Foto bij O32 | Fuin

Mijn oprechte excuses voor de lange tijd dat jullie op dit hoofdstuk hebben moeten wachten, maar het duurde even voordat ik beslist had welke kant ik het verhaal nu resoluut wil laten opgaan. Het blijft nog even saai, maar ik beloof jullie dat het binnenkort stukken beter wordt:Y)


Aarzelend raapte Kali de zilveren ring van de vloer en liet hem op haar handpalm rusten. Het licht dat uit de lampen scheen werd op haar hand gebroken door de glazen bloem in het midden. Het zag er zo breekbaar uit dat Kali er geen moment aan twijfelde dat het haar geen enkele moeite zou kosten om het in haar handpalm te verbrijzelen.
Het was beangstigend dat haar leven van zo'n teer dingetje zou afhangen. Vooral omdat ze het op zo'n eenvoudige wijze in haar handen had gekregen. Ze balde haar hand om de ring en beende de kamer door, alsof ze op die manier Galadriel uit een verborgen hoek zou kunnen jagen. Toch was er, op haar en Raicion na, geen ander levend wezen in de kamer te bespeuren. Kali siste van ongenoegen.
'Je hebt haar gedood.' De schok in de stem van de Elf was overduidelijk. Ze keek hem bewegingsloos aan. In zijn gedachten had ze gezien hoe erg hij ernaar verlangd had wraak te nemen op de Vrouwe van het Woud. Nu het zover gekomen was, leek hij te beseffen dat zijn verlangens misschien niet volledig rationeel was geweest en leek hij de tijd te willen terugdraaien.
Kali zelf betwijfelde echter zijn observatie. De Elfenvrouwe was verdwenen, inderdaad. Haar essentie was nergens meer te bespeuren. Toch leek het Kali sterk dat iemand een Ring van Macht met slechts zo weinig tegenstribbeling zou afstaan.
Misschien ben je wel sterker dan ze dacht, vleide een zachte stem in haar oor. Kali verstijfde. Het was jaren geleden sinds iets voor het laatst in haar oor fluisterde.
'Heer?' haar stem klonk beverig. Het bleef stil. Ze schudde met een woeste beweging haar hoofd en duwde de Ring met een bruuske beweging over haar vinger, als om zichzelf te bewijzen dat ze niet bang was. Er gebeurde niets. Tot haar ongenoegen voelde ze zich zelfs geen greintje veranderd, noch machtiger. Ze knarste haar tanden en staarde naar haar hand, alsof ze verwachtte dat het elk moment zou wegrotten.
Toen ze weer opkeek, zag ze hoe Raicion haar verbijsterd aanstaarde, alsof hij net had aanschouwd hoe ze over het randje van waanzin was gedreven. Ze hield zijn blik vast terwijl ze de kamer doorliep en stil bleef staan bij een beeld dat in gebedshouding zat. Het was een Elfenkrijger met een sereen gezicht. In zijn handpalmen, die naar boven gericht waren, rustte een zwaard. Ze wendde haar rug naar Raicion toen en nam het in haar handen. Ze wist slechts weinig af van wapens, maar aangezien het in zich de persoonlijke vertrekken van Galadriel bevond, moest het wel een bijzonder oud wapen zijn. Het lag prettig in de hand en was zo licht als een veertje. De snede, zag Kali in een een oogopslag, was vlijmscherp.
Ze zwaaide het heen en weer terwijl ze terug langzaam door de kamer wandelde. Raicion verroerde zich niet, maar ze merkte wel dat hij angstiger werd naarmate ze dichterbij kwam. Een wrede glimlach trok zich over haar gezicht, aangezien ze genoot van zijn onwetendheid.
'Bedankt voor je bewezen diensten', zei ze luchtig. Raicion kromp ineen toen hij het zwaard op zich af zag komen - in zijn ogen zag ze hoe hij afscheid nam van het leven - en ze lachte toen hij ze daarna trillend weer opende. Zijn mond zakte open toen hij zag dat ze hem het gevest aanbood en pas na een lange aarzeling nam hij het aan. Hij leek zijn ogen niet van het lemmet te kunnen krijgen en woog het wapen in zijn handen.
'Zij die mij helpen, mogen een beloning verwachten. Al is dit natuurlijk maar iets kleins', zei Kali luchtig toen ze hem voorbij stapte. Ze draaide zich niet meer om en daalde de trappen af. Het duurde niet lang voordat ze haastige voetstappen achter zich hoorde. Ze kon een grijns niet onderdrukken. Het was zo makkelijk om iemand als Raicion aan je te binden.
'Wacht! Gaat u me hier achterlaten?' Hij verscheen bovenaan de trappen, met een verwilderde blik in zijn ogen terwijl hij om zich heen keek, naar het gebladerte dat langzaam verpulverde en de stevige boomstammen die scheef zakten. Het was doodstil, want het woud was in rouw gehuld en Raicions stem snerpte op een onaangename wijze door de bomen.
'Ik ga naar het Oosten', zei Kali. 'Het is jouw keuze welke kant je opgaat.' Niet lang daarna merkte ze dat zijn pas versnelde. 'Het zal sneller gaan wanneer we een boot nemen', zei hij. Kali was verrast omwille zijn behulpzaamheid, al kon ze haar vinger niet leggen op deze plotse omslag.
'Dan zullen we dat doen', zei ze.

Raicion duwde de elegante Elfenboot weg van de kade met behulp van zijn roeispaan. Kali zat voor hem, met kaarsrechte rug naar hem toegekeerd. Ze leek niet te vrezen dat hij zijn nieuw verworden zwaard tegen haar zou gebruiken en dat was hij tot zijn eigen verbazing ook niet van plan. Er leek iets te zijn veranderd aan de vreemde Elf sinds ze de Ring had verworven. Ze leek minder op degene die met kille ogen zijn geboorteplaats had laten verpulveren tot as en meer op een treuriger, eenzaam wezen dat hij nooit volledig zou kunnen begrijpen.
Zijn ogen dwaalden even naar de oevers, die zwart waren, als verbrand. Dat had zij gedaan. Toch, zelfs met de lichte omslag in haar karakter, leek ze er slechts weinig mee in te zitten.
'Waar gaan we nu heen?' vroeg hij. Ze draaide haar hoofd een kwartslag, maar haar donkere ogen bleven op een ver punt gericht dat hij niet kon zien.
'We gaan bewijzen dat ik te waardevol ben om te doden.'

Reacties (4)

  • Schack

    Dat gaat ze bewijzen aan Sauron, natuurlijk.

    4 jaar geleden
  • Glorfindel

    Ik denk niet dat Galadriël dood is

    4 jaar geleden
  • Croweater

    Betekent dat dat er een beetje Aya terugkeert?^^

    4 jaar geleden
  • Vega

    Aan wie ga je dat bewijzen? Aan de elfen? De mensen? Of alleen maar aan je zelf?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen