip. Nee, ik kon het niet laten om deze vraag te stellen. Hij boeide me wél.. 'Hoe goed.. ken je Emir?' vroeg ik zachtjes, en keek Gina voorzichtig aan. Ze keek een beetje verbaasd van mijn plotselinge vraag. Ze haalde haar schouders op, 'Zoals iedereen denk ik.. goed genoeg om te weten dat hij geen goeie jongen is..' zegt ze. Met het puntje van mijn nagel pulkte ik zenuwachtig het hout van de tafel af. 'Wat bedoel je daarmee?..' vroeg ik verder. 'Nou.. hij heeft een dure auto, dure kleren, een eigen nachtclub, zijn vader is ontzettend rijk. Hij staat zelfs in tijdschriften, hij kan alles maken wat hij wil en kan er zo mee wegkomen' gaat ze verder, 'niet te vertrouwen dus'. Ze kijkt me een beetje waarschuwend aan bij die laatste zin. Ik kijk een beetje beschaamd naar mijn handen, 'Hoe moet een mens weten wie die moet vertrouwen?..' zeg ik zachtjes.

'Ren' zei Gina lachend, en we renden beiden met onze handen op onze haren, naar de zijkant van de weg. De regen viel als een waterval vanuit de lucht naar beneden. Mijn haren en kleren waren helemaal doorweekt. 'Taxi!' zei ze, en zwaaide met haar handen. De gele taxi stopte voor onze neus. 'Kom' zei ze, en trok aan mijn arm. Ik schudde langzaam mijn hoofd. Ik had niet eens geld voor een taxi, hoe kon ik nou mee.. 'Ik kan niet..' zei ik. Gina haalde haar schouders op, ze kon me nog nauwelijks zien door alle regen 'Tot morgen!' zei ze hard om boven de regen uit te komen en zwaaide. Ik liep met snelle passen naar het bushokje zodat er geen regen meer op me viel. Niet dat het zo erg was, natter dan dit kon het toch niet.. Nu maar hopen dat de bus snel komt.

'Hope!' ze iemand. Ik schrok op uit mijn gedachten. En spleette mijn ogen om te kijken waar de stem vandaan kwam.
Toen zag ik het. Ik zag hem. Zijn zwarte Porsche stond voor mijn neus geparkeerd. Volgensmij zei hij iets wat moest lijken als stap in, ik kon hem niet horen door de harde regen. Ik wierp een blik naar de lange weg. Met de bus gaan zat er niet echt in.. Maar ik wilde ook niet met hem.. Hij keek me nog steeds afwachtend aan. Ik zuchtte, en liep met snelle passen, om zo min mogelijk nat te worden naar de andere deur van de auto. Stapte in, en sloot zachtjes de deur.
Een zenuwachtig gevoel bloeide weer in mijn maag gelijk al op het moment dat ik zat. Hij glimlachte naar me en begon met gasgeven. Ik keek wat naar me handen, niet wetend wat ik moet zeggen of doen tijdens deze hele rit. Mag ik uitstappen en lopen? Oké nee, als ik dat zou vragen zou hij me echt raar vinden. 'Waren je ouders boos om die telefoon..?' vraagt hij dan. Ik kijk naar buiten uit het raam. Alles om zijn blik te vermijden. 'Jaa.. Mijn vader wilde dat ik het teruggaf' antwoord ik. Met mijn ogen volg ik de regendruppeltjes die naar beneden vallen op het glas. 'Waarom heb je het aan Hanna gegeven.. en niet aan mij?' vraagt hij, en kijkt me weer aan. Ik bijt wat zenuwachtig op mijn lip, en staar voor me uit. 'Ik kwam haar gewoon tegen..' zeg ik zachtjes. Ik voelde zijn blik branden op mijn gezicht, wat me alleen nog maar zenuwachtiger maakte.
Voorzichtig.. en langzaam keek ik via mijn wimperharen naar boven. Naar zijn gezicht.
Het zenuwachtige gevoel verdween, en maakte plaats voor een warmer gevoel en een snel kloppend hart. 'Waarom kijk je zo..' vroeg ik zachtjes. Maar hij antwoordde niet. Het enige wat we deden was elkaar aankijken. Waarom was het zo moeilijk om mijn ogen van hem af te halen..? Ik knipperde. 'Jij bent verlegen' glimlachte hij voorzichtig. Ik haalde met veel moeite mijn ogen van hem af en keek weer naar beneden, naar mijn handen. 'Waarom zou ik verlegen zijn..?' probeerde ik zo nonchalant mogelijk te zeggen. 'Jawel, jij bent verlegen' concludeerde hij weer, en lachte er zachtjes bij. Ik keek weer uit het raam, 'En jij probeert me te beledigen..' zei ik en volgde de interessante druppels weer. 'Ik beledig je niet.. ik vind het leuk' zei hij.
Op dat moment ging mijn blik in een reflex naar zijn gezicht. Ik had het niet eens onder controle. Het ging vanzelf. Het warme gevoel nam nu mijn hele lichaam over, en liet elk deeltje tintelen. Ik glimlachte zachtjes, en bleef ademloos naar hem kijken. Hij gaf me een compliment.. - Tot het moment dat de auto hard remde en het allemaal verstoorde. Ik schrok op en slaakte een lichte gil. De banden van de auto piepten hard. 'Wat is er gebeurd? Hebben we iets geraakt!' zei ik een beetje in paniek. 'Nee nee, dit deed hij vanochtend ook al' mompelde hij, en stopte de auto. Ik haalde opgelucht adem en keek om me heen. We stonden ergens op de weg voor zover ik kon zien. Het regende nog steeds ontzettend hard. 'Sorry.. ik kom zo terug, wacht hier' zei hij, en verliet de auto.

Waarom was ik altijd zo.. zenuwachtig als ik met hem was. Ik kan hem niet eens aankijken. Zinnen formuleren word opeens moeilijk, en mijn handen worden opeens heel interessant om naar te kijken. Ik zucht en staar weer voor me uit. 'Ik ben er weer' zegt Emir hijgend en stapt in. 'Waar was je?' vraag ik en bekijk zijn haren die nu helemaal nat waren. 'Even naar een automonteur' zegt hij nog steeds buitenadem en sluit de deur. 'Sorry van het wachten, je bent vast ook te laat thuis. Ik kan wel een taxi bellen voor je, je huis is hier dichtbij..' stelt hij voor. Ik haal mijn hoofd geschrokken op bij het horen van die zin. 'H-hoe bedoel je dichtbij? Welke automonteur was je ?' vraag ik bezorgd. Hij wijst uit het raam, 'daar is hij' zegt hij.
Ik volgde zijn blik, en keek uit het raam.
Ik kan niet eens beschrijven wat er op dat moment met mij gebeurde..
Natuurlijk was er alleen maar één automonteur hier in de buurt.
Toen ik hem zag lopen leek ik bevroren.. Mijn handen en benen waren verlamd, ik kon alleen maar toekijken hoe hij steeds dichterbij richting de auto liep.
Als hij me ziet..
Ik werd misselijk en duizelig tegelijkertijd. Alles werd licht in mijn hoofd. Alsof ik ieder buiten bewust kon zijn. Hij was nog maar een paar meter verwijderd.
Mijn hart, die ik nog nooit zo hard had voelen kloppen.
Mijn handen die er trillend naar grepen.
'De automonteur is er' zei Emir en stapte weer uit.
Het was alsof zijn woorden door mijn hoofd echo-den.
Zijn stem was dichtbij, maar klonk voor mij zo ver. Ik had geen enkel besef.
Het enige wat ik zag was hem. De automonteur.
Mijn broer..


Sorry dat dit hoofdstuk zo lang is..
En bedankt voor alle lieve kudo's en reacties!
Ik wilde daarom dit hoofdstuk zo snel mogelijk activeren.
Ik ben inmiddels ook al bij hoofdstuk 30 met vooruit schrijven, dus vandaar.
Het betekent allemaal echt heel veel voor me.. <3
Klik op de grijze onderstreepte woorden! Maakt het spannender xx
- Wat vinden jullie trouwens van de scènes? Kijken jullie ze? of zal ik ze weghalen (:

Reageer (7)

  • Amica

    Ik kijk je scenes want dat maakt het echter
    Als ik oortjes in de buurt hebt tenminste

    8 jaar geleden
  • xyourlovex

    Toen ik dat 'verlegen' stukje las....Mijn hart smolt....Het was TE cute! Niet normaal...
    O Ow....PROBLEM.....Broer...Gozer...JE VERSTOORT HET MOMENT OKE!?
    Je MOET snell verder gaan! Pleaseeee
    Xxxxxx (flower)

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen