Foto bij OO6 | Gwarth

Om de nieuwe abo te vieren, iets sneller dan verwacht een nieuw stukje. Hope you guys like it ^-^
"Gwarth - Verrader"



Springen was eenvoudiger dan ze had gedacht. Vallen bleek nog minder ervaring te vereisen. Maar toen ze door het bladerdak gleed, recht op de grond af, besefte Andúnë pas ten volle wat een zwakke uitweg ze wel niet gekozen had. Ze viel tegen de ene na de andere tak aan, maar voor ze zichzelf kon vast graaien, zoog de zwaartekracht haar weer verder naar beneden en belandde ze uiteindelijk op de grond. Een misselijkmakend gekraak zorgde ervoor dat er braaksel in haar keel opwelde en ze even doodstil bleef liggen.
Daarna vermande ze zich weer een beetje en ging op haar zitvlak zitten. Voorzichtig tastte ze haar ledematen af, met stijf dichtgeknepen ogen en toen haar hand over haar voet streek, merkte ze dat hij gevoelloos was. Als in een reflex vlogen haar ogen open en staarde ze vol afgrijzen naar het bot dat uit haar vel stak. Ze kokhalsde weer en bracht haar hand naar haar gezicht, terwijl ze zichzelf heen en weer wiegde, alsof dit slechts een nare droom was die elk moment kon ophouden. Toen ze kreunde en om zich heen keek, op zoek naar een teken van leven, zag ze niets. Het leek wel alsof ze was beland in het niemandsland.
Ze keek omhoog, de steile helling op, waarop de vestiging zich bevond. Om hulp roepen durfde ze niet, want ze was bang dat ze dan de aandacht van de Schaduw zou trekken en hij zou besluiten dat ze voor hem gekozen had.
Ze sloot haar ogen en dwong zichzelf om kalm te blijven. Dit was niet het ergste dat ze al had meegemaakt. Dit was gewoon een nieuw obstakel op haar weg naar de vrijheid. Ze moest in beweging blijven. Voordat de Duisternis – of iets anders – haar vinden zou. Toen ze op haar voeten probeerde te staan, slaakte ze een kreet van pijn en zakte ze weer op de grond.
Ze klauwde met haar handen in de aarde en sleepte zich naar voren, tot haar vingers een wortel grepen en ze haar voorhoofd er tegenaan duwde. Dit zou niet werken. Ze zat vast.
Ze leunde tegen de boomstam aan en strekte haar gewonde been moeizaam voor zich uit. Ernaar kijken zorgde ervoor dat ze haar ziek voelde, dus ze staarde naar het donker tussen de bomen. Haar ademhaling was snel en gejaagd en doorbrak de stilte in horten en stoten. Ergens kon ze niet geloven dat ze zich zo snel gewonnen gaf, maar haar lichaam leek haar op alle mogelijke manieren tegen te werken.
De Elfen van Mithlond zouden me nu moeten zien, dacht ze bitter. Zouden ze me dan nog steeds vrezen?
Toen ze opkeek werd haar hart met vrees vervuld, want ze zag de schaduwen borrelen en naar haar toe bewegen. Het leek nog stiller te worden, alsof het bos zich voorbereide op de woorden van de Duisternis die haar voor zich op zouden eisen.
‘Niet vandaag’, haar stem was zachter dan een briesje, maar won aan kracht toen ze weer sprak. ‘Ik ben Andúnë Gurthang uit Mithlond. Bij Elbereth Giltoniel, vandaag is niet de dag dat ik voor de Duisternis zal vallen.’ De Duisternis leek terug te schrikken bij het gebruik van de door Elfen geheiligde naam en Andúnë duwde zich recht aan de boomstam. Ze was gevreesd om haar kracht en had daarom zichzelf beloofd hem enkel te benutten bij hoogste nood. Was dit niet het juiste moment?
Ze brak een dikke tak van de boom af en gebruikte hem als steun, terwijl ze langzaam op haar goede been verder stapte. Ze was een kwetsbare prooi, dat wist ze, maar ze werd nog liever duizend jaar gemarteld dan terug onder de invloed van de Schaduw te komen. Toen de schimmen achter haar aan dansten, waarschuwde ze hem met een heldere stem:
‘Je had beloofd dat ik zelf mijn pad mocht kiezen. Je zal me met rust laten, aangezien ik zelf mijn keuze moet maken.’ Haar woorden verloren aan kracht door de moeite die het haar koste om recht te blijven staan. Ook de Duisternis scheen haar zwakte aan te voelen, want hij bleef bij haar, voelde ze.
Ze hakte de stok grimmig diep in de grond en sprak de woorden waar ze, met enige zelfverachting, haar laatste hoop op gevestigd had.
‘A Elbereth Gilthoniel
silivren penna míriel
o menel aglar elenath!
Na-chaered palan-díriel
o galadhremmin ennorath,
Fanuilos, le linnathon
nef aear, sí nef aearon!
A Elbereth Gilthoniel
o menel palan-diriel,
le nallon sí di'nguruthos!
A tiro nin, Fanuilos!’

De woorden verlieten haar mond op een scherpe en snijdende manier, zodat ze slechts weinig meer weg hadden van een lied. Toch bleef ze hen herhalen terwijl ze door het woud dwaalde, want de hymne leek de Schaduw bij haar weg te houden. De zwarte duisternis verdween en de doodse stilte werd vervangen door kalmte. Andúnë mompelde ze nog toen de tak waar ze op leunde in de modder weggleed en ze languit in het moeras viel, waar het vuile water in haar wonde sijpelde. Ze prevelde de verzen toen ze zich er uit hees en op de oever verder kroop. Haar haren waren zwaar van de modder die zich er in vast gestrengeld had en het slijk droogde in brokken als een tweede huid rond haar lichaam, zodat het haar bemoeilijkt werd om nog te bewegen.
Ze zuchtte de lofzang voor de Valar nog toen ze zich onder de struiken opkrulde en zowel door uitputting als door de koorts wegzonk in een wereld waar geen pijn of muziek bestond.

Reacties (4)

  • Schack

    Ik zou het niet houden bij kokhalzen. O.O

    Haar ademhaling was snel en gejaagd


    Mihihihi. De ademhaling van een eekhoorn. #Binnenpretje
    Dit hoofdstuk heb ik letterlijk in een ruk uitgelezen, terwijl het toch best wel lang is. Dit doe ik ook met al je andere hoofdstukken, maar deze was zo snel voorbij. Ik weet niet wat dit hoofdstuk nou zo speciaal maakt, maar het vloeit zo makkelijk in elkaar over.
    Me like.
    As Always.:Y)

    5 jaar geleden
  • Trager

    Arme Aya D:

    5 jaar geleden
  • Croweater

    Poor girl.

    5 jaar geleden
  • Vega

    Ze zingt een lofzang voor de Valar ? Ik dacht dat ze hun haatte. Sorry indruk van het vorige verhaal. Maar een mens kan rare dingen doen en aangezien ze half mens is moet ze toch dingen van ons overgenomen hebben?

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here