Max was de hele nacht doorgelopen en stopte pas toen het licht werd. Melissa’s benen voelden aan als lood. Toen Max stopte liet ze zich dan ook met een luide plof op de grond vallen. Ze was zo moe dat ze zelfs als ze in een nest rode mieren had gezeten nog niet had opgestaan. Max ging rustig zitten en nam wat gedroogd vlees uit zijn zak dat hij haar in stilte aanbood. Daarna nam hij de zak met water die altijd aan zijn riem hing en gaf die door. Het water smaakte naar oud leer en rook een beetje muf, maar na deze lange tocht was ze zelfs met minder blij geweest. Melissa keek naar Max en vroeg zich af hoe hij er nog zo levendig en vol energie kon uitzien na een beproeving als deze. En natuurlijk nadat hij bijna gestorven was. Ze begreep er nog steeds niks van maar was blij dat hij het overleefd had. Max ging op zijn rug liggen en sloot zijn ogen. Toen ze dacht dat hij in slaap gevallen was, mompelde hij:”En doe niet weer zoiets stoms als de vorige keer, probeer wat te slapen.” Ze keek verontwaardigt zijn kant op en mompelde:”Ik heb je wel het leven gered vriend, maar dat is blijkbaar vanzelfsprekend.” Max had haar gehoord en antwoordde:”Nadat ik het jouwe had gered.” Verder zweeg ze maar. Bah, met jongens viel niet te redeneren. Die Max had haar helemaal niet nodig, hij beschouwde haar gewoon als een last. Ze wachtte tot ze zeker wist dat Max in slaap gevallen was en stond toen op. Ze keek nog even naar hem, en liep toen weg. Er zou aan de bosrand wel ergens een dorp of stad te vinden zijn. En dat was ook zo, maar die zou ze nooit bereiken, want deze onverstandige beslissing liet haar levenspad dat van een ander kruisen. Een levenspad dat meer met het hare verstrengeld was dan ze ooit had kunnen denken…

Bart vocht als een beest en sneed als een wervelwind door de soldaten. Zijn vriend zouden ze nooit krijgen, dan stierf hij nog liever. Zijn reusachtige gestalte torende boven zijn vijanden uit en zijn kolenschoppen van handen sloegen onvoorzichtige soldaten met één slag tegen de grond. Het grote tweehandige zwaard dat hij van een grote soldaat afhandig had gemaakt, zaaide dood en verderf. Toen zag hij Mateo geboeid achter een reus van een man staan. Bart keek geschrokken naar de reus en voelde zich plots enorm klein worden. Deze man was groter dan hem en zwaaide met een enorme strijdbijl in het rond. Dit moest een van die eilandbewoners zijn, die overal bekend waren om hun omvang en krijgskunst met de strijdbijl. Het waren professionele huurlingen. De verhalen waren misschien wat overdreven maar hij was toch vol ontzag over wat hij zag. Toen dacht hij weer aan zijn vriend en stormde op de man af. Rond de voeten van de man lagen wel zes van zijn kameraden dood neer. Hij struikelde even en hoorde een suizend geluid. Nog net op tijd trok hij als in een reflex zijn hoofd in. De reusachtige strijdbijl zoefde over zijn hoofd. Meteen plantte Bart zijn schouder in de maag van de man, want hij stond te dichtbij om met zijn grote zwaard uit te halen. Het voelde alsof hij tegen een muur opliep, maar de muur klapte dubbel en haalde woest uit met zijn vuist. Die trof Bart vol op zijn slaap en hij viel languit op de grond. Zonder aarzelen sprong hij meteen weer recht en negeerde de pijn. Hij voelde iets warms en vochtigs in zijn haar. De strijdbijl kwam op zijn nek af en Bart hief zijn zwaard om hem weg te slaan. Maar de bijl boog af naar beneden en hij wist dat zijn zwaard niet snel genoeg zou zijn. De bijl zou recht in zijn zij belanden. Hij liet zijn zwaard meteen vallen en sloeg hard met de zijkant van zijn hand op de pols van de reus. Die opende zijn hierdoor zijn hand en liet de bijl vallen. Meteen nam Bart zijn pols vast en draaide die om. Met zijn andere hand trok hij de man aan zijn haar naar achteren. De lange vlecht van de man was hiervoor ideaal. Met een harde ruk trok hij de man op de grond en schopte meteen met de zijkant van zijn voet naar de adamsappel van de man, die kokhalsde en naar zijn keel greep. Bart haalde een mes uit zijn gordel en wild het in de borst van de man planten. Die nam Barts pols echter met zijn twee handen vast en draaide hem om. Ze begonnen beiden te duwen, en langzaam bewoog het mes in Bart’s richting. De man begon te grijnzen. Dit was het einde, dat voelde hij. Op dat moment sprong zijn geboeide vriend met zijn gewicht op de man, waardoor Bart het mes in diens hart kon planten. Opgelucht bevrijdde Bart zijn vriend en keek om zich heen. Ze waren heet gevecht aan het verliezen. Hij trok zijn vriend mee door het strijdgewoel en samen liepen ze door de straten. “Bedankt man.”, hijgde Mateo. “Jij zou voor mij hetzelfde gedaan hebben.”, klonk het antwoord. “We moeten de stad uit.” Mateo knikte en samen liepen ze door. Mateo draaide zich om en riep:”Bart, rennen!” Bart keek achter zich en zag een groep achtervolgers achter hun aanlopen. Mateo was te belangrijk om te laten ontsnappen. Plots dook voor hen nog een groep op die de weg versperde. “Vlucht Mateo, ik houd ze wel tegen!”, riep Bart. “Nooit, dat weet je.”, antwoordde die. Ze keken elkaar kort aan en gingen rug aan rug staan, wachtend op de aanvallers.

Reacties (2)

  • lordofminds

    Haha, jij bent nog onverstandigerXD
    En vraag je je niet af wat er met die andere gebeurt?

    5 jaar geleden
  • MellissaKuran

    SNEL VERDER
    Ik vraag me nu af of mel dood gaat...
    Hopelijk niet...
    Maar eff serieus: zo onverstandig ben ik ook weer niet,.. Toch..?

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen