Foto bij 11 - Revelations

Zo, dacht maar dat ik jullie van een 1 april-post zou besparenxD

      Nadat we een uitgebreid diner hadden en sommige leden van Slatir wel heel dicht bij de 'leraren' van vanmiddag kwamen zitten om ze te bedanken, keerde ik terug naar mijn kamer. Vandaag was ik erg moe en eigenlijk wilde ik zo snel mogelijk in slaap vallen, maar toen ik mijn kamer binnen wilde, zag ik dat mijn deur niet op slot zat. Toen ik een tikkeltje geschrokken binnenkwam, zag ik Arvellon en Thanthel in mijn kamer rondneuzen, maar toen ze mij zagen, legden ze alles snel terug en keken ze me onschuldig aan.
      "Wat doen jullie in mijn kamer?"
      "Arvellon wachtte gewoon op jou en ik kwam haar gezelschap brengen. Nu je er bent, kan ik net zo goed weggaan." Thanthel keek van me weg, waarna ze de kamer verliet en Arvellon nerveus achterbleef. Ze keek me een tikkeltje schuldig aan, om vervolgens ongemakkelijk op mijn bed te gaan zitten, "Sorry, we hoorden gewoon iets over iets wat jij had en Thanthel had een heel verhaal erover gehoord van mijn vader, dus we waren nogal benieuwd of jij het had, maar het is niet alsof we het willen zien of zo."
      "Waar heb je het over?" Onbewust ging ik naast haar op het bed zitten, waardoor ze zenuwachtig haar voeten naar achteren bewoog, maar toen klonk er opeens een dof geluid en keek ze nieuwsgierig onder mijn bed, waardoor het tot me door drong. Snel pakte ik het kistje onder mijn bed vandaan en Arvellon keek er bijna verlangend naar, "Wat zit daarin dan?"
      "Oh, gewoon iets van mijn vader. Ik heb het van hem gekregen voordat hij doodging..."
      "Mag... ik kijken?", vroeg ze liefjes en ik vervloekte mijn mannelijke corruptheid om de blik van een mooi meisje niet te kunnen weerstaan. Tegen Brithuns wil in, opende ik het kistje, waarna Arvellon naar de helderblauwe edelsteen keek. Voorzichtig stak ze haar hand uit om hem aan te raken, maar toen ze hem in haar hand had, schrok ze even. Ze kreeg dezelfde gloed in haar ogen die Brithun toen had, maar in tegenstelling tot hem, leek ze er meer controle over te hebben. Nerveus keek ik toe wat er zou gebeuren, klaar om de steen uit haar handen te trekken als het misging. Even leek er niks te gebeuren, maar toen schrok ze opeens en viel er een vaas van mijn kast af. Snel pakte ik de steen af en veranderde ze weer terug in haar normale zelf, waarna ze me angstig aan keek.
      "Wat is er aan de hand?!" Brithun kwam bijna direct binnengevallen door het lawaai, waarna hij Arvellon en mij met de steen zag zitten, "Cadeyrn... je hebt toch niet...?"
      "Ze heeft hem maar eventjes aangeraakt, ik heb hem al terug in de kist gestopt! Er is niks ergs gebeurd, toch Arvellon?" Ik keek haar wanhopig aan, waarop ze op haar lip beet, "Ik zag een leger... en ik zag Rhos-... een aantal elvensteden aangevallen worden! En jullie ook... jullie werden ook aangevallen, deze basis, maar ik kon de aanvallers niet identificeren..."
      "Dat was ook wat ik zag... maar ik zag meer, maak je geen zorgen over ons lot, Arvellon. Maar jouw visioen... nu is er opnieuw een link..." Brithun stond op en keek naar het portret van zijn moeder, waarna hij naar Arvellon keek. "Een link?", vroeg ik, waarop hij het portret terug legde en zijn hand even over zijn mond legde, waarna hij terug ging zitten achter zijn bureau en in het dagboek van zijn vader bladerde, "Mijn vader sprak over de steen in zijn verhalen. Mijn moeder gaf het aan hem door, vlak voordat ze geëxecuteerd werd. Hetzelfde deed mijn vader toen hij zijn executie kreeg, maar hij gaf de steen aan Rinhaym, ter bescherming tegen Ehtmordon... De steen is een artefact dat al jaren in het bezit is van de koninklijke bloedlijnen van de elven. Het begon met de almachtige koning Elnaril, de eerst elf die over Estorix heerste. Hij bezat de steen en beheerste de krachten die erin zaten. Later, toen zijn kinderen trouwden en zo verschillende bloedlijnen uit het originele koninkrijk creëerden, kreeg iedere familie één speciale kracht als ze de steen in hun bezit hadden. Hierdoor ontstonden er ruzies nadat de elvenkoning stierf, want welke erfgenaam zou de steen en daarbij ook de troon verkrijgen?"
      Eventjes bladerde hij verder, waarna hij fronste, "Het huis van Eilauver was de eerste die de steen zou krijgen, simpelweg omdat de vrouw des huizes Elnarils oudste dochter was. Hun kracht is nooit bekend geworden, want de dag nadat ze de steen verkregen, werd hun hele gezin uitgemoord door de volgende erfgenaam op de lijst. Deze absurde traditie ging door, totdat de jongste zoon hem meenam terwijl zijn andere broers en zussen over de steen vochten. Hij was het hoofd van een bloedlijn die spoedig over Estorix zouden heersen. Zijn afstammelingen kregen een eigenaardige kracht uit de steen, namelijk een soort zesde zintuig. Ze wisten wat er zou gebeuren en of iemand loog. Ze kregen alles wat ze wilden weten door via een onzichtbare kracht die ze alles vertelde. Terwijl de kracht niet zo destructief was als de krachten die de andere familieleden zouden krijgen, was deze juist perfect voor hun familie."
      Opnieuw sloeg hij een pagina om, om vervolgens enthousiast verder te vertellen, "De jongste zoon kon namelijk altijd weten wanneer er iemand achter de steen aan zat en hoe diegene hem zou proberen af te pakken. Hierdoor was hij altijd een stap verder dan de anderen en aangezien iedere elfenvorst zich in een nieuwe stad vestigde, kwam de steen al snel op de achtergrond te staan, waardoor ze in vrede over Estorix konden heersen vanuit hun eigen stad, en door het zesde zintuig, wisten ze zo een kostbare schat te bewaren..."
      Hij klapte het boekje dicht, waarna hij naar Arvellon liep, "Dat brengt mij bij het volgende... Arvellon, jij zag toch ook wat er in de toekomst stond te gebeuren?" De manier waarop haar naam uit zijn mond rolde, klonk opeens een stuk natuurlijker en Arvellon keek een beetje verbaasd op toen Brithun het zo goed wist uit te spreken, "Ik zag inderdaad de toekomst... maar ik voelde ook iets anders... alsof ik controle over iets kon verkrijgen."
      "Een tweede kracht...? Bezit je misschien nog een bloedlijn? Hoe helder zag je de toekomst? Was het net alsof je het met je blote ogen meemaakte?!" Brithun werd opeens heel onrustig, dus Arvellon besloot maar snel te antwoorden, "Ik kom van de Glingaeron-familie! Mijn visioen was inderdaad zo helder als normaal beeld!"
      "Dat..." Brithuns mond viel bijna open, waarna hij op zijn lip beet en een klein beetje emotioneel leek te worden, "Glingaeron, maar... je hebt dezelfde krachten als ik... Hoe heet je moeder...?"
      "P-Pephennas..."
[tab"Ken ik niet..." Brithun zuchtte en balde zijn vuisten, "Ik zweer dat wij... Nee wacht, laat maar. Jouw moeder... waar is ze?"
      "Rhosgeth... als het goed is. Hoezo?"
      "Ik kan me het niet veroorloven om zo ver te trekken, niet nu Rophrax zo onder druk staat... maar ik moet het weten!"
      "Brithun?" Arvellon keek voorzichtig op, waarna ze een licht verward gezicht trok, "Wat wil je van mijn moeder weten?"
      "Er zijn te veel speculaties op dit moment... Mijn moeder werd vermoord toen ik zeven was, op die leeftijd verliet ik het elvenrijk ook... Al jaren ben ik op zoek naar familie van me, zodat ik weet van welke familie ik kom. Ik wil niet erachter komen, dat ik hetzelfde bloed deel met..."
      "...met Ehtmordon?" Arvellon maakte zijn zin af, waarna ze even na leek te denken, "Weet je hoe je moeder heette? Ik heb aardig wat namen uit mijn hoofd moeten leren, sowieso van familie's die verwant staan aan de koning."
      "Alleen haar voornaam, Alanis." Brithun keek hoopvol naar Arvellon, maar ze schudde alleen maar spijtig haar hoofd, "Ik ken geen Alanis... heb niks over haar gehoord in ieder geval."
      "Dat is jammer..." Hoewel hij neutraal probeerde te klinken, hoorde je de teleurstelling in zijn stem. Ik leefde met hem mee, ik wist in ieder geval nog hoe mijn ouders waren en wie mijn familie was. Ik had nog tantes en ooms achter de bergen, hoewel ik ze zelf nooit meer zag, wist ik wel waar ik allemaal terecht kon. Brithun wist niks, hij verliet zijn moeders kant van de familie toen hij nog klein was en kende in het mensenrijk alleen Caleb en Jamil, omdat zijn vader direct Rophrax startte nadat ze zich daar gevestigd hadden.
      "Brithun, we versterken Slatir zodat wij van Rophrax altijd de overhand hebben, wat er ook komt. Als we zo ver zijn, kunnen we zelfs leden van Slatir meenemen op expedities en kunnen de leden van Vriad thuisblijven om overal een oogje in het zeil te houden. De razendsnelle ontpopping van Slatir is echt essentieel op dit moment, want wie weet wat er op ons pad zit te komen..."
      "Je hebt gelijk." Brithun draaide naar mij toe, "Cadeyrn, als jij jouw plan weet waar te maken, zodat Slatir qua kracht gelijk aan... of zelfs sterker dan Iverum of Vriad is, dan weet ik zeker dat we ieder obstakel op ons pad kunnen overbruggen. Op dat moment, bezitten wij een echt leger en kunnen we de wereld aan."
      "Ik zal mijn best doen... maar die aanval op Rophrax, hoe zit het daarmee, wanneer is die?" Als die binnenkort al was, zouden wij misschien kunnen overwinnen, maar wel ten koste van heel wat levens. Toen ik Brithun aankeek, probeerde hij zijn gezichtsuitdrukking te verbergen, "Maak je geen zorgen, we zullen er klaar voor zijn, ik heb het gezien."
      "Wie zal ons aanvallen?"
      "Dat is onzeker... ik herkende ze niet. Hun silhouetten waren... opmerkelijk. Het is een krachtige tegenstander, niet bepaald tactisch, maar wel echt krachtig. Om tegen ze opgewassen te zijn, hebben we de brute kracht van Iverum nodig, maar dat is voor later. Slatir is onze prioriteit voor nu, Iverum overhalen kan later, wanneer Clowers minder macht over ze heeft. Het is beter om hem nu van zijn positie te laten genieten, zodat hij blind is voor wat er nu tussen de facties gebeurt."
      "Ben je bang dat het een lastig gevecht zal worden?"
      "We zullen zegevieren." Toen hij me aankeek, zag ik een soort doorzettingsvermogen in zijn ogen, "En als organisatie zullen we groter en sterker groeien dan ooit." Hij draaide weer van me weg en liep richting de deur, "En wie weet zal jij ons gaan leiden naar de overwinning... Ik ben benieuwd naar de gevolgen van Slatirs training, Cadeyrn, ga zo door, zelfs wanneer het onmogelijk lijkt."
      Zo snel als dat hij binnenkwam, verdween hij ook weer, waardoor Arvellon ook op stond en me een beetje ongemakkelijk aankeek, "Sorry dat ik zo binnen kwam vallen voor dat kristal en zo. Ik zal het aan Thanthel uitleggen en we zullen je er niet meer mee lastigvallen. Oh, en welterusten!"
      "Maak je maar geen zorgen, voor mijn part mag je iedere avond komen binnenvallen."
      Arvellon slaakte een klein gilletje en haastte zich naar de deur, waarna ze nog snel en verlegen "Nou, trusten!" zei. Ik lachte en wenste haar ook welterusten, waarna ik me eindelijk omkleedde tot mijn avondoutfit. Morgen zou ik verder gaan aan de training van Slatir. Ik zou proberen om Aelwin hogerop te krijgen in de leiding van Slatir en ik nam me voor om iedereen op het ergste voor te bereiden. Wie weet kon ik Ordgar en Erdric ook nog wel waarschuwen voor de oorlog die eraan zat te komen, ik vond wel dat Jamil die info ook wel mocht hebben.
      Ik ging op bed liggen en sloot mijn ogen. Brithun zei dat we zouden winnen, dus ik nam die conclusie maar aan, hoewel ik ergens toch wel voelde dat er al snel genoeg een bloederig gevecht op ons zou wachten...

Reacties (4)

  • QueenOfEmerald

    Dus Brithun is familie van Arvellon (en haar zusjes en broer) ik denk eerder via hun moeders kan dan via die van hun vader (en op die manier familie van Ethmordon)
    En Caderyn moet écht voorzichtiger zijn met die steen, zelfs als een mooi meisje dat vraagt, hij moet wat meer discipline tonen.

    6 jaar geleden
  • katl1

    VERDER!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    6 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Ja idd Nenloth!!
    Gauw verder!!!

    6 jaar geleden
  • Vega

    Serieus, wees wat voorzichtiger met die steen, Cadeyrn, je had nu ook dood kunnen zijn.

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen