Foto bij Hoofdstuk 21

Nadat hij nog een paar dreigende opmerkingen gemaakt had, verdween de ork. Zodra de deur dichtging, sprong Thorin overeind. Rhodíqs hand gleed van zijn arm af en viel op de grond.
Thorin knielde bij Fíli neer. Hij gebruikte Rhodíqs dolk om de ketenen, die niet al te sterk waren, open te breken.
‘’Is dat…?’’ vroeg Fíli schor.
Met opeengeklemde kaken gaf Thorin een kort knikje. ‘’Cérog.’’
Zodra Fíli los was, kwam hij overeind. Hij wankelde even en wreef over zijn polsen.
‘’Hoe komen we hier weg?’’ Zijn stem klonk bijna wanhopig.
Zwijgend pakte Thorin de deur vast en duwde hem open. Verder dan een centimeter of twee kwam hij niet. Blijkbaar hadden ze het slot er aan de andere kant weer opgedaan.
‘’Kíli?’’ Thorin leunde met zijn schouder tegen de deur en hield zijn gezicht vlakbij het hout.
‘’Ja.’’ Kíli’s stem klonk alsof hij van heel ver weg kwam.
‘’Kan je het slot openen?’’
Er werd aan de deur gerammeld, maar aan het gevloek van Kíli te horen had hij geen succes.
‘’Het zit weer dicht.’’
Thorin zakte door zijn knieën. Hij schoof het mes van Rhodíq door de brede spleet onder de deur.
‘’Hiermee krijg je het open,’’ siste hij tegen het hout. Daarna draaide hij zich om naar Fíli. ‘’Volg ons zodra we vrij zijn. We hebben een boot.’’ Hij fronste naar Rhodíq. ‘’Jij had eigenlijk bij de boot moeten wachten. We mogen hopen dat hij er nog ligt.’’
‘’Bedankt dat jullie me zijn komen redden,’’ fluisterde Fíli.
Thorin trok even zijn wenkbrauwen op, maar reageerde niet. Het leek Rhodíq ook nogal logisch dat hij zijn neefje kwam redden.
‘’Lukt het?’’ vroeg Thorin op gedempte toon aan Kíli.
‘’Bijna…’’ Na een paar seconden klonk er een klik, gevolgd door een bonk alsof er iets zwaars op de grond viel.
‘’Snel.’’ Thorin gooide de deur open. ‘’Dat heeft heel het huis gehoord.’’
Ze hadden de juiste deur nog niet bereikt, toen er weer voetstappen op de trap klonken.
‘’Wij dekken jullie!’’ riep Kíli. Hij liet Thorin en Fíli passeren en bleef bij de deurpost van de kamer staan. Terwijl hij zijn zwaard trok, gebruikte hij zijn andere hand om zijn boog en pijlen aan Rhodíq te overhandigen.
‘’Nu moet je wel,’’ zei hij met een lichte grijns die niet echt vreugde uitstraalde.
Rhodíq fronste. Zowel omdat ze niet bijster goed met een boog om kon gaan als omdat ze zijn opmerking niet begreep.
‘’Vechten,’’ verduidelijkte Kíli, ‘’nu moet je wel.’’
Rhodíq haalde haar schouders op, terwijl ze geconcentreerd een pijl op de boog zette en de pees uittrok. Ze richtte op de eerste man die naar beneden kwam, maar raakte in plaats daarvan één van de traptreden.
‘’Serieus?’’ siste Kíli naast haar.
Bij de tweede poging raakte ze de man in zijn been. Hij was inmiddels onderaan de trap en bleef daar schreeuwend op de grond liggen. Rhodíq keek achterom door de kamer. Fíli was nog bezig om uit het raam te klimmen.
‘’Kunnen we al?’’ schreeuwde Kíli, terwijl hij met zijn zwaard een man afweerde die hen bereikte.
Rhodíq wierp nog een blik achterom. ‘’Nog heel even wachten.’’ Ze zette opnieuw een pijl op de boog en raakte dit keer een man in zijn arm, terwijl ze op zijn borstkas richtte. Toen ze weer achterom keek, was Fíli verdwenen. ‘’Ja, nu!’’ Ze rende richting het raam en hoorde dat Kíli haar op de voet volgde.
De boot lag zo recht onder het raam dat ze niet anders kon dan erin te vallen. Kíli sprong meteen achter haar aan en landde op haar rug. Terwijl Thorin begon te roeien, rolde hij van haar af.
‘’Sorry,’’ grijnsde hij. Hij keek omhoog naar het raam. ‘’Dat hebben we mooi gered.’’
‘’We zijn er nog niet,’’ zei Thorin verbeten.
Fíli staarde in de donkere weerspiegeling van het water naast de boot. Toen ze de steiger bereikte, stond hij pas op toen Thorin hem een schop gaf.
Ze renden door de houten straten van Meerstad. Hoewel niets duidde op een achtervolging, had Rhodíq het gevoel dat de ork en de mannen vlak achter haar zaten.
Toen ze de stad uit waren, minderden ze eindelijk vaart. Hoewel Rhodíq het gevoel had dat haar longen scheurden, was ze toch liever nog een stuk verder gerend. Ze kon het niet helpen dat ze iedere tien meter een blik over haar schouder wierp. Ze betwijfelde echter of ze het wel zou zien als iemand hen achtervolgde in het donker.
‘’Het is toch raar dat ze geen achtervolging startten?’’ vroeg ze aan Kíli.
Kíli haalde zijn schouders op. ‘’Ik maak me er niet druk om. Dat is hun probleem.’’
Rhodíq fronste. De mannen deden er zo luchtig over alsof dit voor hun een alledaagse gebeurtenis was. Misschien was dat ook wel zo, besefte ze. Eigenlijk wist ze bijna niets van hen af. Ze vroeg zich af wie Cérog precies was en waarom Thorin uitgerekend aan hem zo’n grote hekel had. Iets zei haar echter dat beide vragen niet op prijs gesteld zouden worden.
Rhodíq twijfelde of ze zich moest afscheiden toen ze de trappen naar de grote zaal opliepen. Het leek echter nogal vreemd om gedag te zeggen en te verdwijnen. Bovendien maakte Thorin geen opmerking over haar aanwezigheid. Maar dat kwam misschien omdat hij het te druk had om Fíli naar binnen te loodsen. Zijn neefje had nog niet veel gezegd en staarde zo wazig voor zich uit dat Rhodíq bang was dat hij ieder moment kon vallen.
Plotseling draaide Thorin zich om naar haar en Kíli. ''Verdubbel de wachtposten en kom direct terug. Dit maakt allemaal deel uit van zijn plan.''
''Hoe weet je - '' begon Kíli. Thorin legde hem met een vlug gebaar het zwijgen op.

Reacties (4)

  • Vibes

    Thorin is de soort van Gandalf van de Dwergen

    6 jaar geleden
  • chanyeoI

    Thorin weet om dat soort dingen altijd om één of andere vage reden...
    +kudo

    6 jaar geleden
  • EvilDaughter

    :)

    6 jaar geleden
  • Jarnsida

    waarom Thorin uitgerekend aan hem zo’n grote hekel had


    Rhodíq waarom vraag je je dat nog af? Thorin heeft aan bijna iedereen een hekel. En uitgerekend Kili zou het slot weer moeten openbreken, weten we nog hoe dat met het raam is afgelopen? Ja, jazeker en dat verliep niet al te best, misschien moet hij daarop oefenen als ze terug zijn in Erebor, als die dag nog komt.

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen