Bart zat in de stilte van de nacht na te denken over alle gebeurtenissen. Hij zat vastgebonden aan een boom met zijn armen achter zijn rug. Hij keek naar de slapende gestalte van Max. Verstandige jongen om hem niet te vertrouwen, dacht Bart, maar hij had het touw gerust wat minder strak mogen vastsnoeren. Niet ver van hem vandaan lag ook het meisje dat Melissa heette. Ze zou hem eigenlijk de wacht houden maar was in slaap gevallen. Maar hij zou zelf wel een oogje in het zeil houden, deze kinderen bedoelden het goed. Hij dacht na over hoe hij zichzelf kon losmaken, en dacht toen plots weer aan het vuur. Neen, hij zou het touw niet proberen door te branden. Hij wist trouwens ook niet hoe hij het zou moeten doen, maar zelfs al wist hij het, hij zou het niet doen. Hij dacht aan zijn vriend en zag zijn gezicht weer voor zich. Hij rilde, dit was niet het moment om te treuren. Melissa rolde om en kwam zo dichter te liggen. Als hij had gewild had hij haar kunnen wurgen met zijn benen, maar dat was niet zijn bedoeling. Hij wist ondertussen wat het meisje had doorstaan, ze praatte in haar slaap. Ze riep naar haar ouders en ook naar nog naar 2 anderen, maar de namen zeiden hem niets. Melissa rolde nog eens om en kwam in een mierennest te liggen. Bart moest grinniken en duwde haar met zijn voet van het mierennest. Zijn gedachten dwaalden weer naar het vuur. Zou het misschien een erfenis van zijn moeder zijn? Want ze was een speciale vrouw geweest. Hij was ooit eens ernstig ziek geweest, niemand kon de ziekte verklaren of genezen. Iedereen had hem ten dode opgeschreven. Maar op een nacht kwam zijn moeder bij zijn bed zitten. Hij wist niet meer wat er gebeurd was maar wel dat hij verder geen last van zijn ziekte meer had gehad. Zou het kunnen dat… Misschien wel. Even wenste hij dat hij een andere moeder had gehad, maar hij verwierp die gedachte meteen. Hij kon zijn moeder niet de schuld geven van wat er gebeurd was. Als hij nu maar niet zo boos geworden was. Een traan biggelde over zijn wang. Hij had het niet kunnen tegenhouden. Plots zag hij een stel groene ogen oplichten in het duister. Hij moest denken aan een roofkat, maar zag meteen dat het Max was. Die keek hem aan, knikte en sloot zijn ogen weer.

“En hij had van die grote zwarte ogen en zwart haar, toch ben ik zeker dat ik hem kende.”, sprak Ricky. Timmy en Ricky zaten verstopt in één van de vele verborgen hoekjes van het paleis. Daar waren ze goed in, verborgen plaatsen vinden. Ze hadden zich die dag opgesplitst om zo veel mogelijk te weten te komen. “Dat past precies bij de Raaf.”, antwoordde Timmy. “Hoe bedoel je?” “Hij vermoordde zijn eigen boodschapper en gaf ons de schuld, enkel zodat het leek alsof hij een reden had iedereen te vermoorden. Hij was van het begin af aan al niet van plan ook maar iemand te sparen. Maar als hij zomaar iedereen vermoord had zou deze krijgsmisdaad hem misschien nog duur te staan komen. Hij nam altijd al het zekere voor het onzekere.” “Wat hem er anders niet van weerhield een heleboel wandaden te begaan!”, vulde Ricky aan. Timmy knikte, het was niet aan hem te begrijpen waarom de Raaf iets deed. “O ja, voor ik het vergeet, ik heb een interessant nieuwtje.” “Vertel op.” Ricky keek zijn broer geheimzinnig aan en begon te vertellen:”Ik was in de schemering nog wat aan het rondneuzen op de wallen voor ik hierheen kwam. En net toen ik naar je toe wilde komen, zag ik een man over de muur kruipen. Ik zag hem niet duidelijk, hij was net als ons. Hij kon overal heen zonder dat iemand hem opmerkte. Ik wilde alarm slaan, maar toen zag ik zijn diepblauwe ogen, die me leken op te slokken als bodemloze poelen. Ik besloot hem te volgen maar raakte hem kwijt.” “Wie zou..”, begon Timy. “Deze man nu zijn, vragen jullie je af. Nou, ik kan jullie verzekeren, hij is niet zoals jullie. Maar hij vraagt zich wel af waar die gelijkenis vandaan komt.” De broers draaiden zich om en stonden oog in oog met Rafael.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen