Foto bij 02: A start of a new life

Sorry for waiting!
De datum van 31 augustus is hier op een zondag, in het echt was het een donderdag.

Langzaam liep Siran in de richting van de trein. Ze probeerde haar gedachten te negeren, maar eens in de zoveel tijd leek dat niet helemaal te lukken. Haar zware hutkoffer sleepte ze mee.
Ik ben dus écht een heks, ik ga naar een school voor heksen en tovenaars. Ik ga leren toveren.
Siran sleepte de koffer op wieltjes mee naar perron twee, waar ze op de trein naar Manchester stapte. Haar laatste drie maanden voor het eerste schooljaar tegemoet. De trein was op één coupé na helemaal leeg, Siran nam plaats op een vrije plaats en zette de zware hutkoffer en de kooi met het uiltje erin naast haar op de grond. Na een paar minuten begon de trein te rijden. Naar het Noord-Westen. Even dacht ze aan haar ontbrekende ouders, maar aangezien ze géén idee had wie haar vader was, en genoeg wist van haar moeder, besloot ze dat ze haar gedachten beter op dingen kon richten die ze wél te weten kon komen.
Uit haar koffer diepte Siran een boek dat ze had gekocht op de Wegisweg, en dat haar interessant leek; Geschiedenis van de Toverkunst, hervat door: Bathilda Backshot, herschreven door: Hermoine Granger.
Al gauw was ze zo verdiept in haar verhaal dat ze niet merkte dat er een lange man met warrig, zwart haar tegenover haar ging zitten, en het helemaal niet vreemd leek te vinden dat ze een gigantische koffer, een uil en een vreemd boek bij zich had.
Pas toen ze stopten bij Stafford waren borg ze haar boek op, en merkte de man op. Ze zei niets en keek naar buiten, hoe mensen in- en uitstapten, haastig zich voortbewogen als een mierenhoop op een pot honing.
"Mooie uil heb je daar," de man had dé perfect openingszin uitgesproken en Siran keek hem aan, "dank u."
"Wat is de naam?"
"Van de uil?"
"Ja," de man zijn stem was een beetje hees, maar warm van klank en uitnodigend van toon. Wat voor Siran betekende dat ze het gesprek kon aangaan.
"Ze heeft nog geen naam, ik heb haar vandaag pas...gekocht," even had ze geaarzeld, tenslotte was het hebben van een uil nou niet bepaald normaal. Maar het feit dat ze én alleen reisde én dat de man haar had aangesproken had haar de waarheid doen zeggen.
"Ah, wezen shoppen op de Wegisweg?" Waarschijnlijk had Siran stomverbaasd gekeken want de man lachte hartelijk.
"Ja..." Nu toch wel alert op wat ze zei.
"Dames en Heren over enkele ogenblikken arriveren wij in Manchester centraal, u kunt hier overstappen op de trein naar Edinbourgh, van perron 1, naar Liverpool van perron 4 en naar Glasgow vertrekt de trein van perron 3, dames en heren dit is station Manchester Centraal, denk bij het verlaten van de trein aan uw bagage." De computer stem van de vrouw zweeg en blij dat ze eruit kon stond Siran op en begon haar koffer en kooi naar de uitgang te zeulen.
De trein stopte, de deuren gingen sissend open. Siran begon voorzichtig haar koffer naar buiten te trekken.
"Laat me je helpen," de man die tegenover haar had gezeten nam zonder op antwoord te wachten het handvat van de koffer over en zwaaide de loodzware koffer in één keer op het perron, de kooi zette hij er bovenop.
"Bedankt..." mompelde Siran Black en zonder de vreemdeling, die ze nu toch wel griezelig vond worden, nog aan te kijken begon ze met de koffer achter zich aan en de kooi in haar hand, naar de uitgang van het station te lopen.
Buiten negeerde ze de taxi's, geld had ze er niet meer voor, noch voor de bus en dus liep ze naar een bloedrode telefooncel, draaide een nummer dat bijna letterlijk in haar brein gegrift stond en wachtte tot Mary Lennox Orphanage op zou nemen.

Twee maanden, drie weken en zes dagen later, op zondag rond een uur of vijf 's middags.
"Heb je je kleren?"
"Ja,"
"Zij die voorzien van naamlabels?"
"Ja,"
"Heb je je boeken?"
"Ik denk het wel."
"Astronomie? Gedaanteverwisselingen? Gescheidenis van de Toverkunst? Kruidenkunde? Toverdranken? Verweer tegen de Zwarte Kunsten?Bezweringen?"
"Ja, allemaal."
"Inkt? Perkament? Veren? Goed zo."
Siran en haar begeleidster, Esther Michaelson begonnen al haar spullen in de grote koffer te stoppen. Siran keek om de zoveel tijd op haar wekker, nog drieentwinitg uur en dan zat ze in de trein.
Nog tweeëntwintig uur en dertig minuten.
Ester stond op om de lunch te gaan maken voor het hele weeshuis.Siran bleef in haar kamer om haar overige bezittingen in te pakken, kleren voor de vrije tijd, gewone leesboeken, posters van bands, films en paarden waren dingen waar ze niet eens over nadacht en gewoon meenam.
De lunch ging als in een waas aan Siran voorbij. Het zachte witte brood met smaakloos vlees en de waterige melk smaakte Siran normaiter al niet, maar nu leek het voor haar alsof ze nauwelijks iets at. Haar gedachten waren bij de spullen die ze nog mee wou nemen.
Na de lunch begon Siran haar spullen die door het gebouw heen opgeborgen te verzamelen, springtouw, jassen, boeken, foto's van haar moeder die hier gewerkt, gewoond had en tenslotte was gestorven, een maand na haar geboorte.
Siran aarzelde een moment om alvorens het niet te vragen, want ja, wie wist het nou?
Wie wist er in dit slaperige, stomme weeshuis nou wie haar vader was?
Die avond bleef ze na het eten op haar kamertje. Op geroep voor spelletjes, voor sociaal gedrag reageerde ze niet. Siran was zolang ze zich herinnerde al een tekenaar geweest. Nu tekende ze de man die ze maanden eerder was tegengekomen. Zonder dat ze zich er echt bewust van was, had ze sindsdien bijna elke nacht over hem gedroomd. De man had iets bekends over zich.
Siran keek op haar klok toen het buiten donker werd en stond op om zich om te kleden voor de laatste nacht voordat ze officieel heks zou worden.

De volgende dag, rond een uur of vier 's middags, aan de rand van Schotland.
Dikke druppels spatte op het glas van de rijdende trein. Siran merkte er weinig van. Al vrij snel nadat ze een coupé voor zichzelf had gevonden was er een jongen tegenover haar komen zitten en waren ze in gesprek geraakt. De jongen bleek Brander Tonks te heten, maar zoals hij zei, liever Bran genoemd te worden.
"Dus, na de sorteringsceremonie is er een feestmaal?" Siran ondervroeg de jongen met een opgewonden gezicht, hij was van magische ouders en wist over Zweinstein meer dan zij.
Hij knikte, "ja, en na het eten ga je naar de slaapzalen."
"In welke afdeling hoop jij te komen?"
"Huffelpuff net als mijn ouders, jij?"
"Geen idee, geen Slytherin, maar de rest? Dan zou ik toch echt meer over de afdelingen te weten moeten komen."
"Weet je wat, we gaan het rond vragen!"
De twee elfjarige eerstejaars verlieten de coupé en begonnen door de vuurrode trein heen te lopen, rond vragend naar informatie.

Een paar uur later, op Zweinstein.
De grote deuren gingen krakend open en nerveus schuifelden de eerstejaars naar binnen. De monden vielen open, die hal was voor ieder van hen groter dan hun huis, véél groter.
"Kom op, doorlopen!" De man met een kaal hoofd en een buik groter dan Sirans hutkoffer gebaarde hen een klein kamertje in te gaan. Toen iedereen binnen was zette hij zijn duimen in zijn broeksbanden en stak zijn dikke buik naar voren. Siran keek benauwd naar de grasgroene knoopjes op zijn gewaad die onder hoge spanning stonden.
"Welkom!" Zijn stem was diep en warm, Siran rilde, kippenvel rolde over haar armen. Die man mocht ze nu al.
"Welkom op Zweinsteins Hoge-school voor Hekserij en Hocus-Pocus!" Zijn walrussnor wipte met het praten als een paar harige vleugels op en neer.
"Zo dadelijk begint de sorteringsceremonie. Ik steld voor dat jullie jezelf voor bereiden op dit spannende moment. Ik kom zo dadelijk terug! Succes!"
Hij draaide zich verrassend soepel om voor iemand van zijn omvang en liep de kamer weer uit. Zwijgend wachtte de eerstejaars op zijn terugkomst. Te nerveus om iets tegen elkaar te zeggen.
Een kleine tien minuten later kwam de walrusman terug, vrolijk op en neer wippend op zijn voeten.
"De anderen zijn zover! Volg mij!" Siran nam de leiding en liep als eerste met Bran aan haar rechterhand mee met de leraar. De rest volgde, de hal over, bij deuren die van donker eikenhout gemaakt waren en zo hoog dat een bergtrol er makkelijk doorheen kon bleven ze even stilstaan, de kale professor duwde de deuren met een krachtige duw open en liep met hen achter zich aan de zaal in. Siran vergat even alles van dat moment.
De zaal die ze waren ingelopen was werkelijk enorm. Kaarsen zweefde boven de vijf lange tafels, zoveel kaarsen dat Siran dacht dat het niet mogelijk zou zijn om die met de hand aan te steken, of je was zeven uur, zo niet langer, bezig. Geesten parelwit 'zaten' tussen de honderden leerlingen. En toen zag ze het plafond en hapte overdonderd naar adem. Er was géén dak! Waar het plafond had moeten zitten zat de lucht, wolken dreven voorbij en af en toe zag een ster of een beetje van de maan.
De walrusman stopte met lopen en gebaarde hen ook te stoppen. Een wat oudere leerling gaf hem een kruk, een dikke rol perkament en een krukje met drie poten. De man zette het krukje neer, zette de hoed erop en wachtte af.
Bran en Siran keken elkaar vragend aan en omdat iedereen leek te wachten deden zij dat ook maar. Siran schrok zich wezenloos toen de hoed bewoog en begon te zingen:


Goedenavond allemaal.
Welkom in de Grote Zaal.
Een nieuw schooljaar gaat van start.
Ik moet jullie nu zetten apart.
Maar als sorteerhoed van de school.
Is vriendschap mijn grootste lol.
Verleden is geweest.
Zweinstein is weer een feest.
Zoals het eens was.
Toen Zweinstein kreeg zijn eerste klas.
En zij les kregen van de grote vier.
Dankzij hen staan jullie nu hier.
Het is Godric Griffindor over wie ik zing.
Zijn wapens zijn Leeuw en Kling.
Dapperheid, durf en lef.
Is Griffindors grootste besef.
Hij was goede vriend.
Om wie hij later veel heeft gegriend.
Salazar Slytherin was zijn naam.
Ieder kent nog zijn faam.
Zelden was er eentje slecht.
Sluw en voor zijn eigen recht.
Is wat de slang en medaillon goed staat.
Toch vroeg hij anderen om raad.
Het huis van de grote wijsheid.
Die hield het bij een mening of een feit.
Rowena Ravenclaw is nog niet dood.
Haar huis werpt nog steeds wijsheid in ieders schoot.
De adelaar en het diadeem waren van haar alleen.
Tot het voorgoed verdween.
Nu rest ons alleen Huffelpuff nog.
Zij blijft altijd rustig in tijden van oorlog.
Geduld is haar hoogste goed.
En ziet in ieder wel wat moed.
Nu beste eenlingen.
Ik ben klaar met zingen.
Sorteren zal ik jullie nu.
En ook al zijn jullie een individu.
Ik hoop dat de geschiedenis ons wijsheid vergaard
En niet meer verjaard.
Laat vrede en harmonie er voor altijd zijn.
En laat wraak verdwijnen uit ons brein.
Ik wens jullie veel succes!
Met hoop op zegen geen bijles!


De zaal barste in een spontaan applaus los. Siran zuchte van opluchting, geen magie, nog niet.
"Als ik je naam noem kom je naar voren en wordt je gesorteerd." De kale walrus had de rol perkament uitgerold en begon één voor één de namen op te noemen. En dat ene Ravelijn Azerts in Huffelpuff werd geplaatst viel er een stilte.
Één naam, en Siran liep naar voren, geen idee hebbend waarom het ineens zo stil was...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen