Foto bij Hoofdstuk 1

En op het moment dat ik dacht dat deze nachtmerrie was afgelopen,
realiseerde ik me dat ik klaarwakker, de realiteit zag.

Ik werd wakker in een donkere ruimte, de lucht was er droog en ik had de grootste moeite om te ademen. ‘Is hier iemand?’ Ik schrok van het geluid dat uit mijn keel kwam. ‘Hallo?’ Ik stond recht en probeerde me te oriënteren. Opeens werd ik getroffen door een scherpe pijn in mijn linkerbeen. ‘Hallo, alstublieft antwoord, wie dan ook.’ Er liepen tranen over mijn wangen. Ik veegde ze weg terwijl ik met mijn handen de ruimte probeerde te verkennen. Waar was ik in hemelsnaam? Ik zette voorzichtig een paar stappen vooruit, in de hoop een lichtknop te vinden. Maar mijn passen waren langzaam en mijn been leek haast in brand te staan. ‘Help me!’ riep ik terwijl ik me wanhopig op de grond liet vallen. Ik sloot mijn ogen en voelde voorzichtig aan de ondergrond. De grond was koud, hij leek wel van glas te zijn, maar hij voelde aan als zand. Ik probeerde tevergeefs weer in slaap te vallen, ik kneep mijn ogen zo hard samen dat het pijn deed. Maar toen ik ze weer opendeed, was ik er nog. Dit is een droom, dacht ik bij mezelf. Ik had wel vaker dromen zoals deze. Realistische dromen, die totaal geen logica hadden. Als ik gewoon bleef zeggen tegen mezelf dat ik droomde, zou dit vanzelf wel weggaan, en zou ik gewoon weer wakker worden in mijn bed. Ik dacht aan de warme lakens. ‘Ik lig nu in mijn bed, dit alles is een droom, het is een stomme nachtmerrie, een stomme….’ Ik voelde een warme adem in mijn nek en slaakte een gil. Toen ik mijn ogen durfde open te doen, keek ik langzaam rond mij. ‘Hallo?’ ‘Wie ben je?’ ’Wat wil je?’ Mijn stem beefde zo hard dat wie er ook achter me aanzat waarschijnlijk geen woord verstond van wat ik zei. Ik bleef trillend staan en wachtte op een antwoord. Er klonk een gefluister, een laag brommend geluid. Ik kon woorden verstaan in het gefluister. Maar wat ze zeiden sloeg nergens op. Ik kende veel talen, ik was er goed in, maar wat ik nu hoorde, leek haast verzonnen. Het klonk alsof iemand tegen me vloekte en me beminde op hetzelfde moment. Ik verzamelde al mijn moed en liep naar de stemmen toe. De stemmen werden luider, nog steeds in de vreemde taal.
En hoe verder ik ging, hoe warmer het werd. Zo warm dat ik de pijn in mijn been vergat. Het leek bijna alsof mijn been geïnfecteerd was en de infectie nu door mijn hele lichaam ging. Ik keek verbaasd op toen de stemmen plots stopten. Het leek niet logisch, waarom stopten ze? Ik zag nog steeds niets. Het leek alsof ik precies op dezelfde plaats stond als waar ik begonnen was. Ik voelde een warme adem in mijn nek. ‘Omlaag’. Ik stond nog steeds aan de grond genageld. ‘Omlaag?’ Ik richtte langzaam mijn blik naar beneden, bang dat er een of ander wezen me zou aanvallen. Natuurlijk was dat een stomme gedachte, maar als dit werkelijk een droom was, was alles mogelijk. Ik zette voorzichtig een stap vooruit in de hoop te vinden wat de stem bedoelde. Op dat moment werd ik in een zwart gat gezogen. Niet dat ik wist hoe het gat eruitzag, aangezien alles zwart was. Ik probeerde me tevergeefs vast te grijpen aan een rand. Maar de wanden leken weggevaagd te zijn. Ik bleef vallen. Steeds verder. En hoe lager ik ging, hoe zwarter alles werd. Tot alles zwart was. Niet zwart zoals ik kende, donkerder, alsof ik in niets viel. Het maakte me duizelig, de kleur was zo intens dat ik alles vergat. Het enige wat ik voelde, was leegte. Er was niks meer, ik was verloren. En dat was het moment dat ik mijn ogen opendeed en ik wakker werd in mijn bed.

Ik slaakte een zucht van opluchting. Ik moest echt eens naar een psychiater gaan, de dingen die ik droomde, die ik zag, waren niet normaal meer. Op het moment dat ik uit mijn bed wilde stappen, kwam mijn moeder de kamer binnen. Een bom ontplofte binnenin me. ‘Mama?’ De vrouw glimlachte. Ik voelde de tranen branden op mijn wangen. ‘Mama? Hoe… hoe is dit mogelijk?’ Mijn moeder stapte met een stralend gezicht naar me toe. Ik hopte van het bed af en sprong in haar armen. ‘Ik snap het niet, mama, je was dood’. Mijn moeder keek me verbaasd aan. ‘Dood? Hoe kom je daar nou bij, liefje? Je kunt me toch voelen?’ Ze legde mijn hand op haar arm. ‘En je kunt me zien.’ Ik lachte en viel weer in haar armen. ‘Maar, hoe?’ Mijn moeder legde een vinger op mijn mond. ‘Ik heb je favoriete ontbijt klaargemaakt, dat wil je toch niet laten wachten?’ Ik glunderde en volgde haar van de trap. Beneden stond de tafel vol met taartjes en andere zoetigheden. Ik keek mijn moeder verbaasd aan. ‘Mama, dit is geen ontbijt meer, dit is……. wel, ik heb er geen woorden voor.’ Ik ging aan de tafel zitten en begon te eten. Mijn moeder lachte. ‘Alles voor mijn kleine meid.’ Plots klonk er een luide knal, glasscherven vlogen door de kamer. Ik sprong geschrokken onder de tafel.
Daar zat ik, tot ik zeker was van mijn veiligheid. ‘Mama?’ Ik hield mijn handen voor mijn mond toen ik mijn moeder dood op de grond zag liggen. ‘Nee nee nee, niet weer.’ Ik liep naar haar toe en hield haar vast. ‘Mama? Zeg iets, wat dan ook.’ Mijn ogen waren gevuld met tranen. ‘Ik hou van je.’ Ik liet me op het dode lichaam vallen. Ik kon niet meer recht staan, had geen fut meer. Alles was één grote chaos in mijn hoofd. Er klonk geklap achter mij. ‘Ahaa, mooie voorstelling, prachtig.’ Ik keek woedend achter me en stormde op de man af. ‘Jij deed dit, jij vermoorde mijn moeder.’ De man keek me lachend aan. ‘Ze was al dood, ik ben hier gewoon om te kijken. Ik moet zeggen, ik ben niet teleurgesteld, prachtige voorstelling.’ Ik liep naar hem toe en sloeg hem in het gezicht. ‘Ouch, dat deed bijna pijn.’ Hij lachte en kwam naar me toe. Ik keek gehaast om me heen, verdomme, er moest hier toch iets liggen waarmee ik me kon verdedigen? ‘Shhhhhh, ik zal je geen pijn doen. Ik ben meer iets van een…. Boodschapper.’ Hij ging met zijn hand door mijn haar. ‘W-wat wil je van me?’ Ik probeerde zo zelfzeker mogelijk over te komen, maar mijn haperende stem verraadde mijn angst. ‘Wel, je bent dood.’ Hij keek me aan alsof wat hij net gezegd had grappig was. ’Dood?’ Ik schoot in de lach. ’Ja ‘tuurlijk, zelfs als dat het geval was, dit ziet er niet bepaald uit als de hemel. ‘Hij keek me geïrriteerd aan. ‘Natuurlijk niet, dit is hel, zie je, ik heb geen idee wat je fout hebt gedaan maar je bent nu van ons.’ Ik keek naar mijn moeder. ‘Mijn moeder……’ De man draaide met zijn ogen. ‘Nee, je moeder is hier niet, denk ik…’ Hij grinnikte en knipte met zijn vingers. Op dat moment werd alles weer donker. En op een of ander moment kon ik hem nog zien, het leek alsof hij voor een witte achtergrond stond, zo zwart was zijn aanwezigheid. ‘Kijk kind, het kan me niet schelen of je het wel of niet accepteert.’ Ik keek hem woedend aan. ‘Nee.’ Hij negeerde mijn antwoord en wou weer met zijn vingers knippen. Ik stak mijn hand uit. De man stopte onmiddellijk, zijn ogen werden groot en hij stond in minder dan een seconde voor mij. Hij keek me aan met zijn donkere ogen. ‘Nee, dat is onmogelijk.’ Ik keek hem verbaasd aan. ‘Wat is onmogelijk?’ Hij stapte zenuwachtig door de ruimte. Plots draaide hij zich weer om naar mij. ‘Wat je ook doet, kom hier nooit meer terug, begrepen?’ Ik wilde iets zeggen, maar de woorden blokkeerden toen hij zijn hand op mijn hoofd legde. Ik schrok wakker.

Reacties (1)

  • wolflover555

    Je schrijft echt super goed! Abo!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen