Foto bij O39 | Fuin


Kali stapte naast de Ent, die de Hobbits in zijn grote takken met zich mee droeg. Het boomachtige wezen, dat Pepijn Boomgaard noemde, had zich slechts weinig van haar aangetrokken toen ze zich bij hen voegde. 'Huorn', had hij gezegd toen hij haar zag en aan de wolven besteede hij geen enkele aandacht. Andere Enten voegden zich bij hen en ondanks hun langzame bewegingen baanden ze zich verrassend snel door het bos.
'Je bent ons gevolgd', zei Pepijn vrolijk, die lui tegen een van Boombaarde takken aan geleund zat. 'Ben je de Nevelbergen echt helemaal op je eentje overgestoken? Wij zijn door Moria getrokken en werden aangevallen door orks! We hebben zelfs', zijn stem werd zachter, 'een Balrog gezien, die Gandalf heeft bevochten. We dachten dat hij het niet overleefd had, maar een aantal dagen geleden bracht die oude Tovenaar Boombaard doodleuk een bezoek en droeg hij een wit gewaad. Toen we vroegen wat er gebeurd was, ontweek hij de vraag en - ach, wat kunnen we eigenlijk verwachten van Tovenaars, zij spreken altijd in raadsels. Ben je langs Lothlórien geweest? Het is er zo prachtig. Natuurlijk ben je er geweest. Je bent een Elf. Heb je de gouden bomen gezien?'
Kali klemde haar tanden stevig op elkaar terwijl Pepijn zonder te stoppen hun hele tocht uit de doeken deed. Ik beklom de Hithaegir met een leger orks en aardmannen dat zichzelf uitmoordde nadat ik door een bende vergeten Dwergen gevangen gehouden werd. Ik vermoordde een oude vriend. Ik heb het hart van de Balrog waar je over spreekt uit zijn borst gerukt, en diens magie gebruikt om het Gouden Woud waar je met zoveel lof over spreekt te vernietigen. Ik draag de ring van haar Vrouwe bij mij... Plots zag ze tussen de schaduwen van de bomen het meisje staan dat haar in haar dromen bezocht. Haar zilvergouden haren hingen los langs haar middel en ze lachte toen Kali haar opmerkte. Ze legde haar vinger op haar lippen en toen Kali met haar ogen knipperde, was het meisje verdwenen. De ring om haar vinger voelde plots gloeiend heet aan en de halfelf bracht haar hand omhoog. Het probeert me gek te maken, bedacht ze grimmig en ze rukte het juweel af en borg hem op in de plooi van haar mantel. Het leek alsof iemand zachtjes in haar oor giechelde.
'Andúnë?' Merijn keek haar afwachtend aan. Kali besefte dat ze een verslag van haar reis verwachtten.
'Oh. Ik stak de Hithaegir over langs een van de passen niet ver van Imladris en trok zo in rechte lijn hierheen. Ik heb geen oponthoud gehad onderweg.' De blikken die de Hobbits wisselden maakten duidelijk dat ze haar niet geloofden, maar ze stelden ook geen vragen meer. Uiteindelijk spraken enkel de Enten nog met elkaar, in hun vreemde, slepende taal. De bossen voor hen werden minder dicht, totdat ze uiteindelijk op een open plek stonden. Voor hen, in het dal, lag de toren van de Tovenaar Saruman, omringt door vreemde werktuigen en rook.
'Waar is zijn leger?' vroeg Kali die een vlaag van teleurstelling voelde. Dat was de reden waarom Sauron had gewild dat ze hierheen kwam, voelde ze. Omdat Saruman zijn orders had weerlegt en wezens had gecreëerd die enkel aan hem gehoorzaamden en sterker waren dan menig ork. De macht van Saruman zelf hoefde de heer van Barad-dûr immers niet te vrezen, vooral niet nu de Ring binnenkort de zijne zou zijn.
Merijn hapte plots naar adem. 'De bomen! Kijk nou!' Kali zag eerst niets, omdat er plots een vreemde mist rond het bos leek te hangen. Dan zag ze dat de bomen zich langzaam voortbewogen, alsof ze net als Enten konden lopen.
'De Huorns zullen wraak nemen op degenen die hun naasten kapten, wegsleepten en verbrandden', rommelde Boombaard, met een medogenloze trots in zijn woorden die Kali niet eerder in hem had gezien. Ze wierp een blik op het dal, waar Saruman in de Orthanc gevangen zat zoals een muis in de klauwen van een kat.
'Ik moet hen volgen', hoorde ze zichzelf zeggen en toen ze naar de Huorns toe stapte, voelde ze de vertrouwde ruwe vachten van haar wolven weer om zich heen, al waren ze dit keer niet bereid om het pad te volgen dat zij nemen zou. Ze vervlocht haar vingers in vacht van de wolf die naast haar rechterhand liep en deze duwde zijn zij dichter tegen haar aan. Het was een afscheid, maar geen vaarwel.
'Andúnë!' riep Pepijn verbouwereerd.
'Stil, kleine halfmens', bromde Boombaard, 'Er zit veel verborgen woede in jullie Elfenvriendin. Laat haar het pad volgen dat haar vrij zal maken.' Niet veel later hieven de wolven hun koppen en ondersteunde hun gehuil Boombaards woorden.

Reacties (4)

  • Croweater

    Hè, dat is nou jammer. (no_chears)

    4 jaar geleden
  • Croweater

    Wat is Boombaard toch wijs.
    In het begin heet hij overigens nog een keer boomgaard

    Heerlijk twee stukjes lezen. Nu nog hopen op een derde. c;

    4 jaar geleden
  • Glorfindel

    Oeh! Spannnend!

    4 jaar geleden
  • Schack

    Ik vraag me echt af voor wie Aya nog Aya is, en wie haar Kali noemen.

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen