Foto bij 7 - Encounter

Onder "The World of Estorix" staat nu een stukje over de vaders van onze hoofdpersoontjes:)

      "Brithun?" Ik klopte op zijn deur, maar hij gaf me geen antwoord. Ik zuchtte en draaide me om om weer weg te gaan. Hij had me beloofd dat we vandaag naar mijn oude stad zouden gaan, maar sinds gisteren was hij nogal afwezig en in zichzelf getrokken. Toen ik verder door de gang liep om naar buiten te gaan, kwam ik Jamil tegen. Hij keek me een beetje nonchalant aan en liep langs me heen, waarna hij ook op Brithuns deur klopte. Toen ook hij geen gehoor keer, mompelde hij iets tegen de deur, waarna die toch openging en hij naar binnenstapte.
      Ik was zeker niet van plan om ze af te luisteren, maar na een tijdje kwam Jamil een tikkeltje geïrriteerd naar buiten, waarna hij naar mij liep en fronsend wegkeek, "Ik hoorde dat je naar Brinespell wilde...?"
      Bij het horen van mijn geboortestad keek ik op, waarna ik knikte, "Graag!"
      "Goed dan... Ik ging toch op verkenningstocht en Brithun vroeg of ik je mee wilde nemen. Ik ben al een tijd niet meer die kant op geweest. We zullen niet met veel gaan. Jij, ik en ene Eryna moest ook mee."
      "Oh, oké! Dankjewel!" Ik glimlachte. Eryna was het mooie elvenmeisje van Vriad. Ze was een geweldige tacticus en kwam uit een kleine elvenstam die zichzelf tegen Ehtmordon moest verdedigen. Toen het haar niet meer in haar eentje lukte, bracht ze haar mensen in veiligheid en vluchtte ze totdat ze Brithun tegenkwam. Hij nam haar aan in zijn leger en vanaf nu leidt zij alle verkenningsgroepen binnen Vriad.
      Het duurde niet lang voordat het nieuws haar oren bereikte en al snel stond ze samen met ons aan de voet van de berg. Jamil bekeek haar even, waarna hij chagrijnig wegkeek en een peuk wilde opsteken, maar Eryna hield hem tegen, "Je gaat me niet discrimineren vanwege mijn de vorm van mijn oren, meneer, het is mogelijk dat Brinespell al bewoond wordt door elven... niet te bedenken dat we langs meerdere dorpen moeten om er te geraken. Ik weet jouw favoriete manier om bij je bestemmingen te komen, maar dat gaat hier niet werken. We zijn maar met z'n drieën, dus jullie moeten maar volgen wat ik doe."
      "Nou, schiet maar op dan, ik wil niet gespot worden met een van jullie, dat schendt mijn status."
      "Welke status?" Eryna stak haar tong uit en draaide om, waarna ze naar ons wenkte en alvast het bos in rende. 'En natuurlijk moeten we meteen hobbelen..." Jamil klikte met zijn tong en ging erachteraan, waarna ik ook volgde.
      Ergens halverwege het rechte pad, stond Eryna stil en hield ze haar arm voor ons zodat we ook abrupt moesten stilstaan. Eventjes wilden we haar vragen wat er was, maar ze hield een vinger omhoog. Voorzichtig keek ze om haar heen, maar toen opeens sprong er iemand op mijn rug en door mijn schrik slaakte ik een kreet, waarna Eryna geschrokken naar me omkeek en haar boog trok. Direct schoot ze in de voet van mijn aanvaller, waarna zijn grip verslapte en ik hem van me af kon duwen, maar toen werden we opeens omsingeld. Ik trok mijn zwaard ter intimidatie, maar toen opeens zagen we dat de aanvallers niet eens elven waren.
      "...Leider Eyer?" Een van de mannen liet zijn wapens vallen en boog even voor Jamil, waardoor Jamil boos opkeek, "Wat is hier gaande?!"
      "Wij kregen van u een opdracht om leden van Vriad aan te vallen." De jongens keken verward naar elkaar op, waardoor Jamil alleen maar woester werd, "Ik heb helemaal niet zo'n opdracht gegeven! Van wie hoorden jullie dat?!"
      "Van meneer Clowers..."
      "Waarom gaan jullie niet met z'n allen hem aanvallen?! Trek alle gestationeerde troepen terug! Wij gaan geen krijgers van onze eigen organisatie aanvallen! Of willen jullie graag Iverum een slechte naam bezorgen?!"
      "... Natuurlijk niet, meneer!" Ze schrokken allemaal een beetje en pakten hun spullen in, waarna ze snel wegrenden. Jamil fronste en klikte met zijn tong, waarna hij ons verontschuldigend aankeek, "Wat een idioten. Ik ben erachter gekomen dat Clowers ons vaak vervalste rapporten heeft doorgegeven. Het eerste wat we moeten doen, is niet meer naar die vent luisteren denk ik..."
      "Hij probeerde leider Cwenburg ook steeds erin te sluizen, maar hij nam nooit missies aan zonder eerst zelf onderzoek te doen." Eryna leek het aanvallend te bedoelen tegenover Jamil, maar hij accepteerde de indirecte belediging, "Ik weet het, onze factie is dom, maar tegen een leuke missie zeggen wij geen nee."
      "Mooi dat je doorhebt dat jullie dom zijn. De volgende stap is het realiseren van je acties. Kom, we gaan verder."
      Jamil imiteerde Eryna's stem terwijl hij met zijn vingers puntoortjes maakte, maar toen ze hem boos aankeek, zuchtte hij weer en volgde hij haar. Ik liep er ook achteraan, waarna we een donker pad volgden richting Brinespell. Het steeds duister wordende woud bracht een sinister gevoel met zich mee en Eryna trok ons dicht bij elkaar. Blijkbaar was hier een jagende stam van boselven in de buurt die al meerdere leden van Rophrax verslagen had, dus we waren enorm op onze hoede, maar toen we bij het mogelijke dorp kwamen, schrokken we door wat er gebeurd was.
      Het dorp lag maar net op de grens van Yulor met Menedhil, maar het was volledig verwoest en aan de wapens te zien, kwam dit niet door Iverum. Eryna pakte een pijl van de grond en wreef over het embleem op het hout, "Barhador... deze pijlen zijn van het leger van Ehtmordon. Wat doen die zo dicht bij de grens..."
      "Zich voorbereiden op oorlog natuurlijk, hetgeen waar wij ons op tegen stellen." Jamil klikte met z'n tong en keek rond het dorp, waarna Eryna de pijl liet vallen en zuchtte, "Geen medelijden met de elven die hier woonden?"
      "Waarom zou ik medelijden hebben met personen die ik niet ken?" Hij haalde zijn schouders op en liep verder het dorp door, naar de vervolging van de weg naar Brinespell. Eryna keek geërgerd naar mij, "Harteloos, die vent."
      "Negeer het maar voor nu... hij zal er niet snel mee stoppen." Ik trok een grimas en liep vervolgens weer achter Eryna aan, waarna we met z'n drieën verder gingen. Het zou niet al te lang duren voordat de nostalgische poorten in mijn zicht verschenen. Ik voelde me bijna thuis toen ik zag dat die niet veranderd waren, maar zodra we de stenen palen voorbij kwamen, piepte ik wel anders. Alle huizen waren verwoest, waaronder het grootse kasteel van de koning. Ik slikte eventjes toen ik me herinnerde hoe de elven door de binnenstad paradeerden en alle huizen leegplunderden. Toen we voor mijn oude huis stonden, slikte ik eventjes uit angst dat alles nog precies was zoals wanneer ik gevlucht was, maar toen we naar binnen stapten, was meer dan de helft van het meubilair verdwenen. Ook de geur van de dood was ver verdwenen, maar de geest van het verleden bleek nog erg te hangen.
      Ik nam even diep adem, waarna ik verder naar binnen liep. Aan de muur hing nog het portret van mijn vader en moeder, waaronder nog een klein portretje van mij als kind. Jamil keek naar het grote portret, waardoor hij een beetje slikte, "Rinhaym... lang geleden."
      Ik keek hem een beetje sceptisch aan, maar hij leek niet makkelijk te kunnen verwoorden hoe hij zich erbij voelde. Natuurlijk, mijn vader was een lange tijd de leermeester van zowel Brithun en Jamil als hun vaders. Ik besloot in de laatjes en kastjes te kijken, maar alles van waarde leek al meegenomen te zijn. Zelfs het servies was verdwenen en eventjes was ik blij dat ik nog tijdens de vechtslag gevlucht was, anders hadden ze me heus gevonden.
      Nadat ik alles onderzocht had en zelfs terug op mijn kamer was geweest, gaf ik aan dat we naar de wapenkelder konden gaan. Ik stond voor de muur en trok aan de fakkel, waarna ik de muur naar achteren duwde en de trap naar beneden tevoorschijn kwam. Mijn vader had me meerdere malen laten zien hoe het mechanisme werkte, maar vroeger was ik altijd te klein om het alleen voor elkaar te krijgen. Zover ik wist was ik ook nog nooit hier beneden geweest, want mijn vader wist altijd wel een smoesje te bedenken waardoor ik weg zou gaan.
      Een tikkeltje nerveus, nam ik mijn eerste stap naar beneden. Het was erg stoffig, maar hierbeneden was de enige plek die nog rook naar ons ouderlijk huis. Plotseling voelde ik verdrietige gevoelens opwellen, maar ik haalde diep adem en negeerde ze, waarna ik verder naar beneden liep. Het eerste wat ik zag, waren de muren, gedecoreerd met verschillende zwaarden. Jamil keek met grote ogen naar een bepaald zwaard aan de muur, waarna hij het voorzichtig oppakte en eroverheen wreef. Ik zag dat er in het lemmet een naam gekerfd was, Eyer, Jamils achternaam. Jamil trok zijn oude versleten zwaard uit zijn schede en gooide die op de grond, waarna hij het nieuwe zwaard er voorzichtig in stak, alsof het goud waard was. Zonder twijfel trok hij ook de laatjes onder de houder van het zwaard open, waardoor zijn mond nog verder openviel.
      Ik kwam naast hem staan, waarna ik zag dat het allemaal kleine dingetjes waren met het logo van Iverum op. Jamil pakte een insigne op met het wapen van zijn factie erop, "Deze werden vroeger gedragen door de leiders van Rophrax... evenals de zwaarden, die behoorden tot de familielijn." Hij keek even naar de speld voordat hij die aan zijn shirt vast maakte en verder rommelde in de laatjes. Hij vond ook een portret van zijn vader en wat oude prulletjes, maar we hadden bijna geen ruimte om alles mee te nemen, dus beloofde ik hem dat we nog een keer konden terug komen.
      Zelf liep ik naar de muurkant waar van alles van Yiris stond. De badges en dergelijke kon ik niet meenemen, maar ook ik ruilde mijn zwaard om voor het zwaard waar Elwíck op stond, waarna mijn blik op een boekje in de la viel. Ik pakte het op en opende het, waarna ik mijn vaders handschrift zag. Her en der stonden wat zelfgetekende plaatjes van bloemen met een uitleg erbij, maar hij schreef vooral over zijn avonturen. Ik sloeg het boek dicht en hield het even tegen me aan, waarna ik het besloot mee te nemen. Als mijn vader werkelijk zo'n geweldige man was, wilde ik meer over hem en al zijn kennis weten.
      Ondertussen was Jamil al naar het deel van Vriad gelopen, waar hij het zwaard van Cwenburg voorzichtig pakte en achterdochtig aan Eryna gaf, alsof hij niet vertrouwde dat zij er net zo voorzichtig mee om kon gaan. Tegelijkertijd maakte hij de speld van Vriad ook aan zijn shirt vast, zodat we die niet verloren, waarna hij verder zocht naar iets wat van waarde kon zijn voor Brithun. Al snel vond hij een portretje en toen hij hem omdraaide, keken we allemaal met grote ogen toe. Het waren Brithuns ouders. Niet alleen zijn vader die ook vaak op portretten in de hallen van Bal Kohldur te zien was, maar ook zijn onbekende moeder. Lang, krullend blond haar had ze en donkergroene ogen. Ze droeg een groene, losse jurk en een ring die er waarschijnlijk op duidde dat ze net getrouwd waren. Hoewel het een elf en een mens waren, leken ze dolgelukkig bij elkaar en Jamil beet op zijn lip, waarna hij het aan mij gaf, "Neem dat ook mee, Brithun heeft bijna niks van zijn moeder. Hij zal er echt blij mee zijn."
      Uiteindelijk hadden we ook de spullen van Slatir voor Caleb meegenomen en waren we blij dat we ergens nog een kleine buidelzak vonden. Zo kregen we alle speciale spulletjes mee en kon ik zelfs nog meer boeken meenemen.

      Toen we de deur weer uitstapten, was het alweer grauwig buiten. De lucht was dik en zwaar, en Eryna had een slecht gevoel over wat er te komen stond. Het plan was om minder dicht langs de elvengrens te lopen, maar door het verslechterde weer, dwaalden we al snel af en voordat we het wisten, zagen we de tekenen van het elvenrijk al. Verderop hoorden we zware, stevige voetstappen die richting ons kwamen. Het leek op een soort leger, maar aangezien we er niet tegenop gewassen waren, vluchtten we snel de bosjes in.
      Voorop de stoet zat een jonge elvenman, waarschijnlijk niet veel ouder dan achttien jaar, en achter hem had hij twee jonge, blonde elvenmeisjes, vastgebonden met een touw. Het leek alsof hij ze aan het ontvoeren was en Eryna fronste, waarna ze omdraaide en fluisterde, "Ik ga versterking halen..."
      "Dat is niet nodig."
      Toen we omdraaiden, zagen we Brithun staan met een groep krijgers van Vriad. Jamil grinnikte en ging bij hem staan, zijn rechterhand op zijn zwaard, "Zo ken ik je weer! Klaar om weer ouderwets te knokken?"
      Brithun grijnsde en zette de helm van zijn harnas op, waarna hij een sein gaf naar zijn leger, "De verkenningsgroep van Iverum meldde iets over de mysterieuze elvenstoet... maak je maar geen zorgen, ik los dit wel op!"

Reacties (4)

  • QueenOfEmerald

    Die elfenmeisjes zijn Arvellon en Thandel (ofzoiets)
    En hopelijk vallen de schatten uit de wapenkelder niet in handen van de aanhangers van Ehtmordon.

    6 jaar geleden
  • katl1

    Snel verder please!!!!!!!!!!!!!!!

    6 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Oehhh leuk!!!
    Snel verder!!!!!

    6 jaar geleden
  • Vega

    Hopelijk niet alleen want dan ben je zo dood. Dus het is maar goed dat je je leger mee hebt genomen.

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen