Foto bij [70] Zweinstein’s wound

It has been a while...

Pov. Beau Grigot

De lucht lichtte op toen een bliksemschicht de inktzwarte nacht doorboorde. Bonita reed vlak naast me, ineengedoken in de mantel. Het geluid van de regen die op de aarde kletterde was monotoon en verhulde andere geluiden. Darius en Damon waren naar Stephan toe die hier al jaren werkte. Bonita en ik waren de sporen van Ichiru en zijn roedel aan het volgen. Na die ene ontmoeting hadden we elkaar niet meer gezien. De voskleurige hengst rilde toen de donder tussen de bergen rolde.
‘Laten we hier stoppen voor de nacht.’ Bonita stopte bij een lichte inkeping in de rotswand van de kloof waar we doorheen reden. We waren inmiddels China uit en waren nu net over de grens van Rusland.

Ik vloekte toen ik merkte dat de opgerolde deken doordrenkt was. Bonita draaide zicht naar me om met een al even natte deken. ‘Nou, dat word niet slapen vannacht…’ een vuur maken zou onze dood betekenen, we spraken er niet eens over. Dicht tegen elkaar aangekropen aten we ons koude maal op en dommelden in slaap.

Pov. Ichiru
Net buiten de inkeping in de rotswand hield ik me verborgen. Die idioten vielen allebei in slaap, wat mij de ideale kans gaf om gezellig eens bij hen te gaan schuilen. Stilletjes sloop ik dichterbij en ontwapende ze voor ik een maaltje begon te maken. ‘Zero?’ mompelde het blonde meisje slaperig terwijl ze tegen de jongen met het ooglapje aanleunde. Ik grinnikte toen ze geschrokken haar ogen open sperde en de jongen wekte. ‘Maak je geen zorgen, ik doe jullie niets.’

Zwijgend staarden ze me over het vuur aan, niet gelovend wat ik zei. ‘Ik meen het. Jullie denken dat ik hier de slechterik ben?’ toen ze niet reageerden schudde ik m`n hoofd en maakte een afkeurend geluid. ‘Zal ik eens vertellen hoe het zit?’ de jongen ontblootte z`n tanden en siste. ‘Ik ben jullie vijand niet… Ik werk voor hem, ja, maar ik werk hem tegen. Stephan vond me een jaar of dertig geleden toen ik in Amerika werkte als soldaat. Hij wist van een Japanse organisatie die van plan was een hele lijst mensen om te brengen. Hua-Mei stond op de lijst en ik was vastbesloten om hem veilig in Meriel te houden onder het zicht van Marti. Maar na jaren werd het steeds lastiger omdat het aantal namen op de lijst kromp.’ Ik zweeg even om de haas die ik gevangen had op een stok te spiesen en in het vuur te hangen. ‘Hoe weten we nou of we je kunnen vertrouwen?’ wou het meisje weten. Ik haalde m`n schouders op, ‘Dat kun je niet, maar Damon en Darius komen er snel genoeg achter als Stephan het verteld.’ Ze leken nog te twijfelen, ik trok m`n rugzak naar me toe en haalde er een papierkoker uit en gooide die naar hun toe. ‘Lees maar, dit is de lijst. En jullie staan er allemaal op.’ Heel Nightshade was erop vernoemd. ‘Maar… waarom kom je nu pas?’ Ik zuchtte. ‘Ik was bang dat Hua-Mei me zou haten. En ook voor wat jullie me zouden doen als ik zomaar zou komen.’ ‘Waar is je roedel?’ ‘Dood.’ Antwoordde ik. ‘Ik heb ze een paar kilometer verderop vermoord. Stephan zei dat ik me bij jullie aan moest sluiten.’

Pov. Beau Grigot
‘Dood.’ Antwoordde hij zachtjes en porde in het vuur. ‘Ik heb ze een paar kilometer verderop vermoord. Stephan zei dat ik me bij jullie aan moest sluiten.’ Demonstratief haakte hij z`n riem los en gooide z`n wapens in onze richting. ‘Ik geef me over. Doe wat je wilt met me.’ Bonita en ik wisselden een blik, we zouden hem meenemen. ‘We geloven je Ichiru.’ Bonita stond op en pakte zijn riem van de grond. ‘Ik wil niet dat je gewond raakt als er iets gebeurt dus hou ze bij je. Je weet dat Zero je vermoord als je ons iets aan doet dus haal je maar niets in je hoofd.’ Haar oog viel op de haas aan het spit. ‘Na het eten gaan we verder, jij mag het pakpaard rijden, dan verdelen we de bagage wel.’ Hij boog vanuit z`n zittende positie en glimlachte oogverblindend terwijl hij z`n riem weer aannam. Z`n bruine ogen schitterden en door de vlammen leek z`n huid zacht te gloeien. We zwegen een hele poos tot het vet uit de haas in de vlammen lekte en de vlammen aan het knapperige goudkleurige vlees likten. Voorzichtig haalde hij hem uit het vuur en sneed er een stuk af dat hij tegelijkertijd met een stuk brood aan Bonita gaf. ‘Dames eerst.’ Mompelde hij en reikte mij een stuk aan. Hoewel hij ontspannen overkwam was hij gespannen, de spieren in z`n nek stonden strak en z`n ogen zwenkten telkens naar het zwart van buiten.

Bonita, die daar altijd vrij gevoelig voor was kopieerde hem en liet haar ogen telkens naar buiten afdwalen. Ichiru was de eerste die klaar was en opstond. Hij gooide een natte deken over de vlammen die sissend doofden. ‘Waar is jullie verzamelplek?’ Ik gaf hem de kaart en wees de plek aan. Z’n ogen gleden over de kaart. Na een korte stilte knikte hij en gaf de kaart weer terug. ‘We zullen snel moeten rijden willen we voor het donker daar aankomen.’ Stijfjes stonden we allemaal op, trokken de singels van de paarden strak en reden de regen in. Ichiru reed voorop, z’n gestalte ineengedoken in de mantel. Ondanks dat het zo donker was hadden wij met onze ogen nog genoeg zicht om de paarden flink door te drijven. De geur van bloed sloeg me bijna van m`n paard af toen we een helling op reden. De paarden humden zacht als reactie op de geur, ze hadden honger.

Ichiru dreef z`n paard tussen de eerste lycan lijken door. Bonita’s paard hinnikte en steigerde, de oren lagen plat in de nek en de scherpe tanden waren ontbloot. ‘Kappen.’ Ze gaf hem een pets op z`n hals en drukte haar hakken aan. Dit was een plek waar we niet te lang konden blijven.

Pov. Darius Zy

Stephan’s huis was niet eens zo heel veel bijzonders maar iets in me fluisterde dat dit niet het hele huis was wat ik zag. De hengst waar ik op reed hapte naar Damon die afsteeg en naar de deur liep om aan te kloppen. De twee broers hadden nooit echt een hele goede relatie gehad maar samenwerken konden ze wel.
Een meisje met lang bruin haar een reeënogen opende de deur. ‘Jullie komen voor Stephan? Hij verwacht jullie al.’ Haar blik gleed langs Damon naar mij en de paarden. ‘Breng de paarden maar achterlangs, ze kunnen wel even in de garage.’
We deden wat ze ons voorstelde en bonden de paarden in de garage vast. De gewoonlijk temperamentvolle dieren stonden met hangend hoofd te rusten, moe van de vele kilometers die we gerede hadden. ‘Ik zie dat jullie er al zijn.’ Stephan verscheen in de deuropening. Hij glimlachte en gebaarde dat we hem moesten volgen. In een soort van studeerkamer aangekomen namen we plaats op een bank die er stond. Nieuwsgierig keek ik rond, m`n oog viel op een groot schilderij van een bekend gezicht. Zero staarde naar iets dat buiten het veld van de schilderaar viel. Z`n kleren waren ouderwets van enkele decennia geleden.

‘Dat is Ichiru.’ Verklaarde Stephan. ‘Hij werkt voor mij. Nee, nee, luister,’ Damon en ik stonden op om te vertrekken, als het een valsstrik was konden we misschien nog weg komen. ‘Het is echt zo.’ Hij pakte zijn broers arm vast en duwde hem op de stoel. Mij wierp hij even kort een blik toe en haalde een stel papieren uit een vergrendelde la. ‘Kijk, dit noemen wij de “zwarte lijst” er staan hier een heleboel mensen op die één voor één afgewerkt worden. Ichiru vond Hua Mei’s naam erop en wou hem beschermen: ondanks wat hij was.’ Mijn ogen scanden het papier en bleven haken bij twee namen, March en Marti Zy, ze waren doorgestreept met één enkele simpele haal van een pen.

Pov. Zero Kiryu
De klas stond angstvallig enkele meters verderop te kijken naar Ter´´r die kalm op drie benen stond te rusten. Ik sloeg mijn armen over elkaar en gaf een zacht rukje aan het touw dat aan het halster bevestigd was. ´Goed, zoals jullie wel kunnen zien is een capall aanzienlijk groter dan een gewoon paard. De merrie aan mijn andere kant verschoof nerveus toen Ter´r dichterbij kwam staan. ´Ook zul je al wel gemerkt hebben dat de vacht altijd nat lijkt te zijn, wat niet zo is. Ook wordt deze vacht in de winter lang zo dik niet als van gewone paarden en het is ook zachter. Daarnaast hebben we ook nog de scherpe tanden die erop gemaakt zijn om vlees te kunnen verscheuren.´ voorzichtig duwde ik Ter´rs lippen vaneen en liet de vlijmscherpe dingen aan de kinderen zien. ´De hoeven zijn ook enigszins anders. Ze zijn scherper en zijn iets rubberachtig aan de onderkant wat hen meer grip geeft op gladde ondergronden.´ Ik wenkte een kind dichterbij die schoorvoetend gehoor gaf aan mijn verzoek. Voorzichtig pakte ik z´n pols vast en legde zijn handpalm plat op de gespierde gladde huid van Ter´rs schouder. De jongen maakte een verbaasd geluidje en streelde de vacht zachtjes. ´Hij is echt heel zacht.´ zei hij daarna hardop.

Nadat ik alle kinderen van de laatste groep kennis had laten maken met mijn paard begon ik mijn spullen weer bij elkaar te rapen. Ik zou langs de villa gaan en de andere capall ophalen en meenemen naar Thule. De rust lokte me enorm en ik verheugde me erop om aan het trainen van de jonge paarden te beginnen. Teddy leunde op de staldeur en volgde me met zijn ogen. ´Ik zou graag een keertje meegaan naar Thule.´ Ik glimlachte naar hem. ‘Je kan mee… De school is bijna uit en ik vertrek pas over vier dagen vanaf het vliegveld. Hij knikte. ´Ik kan Victoria niet alleen laten, niet nu ze net zwanger is.´ ´Anders neem je haar ook mee. Ze vindt het vast prachtig daar, er is genoeg rust voor haar om te schilderen, schrijven en wat voor hobby´s ze nog meer heeft te beoefenen.´ Teddy wreef langs z´n kin en na een poosje nagedacht te hebben knikte hij weer. ´Ik zal het erover hebben! Ik laat het je nog wel weten.´ Ik glimlachte en slingerde mijn tas over mijn schouder. Marcel stond te wachten buiten de stal en stak z’n hand naar me uit. Zonder twijfel pakte ik hem aan en schudde hem. ‘Bedankt voor het komen Zero. De leerlingen hebben er veel van geleerd. ‘Ik ook Marcel.´
Pov. Marcel
Soepel sprong de vampier op de rug van de reusachtige hengst. ´Wees voorzichtig. Hermelien vertelde me dat er de laatste tijd nogal veel weerwolven in het Veboden Bos ronddwalen. Rij snel en veilig.´ Hij glimlachte lichtjes en knikte kort. ´Tot ziens.´
De hengst sprong naar voren en draafde weg over de klinkers. De hoefslag weergalmde tussen de hoge gebouwen.

Pov. Zero Kiryu
Ter´r draafde soepel een smal pad op het donkere bos in. Wel zorgde ik ervoor dat ik eventueel bij mijn wapens kon mocht dit nodig zijn.

Na een poosje verdween het pad en liet ik Ter´r stoppen. Het bos bezorgde me nu kriebels en Ter´r voelde zich ook niet op zijn gemak, de capall draaide met zijn oren en trok aan het bit. ´Dit is niet goed. Met één hand hield ik de teugels stevig vast en trok met de andere hand mijn pistool tevoorschijn. Dat was toen ik het hoorde en rook… Bloed, gegil en rook. Meteen draaide ik me om. De wind waaide vanuit de richting van Zweinstein en voerde een zwarte rook en de geur van bloed met zich mee. Ter´´r reageerde meteen op de lichte por en galoppeerde terug uit de richting waar we vandaan kwamen. Het gejank van weerwolven weerklonk naargeestig vanuit de verte en liet de haartjes in mijn nek overeind staan.

Binnen no-time stormden we uit de boomgrens de lichte helling op. Vlammen sloegen uit verschillende plekken uit het dak van de magische school.
Ik liet de teugels los en pakte met mijn nu vrije hand mijn zwaard vast. Ter’r kwam slippend tot stilstand op het plein. De chaos was compleet. Ledenmaten lagen verspreid, gescheiden van hun lichaam. Ik sprong van Ter’r af en rende naar de Grote Zaal. Een grote groep kinderen, verdedigd in door een stel docenten stonden ingesloten in een hoek. Teddy stond vooraan met z’n toverstok voor zich geheven. Ter’r verscheen achter me en volgde mijn voorbeeld toen ik in de aanval ging.

Pov. Teddy Lupos
Zero en Ter’r verschenen ineens in de Grote Zaal en vielen de weerwolven van achteren aan. Ik had genoeg boeken gelezen om te weten dat vampiers enkele weerwolven aankonden in gevecht maar dit was een roedel van ongeveer vijfentwintig wolven... Toch hakte hij er onbevreesd op in zich een weg banend naar het midden. Aangemoedigd begonnen mijn collega’s zichzelf ook te verzetten tegen de monsters. Het geluid van pijn was overal. Soms wisten we zelf niet eens dat we dat geluid maakten.

Pov. Damon Salvatore
Ik slaakte een pijnkreet en greep naar m’n been en besefte meteen dat Zero in problemen moest zijn. Darius greep mijn arm en riep iets wat ik niet kon verstaan.
Toen de ergste pijn wegebde merkte ineens dat de kamer voller was dan net. Bonny, Beau en Ichiru waren schijnbaar net aangekomen.

‘Zero is in problemen, hij is gewond.’ Hijgend stond ik op. ‘We moeten gaan. Stephan, is de draak er al?’ vanaf Stephans huis zouden we weer terug vliegen naar Engeland, naar huis. ‘Ja, de paarden zijn al ingeladen. Ik ga ook mee naar Engeland. Let’s go!’

Na een paar uur vliegen zaten we boven midden Europa, de lucht was intzwart en het miezerde waar je na een paar uur flink nat van kon worden. Ichiru kwam voorzichtig dichterbij en kwam naast me zitten. ‘Waar is Hua-Mei?’ Nors keek ik hem kort aan. ‘Waarom wil je dat weten? Dat Stephan je vertrouwd betekend niet dat ik je vertrouw.’ Eerst had ik overal pijn maar een sinds een uur geleden voelde ik helemaal niets meer, iets wat mij erg veel zorgen baarde.
‘Ik denk dat hij nog op Zweinstein is…’ Net op dat moment ging Darius’ mobiel af. Hij zette de telefoon meteen op speaker.
‘Darius. Jullie moeten onmiddellijk naar Zweinstein.’
Kalm als dat hij altijd was vroeg hij door. ‘Hermelien, vertel me alles wat je weet.’
De minister president zuchtte diep. ‘Een roedel weerwolven heeft de school aangevallen. Zero was onderweg naar huis maar is omgedraaid, meer weten we niet over hem. Darius, een heleboel kinderen zijn dood. Een gedeelte van de school kunnen de Schouwers niet in. De boel is gebarricadeerd. Marcel hebben we gevonden. Hij is heel erg zwaargewond, waarschijnlijk haalt hij de ochtend niet.’
Darius keek Beau even kort aan. ‘Weet je zeker dat Zero daar is?’ ‘Ja, heel zeker. We hebben Ter’r gevonden. Hij is er gruwelijk aan toe maar hij laat niemand in de buurt.’
‘Nog twee uur, dan zijn we er! We vliegen zo hard als dat we kunnen.’
Hermelien hing op toen er aan haar kant van de lijn hard werd geschreeuwd.

Niemand voelde er veel voor te praten dus we zwegen allemaal, bezorgd.


Pov. Darius Zy

Meteen toen we landen sprongen we op de paarden en galoppeerden naar de school. Schouwers vlogen rond de torens en probeerden naar binnen te komen. James en Scorpius stonden al op ons te wachten bij een grote deur die gesloten was.

‘We krijgen de deur niet open en vanaf boven komen we er ook niet in.’ James zuchtte gefrustreerd en gebaarde naar de deur. ‘Hebben jullie al geprobeerd de deur op te blazen?’ Scorpius schudde zijn hoofd. ‘Nee, we durfden het niet aan. We weten niet hoeveel weerwolven daar nog binnen zijn. Maar nu jullie er zijn blazen we hem wel op.’ Meteen liepen de twee schouwers weg om het te regelen. Er lag overal nog een boel bloed maar de lichamen waren geruimd. Ver weg in een hoek stond een capall. Snel liep ik op hem af. Ter’r schudde loom met z’n hoofd. Er druppelde bloed uit z’n geopende mond en zijn gezicht was helemaal kapot gereten. De hengst was bijna onherkenbaar geworden. Hij draaide mijn richting op, legde zijn oren plat en klauwde over de stenen. Beau, die achter me aan was gelopen, maakte een geschrokken geluidje. ‘We moeten hem uit zijn lijden verlossen Darius.’ Ik knikte en pakte mijn pistool. Langzaam richtte ik het wapen op Ter’rs hoofd en haalde de trekker over. Het paard gaf geen kik maar zakte langzaam door zijn benen en zuchtte waarna hij helemaal stil lag.


Een luide explosie haalde onze aandacht bij de hengst vandaan. Snel renden we achter de anderen aan de Grote Zaal in maar na een paar meter stonden we allemaal stil. De zaal was doodstil. Niets bewoog. Uit het veld geslagen liepen we door tot aan de deur aan de andere kant, naast het podium. ‘Hua Mei!’ Ichiru’s kreet trok onze aandacht. Hij liet zijn wapen vallen en zakte op zijn knieën bij een figuur dat tegen de enige andere deur geleund zat. Dichterbij gekomen bleek het inderdaad Zero te zijn die daar roerloos zat. Opgelucht merkte ik dat hij bij bewustzijn was. Hoewel hij gewond was leek het niet heel erg te zijn.
‘Ichiru?’ langzaam krabbelde hij overeind, steun zoekend bij zijn tweelingbroer. ‘Wat doe je hier?’ hij hoeste een bloed op en greep Ichiru iets steviger vast. ‘Ben je hier om me te vermoorden?’ Ichiru maakte een verstikt geluidje en trok de ander in zijn armen. ‘Nee, broertje. Ik ben hier omdat ik je broer ben en altijd van je ben blijven houden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen