Foto bij 4 - Segregation

Sorry voor de slome update, mijn internet is nogal crappy ATM, dus kon bijna niet bij mijn story komen en als ik eindelijk een deel erbij had geschreven, kon ik het niet opslaan, omdat de verbinding er weer uit lag:(


Vandaar even een superlang hoofdstuk zodat jullie er langer mee kunnen doen tot de volgende:)

      "Dus vandaag is het eindelijk zo ver, hè?" Ik keek naar Aelwin, die net zoals ik zijn spullen al had ingepakt. Vanaf vandaag zouden we niet meer onze kamer delen. Het gebied van Yiris zou eerlijk worden verdeeld over de drie overblijvende facties en ieder van ons zou intrekken bij de slaapkamers van onze nieuwe facties.
      "Ik ga je wel missen hoor," zei Aelwin, een tikkeltje spottend, maar hij bedoelde het ook oprecht. Ik glimlachte zwakjes en legde mijn hand op zijn schouder, "Aelwin, vergeleken met de rest van Slatir ben jij een heilige. Een topkrijger. Een leraar. Zodra je daar zit, probeer dan wat pit in die krijgers daar te steken en wie weet kom je nog ver."
      "Nou dat weet ik niet, hoor..." Hij keek verlegen weg, maar ik gaf hem een stevige schouderklop, "Maar ik weet het wel en ik weet het zeker."
      "Nou, oké dan, ik zal m'n best doen, commandant Elwíck!" Hij gaf me een saluut en ik lachte er een beetje om, "Vaarwel, generaal Hallstead."
      "Generaal?!" Hij schrok van mijn opmerking en bloosde een beetje, maar herstelde al snel en zwaaide naar me, "Tot ziens, we zouden met z'n allen in de grote etenszaal moeten afspreken vanavond, om over onze nieuwe facties te roddelen!"
      "Hé, dat is een goede! Ik zie je vanavond dan, doei!" Ik zwaaide terug en begon de moeilijke queeste om mijn spullen naar de kazerne van Vriad te sjouwen. Halverwege werd ik opeens getackeld en liet ik de helft bijna vallen, maar toen zag ik dat Erdric en Ordgar snel alles opvingen. Erdric gaf me een van mijn tassen terug en grinnikte, waarna hij zijn arm om me heen sloeg en me een beetje door elkaar schudde, "Hé, waar ga jij heen, leidertje? Je loopt de verkeerde kant op!"
      "Um..." Ik wilde nog zeggen dat ik me niet voor Iverum had ingeschreven, maar toen trok Jamil Erdric al van me af en sloeg hij zijn andere arm om Ordgar heen, "Hé, nieuwe rekruten, hoe is het ermee? Ik zal jullie alvast even één ding leren..." Zijn glimlach vervaagde naar een frons toen hij mij aankeek en met een lage stem bromde, "Wij praten niet met het ongedierte van Vriad."
      "Vriad?" Erdric keek me verbaasd aan, "Ik dacht dat je met ons meeging, Cadeyrn! Waar is je strijdgeest naartoe gegaan?!"
      "Nee, nee, jullie begrijpen het niet. Brithun heeft me belooft-"
      "Brithun kan zijn beloftes in zijn hol stoppen, als je hem vertrouwt, kun je je hoofd net zo goed nu al aan de elvenkoning schenken! Vuil, harteloos monster dat hij is." Jamil gromde en draaide woest om, waarna hij wenkte naar mijn twee vrienden, "Kom, die vriend van jullie is zo goed als dood op deze wereld nu, je kan hem maar beter vergeten. Jullie zullen mijn beste krijgers worden, dus raak er maar aan gewend jullie vriendje pijn te doen."
      Erdric en Ordgar schrokken een beetje van Jamils uitbarsting en liepen gehoorzaam achter hem aan, waarna ze mij nog een beetje spijtig aankeken. Ik beet op mijn lip en liet mijn tassen lichtjes van mijn schouders glijden terwijl ik ze een beetje moedeloos nakeek, maar toen voelde ik opeens een adem langs mijn wang, "Zo, zo...! Gewoon zeggen als hij gemeen tegen je doet, je zult niet de eerste zijn die mij als bodyguard heeft gekozen."
      "Brithun!" Ik schrok toen hij opeens achter me stond, waarna hij grinnikte en wat afstand nam, "Hé, Cadeyrn. Welkom bij Vriad. Je hebt geluk. Ik heb een privékamer voor je geregeld, recht naast de mijne. Misschien verwen ik je te veel, maar aangezien ik erop rekende dat je kwam, heb ik het beste van het beste voorbereid." Hij hielp me met mijn spullen en leidde me naar de grootse kamer. Het was overbodige luxe, werkelijk waar, zelfs een warme waterbron van de berg stroomde zo de 'tuin' achter mijn nieuwe kamer binnen, mijn privacy beschermd door een aantal sierlijke rotsen om het water heen.
      "Pfft, waarom wil je me überhaupt zo graag hebben?" Ik glimlachte lichtjes door het warme onthaal en dropte mijn spullen op de grond, waardoor Brithun lachte, "Omdat ik weet waar jij toe in staat zou kunnen zijn en dat talent bij Slatir of Iverum enkel verloren zou gaan, Cadeyrn. Jij bent een van de weinige mensen die de eeuwenoude tactieken van de elven zouden moeten kunnen gebruiken. De Elwíck-familie is al jaren in staat om deze geweldige kunsten te beheersen... en Jamil weet dat ook. Hij wilt je voor zichzelf hebben, zodat je die technieken niet te weten komt. Zodat Vriad niet de grootste macht binnen Rophrax krijgt..." Brithun fluisterde het laatste, waarna hij over een kastje wreef en me via de spiegel aan de muur aankeek, "Maar macht en heerschappij is niet mijn doel. Wat ik wil, is een boodschapper. Een iemand die tussen man en elf staat en beide kanten van de wereld begrijpt. Een die niet alleen Vriad, maar ook Slatir en Iverum tot de juiste overwinning kan leiden. Een met de vredige wijsheid van een elf en de koppige vastberadenheid van een mens. Een die niet bang is om zijn eigen wrok aan de kant te zetten om het juiste te kunnen doen."
      "Maar, Brithun... jij bent zelf toch krachtig genoeg binnen Rophrax om zoiets te doen...? En jij staat zelf tussen mens en elf, als halfbloed..."
      "Naar mij luisteren ze niet, Cadeyrn." Hij draaide om om mij recht in mijn ogen aan te kijken, "Het is niet de eerste keer dat Yiris gevormd werd binnen Rophrax. Twintig jaar of zelfs dertig terug, toen het idee van Rophrax begon als een kinderlijk spel tussen de drie vaders van ons leiders, was er een vierde man aan bod. De beste vriend van mijn vader en degene waardoor hij mijn moeder ontmoette... Hij temde het humeur van Jamils vader en kreeg Calebs vader zijn huis uit voor avontuur. Hij studeerde zowel onder de elven als onder de mensen en was een ware meester in beide kunsten. Hij leerde mij en mijn vader alles over Estorix en zijn bewoners, en was ook Jamils leraar toen hij jong was. Uiteindelijk kapte hij met het speelse vechten, omdat zijn vrouw zwanger was van een zoon. Daarbij was hij ook een graaf en heerser van Yulor."
      "Wacht... bedoel je-"
      "Inderdaad, de vierde oprichter van Rophrax was jouw vader, Rinhaym Elwíck. Het is echt een wonder dat zijn zoon, achttien jaar later, precies dezelfde factie binnen de organisatie oprichtte. Wij dachten dat je het opzettelijk deed, omdat je ervan wist, maar dat was dus niet zo. Je miste ook de charme die je vader had, waardoor Jamil zijn kans zag. Je was een kille krijger vol duistere haat, eentje die niet openstond voor de wereld van de elven zoals Rinhaym deed. Jamil wilde je gebruiken om zijn visie te steunen, maar genoeg over dat. Pak jij maar rustig uit, dan beginnen we zo direct aan je eerste training. Gezien de leidervergadering van gisteren, ga je die echt nodig hebben... Jamil zal er alles aan doen om mij te stoppen en echt alles... je kent hem."
      "Hij is best harteloos..." Ik keek naar de grond, waarop Brithun met zijn hoofd schudde, "Nee, nee... hij doet enkel alsof. Hij moord om de pijn in zichzelf te onderdrukken. Maar goed, probeer je hier zoveel mogelijk thuis te voelen en dan zie ik je over een kwartiertje op de trainingsgrond." Hij glimlachte lichtjes en verliet mijn kamer, zodat ik rustig al mijn spullen op de juiste plek kon zetten. Wat mij nog het vreemdst leek, was dat Brithun na alles wat Jamil gedaan had, nog steeds erop vertrouwde dat hij weer 'goed' kon worden. Hij had waarschijnlijk best veel meegemaakt, aangezien hij vond dat die massamoorden enkel met iets psychisch te maken hadden...

      Na precies vijftien minuten, ging ik naar de trainingsgronden. Dat betekende dus dat ik vertrok uit mijn kamer, want na nog een tiental minuten, had ik die gronden nog steeds niet gevonden. Ik dwaalde maar een beetje rond, totdat ik op een kleine jongen stootte. Hij keek me een beetje apathisch aan, waarna hij me bestudeerde en een beetje vreemd aankeek. Ik voelde me een beetje ongemakkelijk door zijn stille staren, waardoor ik maar met de deur in huis kwam vallen, "Sorry, ik ben een beetje de weg kwijt. Weet jij toevallig hoe ik bij de trainingsgronden kom?"
      Eventjes keek de jongen me intens aan, waarna hij omdraaide en van me weg liep. Uit hoop dat hij me de weg wees, volgde ik hem totdat we inderdaad buiten kwamen. De jongen leidde me naar Brithun, die me een tikkeltje geërgerd aankeek, "Dat was geen kwartiertje, meneer."
      "Hij was de weg kwijt...", fluisterde de kleine jongen zachtjes, waarop Brithuns frons verminderde en hij glimlachte, "Nou goed dan, ik vergeef je. Dankjewel voor het wijzen van de weg, Colton."
      "Geen probleem..." Colton haalde zijn schouders op en keek me nog eventjes aan, waarna hij rustig wegliep. Brithun glimlachte, "Hij is een lange tijd gevangen gehouden door de aanhangers van Ehtmordon, dus het een en het ander is er verloren gegaan door het gemartel, maar hij is in zijn eentje ontsnapt. Zonder leger, zonder zelfs maar één wapen, is hij vanuit Barhador naar Rophrax gekomen. Hij is een waar overlevingsgenie, je moet zijn tactieken eens leren, je zult maanden in de wildernis kunnen overleven!" Brithun leek erg enthousiast toen hij over zijn lid vertelde, maar toen drong het weer tot hem door, "Oh ja, je training."
      Meteen haalde ik mijn zwaard tevoorschijn, maar Brithun duwde die weer terug in zijn schede, waarna hij met zijn hoofd schudde, "Dat is een ding wat ik je moet afleren. Een krijger vecht niet enkel met een zwaard. Wacht, ik doe het voor. Trek je zwaard maar."
      Op zijn commando trok ik mijn zwaard, maar voordat die zelfs half uit mijn schede was, stompte Brithun al richting mijn gezicht en moest ik mijn zwaard loslaten om mezelf te verdedigen. Brithun lachte en trok zijn vuist terug, "Zie je, ik had je zo overmeesterd en heb daarbij mijn eigen zwaard nog niet eens getrokken. Probeer jij het eens." Hij hield nou zijn hand op de pommel van zijn zwaard, waarna ik zijn move kopieerde en hem richting zijn gezicht stompte, maar halverwege mijn aanval, stootte hij mijn elleboog opzij en gaf hij me een flinke klap tegen mijn eigen gezicht. Terwijl ik daardoor even gedesoriënteerd was, trapte hij me ook nog eens raak in mijn kruis en toen ik pijnlijk ernaar greep, trapte hij me tegen mijn schouder omver en nam hij die tijd om zijn zwaard te trekken en de punt richting mijn gezicht te steken. Ik kreunde nog even in wanhoop op de grond, waarna Brithun zijn zwaard weer in zijn schede stak en me overeind hielp.
      "Dit is een van de dingen die ik van de elven heb geleerd. De meesten zullen vechten met pijl en boog en zullen dus van dichtbij weinig aanvalsruimte hebben. Ze zullen afstand proberen te creëren door je een paar keer flink op je kop te slaan, zodat je eventjes niks kunt doen, of ze raken je op zwakke plekken en trappen je omver, zodat ze ruimte hebben om hun pijl diagonaal je gevloerde lichaam in te schieten. Creatief zijn ze ook, een keer rende er eentje bij mij een berg op en sprong hij richting mij, waarna hij tegen mijn hoofd afzette...." Brithun voelde eventjes langs de zijkant van zijn hoofd terwijl hij een pijnlijk gezicht trok, "Maar het was wel een mooie move, ongetwijfeld geniaal. Ooit zal het me lukken om hetzelfde te doen, en dan leer ik het jou natuurlijk ook."
      "Maar hoe gaat dat me ooit lukken als ik een zwaar harnas draag?" Nu kon ik me wel voorstellen dat ik zonder wapen kon vechten, in mijn normale kleding, maar als ik een gewapend leger moest verslaan, zou ik er niet in een katoenen shirt bij lopen.
      "Hoe bedoel je?" Brithun haalde zijn zwaard opnieuw tevoorschijn en gaf het aan mij, waarna ik bijna niet geloofde hoe licht het was. Het donkere metaal glansde en ergens deed het me aan iets herinneren. "Isoprese, een donker metaal dat niets weegt, maar zo hard is als staal. De elven gebruiken het al eeuwen om hun harnassen en metalen wapens van te smeden... en als ik het me goed herinner, heb jij er ook eentje in je kamer hangen."
      "Mijn vaders harnas..." Ik schrok een klein beetje van mijn ontdekking. Mijn vader had een elvenharnas in bezit... wellicht had hij nog meer elvenwapens in zijn wapenopslag, "Brithun, we moeten terug naar mijn geboortestad! Wij hadden een hele verzameling wapens, wie weet zaten er nog meer elvenspullen bij!"
      "Echt?!" Brithuns ogen glommen, waarna hij grijnsde, "Nou, des te sneller moeten we je trainen, ik kan niet wachten om die wapens te zien!"

      Helemaal uitgeput kwam ik die avond de etenszaal binnen. Aelwin zat al klaar en zwaaide enthousiast naar me, waarna ik glimlachte en bij hem aanschoof. Naast hem zat een meisje met donkerblond haar. "Dit is Debby, mijn sparpartner. Ze is een goede zwaardvechter en heeft me nog veel kunnen leren!" Aelwin glimlachte en wees naar haar, maar toen keek hij me opeens bezorgd aan, "Wow, Cadeyrn wat is er met jou gebeurd?!"
      "Privétraining van Brithun. Hij is een goede leraar, misschien iets te direct." Ik wreef over de blauwe plekken en schrammen op mijn gezicht en trok een pijnlijk gezicht, maar Aelwin keek me alleen maar verward aan, "Vriad? Ik dacht dat je bij Iverum ging... maar jouw keuze is maar beter ook..." Hij keek even langs me naar de hoek waar Iverum altijd zat. Het leek erop dat Erdric en Ordgar een soort ontgroeningsproces ondergingen met de hoeveelheid bier en vlees die die richting op ging, maar ik haalde alleen maar mijn schouders op, "Lijkt er wel op, die twee zullen ons snel vergeten zijn. Ik kreeg vanochtend al met een bedreiging van Jamil te maken."
      "Ja, die factie is een wereld op zich..." Aelwin zuchtte en keek naar Debby, die nu rond de zaal keek, "Ja welke factie is dat nou niet..."
      Eventjes schoten me de woorden van Brithun te binnen, waardoor ik meteen opkeek, "We moeten de facties weer herenigen. Zodat het niet wéér Vriad dit, Iverum dat is... maar dat er verhalen gaan over hoe Rophrax weer iets voor elkaar heeft kunnen krijgen!"
      "Goed plan! Misschien kan ik het voorleggen aan Caleb, als wij met twee facties voor hetzelfde gaan, dan moet Iverum ook wel mee doen!" Aelwin knikte en glimlachte, waarop ik opgelucht aan mijn eten begon. Wie weet kon ik Brithuns wensen toch uit laten komen.

      Na een uitgebreid diner en een cooling down van de training, liep ik tevreden mijn kamer binnen en liet ik mezelf op mijn bed ploffen. Vandaag had ik veel geleerd over het vechten met mijn handen en voeten, en was het me zelfs gelukt om Brithuns zwaard van hem af te pakken. Ondertussen was het al donker buiten, dus nadat ik mijn spullen had opgeruimd en mezelf had omgekleed, kroop ik meteen in bed om uit te rusten voor de volgende training. Zodra ik sterker en beter was in het vechten, zou Brithun mij verder meenemen in het elvengebied, waarna we mijn oude huis zouden bezoeken om meer informatie op te doen.
      Ik sloot mijn ogen en trok de dekens verder omhoog, maar toen hoorde ik opeens een geritsel. Ik schoot overeind en stapte uit bed om de bron ervan te onderzoeken, maar toen werd ik opeens van achteren vastgepakt en voelde ik een koud metaal tegen mijn keel.
      "Wij hebben gehoord dat jij iets hebt wat de elven willen hebben... en wij willen graag de elven hebben..."

Reacties (7)

  • QueenOfEmerald

    Spannend…
    Dit is iemand van Iverum, of Brithun heeft iemand gestuurd (of doet het zelf) om hem te testen, of het is een elf gestuurd door Ehtmordon, of een van de weggelopen zussen van Lhiandir, of nog iemand anders waar ik niet op kon komenxD

    6 jaar geleden
  • Vega

    Dat is **

    6 jaar geleden
  • Yixing

    Ohmy
    Wedden, dat is Jamil met de twee bulldozers (hier heb ik de Iverum overlopers even tot omgedooptxD)
    Hoe hij van die edelsteen weet tho... Alleen Brithun, of iemand moet iets geziem hebben *o*

    6 jaar geleden
  • Helvar

    Jij weet het ook weer spannend te maken, zeg :'P

    6 jaar geleden
  • katl1

    NEEEEEEEE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen