Foto bij Ehriänae • 002

Het nieuws van de komst van de dwergen verspreidde zich als een lopend vuurtje door Imladris. Ehriänae liet haar gezicht niet vaak aan de buitenwereld zien, maar haar nieuwsgierigheid was nu toch wel gewekt. Ze legde haar borduursel neer en verliet haar woning. Verscheidene elfen repten zich over het plein, maar ook zonder naar informatie te vragen wist ze dat Heer Elrond hun zijn gastvrijheid zou aanbieden. Dwergen stonden bekend om hun eetlust en dus beklom de elf de trappen die naar het paleis leidden. De wachten knikten haar even toe en Ehriänae wist dat ze er voornamelijk ter decoratie stonden, want Heer Elrond had de afgelopen eeuw nog nooit iemand de toegang ontzegd.
Een zeldzame glimlach verscheen op Ehriänaes gezicht toen ze de banketzaal bereikt had en ze een lange gestalte met een lange baard ontwaarde.
‘Mithrandir.’
De naam had haar lippen nauwelijks verlaten toen de grijze tovenaar zich naar haar toe draaide en even opstond van de tafel.
‘Vrouwe Ehriänae,’ bracht hij verbijsterd uit. ‘Vergeef me mijn jofele voorkomen.’
Hij maakte een buiging en drukte een kus op haar hand.
‘Het is lang geleden dat het lot ons samenbracht.’
De elf knikte. ‘Dat is dan vast niet zonder reden.’
Haar aandacht werd even afgeleid door een groep joelende dwergen die zich rondom een van de tafels had verschanst. Eén van hen grijnsde guitig naar haar en ze wendde gegeneerd haar gezicht af. Manieren waren hem vast niet bijgebracht.
‘Het is goed u weer te zien,’ groette ook Heer Elrond haar.
Ze knikte bijna onwaarneembaar en streek haar rok glad voordat ze op de stoel plaatsnam. Ze wist dat de elfenheer zich zorgen om haar maakte sinds ze zich steeds vaker achter gesloten deuren terugtrok, maar de pracht van zijn koninkrijk bekoorde haar niet meer zoals het vroeger had gedaan. Het riep herinneringen op die haar dwarszaten en haar gemoedsrust overschaduwden.
‘Wat doet u hier, Mithrandir?’ wilde Ehriänae weten. ‘Waarom brengt u dertien dwergen naar Imladris?’
De Istari overdacht zijn woorden even terwijl hij naar het bonte gezelschap keek. Pas toen Ehriänae zijn blik volgde, zag ze dat er ook een hobbit tussen zat, die een beetje ongemakkelijk om zich heen keek, alsof hij eigenlijk niet bij die wildebrassen wilde horen.
‘Herken je de dwerg in het midden, vrouwe?’
Een tijdje observeerde ze het starre gelaat van de man die Mithrandir aanwees, totdat de dwerg in kwestie haar blik voelde branden en haar vragend aankeek. Zijn donkere haar hing verward langs zijn smerige gezicht en zijn diepblauwe ogen waren allerminst vriendelijk.
‘Nee,’ antwoordde ze eerlijk. ‘Maar hij lijkt zich erg bedreigd te voelen.’
‘Het is Thorin de Tweede, ook wel bekend als Thorin Oakenshield. Ik meen me te herinneren dat u zijn grootvader Thror wel gekend heeft.’
Haar gezicht verstarde even bij het horen van die naam. In haar lange, lange leven was het een van de meest dwaze schepsels geweest die ze ontmoet had.
‘De jonge dwergenprins die aan het drakenvuur ontkwam,’ begreep Ehriänae. ‘Brengt u hem terug naar de berg?’
Een zucht verliet haar lippen toen Mithrandirs blik zijn gedachten verried.
‘De draak zit er al veel te lang. Het baart mij zorgen.’
‘Alles wat zich met dat vervloekte goud inlaat baart mij zorgen,’ was Ehriänaes antwoord.
Ze wisselde even een blik met Heer Elrond en wist dat de hoge elf haar gedachten en vrees deelde.
‘Er zijn meer wezens en volken die de schatten van Erebor willen opeisen. Het is in het belang van heel Midden Aarde dat het in goede handen valt.’
De elfenvrouw keek nog eens naar de dwergenprins, maar kon vanaf deze afstand niet bepalen of zijn handen goed waren of niet.
‘U zult er wellicht uw redenen voor hebben.’

Reacties (3)

  • Gisborne

    Gelukkig nieuwjaar! C:
    Snel verder! <3333333

    6 jaar geleden
  • Vega

    Snsl verder!

    6 jaar geleden
  • inktzwart

    Snel verder!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen