Foto bij Hoofdstuk 10

10 mei 1940, in de middag
Het was donker.
Toen was er weer wat licht.
Zijn lichaam was verdoofd en zijn hoofd leeg. Hij kon nauwelijks bewegen, iets wat hij zelfs niet wilde doen. Het deed te veel pijn. Alles deed te veel pijn.
Er waren veel prikkels rond hem. Mensen raakten hem aan, ze duwden in zijn weke pijnlijke vlees – en ze produceerden geluid. Geluid. Geen woorden drongen door tot bij hem, het enige wat hij echt durfde identificeren was een vrouwelijke hoge gil.
Ze trokken zijn shirt open. Ze – wie ze ook waren – bleven zijn buik maar induwen voor een onbekende reden. De geluiden werden luider.
De wereld rond hem werd duidelijker, ook al zag hij niets. Het geluid werd veranderd in woorden. De dingen die men met de hand deed was bedoeld om hem te redden. Men riep voor een dokter. Men dromde om hen heen. “Deze leeft nog!” hoorde hij het vaakst in zijn nabije omgeving.
De woorden die men het meest aan hem vertelde, waren “Houd vol!”
Hij moest het zien, besefte hij. Het moest wel. Ik ben er nog, wilde hij zeggen, ik hou vol.
Na een zeer zware inspanning opende hij zijn ogen en keek hij naar de wereld rondom hem.
Ze keken hem aan. Ieders aandacht ging naar hem uit. Ze waren verbaasd, ook al wist hij niet waarom. De vrouw die zijn buik steeds induwde was gestopt en de gast die hem vertelde vol te houden – dacht hij – zat vlak langs hem.
Hij besefte dat het licht boven hem er helderder uitzag dan eerst. Hij bleef kijken, maar voelde die pijn niet. Die pijn zou hij truwens niet meer voelen. Nooit meer. Want het licht wel op een gegeven moment te helder.
En toen was het weer donker, en het licht kwam niet meer terug.

11 mei 1940
De tijd was bijna aangebroken. Ze zouden worden weggevoerd. Nu ja, dat gold voor Frank en Ignace. Zij zouden eerst vertrekken, op weg naar Luik. Ze stonden daar met vijf bij de barak die ze de afgelopen maanden thuis hadden genoemd.
Het moeilijkste aan deze periode was het afscheid nemen, misschien wel voor goed. Jos had het er vooral moeilijk mee door de verhalen van zijn vader. Wat als hij ook als enige van een groep vrienden overbleef? Wat als hij hier nu ook een leuk verpleegstertje tegenkwam? Wat als, wat als, wat als… Het is duidelijk dat hij zich vooral zorgen maakte om de twee die naar Luik zouden gaan. Natuurlijk zouden anderen daar ook heen gaan, maar jammer genoeg ook niet Harry, Louis of hemzelf.
Louis had medelijden met Frank. Hij was een goede gast die niet altijd de grappigste of beste was, maar hij bedoelde het altijd goed and deed ook zijn best en was op zijn gevaarlijkst als hij lichtjes dronken was. Hetgeen waardoor Louis medelijden had, was dat van de resterende vier het Ignace was die mee ging, en Ignace hield niet zo van die persoonlijkheid van Frank. Je zou bijna kunnen zeggen dat die twee net als water en vuur waren, maar zo erg was het ook weer niet.
Harry vond het erg dat hij niet mee kon gaan met Ignace. Een Waal en een Duitser, dat ging niet samen, maar in dit geval was er geen andere mogelijkheid. Ignace was de enige die wist wat Harry werkelijk was, en was ook liever met Harry meegegaan, maar de Waal moest het doen met die debiel die Frank heette.
Frank zelf vond het persoonlijk ook niet leuk dat hij moest gaan met die norse en nogal onbeleefde Ignace (hij was alleen onbeleefd tegenover Frank), maar daar was niets aan te doen. De baas van Wesemael had ervoor gezorgd dat de mannen van deze barak opgesplitst moesten worden, en het was dus niet de schuld van korporaal Wesemael zelf. Frank geloofde toch nog steeds dat Wesemael het deed om hem te straffen voor alles wat hij gedaan had daar dat niet echt mocht.
Ignace voelde niets. Maar toch voelde hij ergens diep in zich toch een beetje angstig. Die angst toonde hij niet, dat was niet wie hij werkelijk was. Hij was die onverschillige die bijna nooit een glimlach liet zien. Op die reputatie was hij trots, want daardoor voorkwam hij gepest te worden door de andere soldaten. Hij wist datr Harry gepest werd alleen maar omdat-ie graag wat las. Dat pesten hield onmiddellijk op toen Ignace duidelijk maakte dat zij drie onder zijn protectie stonden (Frank mochten ze pesten zo veel als ze wilden).
“Dit is het dus, he?” zei Frank, het ijs brekend. De anderen knikten maar wat afwezig, wat Frank een beetje boos maakte. “Gaan we geen woorden van afscheid nemen? Kom op, da moeten we toch zeker gedaan hebben!”
“Oké dan,” gaf Ignace toe, “jongens, ik zal jullie missen – gulle zijt de enige drie mannen die ik kon uitstaan hier.” Frank zuchtte en liep al door naar de plaats de mannen richting Luik zich moeten verzamelen, zodat de vier anderen alleen achterbleven. Jos en Louis hechtten er geen belang aan welke woorden ze moesten spreken. Harry wilde wel nog wat zeggen tegen Ignace voor hij vertrok.
“Ik had nooit nie gedacht dat het zou klikken tussen ne Waal en ne Duitser,” begon hij; dat laatste woord sprak hij nauwelijks hoorbaar uit. “Maar toch bedanktg voor wat ge voor mij gedaan hebt.”
“Ik had geen keus,” gaf Ignace toe. “Ik zen geen slecht mens, en aangezien gij voor ons wilt vechten in plaats van die andere, vond ik het toch wel de moeite waard. Ge zijt echt een dappere vent.T’es un homme très courageux et loyal.
“Niet half zo dapper als gij en de korporaal zeggen da’k ben”, zei Harry, en keek naar zijn voeten om zo niet naar Ignace te hoeven kijken. Ignace wilde nog iets zeggen, maar hij wed onderbroken door een luide stem die naar Harry, Jos en Louis riep.
Daar stond Max. hij was net als hen een soldaat onder leiding van Wesemael en niet één van de braafste leden die het leger gekend heeft. Voor Ignace voor Harry opkwam, was hij het die de Duitser het leven zuur maakte gewoon omdat die Max zich verveelde. “Zeg, gasten, de korporaal verwacht ons! Ze vertrekken bijna en als we nog lang wachten, zullen ze ons aanzien als deserteurs.” Ons. Wij. Max ging dus mee naar Antwerpen.
Ignace werd boos. De korporaal wist dat Harry door Max gepest zou worden als Ignace er niet bij was, hoe had hij dat ooit kunnen laten gebeuren? Hij kon zijn woede niet verwoorden terwijl hij Harry, Louis en Jos zag weglopen met Max – Harry liep vande drie het verst van die irritante Max vandaan. Ignace besloot uiteindelijk zich ook bij zijn groep te voegen, maar de gedachte aan zijn Duitste vriend verliet zijn hoofd niet.
Ze wisten niet dat dit mogelijk de laatste keer zou zijn dat ze elkaar levend zouden zien.


23/10: Het spijt me voor de twee weken uitstel, maar die ene week had ik veel werk en die andere ben ik naar Barcelona geweest voor mijn Sweet 16. Nogmaals, excuus.

Reacties (1)

  • BOOKWURM

    Niet erg. Dubbel zoveel genoten van dit hoofdstukje.
    Maar eh liefje....
    ALS DE BLIKSEM VERDER WANT IK.WIL WETEN WIE ER NU DOOD IS !!
    Ik vrees voor die kleine waarvan ik de naam steeds vergeet...
    Leuk verhaal dit. Lekker spannend.

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen