Foto bij 1 • Geen tijd voor wijn

'L'egolas, proef de wijn met ons. We hebben nog niet besloten welke wijn we moeten schenken voor het Mereth Nuin Giliath.'
Legolas hief dankbaar zijn hand, terwijl hij richting de trap liep. 'Mijn excuses, Erendir. Misschien dat ik later de wijn met jullie zal proeven, maar voor nu ligt mijn taak bij de dwergen.'
Erendir knikte begripvol en hield groetend een kelk wijn op naar de prins. Legolas wende zich af en liep de trap op. Hij wist dat het niet langer zijn taak meer zou zijn om de dwergen in de gaten te houden, maar hij had geen zin in wijn. Het besef alleen al dat er zich dwergen binnen de muren van zijn koninkrijk bevonden, deed hem huiveren. Het liefst zou hij ze allemaal terug sturen naar waar zij vandaan kwamen, maar de koning verbood hem dit, tegen beter weten in. Dwergen horen hier niet en welk nut gaf het hem om ze hier te houden behalve dan dat ze de gangen met hun stank zouden besmetten? Legolas volgde de gangen door het koninkrijk. Zijn voetstappen galmde door de ruimtes en vulde de eeuwige stilte dat zijn thuis jaren had geteisterd. Fronsend keek hij op toen stemmen de stilte plotseling doorbraken en spitste zijn oren. Nu wist hij het zeker, hij hoorde daadwerkelijk stemmen. Nauwlettend op dat hij geen geluid zou maken, waagde hij zich nader richting de trap. Nog steeds klonk er geroezemoes, maar hij kon er geen woorden uit opmaken. Hij begon aan de lange klim, totdat het onduidelijke gemurmel verstaanbaar werd. Eén van de stemmen herkende hij uit duizenden, de koning hemzelf, maar de andere stem kon hij niet gelijk plaatsen. Al was het hem duidelijk dat het geen elf kon zijn; zijn rauwe manier van spreken leek in niks op de gemanierde tong van de elven. Legolas sloop hoger de trap op, tot zijn kruin net boven het platform uitstak, zodat hij zijn ogen kon rusten op het tafereel dat voor zich speelde. Daar zag hij zijn vader, Thranduil de elfenkoning, met zijn rug naar hem gekeerd staan. En achter hem stond een vuil en zeer kleine man. Legolas herkende hem als Thorin, de leider van de bende dwergen.
'Sommige geloven dat er een queeste aan de gang is. Een queeste om een thuisland te heroveren en een draak te doden.' De koning draaide zich om en liep langzaam op de dwerg af. Thorin en zijn gezelschap waren door de elven gevangengenomen, omdat zij huisvredebreuk hadden gepleegd in het koninkrijk van de elven. Ze hadden de kinderen van Shelob verstoord met hun lawaai en dat kosten de elven veel moeite hen uit de buurt van het koninkrijk te verjagen. Thranduil had hen allemaal gevangen gezet en alleen Thorin apart genomen om hem te confronteren met hun queeste, iets waarvan Thranduil allang wist dat het gaande was.
'Ikzelf, vermoedt een meer prozaïsch motief,’ ging hij verder, ‘Een poging tot inbraak, of iets in die zin.' Thranduil kromde zijn rug en keek Thorin recht aan. De dwerg wendde zijn gezicht af van de elf en gromde geërgerd; hij leek niet erg onder de indruk. 'Je hebt een ingang gevonden,’ Thranduil rechtte opnieuw zijn rug en keek hem nu met een zachtere blik weer aan. ‘Je bent opzoek naar dat wat jou was afgenomen en jou het recht zou geven om te regeren. Het koningsjuweel; de Arkensteen. Het is bovenmate kostbaar voor je. Ik begrijp dat.' Hij knikte oprecht en wachtte de reactie van de dwerg af. Thorin keek op naar de elf, die nu weer een paar meter van hem afstond. Thranduils handen had hij achter zijn rug gevouwen en zijn gezicht stond opvallend vriendelijk; bijna meelevend. 'Er liggen edelstenen in de berg die ook ik verlang. Witte juwelen van puur sterrenlicht. Ik bied je mijn hulp aan.' De koning boog eerbiedig zijn hoofd, voordat hij glimlachend weer opkeek naar de dwerg en zijn antwoord afwachtte.
Thorin draaide zich om en liep een paar stappen richting de trap die naar beneden leidde; de uitgang naar vrijheid. Zijn blik werd gevangen door een schaduw die wegdook vanonder de trap. Wantrouwend bleef hij in die richting staren, maar toen er geen tweede elf vanuit de schaduwen rees, richtte hij zijn aandacht weer op de conversatie. 'Je hebt mijn woord,' hoorde hij Thranduils stem. Thorin balde zijn vuisten bij het horen van die woorden en klemde zijn kaken nijdig op elkaar. 'Ik vertrouw niet, Thranduil, de grote Koning, op alleen zijn woord. Tot het einde van onze dagen ons nadert!' Met een ruk draaide Thorin zich om en keek de elfenkoning woedend aan.
Thranduil leek onder de indruk te zijn van Thorins plotselinge uitspatting. En hoewel hij zijn stap niet verzette, verschoot zijn gelaat een paar merkbare tellen.
'Het ontbreekt je aan alle eer!’ spuugde Thorin terwijl hij zijn dikke vinger dreigend naar de koning ophief. ‘Ik heb gezien hoe jij je bondgenoten behandeld! Wij kwamen eens bij jou, hongerig, dakloos, smekend om jouw hulp. Maar jij draaide ons je rug toe! Jij, draaide je weg van het lijden van mijn volk en het inferno dat ons vernietigde. Moge je branden in drakenvuur.'
'Spreek niet tegen mij over drakenvuur!’ sneerde Thranduil. ‘Ik ken zijn toorn en vernietiging.' Met haastige passen beende de elf op Thorin af, tot hij nog amper een vinger van hem verwijderd was. Zijn dunne lippen perste hij op elkaar en ineens verdween de huid van zijn linkerwang, alsof het als staal werd gesmolten. Hevige brandwonden verspreidde zich over zijn gezicht tot het zelfs zijn oog verkleurde naar het wit dat op de bergen lag.
Legolas kromp ineen op de trap en een gruwelijke herinnering schoot door zijn hoofd. Zijn lichaam voelde opeens koud en leeg, alsof zijn hart opnieuw werd herinnerd aan een vreselijk gemis.
Thorin staarde verafschuwend naar de elf, maar hij leek zijn blik er niet vanaf te kunnen scheuren. Thranduil staarde hem aan en sprak met een stem van ijs. 'Ik heb de grote slangen uit het Noorden geconfronteerd.' Met een wijde stap, vergrootte hij de afstand weer tussen beide. Thorin begreep plotseling waarom de machtige Elfenkoning zijn volk jaren geleden in de steek had gelaten; het was een laffe actie om het verleden te ontlopen. De angst voor deze draken, weerhielden hem van zijn morele plichten en sleurde zijn hele volk daarin mee. Thorin sprak met wijsheid, maar een duidelijke boodschap: 'Je kan je verleden niet ontlopen, Thranduil, eens zal het je inhalen en dan kun je daar maar beter klaar voor zijn. Of het zal je vernietigen.'

Reacties (4)

  • Croweater

    Ik houd niet van filmstukken, dus ik kijk vooral uit naar het volgende hoofdstuk. :'3

    Thorin vertrouwde de elf nog minder dan het vuil onder zijn nagels.

    Ik ben nu wel erg nieuwsgierig wat voor ervaringen jullie hebben met het vuil onder jullie nagels. Dat van mij is altijd uiterst betrouwbaar, hoor. :'D

    5 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Jeeeeej! Ik vind het awesome

    5 jaar geleden
  • tentacion

    I love it! <3

    5 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Wow
    Nice!!
    Like it!!
    Gauw verder!!!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here