Het thema is De speeltuin

Winnaar SOTM oktober 2014

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. Buiten staat een oude speeltuin. De kettingen zijn roestig en de verf is afgebladderd. Het hout is verrot. Zijn beste tijd heeft hij gehad. Alles is oud, versleten, verlaten.
Op de schommel zit een jongen. Zijn kleren zijn verkreukeld en zijn haar zit door de war. Ik ken hem wel. Ooit had hij alles: een mooi huis, liefhebbende ouders, eten, goede vrienden. Toen voegde hij daar een vriendje aan toe. Zijn ouders hebben hem gezegd dat hij niet meer terug hoeft te komen. Zijn vrienden hebben hem in de steek gelaten. Nu zwerft hij rond op straat, hopend op iets te eten. Hopend dat hij onderdak heeft voor de nacht. Bedelend om te overleven. Zijn vriendje heeft hem verlaten voor een ander.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. Op de wip zit een jong meisje. Ze doet een poging in haar eentje te wippen. Vroeger deed ze dat altijd met haar vader. Nu is ze alleen. Haar vader is er niet meer om met haar te spelen. Hij was militair. Hij werd uitgezonden en is nooit meer thuis gekomen. Een hinderlaag heeft het meisje de persoon om wie ze het meeste gaf, afgenomen. Het meisje wipt verder. Springen, weer terug vallen, springen, weer terug vallen. Steeds maar weer datzelfde tempo, in een wanhopige poging terug te halen wat ze verloren heeft.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. Bij de glijbaan zit een jonge meid. Haar buik is enorm. Zij zou trouwen met een oude man, maar raakte zwanger van een ander. Ze durft niet meer naar huis terug te keren, bang als ze is voor de reacties. Hulp hoeft ze niet meer te verwachten. Eerder verachting, haat.
Ze is haar werk kwijtgeraakt en kon de huur niet meer betalen. Nu zit ze daar, hopend op wat werk als schoonmaakster.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. Bij het klimrek staat een jongen. Hij heeft snijwonden op zijn armen, blauwe plekken op zijn rug. Jarenlang is hij gepest. Wat hij ook deed, het was altijd verkeerd. Van zijn ouders hoeft hij geen hulp te verwachten. Zijn moeder is weggegaan toen hij heel klein was. Zijn vader is altijd dronken. Hij wordt geslagen om niks. Hij wil niet meer leven. 's Avonds huilt hij zichzelf in slaap. Hij is er klaar mee.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. Bij het bankje staat een oude vrouw. Ze is er van overtuigd dat haar man daar zal komen. Vroeger wandelden ze daar altijd samen met de hond. Nu glipt zij weg om hem te zoeken, niet meer wetend dat hij niet meer leeft. Hoe langer het duurt voordat hij komt, hoe meer ze in paniek raakt. Zij weet nog slechts die momenten samen. Zij weet alleen maar dat ze van hem houdt, dat hij haar nooit alleen zou laten. Het verdriet is ze vergeten.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit raam. In de zandbak zit een kleuter. Hij speelt met het zand. Zijn moeder is hem weer vergeten. Zij zag weer spoken, figuren die er niet waren. Ze was weer bang. Ze dacht weer dat hij een spook was, een monster die haar kind had meegenomen. Ze is gevlucht. Hij is zich van geen kwaad bewust. Hij denkt dat hij nog mag spelen. Hij denkt dat zijn moeder ergens heen moest, niet dat hij de reden van haar vertrek was.




Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. De jongen zit nog steeds op de schommel. Zijn schouders zijn gebogen en hij kijkt naar de grond. Naast hem zit een ander. Zijn arm ligt om de jongen heen. Nog steeds heeft hij geen huis, is hij zijn familie kwijt. Nog steeds zwerft hij over straat, is hij verlaten door zijn vrienden. Maar alles is nu beter. Hij heeft nu iemand om het mee te delen. Hij is niet meer alleen.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. Het meisje is gestopt met wippen. Ze heeft door dat het niet helpt. Haar vader komt niet meer terug. Ze zit nu slechts op die wip met tranen in haar ogen. Ze weet dat hij er niet meer zal zijn, niet voor haar schoolvoorstellingen, niet voor haar zwemdiploma. Dat jonge, zorgeloze meisje zal verdwijnen. Ze zal voor haar moeder moeten zorgen, die het niet aan gaat kunnen. Ze zal snel volwassen moeten worden. Ze zal de verstandigste moeten zijn, niet het bange kind. Maar zover is het nog niet. Op dit moment zorgt haar moeder nog voor haar en kan ze nog bij haar terecht. Op dit moment zijn de rollen nog niet gedraaid.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. Nog steeds zit die jonge meid met haar grote buik bij de glijbaan. Het begint al donker te worden maar ze kan nergens heen. Op haar wacht geen warme maaltijd, geen kachel. Ze hoopt slechts dat het droog blijft en dat ze bij die glijbaan kan blijven zitten. Dat is haar enige wens. Alleen maar een nacht zonder regen of sneeuw. Verder niks.
Een deur gaat open. Een jonge man loopt naar buiten. Hij loopt naar haar toe en zegt iets. Spontaan begint ze te glimlachen. Hij helpt haar overeind en neemt haar mee. Voor vanacht heeft ze onderdak.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. De jongen staat weer bij het klimrek. Nieuwe blauwe plekken vormen zich op zijn huid. Een van zijn ogen zit dicht. Zijn neus bloedt. Nieuwe krassen staan op zijn armen. Hij heeft het opnieuw geprobeerd. Hij heeft zich weer vertoond. Hij heeft weer geprobeerd erbij te horen. Opnieuw is hij in elkaar geslagen. Opnieuw is hij gekleineerd. Thuis was het weer zover. Weer had zijn vader teveel gedronken. Weer was hij agressief. In plaats van troost, of desnoods alleen maar rust, kwamen er nog meer klappen. Weer is hij uitgescholden. Weer is hij waardeloos genoemd. Hij kan niet meer, geeft het op. Zijn leven bestaat alleen nog maar uit ellende. Uit niks anders meer. Hij staat op. Vanavond zal zijn laatste avond worden. Vanavond zal hij naar het station gaan. Morgen zal hij niet meer bestaan.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. De vrouw staat daar nog. Ze wacht nog steeds op haar grote liefde. Ze weet zeker dat hij zal komen. Dat heeft hij altijd gedaan. Nooit heeft hij haar laten zitten. Een verpleegster komt eraan. Ze vertelt de vrouw dat hij niet komt. De vrouw raakt in paniek. Ze is bang. Ze heeft hem nodig. Waarom komt hij niet? De verpleegster pakt haar bij haar arm en zegt iets. De tranen stromen ondertussen over de wangen van de vrouw, maar de woorden van de verpleegster kalmeren haar. Gewillig loopt ze mee, net als altijd. Ze weet dat niet meer. Ze weet al die vorige keren niet. Morgen zal ze dit ook weer vergeten zijn. Morgen gaat ze weer naar hem toe.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. De kleuter speelt nog steeds met zand. Hij heeft een zandkasteel gebouwd. Hij doet alsof hij een prins is die de draak verslaat. Hij verslaat alle monsters voor zijn prinses, zijn moeder. Hij weet nog niet dat hij dat ooit echt gaat moeten. Hij weet nog niet dat er voor zijn prinses echt monsters zijn.
Zijn moeder komt er weer aan. Ze weet weer dat hij mee moet. Ze weet weer dat hij geen monster is. Stille tranen lopen over haar wangen. Hoe heeft ze ooit dat kunnen denken? Waarom heeft ze een kleuter alleen gelaten? Welke moeder doet dat nou? Ze roept hem en geeft hem eerst een knuffel. Hij is er nog. Hij is niet verdwenen. Dan pakt ze zijn hand en samen lopen ze naar huis. Vandaag is het tijd voor pannenkoeken. Vandaag zijn de monsters op een afstand.

Ik zit op mijn kamer en kijk uit het raam. De speeltuin is verlaten. Niemand zit er, niemand speelt er. De stilte die er hangt geeft het iets doods. De eerste ketting is al geknapt. Zijn beste tijd heeft hij gehad. Het hout is nu echt weggerot. Hij staat op instorten. Hij is niet meer veilig. Het hek is dicht, op slot. Niemand mag er meer bij. Ongelukken mogen niet gebeuren. De regering wil hem afbreken. Hij zal verdwijnen, in tegenstelling tot de herinneringen op deze plek. Hij zal vergeten worden, in tegenstelling tot de verhalen. De verhalen van de mensen zullen blijven voortleven. Ze zullen worden onthouden. Ze zullen worden doorverteld. Ze zullen worden herdacht. Deze plek zal een symbool zijn voor al die onbekende mensen. Mensen zullen weten wat er gebeurd is. Anderen zullen er troost uit putten. Ze zullen weten dat ze niet de enigen zijn met problemen. De verhalen van deze mensen laten dat wel weten. Maar vooral, wat waarschijnlijk het belangrijkste is, ze zullen weten dat ze niet alleen zijn.

Reacties (3)

  • Necessity

    Okee je had gelijk, een deel twee is echt niet mogelijk.
    Maar voor iedereen die dit verhaal leest en net zoals niniwa en ik van de mishandelde jongen is gaan houden, zal ik als co-owner van dit account een klein vervolg schrijven op zijn stukje.

    Vanavond zal hij naar het station gaan. Morgen zal hij niet meer bestaan. Niet meer in deze stad tenminste. Hij heeft een baan aangeboden gekregen op een nieuwe plek, in een stad hier ver vandaan, waar hij overnieuw kan beginnen, een nieuwe start kan maken, en nog lang en gelukkig kan leven.

    Zo. Nu heeft ook hij een happy end.
    Ik vind trouwens dat dit één van je beste verhalen tot nu toe is. Het is jammer dat ik niet mag stemmen omdat we het account delen, maar anders had je mijn stem beslist gekregen.

    7 jaar geleden
  • niniwa1

    Echt adembenemend... Wow.... Alleen had ik voor de mishandelde jongen op een happy end gehoopt, je schrijft hem zo mooi dat ik meteen van hem ben gaan houden. Echt een heerlijke schrijfstijl die getuigt van zoveel talent. x x x Nina

    7 jaar geleden
  • Arthritis

    Wauw! Mooi geschreven!!

    7 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen