Foto bij Azra • 001

Azra bracht haar handen een klein stukje naar voren, waarop haar paard meteen begon te galopperen. De wind blies door haar haren en ze zuchtte even diep. Ze voelde zich altijd even vrij als ze op haar paard door de natuur reed.
Het gekras van Vigdís haalde haar weer terug naar de realiteit. De uil vloog een aantal rondjes om haar heen, voordat hij op haar uitgestoken arm landde. Toen het dier in haar leren armbeschermer pikte, keek ze niet eens meer op of om. De meerdere beschadigingen in het leer zeiden genoeg. Ze was niet anders van hem gewend. Het was alweer een tijdje geleden dat ze hem gewond tussen de struiken had gevonden als jong uiltje. Een van zijn vleugeltjes was toentertijd gebroken en ze had het niet over haar hart verkregen om hem daar te laten liggen. Sindsdien week het geen moment van haar zijde, behalve als het op zoek ging naar voedsel.
Ze schrok even toen het plotseling wegvloog en met een noodvaart tussen de bomen verdween.
‘Gekke vogel,’ grijnsde ze.
Azra blikte even naar de lucht en besefte dat het weer tijd werd om terug te gaan, voordat ze weer eens onnodig ongerust om haar werden. Daarnaast had ze bijna de grens bereikt tot waar ze mocht rijden en ze waagde het niet te overschrijden, voordat haar moeder haar opsloot. Al vond Azra nog steeds dat ze zelf mocht weten wat ze deed en waar ze uithing, maar Ehriänae dacht daar duidelijk anders over.
Ze draaide haar paard om en grijnsde bij het enthousiasme van haar rijdier. Het dier was zo wendbaar, dat ze zich af en toe afvroeg of het soepeler was dan zijzelf.

Zodra ze weer in Rivendell was gearriveerd, zette ze haar paard op stal en liep ze met Vigdís op haar arm terug naar haar kamer. Daar begon ze verveeld haar dolken te slijpen. Er was niet zoveel te beleven in Rivendell en stiekem hunkerde Azra naar avontuur en sensatie. De andere elfen wilden haar nooit meenemen als ze wat moesten doen.
Ze vloekte toen ze in haar vinger sneed en stopte de messen weer weg. Vigdís kraste en het leek bijna alsof hij haar uitlachte.
‘Het is niet grappig,’ vond ze.
Ze grinnikte even toen Vigdís op haar schoot ging zitten. Ze kriebelde over zijn koppie. Het dier hield zijn koppie scheef, waardoor ze begon te lachen.
‘Je bent echt gek.’
Ze had nog geen vijf minuten stilgezeten voordat ze zich alweer verveelde. Azra verliet de kamer weer en besloot op zoek te gaan naar iemand die met haar een partijtje wilde zwaardvechten, of misschien ging ze wel oefenen met boogschieten.
Dit plan viel echter in het water toen ze zware stemmen hoorde. Ze kon zich niet heugen dat er een elf was met zo’n stemgeluid. Ze holde op het geluid af en keek even verwonderd naar de dwergen die op het plein stonden.
Ze telde er wel dertien en ze werden vergezeld door een nog kleiner exemplaar. Dat moest haast wel een hobbit zijn. Ook stond er een lange, grijs bebaarde man bij hen. Azra wilde de trap afsnellen, maar Lindír was haar voor.
‘Mithrandir,’ sprak Lindír.
Mithrandir? Die naam kwam Azra bekend voor en ze vermoedde dat het een van de Istari was.
‘Ik wil graag met Heer Elrond spreken.’
‘Die is er niet,’ zei Lindír.
Plotseling klonk er hoorngeschal, dat de dwergen geschrokken deed omkijken.
‘Daar zul je hem net hebben,’ grijnsde Azra, die zich bij Lindír voegde.
Ze negeerde de waarschuwende blik die hij haar toewierp. Ze wilde geen moment missen nu de dwergen hier stonden. Ze vroeg zich onbewust af wat ze hier deden. Zouden ze verdwaald zijn? Dan waren ze wel erg ver uit de richting, vond ze, want ze kon zich niet heugen dat de dwergen dichtbij hen woonde.

Reacties (6)

  • Gisborne

    Whoohooo! Dwergen c:
    Snel verder! <333333

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen