Foto bij 0 - Prologue

Hier zijn we dan, eindelijk begint dit grote project:P
Ik schrijf deze story samen met LordFantasy, waarbij ik het verhaal vanuit de mensen schrijf en hij vanuit de elven. Onderaan de proloog zal ik nog een extra linkje naar zijn kant van het verhaal neerzetten zodat jullie die ook kunnen lezen:)

      "Cadeyrn, eet je bord op, ik heb niet voor de buren gekookt."
Mijn moeder keek me eventjes streng aan toen ik mijn bord verder van me af schoof, waarna ik toch maar besloot de rest van mijn groente op te eten. Mijn vader keek me aan alsof ik een trotse krijger was en ik glimlachte toen mijn moeder me toch maar over mijn bol aaide.
      Wij hadden een vrolijk gezin zonder zorgen, zoals de rest van de stad, maar die avond gebeurde er iets verschrikkelijks....

      Opeens klonken de oorlogshoorns door de stad, en een luid gebons op de deur. Mijn vader, alert zoals altijd, keek sceptisch naar de deur en deed de lichten uit, waarna hij zijn wapenkelder in ging om ons voor te bereiden. Mijn moeder keek verschrikt op toen ze de buren hoorde gillen en pakte me meteen vast.
      "Cadeyrn, verstop je snel, hup, in de keukenkast! Ik wil dat je dit bij je houdt en aan niemand meegeeft." Ze propte snel een blauwe edelsteen in mijn handen, waarna ze me voorzichtig in de kast hielp, "En stil blijven, wat je ook hoort, beloof me dat je rustig stil blijft zitten, oké?" Toen ik knikte, deed ze de deur van de keukenkast dicht en ging ze terug aan tafel zitten alsof er niks gebeurd was. Ik keek nieuwsgierig naar de steen in mijn handen, maar toen ik opeens een hard gekraak hoorde, keek ik door het sleutelgat naar buiten.
      Een aantal lange mannen in platina uitrustingen braken ons huis binnen, waarna ze mijn moeder aan de kant duwden en in allerlei laatjes begonnen te zoeken. Ik herkende de uitrustingen van de militaire parade waar we ieder jaar naartoe gingen. Het waren uitrustingen van de elven... maar wat deden de elven in onze stad...?
      "Waar hebben jullie het verstopt?!" Een van de elvenwachters pakte mijn moeder iets te stevig beet en fronste, waarna mijn moeder begon te snikken en met haar hoofd schudde, "Ik weet niet waar jullie het over hebben!"
      "Doe niet zo dom, jullie zijn de Elwíck-familie, jullie hebben het in jullie bezit!"
      "Wat hebben we in ons bezit?! Alstublieft, wij zijn enkel een klein arm gezin!"
      "...gezin?" De elf leek na te denken, waarna hij zoekend om zich heen keek en fronste naar zijn collega's, "Jullie, zoek op de bovenverdieping naar de man! En neem het kind mee!"
Mijn moeder leek er spijt van te hebben dat ze dat had gezegd, maar voordat de elven naar boven konden lopen, kwam mijn vader met een zwaard op de wachter afgestormd, "Blijf van mijn gezin af!"
      "Rinhaym Elwíck..."
      "Aradhel Arphen... De jaren hebben je zeker doen veranderen."
      "Ik doe enkel mijn werk. De steen behoort tot mijn koning! Jullie familie heeft het recht niet om over Yulor te heersen. Overhandig hem nu of ik moet hem met kracht van je afnemen!"
      "En ik me maar steeds afvragen waarom jij het sulletje van de klas was." Mijn vader grijnsde en stak zijn wapen richting de elvengeneraal, waarna die ook zijn zwaard trok en ze vochten.

Hoewel ze gelijk waren in kracht, was de elf veel sluwer. Hij stuurde zijn onderdanen op mijn vader af, maar terwijl mijn vader ze gemakkelijk afslachtte, pakte de elf mijn moeder vast en hield hij zijn zwaard tegen haar keel. Voordat mijn vader kon reageren, sneed de elf haar keel door.
      "Sul, zei je?"
      "Aradhel, jij...!" Mijn vader gromde en stormde blind op de generaal af, waarna de elf hem in een beweging neerstak. Ik schrok en moest mijn handen voor mijn mond houden om stil te blijven.

      "Mensen zijn dom. Blind door wraak, blind door hebzucht. Alles wat een elf niet heeft. Laat hem heersen, hij die wijs en eerlijk is. Heil, Ehtmordon, de elvenkoning." Hij stak zijn zwaard terug in zijn schede en deed de deur voorzichtig open, alsof hij wilde verbergen wat er zojuist gebeurd was. Buiten gaf hij nog een saluut en hoorde ik hem zeggen dat het niet in ons huis was, waarna hij door ging naar het volgende huis.

      Tussen de oorlogshoorns en schreeuwende mensen door, snikte ik zachtjes in de keukenkast, de heldere edelsteen in mijn handen geklemd.
      "Aradhel...", herhaalde ik, "Aradhel Arphen..."
      Zodra ik groot was, zou ik wraak nemen. Wraak op Aradhel Arphen.

Om het verhaal vanuit de elven te kunnen lezen, ga dan naar The Rise of the Elves.

Reacties (2)

  • EvilDaughter

    eet je bord op

    Ik snap dat het niet zo bedoeld is maar het lijkt me wel grappig om een hard bord op te eten:)

    6 jaar geleden
  • Helvar

    Naaaaahw, arme jongen...

    Het begint wel weer lekker moordlustig zeg:P

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen