Alle belangerijke mannen van de stad kwamen in de raadzaal van het paleis samen. De sfeer was opgewonden, onderweg naar de raadzaal hadden de meesten al gehoord wat er aan de hand was maar er waren nog vele vragen die door hun hoofd spookten. De gouverneur kwam het vertrek binnen en alle gesprekken verstomden meteen. Hij nam plaats aan het hoofd van de lange tafel die in de grote rechthoekige ruimte stond opgesteld. Dit was het teken voor de anderen om ook te gaan zitten. Met plechtige stem opende de gouverneur de vergadering:”Welkom beste heren, ik besef dat u allen vol zit met allerlei vragen, doch ikzelf kan ze niet beantwoorden, daarom vraag ik eerst meester Herendal om uitleg.” Meester Herendal was een al iet wat oudere man die aan het hoofd stond van het niet geringe netwerk van spionnen die toebehoorden aan zijn meester Emile de la Rivière, de gouverneur van Rallart. “Meester Herendal, kunt u me alstublieft vertellen waarom dit reusachtige vijandelijke leger zich op slechts een dagmars bevindt van onze stad terwijl datzelfde leger, volgens uw bronnen, gisteren nog honderd kilometer naar het oosten vastgelopen was op de stad Randall?” De gouverneur en Herendal waren oude vrienden en Herendal wist dus dat dit geen dreigement was maar een gemeende vraag. “Heer, ik moet u het antwoord schuldig blijven, misschien zit er een verrader in het korps. Maar dat betwijfel ik ten zeerste want allen zijn door mij persoonlijk met zorg gekozen. Dus de enige opties die nog overblijven zijn dat een bericht onderschept en vervalst is of dat ze op de een of andere manier een ander leger door de bossen gesmokkeld hebben. Maar het blijft een vervelende kwestie want vanaf het moment dat het leger aan de horizon zichtbaar werd heb ik verkenners op pad gestuurd. De eersten zijn al terug en op hun beschrijving afgaand moet ik besluiten dat het hier om het zelfde leger gaat als dat waar u net op doelde.” De gouverneur wreef over zijn dikke rode baard en dacht even na. Hij zag dat Herendal nog ergens mee zat en vroeg wat er was. “Heer, er is nog iets wat me zeer verontrust. Één van de verkenners werd gevangengenomen door de vijand, maar die lieten hem evenwel weer gaan.” Gemompel steeg op uit de zaal. Dat was wel erg overmoedig van hun vijand! De La Rivière maande hen echter tot stilte want hij zag dat het verhaal nog niet voorbij was. Zodra de stilte was weergekeerd hervatte Herendal zijn relaas:”Die ene verkenner kwam echter terug met zeer verontrustende verhalen, en was ook zo toegetakeld dat hij ter plekke stierf. Voor hij stierf vertelde hij ons een heleboel dingen die geen steek hielden. Die mannen waren als beesten op hem tekeer gegaan. Maar hij vertelde ons wel dat alle mannen volledig zwarte ogen hadden, ze waren allemaal gespierd en hadden gitzwart haar.” De gouverneur keek verbaast op en vroeg zich af of de vijand misschien steun had gekregen van een onbekend overzees volk, maar schreef die gedachte meteen af omdat er toen hij die vraag stelde, geen enkel gegeven was dat dat verder bevestigde. Als zoiets zou gebeuren zou dat nieuws ontzettend snel de ronde doen. Want behalve het grote Oercontinent waar de mensen op leefden was er nog nergens anders zelfs maar een eiland gevonden. Op de kleine eilandjes niet zo ver van de kust na dan, maar daar leefden enkel dieren en wat kleine wilde stammen. Herendal verzekerde hem ervan dat hij zo snel mogelijk het antwoord zou onthullen. De gouverneur schortte de vergadering even op, hij wilde die dode verkenner wel eens van naderbij bekijken. Toen de zaal leeggelopen was stapten Rickardo en timotius vanuit een donkere hoek de zaal uit en verdwenen ongemerkt om het nieuws in alle rust te bespreken.

Onderweg naar het lijkenhuis sprak de gouverneur de mensen vriendelijk aan, hij wist dat het een steun voor de mensen was als hij zo door de straten liep tussen de burgers. Hij liep natuurlijk samen met een kleine lijfwacht en zijn vriend Herendal maar dat was noodzakelijk. Terwijl hij in gesprek was met zijn vriend kwam een soldaat die hij goed kende (Emile vond het belangrijk banden te onderhouden met het gewone volk) boos op hen toe stappen. De koning riep hem en vroeg wat er was terwijl hij met een gebaar de lijfwachten gebaarde hem door te laten. Toen de man zo dicht was dat de de La Rivière zijn ogen kon zien haalde hij met een snelle beweging een mes uit zijn mouw en gooide het met een soepele beweging naar de gouverneur. Die was zo gehypnotiseerd door de zwarte ogen van de man dat hij aan de grond genageld bleef staan. Om hem heen hoorde de gouverneur vaag geschreeuw. Het leek alsof de tijd stilstond. Het enige wat er nog was waren die doordringende zwarte ogen. Het volgende moment werd de man neergestoken door zijn lijfwacht en viel de La rivière dodelijk getroffen op de grond. Het laatste waar de arme man aan dacht waren de zwarte ogen, want hij wist toch zeker dat die man groene ogen had gehad.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen