Foto bij ~ Two ~



~ to see the tree they cut down ten years from your birth, ~

Ik wrijf over de laatste plank met het stofdoekje en bots tegen iets op. Nieuwsgierig kijk ik wat het is. Een klein doosje. Met opgetrokken wenkbrauwen neem ik het doosje van de plank. Ik leg het stofdoekje aan de kant. Met het doosje in mijn hand ga ik op mijn bed zitten. Het is een zilveren doosje met sierlijke versieringen. Mijn vingertoppen glijden over de bovenkant van het doosje.
De vorige eigenaars moeten het waarschijnlijk vergeten zijn toen ze verhuisden.
Nieuwsgierig neem ik het deksel eraf en leg het naast me neer op het bed. De binnenkant is bedekt met een zwart fluwelen stof, maar dat is niet het enige. Er zit één dingetje in het kistje, een polaroid foto.
Aandachtig bekijk ik de persoon op de foto, het is een jongen van een jaar of twee ouder dan mezelf. Hij heeft donker haar en lichte ogen, zijn lippen vormen een grijns en hij leunt tegen een muur. Hij heeft een donkerblauw loshangend T-shirt aan en een zwarte skinny jeans.
Ik draai de polaroid om, om te kijken of er soms een naam of een datum opstaat. Enkel in de linkeronderhoek vind ik twee letters. H.S. staat er geschreven.
Ik draai de foto terug om en bekijk het gezicht van de jongen. Het enige wat ik kan opmaken door deze simpele en vreemde foto te bestuderen, is dat de jongen op de foto een intrigerende glimlach heeft en de mooiste persoon is die ik ooit gezien heb.

“Louise! Tijd om te eten!” roept mijn moeder. Met een kleine zucht leg ik de foto terug in het doosje.
Wie is H.S.? Waarom ligt het hier in mijn kast?
Ik leg het doosje op één van de dozen die nog moet geleegd worden. Voor ik mijn kamer verlaat, kijk ik nog even rond. Ik moet nog zoveel dozen uitpakken. Met een diepe zucht doe ik de deur achter mij dicht.
Zal ik mijn ouders vertellen over de foto? Meteen besluit ik om het niet te doen. Ik heb het in mijn kamer gevonden en dus is het voor mij en niet voor hen.
Maar toch, ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Vele vragen schieten door mijn hoofd. Er is niets achtergelaten in dit huis, behalve dat doosje en dat ziet er juist zo waardevol uit. Van wie zou het zijn? H.S.?

Ik zit tegenover mijn ouders aan de eettafel, de geheimzinnige glimlach van de jongen op de foto is het enige waar ik nog aan kan denken. Het is beter dan over zelfdoding na te denken, ook al denk ik nu aan één of andere vreemde foto die ik in een stoffige kast in een oud huis gevonden heb. Ik heb beloofd van meer optimistisch te zijn, niet?
“Vind je, je nieuwe kamer leuk?” Ik kijk op in de nieuwsgierige ogen van mijn vader terwijl ik enkele slierten pasta rond mijn vork draai.
“Ja, het is … groot.”
“Als je wilt kunnen we morgen nog wat meubelen halen om de ruimte wat op te vullen.” stelde mijn vader voor.
“Het is goed hoor. Ik denk dat ik al genoeg heb.” zeg ik.
Het valt me op dat mijn ouders zich al altijd afvragen waarom ik altijd zo negatief en sarcastisch ben, terwijl ze beiden altijd vrolijk en optimistisch zijn. Echt waar, alles wat ze zeggen en doen heeft een positieve ondertoon. Ze verdienen beiden een kroontje en mogen benoemd worden tot Koning en Koningin Optimist.
Ik hou van mijn ouders, maar soms wil ik gewoon even weg van hen en van hun eeuwige optimisme.

“Louise, je vergeet toch niet dat het morgen je eerste schooldag is, hé?” zegt mijn moeder terwijl ze wat salade op haar bord schept.
“Nee, nee.” zucht ik.
“Kijk je er naar uit?” vraagt mijn moeder met een glimlach. Ik kijk haar met een opgetrokken wenkbrauw aan en haar glimlach verdwijnt meteen. “Komaan Louise, je zult veel nieuwe vrienden maken.” probeert mijn moeder positief te doen. “Vrienden zijn een overbodige luxe.” Mijn ouders kijken elkaar met een veel betekenende blik aan, waarna ze me beiden aankijken.
“Vergeet niet waar we het over hadden voor we naar hier kwamen, Louise.” zegt mijn vader terwijl hij zijn bril, die een klein beetje afgezakt is, terug ver genoeg op zijn neus duwde. Niet goed wetend wat zeggen kijk ik naar mijn bord. “De wereld is een mooie plek, je moet gewoon openstaan om het te zien,” gaat hij verder. Ik bijt licht op mijn onderlip om geen rottige opmerking te geven. “Als je in het leven staat met een glimlach, zal het leven ook naar jou terug glimlachen, net zoals de wereld.” En om dat citaat te versterken glimlachen mijn ouders beiden naar me.
Hoorbaar ademde ik uit.
“Jullie snappen mij niet, jullie snappen het gewoon niet en dat zullen jullie ook nooit doen hé?” Ik kom recht uit mijn stoel, ik heb helemaal geen zin om te glimlachen.
Mijn ouders kijken me beiden met geschrokken en ietwat bange ogen aan. Ik weet dat ze bang zijn dat ik weer iets ga proberen en daar word ik nog bozer van.
“God, relax, ik ga me niet snijden.” grom ik en verlaat de eetkamer.

Heya!

Hoe verloopt jullie vakantie? De mijne is echt geweldig. Ik ben net terug uit Portugal en helemaal klaar om verder te gaan met dit verhaal. Ik heb het eerlijk gezegd wel gemist.

Vergeet zeker geen reactie achter te laten en een kudo mag ook altijd wel 😘

greetz Translator

Reacties (3)

  • Chucks

    Dat heb ik ook. Ik begrijp haar. Ik glimlach nooit heb ik gewoon echt geen zin in.

    6 jaar geleden
  • Manonxxx

    Helaas had ik maar drie dagen vakantie.
    Morgen weer werken en Zondag lekker vrij.

    Snel verder (: x

    6 jaar geleden
  • pcy

    ik had al vakantie sinds maandag:D

    leuk stukjee snel verder!!!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen