Foto bij O30 | Fuin

*Getrompetter*
IK BEN TERUG! YAAAY!
Zijn jullie klaar voor een nieuw stukje Dúath? Nee? Ach, wat jammer nou :s
In elk geval, veel leesplezier!:D


Snel als geesten verlieten de wolven Kali's zijde en leken ze op te lossen in de schaduwen van de bomen. Het was even zo doodstil dat je een dauwdruppel van een blad kon horen rollen. Dan begon het geschreeuw en verscheen er een zelfvoldane glimlach op het gezicht van de kleine halfelf, die lichtjes op haar tippen balanceerde, met haar hoofd schuin en ogen geloken, alsof ze naar de meest prachtige melodie luisterde.
Raicion balde zijn vuisten en strekte dan zijn vingers zo ver mogelijk weer uit, alsof hij niet kon beslissen wat hij nou eigenlijk met zijn handen wilde doen. Met een steelse blik op Kali besloot hij dat hij het nu zou kunnen doen, zijn handen om haar keel sluiten en alle leven en magie uit haar persen. Hij zou als een held terug ontvangen worden in dit woud - hij zou het kunnen redden uit de klauwen van dit vreselijke monster.
De grijns op haar gezicht werd breder en ze schudde haar hoofd, terwijl ze een neerbuigend getsk liet ontsnappen.
'Ach Raicion', zei ze, met een stem zo onschuldig dat hij enkel gevaarlijk nieuws kon brengen, 'Maak jezelf nou maar niets wijs.' Ze ging zo dicht bij hem staan dat haar neus bijna de zijne raakte en wanneer ze haar ogen opende, zag Raicion enkel diepzwarte gaten, zonder gevoel of mededogen. Ze haalde haar handen door zijn haar alsof hij een stout kind was.
'Je houdt je mooi aan de afspraak. De volgende keer moet je me niet zo weekhartig verwachten.' Ze draaide zich van hem weg, maar in een vlaag van opstandigheid greep Raicion haar arm beet. Haar nagels krasten diep in zijn vel en hij siste. Toch zette hij koppig door.
'En de Elfen dan? Je had gezegd dat je de elfen die hier leefden niet zou doen.'
'Jij verwacht dat ik hierna dit land onder jouw zorg zal toevertrouwen en jij heer van het woud Lorien mag noemen?' Ze keerde zich hem toe en er lag een vreemde glans in haar ogen. Ze zette een stap naar voren en haar nagels drongen zo diep in zijn huid dat hij diepe wonden kreeg.
'Doe niet zo dom, Raicion. Ik geef je de wraak waar je diep in je hart naar wenst en ik vraag er slechts één ding voor terug. Je krijgt tot dit je hart bereikt de tijd om me de verblijfplaats van de vrouwe van het woud te wijzen.' Raicion keek naar zijn arm. De wondjes zagen er ontstoken uit en de aders die bleekblauw door zijn huid te zien waren kleuren langzaamaan zwart. Vol afgrijzen keek hij naar de kleine figuur voor hem, die hem met bijna kinderlijke ogen bestudeerde.
'We hadden een afspraak. Ik hou er niet van wanneer iemand zijn woord probeert te verbreken.' Ze maakte een wijds gebaar met haar arm en Raicion beet op zijn tanden toen hij haar voorbijliep. Hij wist dat ze zijn angst om te sterven feilloos had ingeschat en wenste dat hij haar kon vermoorden, net zoals hij de dwergenkoning had willen doden.
En dit allemaal voor een stomme dwerg die het waagde het woud Lothlorien te betreden, bedacht hij grimmig. Toch voelde hij ook enigszins verlangen om de blik van vrouwe Galadriel te zien, wanneer hij dit monster in haar vertrekken leidde. Het is ten slotte ook haar eigen fout. Ze had hem nooit uit dit woud mogen verbannen.

'Daar ben je dan, zij die Kali Ielgwanath wordt genoemd', Galadriel stond aan een balkon en keek uit over het woud, dat langzaamaan werd verteerd door duisternis. Haar vinger gleed over het gladde oppervlak van de ring die ze om haar hand droeg.
'En ook Raicion is hier. Ik wist wel dat je hier terug zou keren. Ik hoopte alleen dat er niet nog meer dwergenbloed voor hoefde te vloeien.' Zachte voetstappen weerklonken door de stille ruimte. Galadriel draaide zich om. Daar stond ze dan, de halfelf wiens namen zoveel vrees opwekten en zo'n ravage had veroorzaakt in het Westen.
'Ik heb de Heer die je dient al eens eerder verslagen, Kali,' zei Galadriel, die haar ogen sloot.
'Dat was slechts zijn schaduw', antwoordde deze met hoog opgeheven hoofd, 'Deze keer kan u niet winnen.'
'Ach. Er zijn verscheidene wegen die bewandeld kunnen worden om een doel te bereiken.' De halfelf kneep haar ogen tot spleetjes en tilde haar hand op.
'Mijn ring zal je niet geven wat je wenst,' waarschuwde de Elfenvrouwe.
Bijna honend kantelde Kali haar hoofd en zette ze weer een stap naar voren. 'Zijn dat je laatste woorden, Vrouwe van het Gouden Woud?'
Alatáriel Artanis Nerwen, Vrouwe van Lórien, draaide zich om en er speelde een trieste glimlach om haar lippen.
'Nee.'

Reacties (4)

  • Schack

    Die kinderlijke kant van Kali is zo leuk.:Y)

    4 jaar geleden
  • Croweater

    Ik vraag me af of hoe een glimlach om Kali's gezicht eruitziet. ^^
    Leuk stukje weer. Hoewel ik Galadriel niet bepaald geweldig vind, hoop ik wel dat ze Kali eens op d'r nummertje zet.

    4 jaar geleden
  • Glorfindel

    JA NATUURLIJK BEN IK KLAAR VOOR MEER!!!
    ohw wacht... behalve als ze Galadriël gaat vermoorden...
    please don't let her die!

    4 jaar geleden
  • Vega

    kleine halfelf
    Dat is ook maar weer eens een bewijs van het feit dat hoe klein je ook bent, je even gevaarlijk kan zijn als wie groter is

    Je krijgt tot dit je hart bereikt de tijd om me de verblijfplaats van de vrouwe van het woud te wijzen.
    Maar als hij sterf voordat ze er zijn weet ze toch niet meer welke kant ze opgaat.

    Er zijn verscheidene wegen die bewandeld kunnen worden om een doel te bereiken.
    Zeker een punt.

    Alatáriel Artanis Nerwen, Vrouwe van Lórien,
    Je kan maar veel namen hebben


    Oeps iets wat lang

    Bijna honend kantelt Kali haar hoofd en zet ze weer een stap naar voren. 'Zijn dat je laatste woorden, Vrouwe van het Gouden Woud
    Dat nu niet meer zo gouden is?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen