Foto bij Hoofdstuk 23

Kíli liep met Rhodíq mee tot aan de grote trap.
‘’Kijk onderweg uit voor orks,’’ groette hij grijnzend.
Rhodíq grinnikte. ‘’Anders moeten jullie nog een redding doen. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen daarop zit te wachten.’’
‘’Ik zou het wel doen hoor,’’ glimlachte Kíli. ‘’Maar wel morgen pas.’’
Rhodíq trok een gezicht naar hem, terwijl ze de trap afdaalde. ‘’Bedankt, hoor.’’
Toen ze terugkwam in de Steenbok, was het al lang uitgestorven. Emora lag al te slapen. Net als de rest van de inwoners, aan het gesnurk op de gang te oordelen.
Het duurde een tijd voor Rhodíq in slaap viel. De gebeurtenissen van de afgelopen avond, spookten door haar hoofd. Cérog… Wie was Cérog? Ze besloot het aan Fíli te vragen zodra ze hem weer zag. En zodra hij weer praatte, natuurlijk…
Toen ze wakker werd van een kraaiende haan, besefte ze dat ze toch in slaap gevallen was. Na een pauze van een paar seconden begon het beest opnieuw te kraaien. Net zo lang tot het genoeg ergernis opwekte om Rhodíq onder haar dekens vandaan te krijgen. Ze liep naar het raam en keek over het plein achter de herberg. Nergens was een haan te bekennen.
‘’Goedemorgen!’’ De deur ging open en Emora stapte naar binnen. ‘’Ben je van de ochtendlucht aan het genieten.’’
‘’Ik probeer me te bedenken hoe ik het beste van die haan afkom,’’ verbeterde Rhodíq haar. ‘’Het enige probleem is dat ik geen idee heb waar het monster zich bevindt.’’
Opnieuw kraaide de haan, extra luid. Het leek alsof hij even wilde demonstreren hoe onverslaanbaar hij was.
‘’Weet je wel hoe laat het is?’’ brulde Rhodíq tegen het raam. ‘’Ik probeer hier te slapen.’’
‘’Nee,’’ antwoordde Emora.
Er klonk een klap tegen de muur, gevolgd door een stem. ‘’Weet jíj wel hoe laat het is?’’
Onwillekeurig grijnsde Rhodíq. ‘’Dat was Iram zeker?’’ vroeg ze ter bevestiging aan Emora.
‘’Ja, dat ben ik,’’ klonk het vanuit de kamer naast hen.
‘’Kan jij die haan opsporen?’’ schreeuwde Rhodíq tegen de muur.
Iram gromde iets wat ze niet verstond, maar als een nee opvatte. Ze vermoedde dat ze nu toch niet meer verder kon slapen en begon zich om te kleden.
‘’Waar was je gisteren?’’ vroeg Emora.
‘’Weg.’’ Rhodíq gespte haar riem om en keek de andere kant uit.
‘’Waarheen.’’
‘’Dat zou je wel willen weten, hè?’’ grinnikte Rhodíq. Ze ontweek het kussen dat Emora gooide. ‘’Als je agressief wil worden, doe het dan goed en gooi iets wat harder aankomt.’’
Emora trok een gezicht. Ze ging op haar bed zitten en sloeg haar armen over elkaar. ‘’Als ik iets hards gooi, dan ben jij niet meer in staat om te antwoorden. En ik ben ontzettend benieuwd waar je was.’’
Schouderophalend liep Emora naar de deur toe. Ze dacht aan Fíli en hoe ongewoon stil hij gisteren was geweest toen ze terugkwamen. Een knagend gevoel in haar binnenste zei dat Thorin het niet zou waarderen als ze nu langskwam. Aan de andere kant zou hij het misschien ook niet waarderen als ze Fíli in de steek liet.
‘’Waar zit jij met je gedachten?’’ vroeg Emora, terwijl ze achter Rhodíq aan liep over de gang.
‘’Niet hier.’’ Rhodíq daalde de trap af en ging aan de eerste tafel zitten die ze zag. Natuurlijk ging Emora recht tegenover haar zitten. Alsof ze de afgelopen tijd nog niet genoeg kruisverhoren gehad had.
‘’Ben je verliefd?’’ vroeg Emora, terwijl ze ietsje voorover over de tafel boog.
Rhodíq vertrok haar gezicht in een walgende frons. ‘’Serieus. Meen je dit?’’
‘’Is dat een ja?’’ Enthousiast duwde Emora haar stoel een stukje achteruit. Ze keek triomfantelijk rond, alsof ze het goede nieuws aan de eerste de beste voorbijganger wilde vertellen. Dat was Bofur die Rhodíqs ontbijt kwam brengen.
‘’Is alles goed gekomen gisteren?’’ vroeg Bofur op gedempte toon, voor Emora iets kon zeggen.
Rhodíq knikte. ‘’We hebben hem terug. En ik geloof dat er niets ernstigs aan de hand was.’’
‘’Wie hebben jullie terug?’’ riep Emora uit toen Bofur zich weer omdraaide.
‘’Mijn haan, zoals je daarnet gehoord hebt,’’ bromde Rhodíq, ‘’die hadden ze ontvoerd. Alleen nu is hij een beetje van slag en blijft hij de hele dag door kraaien.’’
Emora keek haar even met halfopen mond aan. ‘’Die haan is niet van jou,’’ merkte ze uiteindelijk op.
Rhodíq zakte onderuit in haar stoel en stak een stuk brood in haar mond. ‘’Je meent het.’’
‘’Ga je me nog vertellen wat er echt gebeurd is?’’ drong Emora aan.
‘’Nee,’’ gromde Rhodíq met volle mond. Ze vermoedde dat haar antwoord niet helemaal verstaanbaar was, maar de strekking was in ieder geval duidelijk.
‘’Wie hebben jullie terug gekregen dan?’’ herhaalde Emora.
Rhodíq wees op haar eten, ten teken dat ze eerst haar mond leeg wilde eten.
‘’Je eten?’’ vroeg Emora verbaasd. ‘’Dat geloof ik niet, hoor.’’
Rhodíq slikte snel de hap brood door. ‘’Houd maar op, ik ga je toch niets vertellen tot ik uitgegeten ben.’’
‘’Waarom niet?’’
‘’Wordt Rethos niet gek van jou als je zoveel vragen stelt?’’ zuchtte Rhodíq. ‘’Of luistert hij gewoon niet?’’

Reacties (4)

  • Vibes

    ekte lievduh

    6 jaar geleden
  • Croweater

    Haha. Mooi gesprek.

    6 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Ik denk dat hij niet luisterxD

    6 jaar geleden
  • chanyeoI

    Ochtendhumeur? (;
    +kudo

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen