“Zou hij werkelijk zijn eigen boodschapper laten ombrengen?” “Geen twijfel mogelijk, ook al was hij een van de onzen, die moordenaar was veranderd, net als bij de moord op Emile.” “Maar waarom zou hij dat gedaan hebben? Hij had ons toch even goed meteen kunnen aanvallen?” “De jager speelt graag met zijn prooi.” “Ja, maar toch enkel nadat hij die gevangen heeft?” Stilte vulde de grote ruimte. De Versailles zat in de bibliotheek en sprak met zijn zoon. Wat verderop stond ook meester Herendal in een boek te bladeren. De bibliotheek was net als een doolhof. Reusachtige kasten in alle vormen en maten stonden als stille getuigen zonder een vast patroon opgesteld. Vele trappen en galerijen zorgden dat je alle boeken kon bereiken. Kostbare mozaïeken sierden de marmeren vloer en grote koepeldaken dekten de kwetsbare geschriften af. Ze waren doorspekt met goudaders die kris kras door elkaar liepen. Wie deze bibliotheek niet kende zou er hopeloos in verdwalen. Guillaume en de anderen zaten in het hart van de bibliotheek aan een klein tafeltje. Ze werden afgeschermd door een grote, vierkante boekenkast met een manshoge doorgang in de onderkant. Meester Herendal was de eerste die de stilte doorbrak: “Ik heb wat opzoekwerk gedaan en volgens mij zal dit roofdier zijn tanden breken op onze muren, ook al zijn ze nog zo scherp.” “Dat is inderdaad geen probleem, maar De Raaf is ook niet helemaal niet van plan zijn tanden stuk te bijten. Zo is hij niet.” Meester Herendal knikte. “Dat dacht ik inderdaad ook, maar ik heb niks gevonden wat zijn volgende zet zou kunnen voorspellen.” Guillaume nam een slok van de dampende thee die voor hem stond. Die was blijkbaar behoorlijk heet want nadat zijn lippen de hete vloeistof hadden aangeraakt, zette hij het kopje meteen weer op tafel. “Er zit niets anders op dan af te wachten vrees ik.” In gedachten verzonken keken de mannen strak voor zich uit.

Timmy was de eerste die weer bij zinnen kwam terwijl zijn broer nog steeds als versteend naar de vreemdeling stond te kijken. Hij zette een stap achteruit en draaide zich in het gordijn waar hij nu tegenaan stond. Rafaël zag de jongen bewegen maar bleef staan waar hij stond. Het gordijn krulde zich rond de jongen en viel plots weer slap alsof de jongen verdwenen was. Zonder zelfs maar met zijn ogen te knipperen stak Rafaël zijn hand naar achteren uit waar hij het hemd van Timmy vastgreep. Hij leek helemaal niet onder de indruk door het truukje en hief de jongen met slechts één hand voor zijn gezicht. Timmy was weliswaar klein maar Rafaël deed het op de manier waarop Timmy een beker oppakte. Ricky was inmiddels uit zijn verdoving ontwaakt, draaide zich rond in zijn mantel en stond als bij toverslag voor Rafaël. Voor de jongen iets kon doen hing hij naast zijn broer in de lucht te bungelen. “We moeten maar even een gesprekje houden, vinden jullie ook niet?” De broers slikten tegelijk en keken de man bang aan. “Ik ben blij dat jullie het met me eens zijn, ik ken de perfecte plaats voor een rustige conversatie. Ik heb er ook wat voor jullie te drinken, jullie zien er uit alsof jullie wel wat drank kunnen gebruiken.” “Als u het niet erg vindt blijven we liever hier.”, sprak Ricky. “Leuk geprobeerd, maar ik aanvaard geen nee.” “Wie bent u?” “Ik heb vele namen, maar noem me gerust Rafaël.” De broers keken elkaar aan. “U bent niet zomaar een Rafaël, hè?” Rafaël knipoogde en hield de twee jongens onder zijn armen. “Dat zullen jullie gauw genoeg merken.” Na dit te hebben gezegd nam hij een aanloop en sprong door het openstaande raam. De jongens schreeuwden, wat ook logisch was als je van de elfde verdieping naar beneden viel.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen