Foto bij 013 || Hikari Kiyama

Ik schud hard mijn hoofd om het beeld van Aki en Satoru uit mijn gedachten te bannen.
Het lukt niet.
Ze zijn al een tijdje terug naar Raimon maar ik kan de rust niet vinden om terug te gaan. Ik zucht gefrustreerd, waarom maak ik me hier zo druk over?
Ze keken alleen maar samen naar de zonsondergang, nadat ze de hele middag samen hadden doorgebracht. ‘Aahrg!’ ik schop hard tegen de bal aan, die direct weg vliegt.
‘Dat was dom.’ Mompel ik waarna ik snel achter de bal aan ren.
Alsof dat nog niet erg genoeg was, rolt de bal met sneltreinvaart van een heuvel en ik vlieg erachter aan.
Algauw rolt de bal het drukke Tokyo binnen. Even blijf ik staan en haal ik mijn hand door mijn haar, die krijg ik nooit meer te pakken. De bal wordt steeds weer vooruit geschopt door de enorme mensenmassa. Ik zucht even en begin er weer zo hard als mogelijk in de drukke stad erachter aan te rennen.
Hoe lang ik wel niet achter die stomme bal aangerent heb, weet ik niet. En ik wil het ook niet weten. Maar ik kan degene die hem stil liet liggen wel om de nek vliegen.
Maar in plaats daarvan bleef ik voor de jongen die de bal tegen gehouden had staan en steunde hijgend met mijn handen op mijn knieën. ‘Beda… nkt, voo… r het… bal… tegen… houden..’ hijg ik buitenadem. De jongen grinnikt zacht en ik kijk op.
Met grote ogen kijk ik hem aan en langzaam dringt het tot me door.
‘Nagumo!’ roep ik enthousiast en nu vlieg ik hem wel om de hals. Hij weet me nog net op tijd op te vangen voordat we beide op de grond vallen. ‘Hé ukkie.’ Lacht hij vrolijk.
Ik steek snel mijn tong uit maar besteed er deze keer geen aandacht aan, maar de volgende keer dat hij me zo noemt heeft hij een probleem.
Dan zie ik ook de jongen die achter Nagumo staat, ‘Suzuno!’ ik wurm me uit Nagumo’s armen en vlieg nu Suzuno om zijn nek. ‘Iemand heeft ons gemist, Nagumo.’ Lacht Suzuno die me ook snel opvangt. Direct laat ik hem weer los, ‘’Nietes! Ik heb jullie niet gemist.’
‘Oké, dan gaan we wel weer.’ Grijnst Nagumo. ‘Nee!’ ik zucht even en verberg mijn gezicht in mijn handen. ‘Ik heb jullie wel gemist.’ Geef ik met tegenzin toe.
Beide jongens grijnzen breed. ‘En waar had Hiroto het over? Heb je een vriendje?’ Vraagt Suzuno met een plagerige ondertoon. ‘Hiroto…’ kreun ik geïrriteerd. ‘Nee ik heb geen vriendje.’
Beide jongens kijken elkaar even aan, ‘Wie is het?’ vragen ze tegelijkertijd.
Ik zucht wanhopig en schud mijn hoofd, ‘Oké, ik neem mijn woorden terug. Ik heb jullie niet gemist.’
Weer grinniken ze en zucht ik, ‘Bij Raimon zijn ze veel aardiger.’ Murmel ik. ‘Je vriendje zit dus bij Raimon.’ Concludeert Suzuno. Even schiet Satoru door mijn gedachten maar dan denk ik weer aan Satoru en Aki. Wat zou er tussen die twee zijn? ‘Moeten jullie niet terug naar de basis?’ zeg ik bozer dan ik bedoel. Nagumo trekt een wenkbrauw op maar Suzuno kijkt ineens heel serieus, ‘Hoe laat is het?’ vraagt hij. Ik kijk even omhoog naar de lucht waar de sterren al aan de hemel staan. ‘Minstens acht uur.’ Nagumo en Suzuno kijken elkaar snel aan, ‘We moeten gaan!’ roepen ze beide tegelijkertijd. ‘Dag Kari!’ en direct stormen ze weg.
‘Dag Haru en Suzu.’ Glimlach ik.
Dan pak ik mijn voetbal op en loop ik rustig en tevreden terug naar Raimon.

---

Alle kinderen slapen vannacht thuis, alleen voor Satoru, Fubuki en mij gaat dat niet. Wij konden gelukkig bij Endou slapen. En zo is het dus zover gekomen dat we met alle moeite drie matrassen in de kleine logeerkamer proberen te slepen.
‘Dit gaat echt niet passen, jongens.’ Mompel ik terwijl ik het matras nog een harde ruk geef. Het matras schiet eindelijk door de nauwe deuropening en ik val achterover. 'Au.' mompel ik terwijl ik over mijn rug wrijf. Satoru steekt zijn hand uit, die ik dankbaar aanneem en hij trekt me overeind.
Twee van de drie matrassen liggen nu in het kleine kamertje.
De matrassen liggen dicht tegen elkaar aan maar er is geen ruimte om ze anders neer te leggen. ‘Iemand kan ook wel bij mij op de kamer liggen?’ oppert Endou. Fubuki knikt, ‘Ik kom wel bij jou liggen, Endou.’ Zegt hij. Ik knik en laat me op één van de twee matrassen vallen. Satoru laat zich op de andere neer ploffen en ineens lijken de matrassen veel dichter op elkaar te liggen. De moeder van Endou komt nog binnenlopen met twee slaapzakken, ‘Gaat het lukken zo?’ vraagt ze bezorgt, kijkend naar de weinige ruimte die we hebben. Ik glimlach naar haar, ik mag Endou’s moeder.
‘Natuurlijk mevrouw, en nogmaals bedankt dat we hier kunnen slapen.’
Ze glimlacht en knikt, ‘Welterusten jullie beide.’ En ze loopt de kamer weer uit.
Ik laat me weer achterover op het matras vallen zonder iets tegen Satoru te zeggen.
Ik zie hem telkens weer met Aki staan.

Wacht, ik ben toch niet echt jaloers op Aki?

Reacties (1)

  • hawksilver

    Ze is jaloers ze is jaloers:P
    Snel verder

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen