Foto bij O12 | Randír

"Randír - dwaler"


'Dus ze is de afstammeling van een geest?' vroeg Ash nieuwsgierig terwijl ze haar emmer in het water liet zakken. De vrouw die naast haar zat zag er vele jaren ouder uit dan ze werkelijk was. Zij ging door het leven onder de naam Mab, al had ze toen ze jong was een andere naam gehad. Ash had echter altijd Ash geheten, al was dat niet de naam die haar moeder voor haar gekozen had.
'Dat wordt gezegd', knikte Mab en ze trok de emmer uit het meer. Het water klotste over de randen en spatte op het dek, maar dat zou niemand ooit merken. De schuit hing zo laag in het water dat het minste zuchtje wind er al voor zorgde dat de bodem bedekt werd met een stroom water.
'Hoe kan je nou afstammen van een geest? Die zijn dood.' Mab wist dat deze nieuwsgierigheid van het kleine meisje ooit de nagel aan haar doodskist zou worden. Toch deed Mab nooit haar best om deze in te tomen. Het leven van Ashalynn was sowieso al veel zwaarder dan dat van andere kinderen van haar leeftijd en ze wilde niet dat de vlam die in het tengere lijfje woedde, zou uitdoven.
'Bij Elfen gaat het anders dan bij wij Mensen. Elfen vervagen wanneer ze zwaar lijden. Ze vervloeken zichzelf en hun kinderen als het ware. Daarom dat Andúnë Gurthang vervloekt is.' Ashalynn fronste haar voorhoofd en zweeg. Ze nam een nieuwe emmer op en liet die weer in het water zakken, een handeling die door het vake uitvoeren zonder erbij na te denken kon verlopen.
'Maar Andúnë is sterk. Dat is geen vloek.' Mab vroeg zich af wat het kind ertoe bewoog om iemand als die halfelf tot voorbeeld te nemen. Alle verhalen en geruchten die over dat wezen in de ronde gingen, waren het allemaal over één zaak eens - dat de halfelf ze niet allemaal op een rijtje had en daardoor levensgevaarlijk was. Midden-Aarde wachtte dan ook ademloos toe op het moment waarop haar stoppen zouden doorslaan en het eindelijk tijd zou zijn om haar te elimineren. Voor Mab mocht dit gerust eerder vroeg dan laat gebeuren. Er waren al meer dan genoeg duistere figuren in dit land, waar haar meester één van was.
'Als ik zo sterk was als Andúnë', zei Ash bedachtzaam, 'Zou ik Valerios doden en ons hier weg kunnen halen.' Mab kromp ineen en haar oude ogen zochten snel het hele dek af, op zoek naar mogelijke luisteraars. Tegelijkertijd gaf ze Ash een klap.
'Ashalynn! Als je nog een keer-' Zachte voetstappen werden luider en Mab verstijfde. Ze stak haar arm uit naar Ash en verborg haar achter haar lichaam. Ze probeerde er zo groot en onbevreesd mogelijk uit te zien, maar dat lukte haar niet toen ze zag wie hen naderde. Het was Valerios zelf, niet een van zijn vele trawanten.
'Heks', begroette hij Mab kalm, hoewel een gevaarlijke vonk in zijn slangachtige ogen op zijn woedde duidde. Hij stak zijn arm uit en legde die op haar broze schouder. De stille bedreiging was duidelijk. Een verkeerd woord en ik breek je nek.
'Waarom sloeg je mijn favoriete slavin?' Mab voelde haar mond droog worden. Ze slaagde er niet in om helder na te denken en ze wist dat dit haar einde zou worden. Valerios zou haar wurgen of overboord gooien en er zou niemand overblijven om voor Ashalynn te zorgen. Een fijn stemmetje werd echter haar redding.
'Ik- ik zei dat ik net als die kinderen daar wilde spelen', zei Ash en haar stem klonk zo perfect schuldig, beschaamd en kleintjes dat Mab het er ijskoud van kreeg. Iemand zo jong als Ashalynn zou niet zo griezelig goed moeten kunnen liegen. In de wereld waarin zij geboren was, had ze echter niet veel keus. Valerios liet Mab los en duwde haar ruw uit de weg. Met zijn lange vingers streek hij onder Ash' kin en keek hij in haar serene, hartvormige gezichtje.
'Heb je al gebloed, mijn kleine meid?' Ashalynn schudde haar hoofd. Valerios zuchtte en streek teleurgesteld over haar kaak.
'Dan worden het zweepslagen. Als je nog eens zulke domme dingen zegt, lieverd, verkoop ik je aan iemand met veel minder scrupules dan ik.'

Vele mijlen verder van het slavenschip rende een zilverharige gedaante tussen hoge bomen door. Haar ogen waren droog, want ze had besloten dat ze al meer dan genoeg tranen had vergoten. Ze wilde zo snel mogelijk verdwijnen uit dit deel van het land, vluchten van het kwaad dat in het Demsterwold huisde. Voor haar doemden hoge bergen op, bergen die ze nog niet zo heel lang geleden al eens had doorklommen. Toen was ze bijna gestorven. Ze vroeg zich af of ze deze keer erin zou slagen om dit gebergte op eigen kracht zou overwinnen, of dit keer werkelijk van uitputting zou sterven.
Ze keek omhoog. Achter haar brulde een beer. Het maakte allemaal niet meer uit, besefte ze.
Beide mogelijkheden hadden hun charmes.

Heyheey folks!
Er zat inderdaad even een pauze tussen de hoofdstukken, maar die had ik wegens schoolredenen even nodig. Voor mensen die willen afhaken - ik zal serieus regelmatiger beginnen te schrijven! Bij het volgende hoofdstuk komen er ten slotte een dertiental dwergen op bezoek :3

Reacties (4)

  • Glorfindel

    Ash!!! mijn lievelingsbijpersonage van alle verhalen die ik ooit gelezen heb!!!!

    5 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Leuk!!
    Gauw verder oke?;)

    5 jaar geleden
  • Croweater

    Oh wat leuk dat Ash er nu al in voor komt.^^
    Ik vind het een geweldig hoofdstuk - niks rommeligs aan. c;
    En ik vroeg me net of de dwergen überhaupt nog zouden komen, hehe.

    5 jaar geleden
  • Schack

    Torreth! Finally.

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here