Foto bij Hoofdstuk 8

Toen Rhodíq aan het einde van de avond de laatste tafels schoonmaakte, kwam Bofur naar haar toe.
‘’Zie je het niet zitten om ons hier wat vaker te komen helpen?’’
Rhodíq haalde wat onverschillig haar schouders op. Desondanks grijnsde ze terwijl ze zich naar hem omdraaide.
‘’Ik denk dat ik de arme Sedi het werk niet in zijn eentje kan laten doen, hè?’’
‘’Wij zijn er ook nog.’’
Rhodíq glimlachte. ‘’Gelukkig, anders zou het hier zo saai worden.’’
Bofur knikte tevreden. ‘’Dus dat is afgesproken?’’
‘’Afgesproken.’’
Toen Rhodíq de kamer in liep, was Emora niet aanwezig. Ze kom zich niet echt herinneren wanneer ze haar vriendin voor het laatst gezien had. Vanochtend toen ze zo vrolijk was misschien.
Rhodíq onderdrukte de neiging om bij de buren aan te kloppen. Als Emora inderdaad bij de dwergen uit de Blauwe Bergen was, zou het flauw zijn om er quasi bezorgd heen te gaan. Als ze er niet was, dan had Rhodíq er ook niets te zoeken.
Ze ging in haar bed liggen en sloot haar ogen. Toen ze halverwege de nacht wakker werd, kwam ze overeind.
‘’Em?’’ Ze keek naar het bed. ‘’Emora?’’ Voor zover in het donker te zien was, lag er niemand in het bed.
Rhodíq stond op en controleerde of ze alleen was. Daarna kleedde ze zich aan en liep de gang op. Eigenlijk had ze geen idee waar ze Emora moest zoeken. Ze kon alleen niet stilliggen en afwachten. Omdat het pas hun tweede nacht hier was, was het vreemd dat ze zonder iets te zeggen weg ging.
De trap van de herberg kraakte toen ze naar beneden liep. Iets wat haar alleen in de stilte van de nacht opviel. In de gelagkamer was het doodstil. Er was al lang niemand meer.
Uit de deur in de achterwand klonk een luid gesnurk. Rhodíq vermoedde dat Bofur of Bombur daar sliep.
Ze opende de deur van de herberg en stapte naar buiten. De koele avondlucht kwam haar tegemoet en ze sloeg haar mantel iets steviger om zich heen.
Langzaam begon ze door de verlaten straten van Erebor te lopen. Er was bijna niemand te zien. Het moest dan ook ergens midden in de nacht zijn.
Rhodíq sloeg een paar straten in waar ze gisteren ook gelopen had. Niet dat ze verwachtte om Emora te vinden op de plek waar ze gisteren geweest was. Ze verwachtte simpelweg dat ze de Steenbok niet meer kon vinden als ze een andere kant op liep.
Ze beklom de trappen die naar de grote zaal leidden. Bovenaan bleef ze staan. Vanaf daar had ze een redelijk uitzicht over een deel van de stad.
‘’Nachtelijke wandeling?’’ klonk een zachte stem achter haar.
Rhodíq maakte een sprongetje van schrik. Door de stilte had ze het idee gehad dat ze alleen was in de stad. Belachelijk natuurlijk.
Ze draaide zich om en keek in het gezicht van Fíli’s broer. Broertje. Ze vermoedde dat hij jonger was dan Fíli. Ook iets jonger dan zijzelf.
Kíli trok vragend zijn wenkbrauwen op en ze besefte dat ze nog geen antwoord gegeven had.
‘’Ja,’’ bracht ze uit, ‘’zo zou je het kunnen noemen.’’
‘’Hoe zou je het zelf noemen dan?’’ Kíli ging naast haar staan en keek ook uit over de stad.
‘’Een zoektocht naar iemand die ik waarschijnlijk toch niet ga vinden.’’
Kíli keek haar aan. ‘’Wie zoek je?’’
‘’Een vriendin van me,’’ antwoordde Rhodíq. ‘’Volgens mij heb je haar gisteren gezien.’’
‘’Emora?’’ vroeg Kíli twijfelend, alsof hij niet meer helemaal zeker was van haar naam.
Rhodíq knikte bevestigend. ‘’Ja, Emora. Ik heb alleen geen idee waar ik haar zou moeten zoeken.’’
‘’Waar ben je haar kwijtgeraakt?’’
‘’Kwijtgeraakt?’’ Rhodíq fronste. Ze vond het nogal vreemd klinken. Alsof Emora een voorwerp was dat ze ergens had laten vallen. ‘’Ik ben haar niet kwijtgeraakt, ze lag gewoon niet in haar bed.’’
‘’En toen besloot jij haar te gaan zoeken?’’ raadde Kíli.
Rhodíq keek hem een paar seconden zwijgend aan. ‘’Nee toen besloot ik dat het tijd was voor een nachtelijke wandeling.’’
‘’Daar hebben we allemaal wel eens last van,’’ grinnikte Kíli. ‘’Rhodíqa, was het niet?’’
‘’Rhodíq,’’ verbeterde Rhodíq hem. ‘’Niemand noemt mij Rhodíqa.’’
Kíli trok zijn wenkbrauwen op en keek de andere kant uit. ‘’Ik heb het toch al twee personen horen zeggen vandaag. Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die zichzelf zo snel beroemd maakte bij Thorin en Daín.’’
‘’Werkelijk?’’ Rhodíqs hart sloeg een slag over. Desondanks probeerde ze haar stem oppervlakkig te laten klinken.
Kíli knikte. ‘’Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’’
‘’Ik zou het niet weten,’’ antwoordde Rhodíq schouderophalend. ‘’Wat zeggen ze over mij dan?’’ Hoewel Kíli niet vreemd reageerde, had ze het gevoel dat haar brandende vraag veel te nieuwsgierig klonk.
‘’Ik heb niet precies geluisterd.’’ Hij grinnikte. ‘’Sorry. Daín had het over ‘die vrouw in de Steenbok’. Thorin noemde je naam en zei…’’ Kíli fronste, meer tegen zichzelf dan tegen Rhodíq.
‘’Wat zei hij?’’


En ja hoor, daar kom ik weer met mijn spam... Als lezers van een Thorin fanfiction dacht ik dat jullie misschien ook geïnteresseerd zullen zijn in een 5-shot die ik geschreven heb. Dit korte verhaal gaat namelijk over Dís, de zus van Thorin.

http://www.quizlet.nl/stories/148853/the-last-goodbye--the-hobbit--5shot/

Reacties (5)

  • Vibes

    Hoe kun je hier nou stoppen?

    (gelukkig loop ik ongeveer 5 maanden achter op dit verhaal hehehe)

    6 jaar geleden
  • chanyeoI

    Ja, hallo, ik wil behoorlijk graag verder lezen, mevrouw Oakenshield! (Ja, dat is nu je nickname)
    En ik zal zo even kijken bij die 5-shot.
    +kudo

    6 jaar geleden
  • Kauwgomjunky

    Oh Come on.....
    snel verder! Xx

    6 jaar geleden
  • Jarnsida

    Waarom stop je nou precies daar?!

    6 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Leuk!
    Ik ga zeker die 5shot lezen

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen