Foto bij Hoofdstuk 2

Nadat Iram een kan wijn had gehaald, schonk hij hun glazen in.
‘’Drinkwedstrijd!’’ Hij hield zijn glas omhoog en knikte naar Emora en Rhodíq. ‘’Wie het eerste vijf glazen leeg heeft.’’ Hij keek opzij. ‘’Thos, jij mag niet meedoen. Jij wint altijd.’’
Emora grinnikte, maar keek snel weg toen Rethos een blik in haar richting wierp. Uit haar ooghoeken zag Rhodíq dat ze rood kleurde.
‘’Je denkt zeker dat je wel wint omdat wij vrouwen zijn?’’ vroeg Rhodíq aan Iram. Waarschijnlijk had hij daar wel gelijk in.
Iram knikte tevreden. ‘’Maar iedereen is een makkelijkere tegenstander dan Rethos.’’
Rethos rolde met zijn ogen. Hij zuchtte en keek weer de andere kant op.
‘’Waar spelen we om?’’ Rhodíq bewoog haar wenkbrauwen op en neer naar Iram.
‘’Om de eer.’’
Op hun hoogste punt bleven Rhodíqs wenkbrauwen stil hangen.
‘’Ik ga mezelf niet dronken voeren voor de eer.’’
Iram haalde zijn schouders op. ‘’De verliezer trakteert ons op een lied? En op de volgende ronde.’’
‘’Akkoord,’’ knikte Rhodíq. Adwan grinnikte luid.
‘’Nee bedankt,’’ zei Emora. ‘’Ik moedig jullie wel aan.’’
Rhodíq haalde haar schouders op. ‘’Ook prima.’’
‘’Tel jij maar af,’’ gebood Iram haar, terwijl hij zijn glas afpakte.
Terwijl Emora aftelde, tilde Rhodíq haar glas ook vast op. Bij ‘één’ bracht ze het glas naar haar mond. Ze dronk het leeg en keek naar de andere kant van de tafel. De drie mannen schonken hun tweede glas al in.
‘’Niet eerlijk!’’ riep Rhodíq uit, toen Adwan te kan tergend langzaam naar haar toeschoof.
Adwan grijnsde. ‘’Wie het eerst komt, wie het eerst maalt…’’
Rhodíq bracht iets later dan de anderen haar tweede glas naar haar mond. Ze verslikte zich van schrik toen iemand plotseling een hand op haar schouder legde.
‘’Doen jullie een drinkwedstrijd?’’ Fíli liet zich op de stoel naast haar zakken.
‘’Ja,’’ hoestte Rhodíq, ‘’bedankt, hè. Nu kan ik al helemaal niet meer winnen.’’
Aan de overkant van de tafel grinnikte Iram.
‘’Laat mij maar.’’ Fíli pakte haar glas over en dronk het in één beweging leeg. Hij graaide de kan weg net voordat Odaël zijn derde glas in kon schenken. Fíli zette de kan zo ver mogelijk van de rest vandaan en zette het volgende glas aan zijn lippen.
‘’Je moet er nog twee!’’ riep Iram toen Fíli de volgende drie glazen op had. ‘’Ze dienen allemaal door één persoon gedronken te worden.’’
‘’Spelbreker.’’
Iram dronk zijn laatste glas leeg en zette het triomfantelijk op tafel.
‘’Ik was eerder!’’ brulde Adwan.
‘’Maakt niet uit. Het gaat erom wie er als laatste is.’’
Fíli had zijn laatste glas net na Odaël op. Hij liep naar de bar om de volgende ronde te halen en liet het lied aan Rhodíq over.
‘’Zing eens wat!’’ juichte Iram.
Rhodíq trok een gezicht. ‘’Dat wil je niet hoor.’’
‘’Een lied uit… Waar jullie ook vandaan komen.’’
‘’De IJzerheuvels.’’ Fíli verscheen weer en zette de nieuwe kan met een klap op tafel. ‘’Zing ons eens een lied uit de IJzerheuvels.’’ Een smalle dwerg met lichtbruin haar volgde hem. ‘’Kom zitten, Ori!’’
Fíli reikte ‘Ori’ een stoel aan en de dwerg nam plaats.
‘’Geweldig,’’ mompelde Rhodíq, ‘’nog meer publiek.’’ Ze besloot het maar goed te doen, als het toch moest, en ging op de tafel staan. Ze draaide rond terwijl ze begon te zingen.

De ijzeren heuvels van weleer,
Daar delven dwergen steeds maar weer.
Ze graven succesvol naar goud en schatten,
Naar stenen en stof die waarde bevatten.

We zijn hard als ijzer en sterk als staal.
We bouwen steden, troon en zaal.
De IJzerheuvels, de bloeiende bergen,
Het rijk van steengeharde dwergen.


Omdat ze zich de rest van het lied niet kon herinneren, zong Rhodíq te twee coupletten nog maar een keer. Daarna sprong ze van de tafel af en maakte grijnzend een diepe buiging. Bijna niemand anders in de herberg had omgekeken.
‘’Daar drinken we op,’’ vond Fíli, ‘’de IJzerheuvels.’’ Hij schonk alle glazen bij.
Iram vertelde hoe hij en zijn vrienden in Erebor verzeild geraakt waren. Ze kwam uit de Blauwe Bergen, waar ze de taak hadden om de orde te bewaren. Nu waren ze in Erebor om dezelfde taak uit te voeren.
‘’Het verblijf in de Steenbok beviel ons wel,’’ eindigde Iram zijn verhaal. ‘’Daarom zijn we nu nog hier.’’
‘’Waar zouden jullie anders zijn?’’ vroeg Emora.
Iram haalde zijn schouders op. ‘’Huizen in Erebor misschien. Maar de kans is groot dat we over niet al te lange tijd toch weer verder reizen.''

Reacties (4)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen