Chapter 50

Door: maybo
Onderdeel van: Living the dream - George Weasley 16+
Laatst bijgewerkt: 1 jaar geleden
Geactiveerd op: 1 jaar geleden

Foto bij Chapter 50

breed | medium | small

George POV
‘We mogen het aan niemand vertellen. Als Omber hierachter komt, stuurt ze Nola van school.’ Hermelien knikt en houdt het doekje tegen de wonden. ‘Ben je oké?’ Ze knikt nog een keer. ‘Het is niet diep, dus het kan geen effect hebben. George…’ Ze kijkt op en er ontstaat een grijns op haar gezicht. ‘Nola blijft leven. We moeten het de andere vertellen.’
In de weken die volgden bezocht ongeveer heel griffoendor, een groep Huffelpufs en Ravenklauws en zelfs een klein deel van de Zwadderaars Nola. Omber moest mijn verbod wel opheffen, omdat Perkamentus niet toestond dat ik in deze tijd niet bij haar mocht zijn. Nola zelf is nog steeds zwak. Soms wordt ze dagen niet wakker en soms meerdere keren per dag. Op die dagen ben ik niet bij haar weg te slaan. Vandaag is zo’n dag. ‘Welke smaak heb je?’ Ze grijnst breed. ‘Kersen, jij?’ Ik stop de smekkie in mijn mond, maar spuug het meteen weer uit. ‘Oorsmeer.’ Ze lacht en zet het doosje met de smekkies weg. Ze kijkt me aan, eigenlijk bestudeert ze mij meer. ‘Je bent verandert. Je lijkt soort van volwassener.’ ‘Hoe bedoel je?’ ‘Verantwoordelijker.’ Ik kijk haar verontwaardigd aan. ‘Ik? Nooit!’ Ik sla mijn armen om haar heen en trek haar tegen mij aan. ‘Dus hoe lang ben ik ook alweer in coma geweest?’ Ik denk even na. ‘Ruim twee maanden.’ Ze pakt mijn hand. ‘Het is raar. Ik herinner me alle dingen die mensen die tegen mij zeiden. Ik herinner me dat mijn ouders opgaven…’ Ze staart verdrietig voor zich uit. ‘Nou jij hebt ze het tegendeel wel bewezen.’ Ze knikt afwezig. ‘Hé.’ Ik pak haar kin vast en zoen haar. Mijn hand glijd naar haar middel. Ze glimlacht. ‘Ik voel je emoties.’ ‘Weetje hoe zwaar ik het heb gehad? Ik heb ruim twee maanden moeten leven zonder-’ ‘Shut up.’ Ze buigt zich weer naar mij toe. ‘Sorry lovebirds, dat zal moeten wachten.’

Nola POV
Ik laat George los en kijk op. Angelique komt de zaal inhuppelen gevolgd door Fred. ‘Angy!’ Ik geef haar een knuffel. ‘We gaan naar buiten.’ Ik frons. ‘Wie?’ ‘Wij. Fred, George, jij en ik.’ ‘Geen sprake van.’ Madame Pleister komt de ziekenzaal in. ‘Ze moet rusten. De buitenlucht is slecht voor haar weerstand.’ Angelique rolt met haar ogen. ‘Ze is een weerwolf. Als iets haar goed doet is het buitenlucht.’ Ik knik hevig. ‘En los daarvan…’ Fred haalt een briefje uit zijn gewaad. ‘Hebben we toestemming van het schoolhoofd.’ Madame Pleister grist het briefje uit Freds hand en leest het door. ‘In wat voor wereld leven we dat ik niet eens mijn werk kan doen.’ Ze loopt boos weg. Ik geef Angelique en Fred een knuffel. ‘Dankje, ik word gek van elke dag dezelfde muren zien.’ Fred woelt door mijn haren. ‘Graag gedaan. Kleed je nu om, want we moeten gaan!’ Ik kijk ze nieuwsgierig aan. ‘Waarheen?’ ‘Geduld, klein vechtertje.’

Dit gaat langzaam. Madame Pleister heeft me krukken gegeven omdat ik nog niet goed kan lopen. ‘Ik voel me een bejaarde.’ George lacht. ‘Zo zie je er ook uit.’ Ik kijk hem verontwaardigd aan en geef hem een klap met mijn kruk. Ik wankel en George houd mij snel tegen. ‘Je bent ook ineens een stuk onhandiger.’ Hij geeft mij een kus. ‘Maar gelukkig nog steeds net zo mooi.’ Ik lach. ‘Cheesy én onbeleefd.’ ‘Kom.’ Ik rol grijnzend met mijn ogen en volg hem. ‘We zijn er.’ Ik kijk naar de muur waar we voor gestopt zijn. ‘Waar zijn we?’ Hij grijnst. ‘Sluit je ogen.’ Ik doe wat hij zegt en wacht. Even is het stil en dan klinkt er een krakend geluid. Ik open mijn ogen en er verschijnt een grote deur. ‘Wow.’ Mijn mond valt open. ‘Iedereen is er al.’ Ik frons. ‘Wie?’ Hij geeft nog steeds geen antwoord en duwt de deur open. ‘Welkom bij de strijders van Perkamentus.’ Ik ga naar binnen en zie zo ongeveer een kwart van alle leerlingen die Zweinstein heeft. Het grootste deel is van Griffoendor, maar er zijn zelfs een paar Zwaderaars. ‘Welkom bij de strijders van Perkamentus.’ George slaat zijn arm om mij heen. De zaal waar we zijn is enorm. Het lijkt een soort tweede grote zaal, maar dan zonder tafels en met wat kussens en andere dingen. ‘Dit is geweldig.’ Mompel ik. Angelique kijkt onze kant op. ‘Nola, je bent er!’ Iedereen kijkt om en de zaal valt stil. Dan begint iedereen te juichen en te klappen. Ik kijk George verward aan. ‘Waarom juichen ze?’ ‘Omdat je won van de dood.’ Hij neemt mij mee naar de groep. Iedereen wil mij een hand geven of omhelzen. Harry komt door de menigte heen. Ik grijns. ‘Sorry voor het verstoren van de les professor.’ Hij lacht. ‘Ik ben blij dat je terug bent.’ Ik knik. Fred komt aanlopen met een barkruk en duwt iedereen aan de kant. ‘Maak plaats, de troon voor de koningin.’ Hij buigt en zet de kruk neer. Ik bedank hem. Ik ga zitten en Alicia komt naast mij staan. ‘Geef het aan als je het niet meer trekt oké.’ ‘Geen zorgen.’ Iedereen wordt langzaam stil en kijkt weer naar Harry die terug voor de groep is gaan staan.

‘Hoe vond je het?’ Ik kijk George blij aan. ‘Geweldig.’ Ik rol om. ‘Maar op zich verandert dat ook niet na de eerste honderd keer dat je zo iets vraagt. Het gras prikt in mijn buik. ‘Wat wil je echt vragen?’ Ik leun met mijn hoofd op mijn hand. George ontwijkt mijn blik. ‘Zullen we terug gaan?’ Ik zucht en ga overeind zitten. ‘Ja, oké.’ Hij helpt mij overeind en geeft me mijn krukken. Ik neem ze aan, maar ga niet mee. ‘Kom je?’ Hij kijkt mij vragend aan en ik schud mijn hoofd. ‘Nee, niet tot je zegt wat je dwars zit.’ Ik kijk toe, terwijl hij zijn tweestrijd uitvoert. ‘Weet je al wie je vergiftigd heeft?’ Dit vraagt hij iedere dag. Het helpt niet. Die dag is een groot zwart gat. ‘Sorry… Ik probeer het echt.’ Hij knikt. ‘Ik ben al blij dat je oké bent.’ Hij legt zijn handen op mijn wangen en geeft mij een kus. ‘Kom hier.’ Hij tilt mij op en legt de krukken over mijn schoot. Dan begint hij terug te lopen naar de ziekenzaal. ‘Dus wat herinner je je eigenlijk?’ Ik leun met mijn hoofd tegen George zijn schouder. ‘Ik weet het niet precies. Een aantal dingen speelden zich denk ik alleen af in mijn hoofd, maar andere dingen… Ik herinner me dat mijn ouders opgaven en dat ze wilden dat jullie dat ook zouden doen, maar jij werd boos en zei dat je nooit op zou geven.’ Toen ik wakker werd heeft Perkamentus mijn ouders een uil gestuurd, maar hij heeft erin gezet dat ik tijd nodig heb, omdat ik weet wat ze zeiden. Ik ben hem daar dankbaar voor. Ik kijk George aan. ‘Ik herinner me Irates en Tarik, maar dat kan niet echt geweest zijn. Dat speelde zich af in mijn hoofd, toch?’ George stopt met lopen en zet mij neer. ‘Wil je precies weten wat er gebeurt is? Hoe we jou gered hebben?’ Ik knik. Hij gebaart dat ik moet gaan zitten. ‘Irates en Tarik waren hier… én hebben je leven gered.’ Dan verteld George mij het hele verhaal voor de eerste keer. Ik weet niet waarom hij het mij niet eerder verteld heeft. ‘Ik weet niet precies wat ze gedaan hebben, maar het was volgens mij niet fris. Je zat onder het bloed en ik dacht even dat je dood was, maar het werkte en ik denk dat dat telt.’ Ik knik. We lopen langzaam weer verder en stoppen opnieuw voor de ziekenzaaldeur. Ik lach zacht. ‘We lijken nu net dreuzels die op een date zijn geweest.’ George lacht. ‘Dan kan een afscheidskus geen kwaad.’ Hij buigt voorover en geeft mij zacht een kus. ‘Meneer Wemel!’ We kijken geschrokken om. Anderling komt op hoog tempo de gang door lopen. ‘Wat het probleem ook is, ik was het niet.’ Ik lach om George standaard zin voor dit soort situaties. ‘U moet naar het kantoor van het schoolhoofd.’ ‘Wat?! Waarvoor?!’ Ze kijkt hem ongeduldig aan, maar ik zie nog iets in haar ogen. Medelijden. Ik leg mijn hand op George schouder. Hij kijkt mij aan en ik schud mijn hoofd om aan te geven dat Anderling hier waarschijnlijk niet is om een van zijn grappen. Hij kijkt langzaam terug naar Anderling. ‘Wat is er?’ ‘Het is uw vader.’ Antwoordt Anderling haastig. Ze vervolgd haar zin op een zachtere toon. ‘U moet meekomen vóór professor Omber erachter komt.’ Hij pakt mijn hand. ‘Dan wil ik dat Nola mee gaat.’ Ik schud mijn hoofd. ‘George, ga.’ ‘Maar…’ ‘Ik red me wel. Over een week is de kerstvakantie. Dan kom ik naar je toe, oké?’ Hij kijkt mij twijfelend aan. ‘Ga! Het is je vader.’ Ik open de deur van de ziekenzaal. George kijkt mij nog aan en rent dan met Anderling mee.

Kudo Door naar het volgende hoofdstuk

Reacties

  1. molentje1313
    molentje1313 1 jaar geleden

    Eindelijk een nieuw stukje. *doet happy dance

Details

0

12+

1500

236 (0)

Share