Foto bij Hoofdstuk 17

18 mei 1940
De kogels vlogen hen om de oren.
Niemand had hen verteld dat dit makkelijk zou zijn. Niemand had hen verteld dat dit anders zou zijn dan de training. Er was haast geen tijd om te richten. Er was weinig dat ze konden doen van achter hun beschutting. En dan waren er nog de tanks die dreigend door de straten reden, die gebouwen opbliezen en iedere vijand onder de rupsbanden verpletterde. Voeg daar nog het gevaar van de bommen aan toe en de ‘simulatie’ was compleet. De simulatie die zich afspeelde in het verlaten Antwerpen, zonder zijn vroeger inwoners door het dreigende gevaar van Hitler en zijn soldaten.
Maar dit was geen simulatie of een training, en dat was waarom Louis vond dat dit toch een erge situatie was. Hij was bijna blij dat Harry er niet meer was; hij had niet eens hoeven vechten voor België tegen Duitsland. Hij hoefde zich niet meer te bewijzen.
Maar nu konden Jos en Louis hun leven verliezen door één idiote kogel door de Duitsers. Hun kameraden liepen door de straten en probeerden zoveel mogelijk kogels naar de vijand te schieten en zo weinig mogelijk een doelwit te vormen. Overal lagen lichamen van de gewonde mannen; men kon niet zeggen of zij nog leefden of al waren heengegaan. De jongemannen zaten onder het stof en zweet en bloed van zichzelf of anderen, maar trokken hier zich niets van aan omdat hun aandacht volledig gericht was op de pinhelmen.
Louis en Jos zaten verscholen in één van de huizen. Ze wisten goed dat als ze zouden weggaan, ze een heel makkelijk doelwit zouden worden. Hun huis was gemarkeerd met een kruis zodat de andere Belgen wisten dat er al van hun eigen troepen waren. Zo liepen ze minder risico beschoten te worden door hun eigen. Het enige gevaar voor hen was het gevaar gezien en beschoten te worden. Ze hadden al geluk dat de Duitsers de grote stad nog niet hadden gebombardeerd, want anders waren zij allen allang dood geweest.
In hun huis zaten zij dus veilig – voorlopig. Door hun raampje konden zij zien wat er daarbeneden gebeurden. Ze keken om de beurt. De een stond op wacht terwijl de ander keek naar de Duitsers, in de hoop dat ze teruggedrongen zouden worden.
“Ik wil weg hier.” Jos keek op. Louis zou naar buiten moeten kijken, maar in de plaats daarvan keek hij recht naar zijn vriend. Jos zuchtte.
“Wie wil nu niet weg? Gast, we hadden geen keus. Laten we hier blijven en ons overgeven als er Duitsers zijn. Dan schieten ze ons misschien niet dood.” Louis stond op en wandelde dichterbij Jos.
“Ik ben getrouwd. Mijn vrouw zit thuis op mij te wachten.” Jos draaide zich nu volledig naar Louis. Ze vergaten hun taken tijdens hun gesprek.
“Moet ik u eraan herinneren dat mijn zus net zoveel risico loopt als ikzelf? Zij is verpleegster. En als zij het niet was, dan zou mijn moeder de gewonden moeten verzorgen.” Louis ging weer bij het raam zitten en keek naar buiten. Er lagen minder pinhelmen dan Belgen op de grond. Dit getal zou de infanterie moeten omdraaien. De Duitsers moesten een lesje leren.
“En als wij hier sneuvelen, lijden onze families er allebei onder,” zei Louis, en hij keek weer naar Jos. “Zeg me nu niet dat gij niet weg wilt.”
“Jawel, maar… desertie, daar staat de doodstraf ook. En ik sterf liever wetende dat ik ons land wilde beschermen dan dat ik het in de steek wilde laten,” zei Jos, en na een tijdje twijfelen begon hij weer te spreken. “Mijn vader had geluk. Hij overleefde de oorlog. Hij heeft er zelfs m’n moeder ontmoet.”
“Dat weet ik al.”
“Wilt gij het echt wagen?” vroeg Jos. Louis stond weer op en pakte het geweer dat hij nonchalant had laten liggen op de grond. Hij was het nu meer dan zat om hier te zitten nietsdoen. Daarbij, ze zouden hier toch sterven, dus dan zou het niets uitmaken waar of wanneer dit zou zijn. Toen hij zijn geweer weer oppakte, keek hij naar Jos.
“Natuurlijk. En ik zal gaan, of dat nu met of zonder u is.” Hij liep voorbij de Rudder en zonder omkijken liep hij naar beneden, naar de achterdeur. Hij wilde terug naar huis, naar Jana en zijn beste vriend / schoenbroer Jef. Hij moest gewoon terug… dat was hij haar verplicht.

Niet veel later liepen zij allebei door de straten, oppassend dat zij niemand meer zouden zien, de één met al wat meer overtuiging dan de ander. Ze waren uit de stad gevlucht, weg uit het leger dat hen zou straffen als ze hen ooit terugvonden tijdens deze oorlog. Zij wisten niet waarheen zij zouden kunnen gaan. Zij die hen zouden gaan zoeken konden makkelijk hun dossier inkijken en zien waar ze woonden, dus waar ze hen moesten opwachten. Thuis was geen optie, en communicatie per brief ook niet. Ze konden de postbezorging niet vertrouwen, omdat ze niet wisten of ze de brieven nu nog openden of niet.
Missing in action. Zo zou het aan hun familie uitgelegd worden. Zij raakten vermist terwijl zij hun plicht deden. Ze zouden hun ouders en vrienden veel verdriet aandoen, maar het zou hen voorlopig veilig houden tot de oorlog gedaan was, hoelang deze dan ook moge duren. Gelukkig hoefden zij zich geen zorgen meer te maken over Max; hij was gesneuveld voor hun ogen. Zijn verse lijk viel vlak voor hun voeten terwijl ze de stad ontvluchtten. Ook al mocht niemand hem echt, het was toch schokkend om iemand te zien sterven en het licht in hun ogen te zien verdwijnen.
Nu waren Jos de Rudder en Louis Laenens weg uit het leger en vermist verklaard. Niemand zou hen zoeken, aangezien niemand zou kunnen weten waar ze waren. En als iemand hen al dan niet tegenhield, zouden zij een schuilnaam gebruiken en zeggen dat ze geen identiteitskaart bij zich hebben, waarna ze het op een lopen zouden moeten zetten.
Op zijn minst waren Jos en Louis verlost van het leger, voor zover ze verlost konden zijn.

Reacties (1)

  • BOOKWURM

    Omg spannend! Verder!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen