Foto bij O33 | Fuin


Het was lange tijd ijzingwekkend stil in hun boot, totdat een eenzaam gehuil over de rivier schalde. Kali zat doodstil, met kaarsrechte rug en roeispaan in de hand over het water uit te kijken. Het leek wel alsof ze het angstaanjagende geluid niet hoorde. Het jammerende lied werd al snel tweestemmig gezongen en vervolgens pikten er nog een paar wolven in. Ze voelde hoe Raicion ongemakkelijk heen en weer verschoof, alsof hij zich net bedacht had dat deze dieren wanhopig naar hun leider zochten.
'Ze huilen om bloed,' zei Kali met doffe ogen. Ze liet haar roeispaan weer in het water glijden en peddelde verder de rivier af. Aan Raicion besteedde ze geen aandacht meer, aangezien ze belangrijker zaken aan haar hoofd had. Ze sloot haar ogen en probeerde met behulp van haar nieuw verworven ring haar geest uit te breiden, zodat ze de Ring kon vinden waar ze werkelijk naar verlangde. Tot haar grote ergernis slaagde ze er echter niet in. Ze besloot het te wijten aan het voortdurende gejammer van de wolven en aan het geschommel van de boot op de rivier. Voor beiden was er een eenvoudige oplossing. Met een brute beweging roeide ze de Elfenboot aan de kant. Haar bewegingen waren krachtiger dan de stroom van de rivier, dus dit lukte moeiteloos. De onderkant van de boot schraapte over de over en met afgemeten passen stapte Kali op het droge. Vaste grond onder haar voeten voelen was prettiger dan ze ooit aan Raicion zou durven toe te geven. Deze wierp enkele vragende blikken op haar, maar waagde het niet een vraag te formuleren. Kali vouwde haar handen voor haar borst en sloot haar ogen. Ze hoorde hun zachte poten al van ver over de bosgrond aan komen rennen. Ze had geen enkele moeite met zich voor te stellen hoe hun oren zich draaiden en ze haar geur volgden. Al gauw waren ze daar, stil als geesten, terwijl ze hun lange poten rusteloos bogen en haar met kalme blik aanstaarden. Ze stak haar hand uit en liep langs hen heen, terwijl ze hen over de kop aaide. Hun snuiten waren nat van een donkere, kleverige vloeistof en lieten roodbruine vlekken achter op haar hand.
Kali ging tussen hen zitten en sloot haar ogen weer. Eén van de wolven kwam naast haar liggen en vlijde zijn kop neer op haar schoot. Het koste haar minder moeite om het kleinnood voor de geest te halen dan eerst, hoewel ze het nog nooit in zijn volle glorie had gezien. Toch bleef het resultaat hetzelfde. Ze had geen idee waar de Ring of zijn drager zich bevonden. Ze slaakte een kreet, zowel van woede als frustratie, zodat de wolf snel wegkroop en Raicion verschrikt verstijfde.
'Wat is er aan de hand?'
Kali wreef met een woeste haal langs haar voorhoofd, ademde toen diep uit en ging terug op haar beide benen staan.
'Ik kan Hem niet vinden,' mompelde ze, terwijl ze naar de bomenrij keek, alsof die haar meer konden vertellen. Een van de wolven jankte zachtjes en Kali schudde woest haar hoofd.
'We zullen gewoon het snelste pad naar Mordor moeten nemen.' Ze keek Raicion aan, die zijn hoofd boog en even zweeg.
'Die kant op.' Raicion ging voor en liep langs de oevers van de rivier, waarvan Kali de naam niet kende. De wolven renden om hen heen en hoewel ze speels naar elkaars staarten beten was er ook een subtiele alertheid bij hen merkbaar. Hun aandacht was volledig op Kali gericht, maar ook op de omgeving om hen heen, alsof ze voelden dat er iets mis was. Kali's ogen gleden onrustig heen en weer, alsof ze probeerde zoveel mogelijk details van deze omgeving in zich op te nemen.
'Iemand is hier dichtbij gestorven. Hij is vermoord door iets wat ik nog niet eerder gevoeld heb.' Orks kende ze maar al te goed, net zoals mensen en beesten zoals haar wolven. Door haar band met Raicion zou ze Elfen reeds van een grote afstand kunnen opsporen, maar de wezens die hier in de buurt waren geweest leken op geen van deze wezens.
Raicion kantelde zijn hoofd schuin en streek met zijn vingertoppen over de stam van een boom waar hij dichtbij stond.
'Orks', verklaarde hij kort. Kali schudde verwoed haar hoofd.
'Geen orks. Dat zou ik weten...' Het waren geen wezens die haar meester geschapen had. Dat zou ze weten. Haar gelijken herkende ze nog voor ze hen zag. Kali ademde diep in en uit. Dit kon enkel betekenen dat nog iemand naar de schat van de Schaduw ijverde. Iemand die in staat was monsters te creëeren.
'Waar zijn ze heen gegaan?' vroeg ze dringend aan Raicion. Haar gedachten raasden door haar hoofd. Wat als deze nieuwe speler hetzelfde plan had als de Schaduw, en haar ook wilde draineren van elke druppel levensvocht die door haar aderen stroomde? Ze kon zich niet tegen twee afzonderlijke forten verzetten. Kali voelde hoe een kille zekerheid zich over haar bezit nam. Ze zou deze nieuwe dreiging wegvegen van Midden-Aarde. Wat het haar ook zou kosten.
Raicion sprak weer en haalde haar uit haar hersenspinsels.
'Ze zijn naar Rohan getrokken.'

Reacties (3)

  • Glorfindel

    Uruk-Hai! Ik ken een tovenaar in de problemen! ruikt ze het mens, elf en dwerg dat hen volgen ook? en de hobbits?

    4 jaar geleden
  • Croweater

    Gollem? :')
    Ik vind die wolven echt een gave toevoeging. :3

    4 jaar geleden
  • Schack

    Uruk-Hai zeker, of niet? Oh, ik hoop echt dat Kali Saruman vermoordt. Go kick some ass, Daughter of Death.:Y)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen