Foto bij 015  - Fíli

Fili leunde tegen de muur van zijn cel. Het geluid van Kili's stem was al zeker vijf minuten weggestorven. Toch galmde het verhaal nog steeds door zijn hoofd.
Hij snapte niet wat zijn broertje bezielde om het aan uitgerekend Ori en Thari te vertellen. Ze hadden helemaal niets te maken met zijn vader.
Fili luisterde liever helemaal niet naar het verhaal. Het herinnerde hem altijd aan de terugkeer van Thorin. Het was de eerste keer geweest dat hij Thorin zwakte zag tonen. Vanaf dat moment was hun huis altijd een stuk leger geweest. Zelfs nadat ze meermaals verhuisd waren.
Plotseling had Fili het gevoel alsof er een steen in zijn binnenste was geland. Het maakte niet uit hoeveel onderhandelingen Thorin met de elfen deed. Het maakte niet uit hoeveel oorlogen hij voerde en hoeveel hij er won. Fili's vader zou er niet mee terugkomen.
Hij kneep zijn ogen stijf dicht om de tranen te verbijten. Hoewel er geen andere dwergen in de cel waren, wilde hij niet dat de elfen hem zo zagen. Dat was regel één die hij zich had aangeleerd. Een Durin huilde niet. Hij begreep niet eens volledig wat er zo erg aan was, maar Thorin deed het ook niet.
Zijn vader had nooit in zijn bijzijn gehuild. Zijn moeder alleen toen hij hen verliet.
Fili sloeg zijn hand voor zijn mond om een opkomende snik te dempen. Zijn schouders schokten. Verbeten knipperde hij met zijn ogen en staarde tegen de muur tegenover hem.
Hoe kon iemand nooit huilen?
Hij kwam snel overeind en sloeg met zijn vuist tegen de stenen muur. De pijn leidde hem een beetje af. Maar net zoals iedere afleiding die hij ooit gezocht had, hielp het maar tijdelijk. Hij verzonk in het gevecht met zijn emoties dat hij zo vaak had gevoeld. Hij moest sterk zijn en hij mocht niet huilen.
Terwijl de wereld aan hem voorbij leek te gaan en de leegte zich zonder grenzen verspreidde.
De betekenis van nooit drong steeds beter tot hem door.
Hij schreeuwde en rende naar de andere kant van de cel, waar hij opnieuw tegen de muur leunde'.
''Fili?'' klonk de stem van zijn broertje uit de cel naast hem. Hij trilde en klonk iets hoger dan normaal.
Fili gaf zichzelf een paar seconden om zich te herstellen. ''Ja,'' antwoordde hij kalm, ''ik ben hier.''
''Ze hebben ons gevangen genomen!'' brulde Ori.
Zuchtend liep Fili weer naar de muur die het dichtste bij hun cel was. Hij ging bij de tralies zitten zodat hij net een glimp van de cel naast hem op kon vangen. ''Dat meen je niet, Ori,'' zuchtte hij sarcastisch.
Kili lachte zwakjes. ''Hebben ze jou ook gevangen genomen?''
''Nee ik ben hier op de koffie. Ik ben grote vrienden met die elfen, weet je. We lijken zoveel op elkaar.'' Hij probeerde zo snel mogelijk nog meer sarcastische opmerkingen te bedenken. Zolang hij daar over nadacht waren zijn gedachten niet nodig om zijn tranen in bedwang te houden.
Opnieuw klonk er een zwak lachje van Kili.
''Ben je echt vrienden met die elfen?'' vroeg Ori ongelovig. ''Waarom zorg je dan niet dat ze ons vrijlaten?''
''De leider mag jullie niet zo, daar kan ik ook niets aan doen.''
''Ik geloof je niet!''
''Waarom vraag je het dan?'' snauwde Fili ongeïnteresseerd. ''Dat slaat echt helemaal nergens op.''
Er volgde een vreemd geluid. Het duurde even voor Fili besefte dat Ori huilde. Des te meer reden om zijn eigen tranen te bedwingen.
Ori had helemaal geen reden om te huilen. Hij had beide ouders nog.
''Stel je niet aan!'' Fili had niet gepland om zo hard te schreeuwen, maar hij vond het eigenlijk niet onterecht.
''We zitten hier voor altijd vast, we zien de anderen nooit meer.''
Fili vloog overeind en sloeg tegen de tralies. ''Daar moet je mee uitkijken!'' snauwde hij richting Ori. ''Nooit en altijd zijn termen waar jij niets van begrijpt.''
''Fili,'' zei Thari voorzichtig, '''rustig maar - ''
''Nee!'' snauwde Fili. Het was waar dat hij deze kant van zichzelf ook niet kende. ''Ori heeft geen recht om hierover te spreken. Hij heeft geen recht om te janken want hij is nog helemaal niets verloren.''
Bij wijze van antwoord werd het gesnik van Ori alleen maar harder.
''Stil maar,'' fluisterde Thari.
Hij hoorde Kili luidruchtig kokhalzen. Hij schoot in de lach, een hysterisch soort lach. Hij liet zich langs de tralies naar beneden zakken. Op de achtergrond hoorde hij Kili ook lachen. De sporen van zijn tranen waren nog hoorbaar.
Toen hij eindelijk vreugdeloos uitgelachen was, bleef Fili heel stil tegen de tralies aan zitten.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen