Foto bij 1 - Rophrax

Zo, hoofdstuk 1. Even kijken of ik het zo bij kan houden met LordFantasy en niet minder hoofdstukken met meer woorden ga schrijven:(
Anders niet op letten hoor kwaliteit gaat bijna nooit aan kwantiteit verloren bij mij (hoop ik)

Overigens, als je het je afvroeg, heb ik het plaatje van de story getekend (moet ik ff over opscheppen hoor;)).
Misschien ga ik in de toekomst nog wel de personages bijhouden met bijpassende tekeningen erbij, kost wel veel tijd:)

12 jaar later.

      "Elwíck, soep!"
      "Ja, ja..." Ik schepte de smerige vissensoep op dikke Allric's bord. Nog steeds snapte ik niet waarom iemand die vieze prut luste. Het was ranzig, goedkoop en al tijden over de datum. Het was dat de soldaten uit mijn kamp het niet tegen de elven durfden op te nemen, dat ik zo bitter over onze organisatie dacht. Als ik gewoon één goede partner had die wél moed had, dan had ik makkelijk onze provincie opnieuw bevrijd.
      De elven hadden ons verdrongen tot dit lugubere gebied, Bal Kolduhr, een oude bergstad die het zuiden met het noorden verbindt. Nu was het enkel een verlaten oorlogsgebied. De enigen die hier nog leefden, waren wij: Rophrax. Een kleine organisatie van jonge en ervaren krijgers die zweren om Yulor van de elven te verlossen. Hier leefden wij precies tussen het gebied van de mensen en de elven. Als protest bezitten wij dit strategische punt. De enige poort naar de andere kant van Byorst, de grootste bergenketen die Estorix in tweeën splitst. Geen draak kan deze hoogte bereiken. Deze vesting is onze laatste hoop, de laatste bewaakte deur die de elven uit de overblijfselen van de mensenwereld houdt... enkel zijn mijn collega's volledige nietsnutten.
      "Aelwin, vandaag trek ik weer naar het zuiden."
      "Opnieuw? Het is de laatste zondag van de maand, de enige dag waarop er een soort wapenstilstand is. Je gaat toch niet zeggen dat je van plan bent die traditie te breken?"
      "Ik wil gewoon wat onderzoek doen..." Ik liet de grote soeplepel terug in de prut vallen en trok mijn schort uit, "Ga je mee?"
      "Ik zal mijn spullen pakken, ik denk niet dat de rest meewilt." Hij knikte en ging ervandoor, waarna ik de keuken verliet en een ander mijn dienst over liet nemen. Toen ik mijn kamer binnenkwam, staarde ik eventjes naar het donkere metaal van mijn vaders oude harnas. Het blonk in het licht en ik wreef over het gepolijste materiaal. Ooit zou ik dit dragen op de frontlinie, in de naam van Evroin, de uitverkorene. Hij die een vrede weet te sluiten en alles goed kan laten komen. Wij mensen geloven daarin, een hogere entiteit, iets of iemand die daarbuiten is om ons te verlossen.
      Eigenlijk was het best wel onzin, als er nu al geen moed was om de elven te verslaan, hoe zou één heilig persoon hier wel voor kunnen zorgen?

      "Cadeyrn, ik wacht op je bij de poort."
      "Ik kom eraan, Aelwin, geef me nog even."
      Zodra mijn beste vriend weg was, trok ik mijn meest camouflerende kleding aan en staarde ik eventjes naar de edelsteen in mijn kledingkast. Het had iets te betekenen, maar ik wist niet wat. Ik wist enkel dat de elven hem wilden en daarom hield ik hem verborgen, alsof die steen het lot kon bepalen.
      "Cadeyrn!"
      "Ik kom!"
      Als de bliksem rende ik naar beneden, naar de poort en tevens de kazerne van mijn groepje krijgers, Yiris. De enigen die oog in oog met de elven hebben gestaan... van onze tak van de organisatie dan. Er waren meerderen, zeker, maar zij behoorden tot Vriad. Wij noemen ze de elvenaanbidders. Zij, die hetzelfde lot als ons hebben ondervonden, maar vinden dat de elven onschuldig zijn. Dom, dom, ze hebben zelf gezien wat die puntoren aanrichtten! Mijn ouders waren door een groep vermoord, niet door een enkeling die net een beetje corrupt was. Wij van Yiris zijn geheel tegen de elven, allen zijn ze verwaand en achterbaks, niet voor niets komen ze met een heel leger een rustig dorp binnengevallen.
      De andere groep die elven haat, is Iverum. Alhoewel zij nooit de daden van de elven in het echt hebben gezien, dragen zij dezelfde haatgevoelens tegenover hen. De laatste groep binnen de organisatie is Slatir, die enkel vechten om hun thuisland te beschermen. Ook al is Slatir de grootste groep binnen Rophrax, bestaat hij vrijwel alleen uit boerenjongens die nog net weten hoe ze een zwaard vast horen te houden.
      Vriad is de sterkste groep, allen zijn elite krijgers, ervaren soldaten en sluipende huurmoordenaars. Slim, snel en dodelijk... Vriad is echt de top van onze organisatie, het is alleen jammer dat zij elven zo indrukwekkend vinden. Na Vriad komt Iverum. Zij zijn krachtig, sluw en sterk. Door harde training, zowel mentaal en fysiek, bestaat Iverum uit ware tanks van krijgers. Ze missen de tactiek die Vriad heeft, maar midden op een slagveld zal Iverum als laatste zegevieren.
      Daarna komen wij, Yiris. Een uiterst klein groepje met een ware mix van alle kwaliteiten. Zo vertonen Aelwin en ik dezelfde toppunten als Vriad, maar zijn Erdric en Ordgar twee beukende reuzen. Samen met Iverum zijn wij net zo sterk als Vriad. Het jammere is dat Iverum nooit onze bevelen volgt, waardoor onze samenwerking vaak in de (smerige vissen)soep valt. Binnen Rophrax zijn wij de verkenningsgroep. Wij zijn het verst buiten Bal Kolduhr gekomen, alhoewel er zo nu en dan ook wel een spion van Vriad in de buurt verstopt zat.
      Slatir... tja, daarover valt niet veel goeds te vertellen. Zij zitten er vooral voor het schrikeffect van grote organisatie en zij zorgen voor het voedsel en de schoonmaak, omdat zij toch niet naar buiten durven.

      "Vandaag lopen we langs de rivier, we zullen het elvengebied uitkammen en zoeken naar zwakke plekken." Ik gaf een gebaar en Aelwin volgde me. De berg af, de bossen in. Sinds de elven dit gedeelte van Yulor hadden overgenomen, was alles flink veranderd. Grote stenen gebouwen en grove kasseien maakten plaats voor houten kunstwerken van gebouwen en gladde paden van baksteen.
      "Niets is er veranderd, de bewoners lijken wel weg te zijn. Wat dreef ze tot het verlaten van hun huis?" Aelwin keek me licht fronsend aan, waarna we opeens geritsel achter ons hoorden. "Verderop is er een commotie."
      Geschrokken draaiden we ons om, waarna we Brithun zagen. De blonde man grijnsde en zwaaide vrolijk naar ons, waarna hij wenkte en in de verte wees, "Er is een stoet, waarschijnlijk de koning. Alle elven zijn ernaartoe gegaan om hem te zien."
      Onbewust volgden we hem, alhoewel hij geen vriend van ons was. Brithun Cwenburg was de leider van Vriad en dus onze 'rivaal'. Binnen het korps vond iedereen hem een beetje een slijmbal, maar hij is een van de grootste meesterbreinen binnen Rophrax en niemand hanteert een zwaard zoals hij dat kan. Uit gewoonte liepen wij twee dus achter hem aan, waarna we achter wat bosjes schuilden.
      Inderdaad kwam er een stoet voorbij met een koets, waarin een verwaande elvenman en zijn vrouw zat. Ik fronste lichtjes toen ik ze zo stom zag glimlachen en trok bijna mijn dolk toen ik de trotse generaal in eenzelfde koets zag zitten, maar Brithun legde zijn hand op mijn schouder en glimlachte, "Cadeyrn, volgens mij ben jij een goede leider. Waarom zou jij je handen bevuilen met het bloed van onschuldigen."
      "Jij weet niet wat bloed is, Cwenburg," gromde ik, waarna zijn glimlach even vervangen werd door een frons, maar al snel trok hij zijn schijnheilige grijns weer en verstevigde zijn grip op mijn schouders, "Kijk in de koets, Elwíck," fluisterde hij, mijn achternaam spottend uitgesproken zoals ik dat bij hem deed, "Een jong elvenmeisje, ver van volwassen en ver van gelukkig. Ze zijn iets met haar van plan. Zo is het altijd al geweest. Er zijn hogere krachten tussen de elven, niet enkel mensenbloed wordt over deze wereld vergoten. Iets is er gaande binnen het elvenrijk en het kan niet lang duren voordat er iets klapt."
      "Cadeyrn..." Aelwin suste me voordat ik ook maar kon bedenken wat ik erop wilde zeggen, waarna Brithun naar hem glimlachte en me losliet, "Je bent een goede krijger, weet gewoon dat er altijd plek is bij Vriad. Vroeg of laat zal Yiris ontbonden moeten worden, gezien de geringe hoeveelheid leden die jullie hebben. Ik zou jullie warm verwelkomen."
      "Je weet dat als wij naar jullie overstappen, de balans binnen Rophrax enorm verschoven wordt. Iverum gaat waarschijnlijk in protest en de organisatie zal vallen."
      "Wat heb jij er voor over om wraak te nemen? Jij weet zelf dat de balans schuift, dus weet je vast ook wie er krachtiger staan." Brithun draaide om en zwaaide naar ons, waarna hij zijn handen in zijn zakken stak en terug richting de vesting liep, maar na een paar stappen nog eventjes stilstond, "Overigens zijn wij geen hielenlikkers van de elven, maar zolang jij zo blind bent door je wraak, zul je ook nooit weten wat er echt speelt. Mijn kamer is altijd open voor vragen... en eventuele aanmeldingen. En anders zie ik jullie gauw aan de frontlinie, Yiris."
      "Frontlinie...?" Aelwin keek hem verward aan, waardoor Brithun knipoogde, "Morgen is jullie laatste dag om te kiezen, Yiris, denk er goed over na."

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen